Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Gelderland, 15 juli 2020

ECLI:NL:RBGEL:2020:3437Zaaknummer 7827787

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
15 juli 2020
Publicatiedatum
15 juli 2020
Zaaknummer
7827787
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Op tegenspraak
Zittingsplaats
Arnhem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Dakreparatie. Vordering tot betaling gecedeerd aan eiser. Verweer dat contant is betaald is gegrond. Vordering in reconventie tot schadevergoeding wegens tekortkoming kan niet tegen cedent worden ingesteld. Geen beroep op verrekening gedaan.

4 De beslissing

De kantonrechter

in conventie:

4.1

wijst de vordering af;

4.2

veroordeelt [eiser] in de kosten van de procedure, tot dit vonnis aan de zijde van [gedaagde] bepaald op € 480,- voor salaris van de gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis, voor zover dan niet aan deze veroordeling zal zijn voldaan;

4.3

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

in reconventie:

4.4

wijst de vordering af;

4.5

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure, tot dit vonnis aan de zijde van [eiser] bepaald op € 240,- voor salaris van de gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. R.J.J. van Acht en uitgesproken in het openbaar op

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De verdere beoordeling in conventie
  3. 3 De verdere beoordeling in reconventie
  4. 4 De beslissing

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaakgegevens 7827787 \ CV EXPL 19-7233 \ 398

uitspraak van

Vonnis

in de zaak van

[eiser]

h.o.d.n. [bedrijfsnaam]

wonende te [woonplaats]

eiser in conventie

verweerder in reconventie

procederend in persoon

tegen

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]

gedaagde in conventie

eiser in reconventie

gemachtigde: J.A.M. Drinkenburg (DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringsmaatschappij N.V.)

Partijen worden hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 5 februari 2020 (hierna: het tussenvonnis)

- de akte van [eiser] van 4 maart 2020

- de akte van [gedaagde] van 1 april 2020.

1.2

Vervolgens is vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling in conventie

2.1

De kantonrechter blijft bij hetgeen in het tussenvonnis is overwogen en beslist. Daarin werd voorshands bewezen geoordeeld dat [gedaagde] de overeengekomen prijs van € 4.000,- contant aan Dakonderhoud Utrecht heeft betaald. [eiser] is vervolgens toegelaten tot het leveren van tegenbewijs.

2.2

[eiser] heeft hierover in zijn akte enkel gezegd dat de mondelinge afspraak, waarop hij zich beroept en waarin in afwijking van de werkopdracht zou zijn overeengekomen dat betaling per bankoverboeking zou plaatsvinden, helaas niet is vastgelegd op een geluidsdrager. Daarmee is het onder 2.1 weergegeven bewijsvermoeden niet ontzenuwd en ook overigens is niet gebleken van enige afspraak als door [eiser] gesteld, zodat de contante betaling van € 4.000,- is komen vast te staan.

2.3

De vordering van [eiser] zal daarom worden afgewezen, met veroordeling van [eiser] in de kosten van de procedure als hierna weer te geven.

3 De verdere beoordeling in reconventie

3.1

Met de vordering in reconventie ziet [gedaagde] eraan voorbij dat [eiser] niet zijn schuldenaar is. Weliswaar is de vordering tot betaling van de aanneemsom door Dakonderhoud Utrecht aan [eiser] gecedeerd, maar het is toch echt Dakonderhoud Utrecht die [gedaagde] wegens wanprestatie tot schadevergoeding zal moeten aanspreken. Weliswaar behoudt [gedaagde] bij cessie zijn verweermiddelen tegen de vordering (art. 6:145 BW) en kan hij onder omstandigheden zelfs tot verrekening overgaan tegenover [eiser] van een vordering op Dakonderhoud Utrecht (art. 6:130 BW), een vordering tot schadevergoeding wegens wanprestatie dient [gedaagde] te richten tegen de degene met wie hij de overeenkomst tot reparatie van de daken is aangegaan (zie ook Asser 6-II, tweede gedeelte, nr. 264).

3.2

De vordering zal daarom worden afgewezen, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de procedure.

3.3

[gedaagde] doet geen beroep op verrekening. Door dat wel te doen zou hij (immers) de vordering van [eiser] erkennen. Het gevolg van de verrekening zou overigens ongeveer op hetzelfde neerkomen als het resultaat van deze beide procedures tezamen.

4 De beslissing

De kantonrechter

in conventie:

4.1

wijst de vordering af;

4.2

veroordeelt [eiser] in de kosten van de procedure, tot dit vonnis aan de zijde van [gedaagde] bepaald op € 480,- voor salaris van de gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis, voor zover dan niet aan deze veroordeling zal zijn voldaan;

4.3

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

in reconventie:

4.4

wijst de vordering af;

4.5

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de procedure, tot dit vonnis aan de zijde van [eiser] bepaald op € 240,- voor salaris van de gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. R.J.J. van Acht en uitgesproken in het openbaar op

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.