Uitspraak · Civiel recht

Rechtbank Gelderland, 1 oktober 2014

ECLI:NL:RBGEL:2014:6977Zaaknummer 247541

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
1 oktober 2014
Publicatiedatum
7 november 2014
Zaaknummer
247541
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Arnhem
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Burenrecht. Door aanleg van een wal met daarop struikgewas, waarvan de dichtheid in de toekomst nog zal toenemen, is de sporthal nauwelijks zichtbaar. Overeenkomst is hiermee voldoende nagekomen.

De rechtbank

wijst de vorderingen af,

veroordeelt [eisers] in de kosten van de procedure, tot dit vonnis aan de zijde van de gemeente bepaald op € 3.715,- voor griffierecht en op € 4.973,- voor het salaris van de advocaat overeenkomstig het liquidatietarief (tarief V, 3½ punt),

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.J. van Acht en in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2014.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 De verdere beoordeling
  3. 3 De beslissing

vonnis

RECHTBANK GELDERLAND

Team kanton en handelsrecht

zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: 247541 / HA ZA 13-505

Vonnis van 1 oktober 2014

in de zaak van

[eiser sub 1] en

[eiser sub 2]

beiden wonende te [plaats]

eisers

advocaat: mr. J.G. Woolderink-Tjalingii te Arnhem

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE WIJCHEN

gevestigd te Wijchen

gedaagde

advocaat: mr. T.E.P.A. Lam te Nijmegen

Partijen zullen hierna [eisers] (mannelijk enkelvoud) en de gemeente worden genoemd.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 19 maart 2014

- de akte overlegging producties van [eisers] van 25 juni 2014

- de akte overlegging productie van de gemeente van 25 juni 2014

  • het proces-verbaal van comparitie van partijen van 25 juni 2014
  • de antwoordakte van de gemeente van 20 augustus 2014
1.2

Vervolgens is weer vonnis bepaald.

2 De verdere beoordeling

2.1

De rechtbank blijft bij hetgeen zij in het tussenvonnis van 19 maart 2014 (hierna: het tussenvonnis) heeft overwogen en beslist.

2.2

De tweede comparitie betrof twee onderwerpen van de overeenkomst, namelijk de kleur van de sporthal en het structureel hoog opgaand groen dat het zicht op de sporthal afdoende dient te doorbreken. [eisers] heeft ter gelegenheid van deze comparitie een aantal producties overgelegd die op die onderwerpen geen betrekking hebben. Het gaat om de producties 34, 36, 37 en 38. De rechtbank zal die producties verder buiten beschouwing laten.

2.3

Anders dan de rechter bij de tweede comparitie in het vooruitzicht had gesteld is daarvan geen aanvullend proces-verbaal opgemaakt. Anders dan in de rolverwijzing in het wel opgemaakte proces-verbaal is bepaald hebben partijen zich op 23 juli 2014 immers niet bij akte uitgelaten omtrent voortprocederen.

2.4

Indien aanvullend proces-verbaal zou zijn opgemaakt zouden daarin ook foto’s zijn opgenomen die de rechter tijdens die comparitie heeft gemaakt. Eén daarvan betreft het uitzicht van [eisers] vanaf hun woning (voortuin) op de sporthal:

Door middel van drie rode pijlen op de foto wordt aangegeven waar de gifgroene kleur van de noordzijde van de sporthal door het struikgewas heen zichtbaar is.

2.5

De rechtbank kan in het midden laten of qua kleur is uitgevoerd wat is afgesproken en ook of sprake is van structureel hoog opgaand groen dat het zicht op de sporthal afdoende doorbreekt. Anders dan in bijlage 1 van de overeenkomst voorzien is immers ook een wal met daarop struikgewas aangelegd waardoor de functie van het hoog opgaand groen op een betekenisvolle wijze wordt overgenomen en waardoor de sporthal nog nauwelijks is waar te nemen. De rechtbank houdt het erop dat de dichtheid van het struikgewas nog zal toenemen en ook in de winter voor [eisers] als een afdoende optische buffer zal dienen. Gelet daarop kan [eisers] er niet over klagen dat de overeenkomst op deze beide resterende punten niet wordt nagekomen.

2.6

De vorderingen zullen daarom worden afgewezen. Als de in het ongelijk gestelde partij zal [eisers] in de kosten van de procedure worden veroordeeld.

3 De beslissing

De rechtbank

wijst de vorderingen af,

veroordeelt [eisers] in de kosten van de procedure, tot dit vonnis aan de zijde van de gemeente bepaald op € 3.715,- voor griffierecht en op € 4.973,- voor het salaris van de advocaat overeenkomstig het liquidatietarief (tarief V, 3½ punt),

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.J. van Acht en in het openbaar uitgesproken op 1 oktober 2014.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.