Uitspraak · Civiel recht
Rechtbank Gelderland, 18 november 2020
ECLI:NL:RBGEL:2020:7180Zaaknummer 8647087
- Instantie
- Rechtbank Gelderland
- Datum uitspraak
- 18 november 2020
- Publicatiedatum
- 21 april 2021
- Zaaknummer
- 8647087
- Rechtsgebied
- Civiel recht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak, Tussenuitspraak
- Zittingsplaats
- Apeldoorn
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Bevoegdheidsincident in verzekeringszaak. Brandschade auto. Hoogte vordering. Cessie. Afstand van het meerdere.
4 De beslissing
De rechter rechtdoende:
In het incident en in de hoofdzaak
wijst de vordering van Ansvar in het incident af en veroordeelt Ansvar in de kosten van [eiser] in het incident ad € 40,00 voor salaris gemachtigde (half salarispunt);
verwijst de zaak voor conclusie van repliek naar de rolzitting van 16 december 2020;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Engelbert-Clarenbeek en uitgesproken op 18 november 2020 in tegenwoordigheid van de griffier. (at)
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Rechtbank GELDERLAND
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Apeldoorn
Zaakgegevens: 8647087 CV 20-2673
Afschrift aan: beide partijen
Verzonden d.d.:
vonnis van de kantonrechter d.d. 18 november 2020
inzake
[eiser],
wonende te [plaats],
eisende partij,
gedaagde partij in het incident,
gemachtigde: mr. E.M. Horssius, Stichting Ombudsman Schadeverzekeringen,
tegen
de naamloze vennootschap Ansvar Verzekeringsmaatschappij N.V. t.h.o.d.n. Ansvar Idea, alsmede Turien & Co. Verzekeringen,
statutair gevestigd te Amsterdam,
gedaagde partij,
eisende partij in het incident,
gemachtigde: mr. J. van Rhijn,
Partijen worden hierna ook genoemd “[eiser]” en “Ansvar”.
1 Het procesverloop
Dit verloop blijkt uit:
- de dagvaarding van 3 juli 2020;
- de conclusie van antwoord tevens houdende exceptie van onbevoegdheid.
vervolgens is vonnis bepaald.
2 De standpunten van partijen
In de hoofdzaak
[eiser] vordert -verkort weergegeven- dat de kantonrechter, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Ansvar veroordeelt om aan [eiser] te voldoen de door hem door brand geleden en onbetaald gebleven schade ad € 21.129,50, vermeerderd met rente en kosten.
[eiser] stelt daartoe het volgende. [eiser] heeft met Ansvar een verzekeringsovereenkomst gesloten (polisnummer [nummer]). Op grond van de overeenkomst is [eiser] verzekerd tegen brandschade aan zijn auto en dient Ansvar de door [eiser] geleden vermogenschade te vergoeden nadat zijn auto is beschadigd door een brand. De omvang van de geleden schade is gelijk aan de nieuwwaarde van de auto. Ansvar heeft aan [eiser] echter een bedrag uitbetaald gelijk aan de aankoopsom van de auto. [eiser] heeft om die reden nog recht op het restant. In deze procedure vordert hij een deel van het restant van de schade ad € 21.129,50, vermeerderd met vertragingsrente. Het andere gedeelte van het restant schadebedrag van € 25.000,00 is door [eiser] gecedeerd. Daarnaast maakt [eiser] op grond van 6:96 lid 1 sub c BW en de BIK staffel aanspraak op incassokosten ad € 916,53.
In het incident
Ansvar beroept zich voor alle weren op de onbevoegdheid van de kantonrechter om van het geschil in de hoofdzaak kennis te nemen. Zij stelt hiertoe dat de oorspronkelijke vordering meer dan € 25.000,00 bedraagt en dat de kantonrechter om die reden niet bevoegd is om van de vordering kennis te nemen. Ansvar betwist in dit verband de stelling van [eiser] dat de oorspronkelijke vordering gedeeltelijk is gecedeerd en dat zijn vordering thans minder dan € 25.000,00 bedraagt.
[eiser] heeft geconcludeerd tot afwijzing van de incidentele vordering.
3 De beoordeling
Artikel 93 sub a Rv bepaalt dat vorderingen met een beloop van ten hoogste € 25.000,00 worden behandeld door de kantonrechter, tenzij de rechtstitel dat bedrag te boven gaat en de rechtstitel wordt betwist. Als een partij afstand doet van het meerdere of als een deel van de vordering wordt gecedeerd aan een derde, kan de resterende vordering wel worden voorgelegd aan de kantonrechter, ook al wordt de rechtstitel betwist.
De vraag of sprake is van een rechtsgeldige cessie behoeft niet in deze procedure te worden beantwoord, voor deze procedure is van belang de stelling van [eiser] dat hij definitief afstand heeft gedaan van het meerdere. Vast staat dan ook dat het geschil tussen [eiser] en Ansvar nooit een beloop van meer dan € 25.000,00 kan krijgen. Van een situatie als in de door Ansvar aangehaalde uitspraak van de Rechtbank Amsterdam - waarin geen sprake was cessie en afstand van het meerdere - is hier geen sprake Dit betekent dat de kantonrechter bevoegd is om de zaak te behandelen.
Ansvar zal als de in het ongelijk gestelde partij in het incident worden veroordeeld in de proceskosten van het incident.
4 De beslissing
De rechter rechtdoende:
In het incident en in de hoofdzaak
wijst de vordering van Ansvar in het incident af en veroordeelt Ansvar in de kosten van [eiser] in het incident ad € 40,00 voor salaris gemachtigde (half salarispunt);
verwijst de zaak voor conclusie van repliek naar de rolzitting van 16 december 2020;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Engelbert-Clarenbeek en uitgesproken op 18 november 2020 in tegenwoordigheid van de griffier. (at)
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.