Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 13 april 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:9139Zaaknummer NL25.57505
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 13 april 2026
- Publicatiedatum
- 21 april 2026
- Zaaknummer
- NL25.57505
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verzet. Opposant met onbekende bestemming vertrokken, geen procesbelang. Verzet niet-ontvankelijk.
Beslissing
De voorzieningenrechter veroordeelt de minister tot betaling van € 934,- aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.Z. Achouak El Idrissi, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L. Kooring, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL25.57505
V-nummer: [v nummer]
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster], verzoekster,
(gemachtigde: mr. J. Werner),
en
de minister van Buitenlandse Zaken, de minister,
(gemachtigde: mr. C. van Asperen).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek van verzoekster om een veroordeling van de minister in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep tegen het besluit van de minister van 24 oktober 2025. Zij heeft het beroep ingetrokken omdat de minister op 3 februari 2026 het gevraagde facilitaire visum heeft verleend.
De voorzieningenrechter heeft de minister in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek. De minister heeft de rechtbank meegedeeld zich te verzetten tegen een proceskostenvergoeding.
De voorzieningenrechter doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.[_860e6d7d-23b7-43a2-befa-ef86aaf3dae2]
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoetgekomen, kan de voorzieningenrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.[_9d2ea0af-ae0a-490b-b155-a6414c954299]
Is de minister aan het verzoek tegemoetgekomen?
4. De voorzieningenrechter moet dus beoordelen of de minister geheel of gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen.
In het besluit van 24 oktober 2025 heeft de minister de aanvraag van verzoekster voor een facilitair visum afgewezen. Verzoekster heeft tegen dat besluit bezwaar gemaakt en daarnaast de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Met het besluit van 3 februari 2026 heeft de minister het bezwaar van verzoekster gegrond verklaard en haar een facilitair visum verleend. Op 10 februari 2026 heeft verzoekster het verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken.
De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. De stelling van de minister dat er niet tegemoet is gekomen omdat pas in bezwaar duidelijk werd dat het om een aanvraag voor een facilitair visum ging, volgt de voorzieningenrechter niet. In het dossier zit enkel een aanvraag voor een visum kort verblijf uit 2014. Dat verzoekster bij de huidige aanvraag om een visum voor kort verblijf zou hebben verzocht is niet gebleken. Daar komt bij dat in de besluitvorming ook wordt gesproken wordt over een EU-verblijfsdocument aanvraag waardoor het voor de minister vanaf het begin duidelijk was dat het om een faciliterend visum voor een Chavez-aanvraag ging. De voorzieningenrechter komt daarom tot de conclusie dat de minister aan verzoekster is tegemoetgekomen.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom toe.
Welke kosten dient de minister te vergoeden?
5. Verzoekster krijgt een vergoeding van haar proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 934,- omdat de gemachtigde van verzoekster een verzoekschrift heeft ingediend. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Conclusie en gevolgen
6. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een proceskostenveroordeling toe.
Beslissing
De voorzieningenrechter veroordeelt de minister tot betaling van € 934,- aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.Z. Achouak El Idrissi, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L. Kooring, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.