Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Gelderland, 4 februari 2020
ECLI:NL:RBGEL:2020:1071Zaaknummer 365305 FZ RK 20-163
- Instantie
- Rechtbank Gelderland
- Datum uitspraak
- 4 februari 2020
- Publicatiedatum
- 18 februari 2020
- Zaaknummer
- 365305 FZ RK 20-163
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Beschikking
- Zittingsplaats
- Zutphen
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Rechterlijke machtiging opname en verblijf Wzd afgewezen. Er zijn minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel af te wenden.
De rechtbank:
wijst het verzoek af.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2020 door mr. T. ter Brugge, rechter, in tegenwoordigheid van de griffier, en op 7 februari 2020 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend. |
| Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open. |
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
beschikking
RECHTBANK GELDERLAND
Familie- en jeugdrecht
Zittingsplaats: Zutphen
Zaakgegevens: 365305 FZ RK 20-163
Datum mondelinge uitspraak: 4 februari 2020
beschikking rechterlijke machtiging tot opname en verblijf
inzake
het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging voor de duur van zes maanden als bedoeld in artikel 24 e.v. van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:
[cliënt]
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats],
verblijfadres: [verblijfadres]
hierna te noemen: cliënt,
advocaat: mr. O.C.A. Sandberg-Vaillant te Vorden.
1 Procesverloop
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 23 januari 2020.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- de aanvraag van 13 januari 2020;
- het indicatiebesluit van 20 november 2019;
- de medische verklaring, opgesteld en ondertekend door F. Hulshof, psychiater, van 2 januari 2020.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 4 februari 2020 in de woning van cliënt en haar echtgenoot.
Tijdens de mondelinge behandeling waren aanwezig en zijn gehoord:
- cliënt en haar advocaat voornoemd;
- de echtgenoot van cliënt;
- [mevrouw X], casemanager van Buurtzorg.
2 Beoordeling
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat cliënt lijdt aan een psychogeriatrische aandoening. Client is sinds vijf jaar bekend met een progressief dementieel beeld. Als gevolg daarvan raakt zij steeds meer gedesoriënteerd in tijd en plaats.
Deze psychogeriatrische aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit ernstig nadeel bestaat bijvoorbeeld uit het dwalen van cliënt waarbij zij verkeerssituaties niet meer kan overzien. Cliënt heeft inmiddels 24-uurs toezicht nodig en behoeft daarnaast aansturing in haar persoonlijke verzorging, hetgeen allemaal wordt verzorgd door haar echtgenoot. Als gevolg daarvan is haar echtgenoot overbelast geraakt.
Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat cliënt thuis wil wonen. Zij gaat twee keer per week naar een dagbestedingsvoorziening waar zij het naar haar zin heeft. Ook is naar voren gekomen dat er in de thuissituatie weinig tot geen praktische ondersteuning bij de verzorging van en het toezicht op cliënt is. Er is nog geen dagelijkse thuiszorg ingeschakeld. De echtgenoot van cliënt heeft daarnaast toegelicht dat cliënt en hij inmiddels ’s nachts beter slapen met behulp van andere slaapmedicatie. Cliënt dwaalt daardoor ’s nachts niet meer. Wel moet de echtgenoot de voordeur dag en nacht op slot hebben om te voorkomen dat cliënt onbegeleid naar buiten gaat.
Naar het oordeel van de rechtbank is er sprake van een situatie waarin de echtgenoot van cliënt klem is geraakt in de zorg voor haar doordat hij onvoldoende ondersteund wordt in de thuissituatie. Met een intensivering van de zorg aan huis – dagelijkse thuiszorg voor de persoonlijke verzorging van cliënt en vaker naar de dagbestedingsvoorziening - kan de situatie verbeteren. De rechtbank is daarom van oordeel dat er op dit moment minder ingrijpende mogelijkheden zijn om het ernstig nadeel voorlopig af te wenden. Omdat deze mogelijkheden nog niet zijn ingezet, zal de rechtbank het verzoek afwijzen. Een onvrijwillige opname met behulp van een rechterlijke machtiging is een uiterst middel dat pas kan worden toegepast als alle andere mogelijkheden onvoldoende toereikend zijn gebleken.
De rechtbank acht het van groot belang dat de huisarts dan wel een casemanager op zeer korte termijn regelt dat er dagelijks thuiszorg langskomt en dat cliënt vaker in de week naar de dagbestedingsvoorziening gaat.
3 Beslissing
De rechtbank:
wijst het verzoek af.
| Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2020 door mr. T. ter Brugge, rechter, in tegenwoordigheid van de griffier, en op 7 februari 2020 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend. |
| Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open. |
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.