Uitspraak · Bestuursrecht
Rechtbank Gelderland, 28 augustus 2020
ECLI:NL:RBGEL:2020:4379Zaaknummer 20-4449
- Instantie
- Rechtbank Gelderland
- Datum uitspraak
- 28 augustus 2020
- Publicatiedatum
- 28 augustus 2020
- Zaaknummer
- 20-4449
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht
- Procedure
- Voorlopige voorziening
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Last onder dwangsom wegens overtreding van de Noodverordening COVID-19. Verzoek om voorlopige voorziening. Verzoek afgewezen.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Overwegingen
1. De voorzieningenrechter geeft hiervoor de volgende motivering.
2. In de rapportage van de toezichthouders staat dat op 2 augustus 2020 zes personen bijna tegen elkaar aan zaten op de bovenverdieping in het horecabedrijf van verzoeker. Van deze zes personen is vastgesteld dat zij niet tot één huishouden behoorden.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoeker de Noodverordening heeft overtreden door er niet voor te zorgen dat de zes personen in zijn horecabedrijf anderhalve meter afstand hielden.[_55dd64e8-5ced-4b3a-807e-6440f5657275] De twee personen die zeventien jaar oud waren hoefden weliswaar niet onderling maar wel tot de andere personen anderhalve meter afstand houden. En zelfs wanneer deze twee personen niet worden meegerekend is er nog steeds sprake van een groep van vier personen die te dicht bij elkaar zaten.
3. Het rapport van de toezichthouders is op ambtseed opgemaakt en heeft daarom een bijzondere bewijswaarde. De enkele stelling van verzoeker dat het rapport niet zou kloppen weegt daar niet tegenop.
Omdat het een groep van zes personen betreft, is dat wat verzoeker aanvoert over het pas gaan handhaven bij 2 of 3 personen hier niet van belang.
4. Omdat verzoeker de Noodverordening heeft overtreden, was verweerder bevoegd om handhavend op te treden. Verweerder is, gelet op het algemeen belang en in dit geval in het bijzonder de volksgezondheid, ook verplicht gebruik te maken van zijn bevoegdheid om handhavend op te treden bij een overtreding. Alleen in bijzondere omstandigheden mag van verweerder worden verwacht dit niet te doen. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als handhavend optreden zodanig onevenredig is tot de daarmee te dienen belangen, dat daarvan moet worden afgezien.
5. Van zulke bijzondere omstandigheden is in dit geval geen sprake. Dat er voor verzoeker lange tijd onduidelijkheid bestond over wanneer handhavend zou worden opgetreden en dat verzoeker het niet eens mee is met dat er in het begin van de heropening van de horeca niet meteen hard is opgetreden is geen bijzondere omstandigheid.
Dat andere personen, zelfs personen met een gezaghebbende functie, zich niet aan de Noodverordening zouden houden betekent niet dat aan degenen die dat verder niet doen, zoals verzoeker, geen last mag worden opgelegd.
Ook de omstandigheid dat aan de betrokken zes bezoekers geen boete zou zijn opgelegd – wat overigens niet zeker is – is geen reden om geen last onder dwangsom op te leggen.
| Deze uitspraak is gedaan door mr. E.C.E. Marechal, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.I. Tuk, griffier. De beslissing is uitgesproken op 27 augustus 2020. | ||
| De griffier is verhinderd om dit proces‑verbaal van de uitspraak te ondertekenen. griffier | De voorzieningenrechter is verhinderd om dit proces-verbaal van de uitspraak te ondertekenen. voorzieningenrechter | |
| Afschrift verzonden aan partijen op: | ||
| Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. |
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 20/4449
proces-verbaal van de voorzieningenrechter van 27 augustus 2020
op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen
[verzoeker], te [woonplaats], verzoeker,
en
de voorzitter van de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland, verweerder.
(gemachtigde: E.E.S. Groothedde)
Procesverloop
Bij besluit van 13 augustus 2020 heeft verweerder verzoeker een last onder dwangsom opgelegd en verzoeker gelast om niet nogmaals in zijn horecabedrijf [naam] een samenkomst te organiseren, te laten organiseren, te laten plaatsvinden of te laten ontstaan, zonder dat verzoeker ervoor zorgt dat aanwezigen te allen tijden 1,5 meter afstand houden tot de dichtstbijzijnde persoon, tenzij de aanwezigen dit niet verplicht zijn op grond van artikel 2.2, tweede lid, van de Noodverordening.
Verzoeker heeft tegen het besluit bezwaar gemaakt. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Het onderzoek op de zitting heeft online plaatsgevonden op 27 augustus 2020. Verzoeker is verschenen. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Overwegingen
1. De voorzieningenrechter geeft hiervoor de volgende motivering.
2. In de rapportage van de toezichthouders staat dat op 2 augustus 2020 zes personen bijna tegen elkaar aan zaten op de bovenverdieping in het horecabedrijf van verzoeker. Van deze zes personen is vastgesteld dat zij niet tot één huishouden behoorden.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoeker de Noodverordening heeft overtreden door er niet voor te zorgen dat de zes personen in zijn horecabedrijf anderhalve meter afstand hielden.[_55dd64e8-5ced-4b3a-807e-6440f5657275] De twee personen die zeventien jaar oud waren hoefden weliswaar niet onderling maar wel tot de andere personen anderhalve meter afstand houden. En zelfs wanneer deze twee personen niet worden meegerekend is er nog steeds sprake van een groep van vier personen die te dicht bij elkaar zaten.
3. Het rapport van de toezichthouders is op ambtseed opgemaakt en heeft daarom een bijzondere bewijswaarde. De enkele stelling van verzoeker dat het rapport niet zou kloppen weegt daar niet tegenop.
Omdat het een groep van zes personen betreft, is dat wat verzoeker aanvoert over het pas gaan handhaven bij 2 of 3 personen hier niet van belang.
4. Omdat verzoeker de Noodverordening heeft overtreden, was verweerder bevoegd om handhavend op te treden. Verweerder is, gelet op het algemeen belang en in dit geval in het bijzonder de volksgezondheid, ook verplicht gebruik te maken van zijn bevoegdheid om handhavend op te treden bij een overtreding. Alleen in bijzondere omstandigheden mag van verweerder worden verwacht dit niet te doen. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als handhavend optreden zodanig onevenredig is tot de daarmee te dienen belangen, dat daarvan moet worden afgezien.
5. Van zulke bijzondere omstandigheden is in dit geval geen sprake. Dat er voor verzoeker lange tijd onduidelijkheid bestond over wanneer handhavend zou worden opgetreden en dat verzoeker het niet eens mee is met dat er in het begin van de heropening van de horeca niet meteen hard is opgetreden is geen bijzondere omstandigheid.
Dat andere personen, zelfs personen met een gezaghebbende functie, zich niet aan de Noodverordening zouden houden betekent niet dat aan degenen die dat verder niet doen, zoals verzoeker, geen last mag worden opgelegd.
Ook de omstandigheid dat aan de betrokken zes bezoekers geen boete zou zijn opgelegd – wat overigens niet zeker is – is geen reden om geen last onder dwangsom op te leggen.
| Deze uitspraak is gedaan door mr. E.C.E. Marechal, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.I. Tuk, griffier. De beslissing is uitgesproken op 27 augustus 2020. | ||
| De griffier is verhinderd om dit proces‑verbaal van de uitspraak te ondertekenen. griffier | De voorzieningenrechter is verhinderd om dit proces-verbaal van de uitspraak te ondertekenen. voorzieningenrechter | |
| Afschrift verzonden aan partijen op: | ||
| Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. |
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.