Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Den Haag, 10 maart 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:8526Zaaknummer C/09/698158 / FA RK 26-621
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 10 maart 2026
- Publicatiedatum
- 17 april 2026
- Zaaknummer
- C/09/698158 / FA RK 26-621
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening, Beschikking
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
voorlopige voorzieningen - toevertrouwing kinderen, voorlopige zorgregeling, kinderalimentatie
De rechtbank:
*
bepaalt dat de minderjarigen:
[de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2015 te [geboorteplaats],
[de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2018 te [geboorteplaats] en
[de minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2021 te [geboorteplaats];
aan de vrouw zullen worden toevertrouwd;
*
bepaalt dat de volgende zorgregeling zal gelden tussen de man en de kinderen:
tot de man over eigen woonruimte beschikt is de man bij de kinderen in de echtelijke woning:
- maandag van 6.15 uur tot 8.30 uur,
- dinsdag van 17.30 uur tot 20.30 uur,
- woensdag van 12.15 uur tot 20.30 uur,
- zaterdag van 10.30 uur tot 20.30 uur,
- zondag als de vrouw werkt van 10.30 uur tot 20.30 uur;
vanaf het moment dat de man over eigen woonruimte beschikt zijn de kinderen bij de man:
- in de oneven weken van maandag tot en met dinsdag naar school en van vrijdag uit school tot en met zondag,
- in de even weken van maandag tot en met dinsdag naar school en vanaf zondag 18.00 uur;
*
bepaalt dat vanaf het moment dat de man over eigen woonruimte beschikt de volgende verdeling van de vakanties en feestdagen zal gelden:
- zomervakantie: in de even jaren gedurende de eerste drie weken bij de vrouw en gedurende de laatste drie weken bij de man en in de oneven jaren gedurende de eerste drie weken bij de man en gedurende laatste drie weken bij de vrouw;
- herfstvakantie: volgens de reguliere voorlopige zorgregeling;
- kerstvakantie: even jaar eerste week bij de vrouw, tweede week bij de man, oneven jaar eerste week bij de man en tweede week bij vrouw;
- kerst: even jaar kerstavond en 1e kerstdag bij vrouw die de kinderen na het kerstdiner vanaf 20.00 uur naar de man zal brengen en 2e kerstdag bij de man die de kinderen na het kerstdiner naar de vrouw brengt en oneven jaar kerstavond en 1e kerstdag bij de man die de kinderen na het kerstdiner vanaf 20.00 uur naar de vrouw zal brengen en 2e kerstdag bij de vrouw die de kinderen na het kerstdiner naar de man brengt;
- oudejaarsavond: even jaar bij de man en oneven jaar bij de vrouw;
- nieuwjaarsdag: even jaar bij de vrouw en oneven jaar bij de man. De kinderen krijgen de gelegenheid de andere ouder gelukkig nieuwjaar te wensen;
- voorjaarsvakantie: conform reguliere voorlopige zorgregeling;
- meivakantie: even jaar eerste week bij vrouw, tweede week bij man en oneven jaar eerste week bij de man, tweede week bij de vrouw;
- Goede Vrijdag, Bevrijdingsdag, Hemelvaartsdag en Pakjesavond: conform reguliere voorlopige zorgregeling;
- Pasen: 1e Paasdag conform reguliere voorlopige zorgregeling. Om 19.00 uur zullen de kinderen naar de andere ouder gaan om 2e Paasdag te vieren;
- Koningsdag: even jaar bij moeder en oneven jaar bij de man;
- Pinksteren: 1e Pinksterdag conform reguliere voorlopige zorgregeling. Om 19.00 uur zullen de kinderen naar de andere ouder gaan om 2e Pinksterdag te vieren;
- Vaderdag: bij de man;
- Moederdag: bij de vrouw;
- verjaardagen ouders en kinderen: conform reguliere voorlopige zorgregeling;
waarbij de kinderen zullen tijdens vakanties met de andere ouder bellen op maandagavond, woensdagavond en vrijdagavond terwijl wanneer de kinderen langer dan een week bij een ouder zijn, er een extra (video)belmoment is met de andere ouder;
en waarbij de vakanties lopen van zondag 18.00 uur tot zondag 18.00 uur, waarbij de ouder bij wie de kinderen verbleven de kinderen brengt naar de ouder bij wie de kinderen gaan verblijven mits de andere ouder in [plaats] woont;
*
bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van vandaag voorlopig een kinderalimentatie ten behoeve van de kinderen(bij co-ouderschap eventueel: medeverzorgt en opvoedt) van € 121,- per maand, per kind zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen tot hij over een eigen woning beschikt;
*
bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van de datum waarop hij over een eigen woning beschikt en de nieuwe zorgregeling ingaat voorlopig een kinderalimentatie ten behoeve van de kinderen van € 67,- per maand, per kind zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
*
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
| Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Olland, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. N.C. Gantenbein als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 maart 2026. |
Periode I
Periode II
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 26-621
Zaaknummer: C/09/698158
Datum beschikking: 10 maart 2026
Voorlopige voorzieningen
Beschikking op het op 22 januari 2026 ingekomen verzoek van:
[de man],
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. G.O. Perquin te Zoetermeer.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vrouw],
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M. de Bluts te Zoetermeer.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift tevens verzoekschrift;
- het verweer tegen het zelfstandig verzoek.
De minderjarige [de minderjarige 1] heeft zich op 23 februari 2026 in raadkamer uitgelaten over het verzoek.
Op 24 februari 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: partijen, bijgestaan door hun advocaten. Namens de Raad voor de Kinderbescherming is verschenen [naam].
Verzoek en verweer
Het verzoek van de man strekt ertoe dat:
- de man gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning te [adres], gedurende de tijd dat de kinderen volgens de voorlopige zorgregeling bij de man zijn en te bepalen dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning te [adres], gedurende de tijd dat de kinderen volgens de voorlopige zorgregeling bij haar zijn;
- een regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken ten aanzien van de minderjarige kinderen van partijen wordt vastgesteld, waarbij sprake zal zijn van een birdnestregeling in de echtelijke woning waarbij de man voor de kinderen zorgt:
- in de oneven weken van maandag tot en met dinsdag naar school en van vrijdag uit school tot en met zondag;
- in de even weken van maandag tot en met dinsdag naar school en vanaf zondag 18.00 uur;
en de vrouw op de andere tijden voor de kinderen zorgt;
- te bepalen dat voorlopig de navolgende regeling voor de vakanties en feestdagen zal gelden:
- zomervakantie: in de even jaren gedurende de eerste 3 weken bij de vrouw en gedurende de laatste 3 weken bij de man en in de oneven jaren gedurende de eerste 3 weken bij de man en gedurende laatste 3 weken bij de vrouw;
- herfstvakantie: volgens de reguliere voorlopige zorgregeling;
- kerstvakantie: even jaar eerste week bij de vrouw, tweede week bij de man, oneven jaar eerste week bij de man en tweede week bij vrouw;
- kerst: even jaar kerstavond en 1e kerstdag bij vrouw die de kinderen na het kerstdiner vanaf 20.00 uur naar de man zal brengen en 2e kerstdag bij de man die de kinderen na het kerstdiner naar de vrouw brengt en oneven jaar kerstavond en 1e kerstdag bij de man die de kinderen na het kerstdiner vanaf 20.00 uur naar de vrouw zal brengen en 2e kerstdag bij de vrouw die de kinderen na het kerstdiner naar de man brengt;
- oudejaarsavond: even jaar bij de man en oneven jaar bij de vrouw;
- nieuwjaarsdag: even jaar bij de vrouw en oneven jaar bij de man. De kinderen krijgen de gelegenheid de andere ouder gelukkig nieuwjaar te wensen;
- voorjaarsvakantie: conform reguliere voorlopige zorgregeling;
- meivakantie: even jaar eerste week bij vrouw, tweede week bij man en oneven jaar eerste week bij de man, tweede week bij de vrouw;
- Goede Vrijdag, Bevrijdingsdag, Hemelvaartsdag en Pakjesavond: conform reguliere voorlopige zorgregeling;
- Pasen: 1e Paasdag conform reguliere voorlopige zorgregeling. Om 19.00 uur zullen de kinderen naar de andere ouder gaan om 2e Paasdag te vieren;
- Koningsdag: even jaar bij moeder en oneven jaar bij de man;
- Pinksteren: 1e Pinksterdag conform reguliere voorlopige zorgregeling. Om 19.00 uur zullen de kinderen naar de andere ouder gaan om 2e Pinksterdag te vieren;
- Vaderdag: bij de man;
- Moederdag: bij de vrouw;
- verjaardagen ouders en kinderen: conform reguliere voorlopige zorgregeling;
- de kinderen zullen tijdens vakanties met de andere ouder bellen op maandagavond, woensdagavond en vrijdagavond terwijl wanneer de kinderen langer dan een week bij een ouder zijn, er een extra (video)belmoment is met de andere ouder;
- de vakanties lopen van zondag 18.00 uur tot zondag 18.00 uur, waarbij de ouder bij wie de kinderen verbleven de kinderen brengt naar de ouder bij wie de kinderen gaan verblijven mits de andere ouder in [plaats] woont.
- een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige kinderalimentatie van € 45,- per maand per kind wordt vastgesteld, telkens bij vooruitbetaling te voldoen.
De vrouw voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Tevens verzoekt de vrouw zelfstandig:
- de minderjarige kinderen van partijen aan de vrouw worden toevertrouwd;
- een door de man aan de vrouw te betalen voorlopige kinderalimentatie van € 99,- per maand per kind wordt vastgesteld, met ingang de datum van indiening van het verzoekschrift, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De man voert – onder referte voor het overige – verweer tegen de verzochte kinderalimentatie, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Beoordeling
Uitsluitend gebruik echtelijke woning en zorgregeling
Uit de overgelegde stukken en op de zitting is het volgende gebleken. De man verblijft sinds medio februari 2025 niet meer in de echtelijke woning maar bij zijn ouders. Omdat er geen mogelijkheid is om alle drie de kinderen bij zijn ouders te laten overnachten, wenst de man dat een birdnestregeling wordt vastgesteld. Partijen hebben in onderling overleg afgesproken dat de man op vaste momenten voor de kinderen zorgt in de echtelijke woning. Het is partijen niet gelukt om in onderling overleg afspraken te maken over een overnachting omdat de vrouw de echtelijke woning niet wil verlaten op de momenten dat de man er is.
De vrouw erkent dat ook de kinderen de wens hebben dat de man blijft overnachten. Zij geeft aan dat, maar de man is altijd welkom om te blijven slapen op een van de kinderkamers of de woonkamer. Zij zal dan zelf de woning niet verlaten omdat zij geen mogelijkheden heeft om elders te slapen.
Op de zitting zijn verschillende mogelijkheden met partijen besproken. Gebleken is dat de man naar verwachting in april 2026 een nieuwe woning kan betrekken waar de kinderen kunnen overnachten. Het gaat dus om een beperkte periode. Ook is gebleken dat met name bij de vrouw de emoties hoog oplopen en dat bij haar enorme weerstand zit bij het idee dat zij, ook al is zou dat incidenteel en voor korte duur zijn, de echtelijke woning moet verlaten. De man heeft echter al ruim een jaar geleden de echtelijke woning verlaten en heeft daarmee ook al veel moeten inleveren, met name aan contact met de kinderen. Objectief gezien zou daarom van de vrouw verlangd kunnen worden dat zij af en toe de woning verlaat voor een beperkte periode. De rechtbank kijkt echter vooral naar het belang van de kinderen. De rechtbank schat in dat gelet op de emoties die bij de vrouw spelen, het voor de kinderen ook veel spanning zal opleveren als de vrouw in de komende periode op gezette tijden de woning moet verlaten. De rechtbank acht daarom voortzetting van de huidige situatie, waarbij de man invliegt zonder overnachting, het meest in het belang van de kinderen. Gelet hierop zal de rechtbank het verzoek van de man afwijzen. Dit betekent dat de huidige regeling, zoals partijen zijn overeengekomen, blijft doorlopen totdat de man over een eigen woning beschikt. De ouders hebben in de mediation al overeenstemming bereikt over de vanaf dan te gelden zorgregeling, die gelijk is aan de door de man in deze procedure verzochte regeling, waarbij de kinderen dan bij hem zijn in plaats van – in het verzoek van de man – de situatie dat de man in de echtelijke woning komt. Ook ten aanzien van de vakanties is gebleken dat partijen in mediation zijn overeengekomen dat de regeling zoals door de man verzocht zal gelden vanaf het moment dat de man over een woning beschikt. De rechtbank zal aldus beslissen.
Voorlopige kinderalimentatie
vooraf
Partijen verzoeken allebei een voorlopige kinderalimentatie vast te stellen. Bij de beoordeling van het verzoek stelt de rechtbank voorop dat deze voorlopige vaststelling het karakter heeft van een ordemaatregel. Daarbij is het uitgangspunt dat wordt uitgegaan van de actuele situatie van partijen, voor zover de rechtbank daar voldoende inzicht in heeft. Indien de rechtbank onvoldoende inzicht in de situatie van partijen heeft, zal de rechtbank beoordelen wat zij redelijk acht en in dat kader een schatting maken.
Behoefte
Zoals op de zitting reeds met partijen is besproken, zal de rechtbank rekenen met een behoefte van € 1.615,- per maand, zijnde € 538,- per kind per maand. Hoewel partijen verschillen van mening met welke gegevens gerekend moet worden, merkt de rechtbank op dat gelet op het inkomen van partijen de behoefte wordt vastgesteld aan de hand van het gemaximeerde bedrag. De rechtbank ziet geen aanleiding om de behoefte te verhogen met het door de vrouw gestelde bedrag van € 150,- per maand. De door de vrouw genoemde kosten worden geacht te zijn inbegrepen in hiervoor vastgestelde behoefte van de kinderen.
Draagkracht vrouw
Voor de bepaling van de draagkracht van de vrouw gaat de rechtbank uit van een inkomen van € 31.108,- bruto per jaar, zoals blijkt uit de door de vrouw overgelegde jaaropgave 2024. De rechtbank ziet geen aanleiding om hiervan af te wijken. Voor zover de vrouw stelt dat haar inkomen in 2025 lager was, had het op haar weg gelegen om haar jaaropgave 2025 in het geding te brengen.
Het kindgebonden budget moet volgens vaste rechtspraak bij het inkomen van de desbetreffende ouder die het ontvangt, worden opgeteld. De rechtbank berekent het kindgebonden budget aan de hand van bovenstaande inkomensgegevens.
Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten en rekening houdend met in de aangehechte berekening opgenomen heffingskortingen en toeslagen, berekent de rechtbank haar NBI in 2026 op € 3.513,- per maand. De rechtbank verwijst hiervoor naar de aangehechte berekening.
Omdat het NBI van de vrouw hoger is dan € 2.200,-, zal de rechtbank voor de berekening van haar draagkracht de formule 70% x [NBI – (0,3 NBI + € 1.365,-)] gebruiken. De draagkracht van de vrouw bedraagt dan € 766,- per maand.
Draagkracht man
Voor de bepaling van de draagkracht van de man gaat de rechtbank uit van een inkomen van € 51.108,- bruto per jaar, zoals blijkt uit de door de man overgelegde jaaropgave 2025.
Op basis van de hiervoor genoemde uitgangspunten en rekening houdend met de in de aangehechte berekening opgenomen heffingskortingen, berekent de rechtbank zijn NBI in 2026 op € 3.341,- per maand. De rechtbank verwijst hiervoor naar de aangehechte berekening.
Omdat het NBI van de man ook hoger is dan € 2.200,-, zal de rechtbank voor de berekening van zijn draagkracht dezelfde formule 70% x [NBI – (0,3 x NBI + € 1.365,-)] gebruiken. De draagkracht van de man bedraagt dan € 682,- per maand.
Draagkrachtvergelijking
De draagkracht van partijen bedraagt gezamenlijk € 1.448,- per maand (€ 766,- + € 682,-). Dit is onvoldoende om volledig in de behoefte van de kinderen te voorzien. De rechtbank komt daarom niet toe aan een draagkrachtvergelijking. Er is sprake van een tekort van € 166,- per maand.
Zorgkorting
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen met betrekking tot de zorgregeling, ziet de rechtbank aanleiding om twee berekeningen te maken. Voor de periode tot aan het moment de man beschikt over een eigen woning (periode I), zal de rechtbank rekening houden met een zorgkorting van 25%. Vanaf het moment dat de man over een eigen woning beschikt en de nieuwe zorgregeling is ingegaan (periode II), geldt een zorgkorting van 35%.
Omdat sprake is van een tekort van € 166,- per maand, wordt het tekort aan beide ouders voor de helft toegerekend. De helft van het tekort komt in mindering op de zorgkorting van de man. Dit betekent dat er in periode I rekening wordt gehouden met een zorgkorting van € 319,- per maand (€ 402,- (bedrag zorgkorting) -/- € 83,- (bedrag van de helft van het tekort)), en in periode II van € 481,- (€ 564 (bedrag zorgkorting) -/- € 83,- (bedrag van de helft van het tekort)).
Het aandeel van de man in de kosten van de kinderen bedraagt dan in periode I € 363,- per maand, te weten € 121,- per kind per maand en in periode II € 201,- per maand, te weten € 67,- per kind per maand. De moeder heeft een kinderalimentatie van € 99,- verzocht waarbij zij heeft gesteld dat de vader voorlopig de helft van de kosten van scouting, zwemles en mobiele appartementen zou betalen. De rechtbank zal daarom bepalen dat de man in periode I € 121,- per kind per maand dient te betalen en in periode II € 67,- per kind per maand.
Beslissing
De rechtbank:
*
bepaalt dat de minderjarigen:
[de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2015 te [geboorteplaats],
[de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2018 te [geboorteplaats] en
[de minderjarige 3], geboren op [geboortedatum 3] 2021 te [geboorteplaats];
aan de vrouw zullen worden toevertrouwd;
*
bepaalt dat de volgende zorgregeling zal gelden tussen de man en de kinderen:
tot de man over eigen woonruimte beschikt is de man bij de kinderen in de echtelijke woning:
- maandag van 6.15 uur tot 8.30 uur,
- dinsdag van 17.30 uur tot 20.30 uur,
- woensdag van 12.15 uur tot 20.30 uur,
- zaterdag van 10.30 uur tot 20.30 uur,
- zondag als de vrouw werkt van 10.30 uur tot 20.30 uur;
vanaf het moment dat de man over eigen woonruimte beschikt zijn de kinderen bij de man:
- in de oneven weken van maandag tot en met dinsdag naar school en van vrijdag uit school tot en met zondag,
- in de even weken van maandag tot en met dinsdag naar school en vanaf zondag 18.00 uur;
*
bepaalt dat vanaf het moment dat de man over eigen woonruimte beschikt de volgende verdeling van de vakanties en feestdagen zal gelden:
- zomervakantie: in de even jaren gedurende de eerste drie weken bij de vrouw en gedurende de laatste drie weken bij de man en in de oneven jaren gedurende de eerste drie weken bij de man en gedurende laatste drie weken bij de vrouw;
- herfstvakantie: volgens de reguliere voorlopige zorgregeling;
- kerstvakantie: even jaar eerste week bij de vrouw, tweede week bij de man, oneven jaar eerste week bij de man en tweede week bij vrouw;
- kerst: even jaar kerstavond en 1e kerstdag bij vrouw die de kinderen na het kerstdiner vanaf 20.00 uur naar de man zal brengen en 2e kerstdag bij de man die de kinderen na het kerstdiner naar de vrouw brengt en oneven jaar kerstavond en 1e kerstdag bij de man die de kinderen na het kerstdiner vanaf 20.00 uur naar de vrouw zal brengen en 2e kerstdag bij de vrouw die de kinderen na het kerstdiner naar de man brengt;
- oudejaarsavond: even jaar bij de man en oneven jaar bij de vrouw;
- nieuwjaarsdag: even jaar bij de vrouw en oneven jaar bij de man. De kinderen krijgen de gelegenheid de andere ouder gelukkig nieuwjaar te wensen;
- voorjaarsvakantie: conform reguliere voorlopige zorgregeling;
- meivakantie: even jaar eerste week bij vrouw, tweede week bij man en oneven jaar eerste week bij de man, tweede week bij de vrouw;
- Goede Vrijdag, Bevrijdingsdag, Hemelvaartsdag en Pakjesavond: conform reguliere voorlopige zorgregeling;
- Pasen: 1e Paasdag conform reguliere voorlopige zorgregeling. Om 19.00 uur zullen de kinderen naar de andere ouder gaan om 2e Paasdag te vieren;
- Koningsdag: even jaar bij moeder en oneven jaar bij de man;
- Pinksteren: 1e Pinksterdag conform reguliere voorlopige zorgregeling. Om 19.00 uur zullen de kinderen naar de andere ouder gaan om 2e Pinksterdag te vieren;
- Vaderdag: bij de man;
- Moederdag: bij de vrouw;
- verjaardagen ouders en kinderen: conform reguliere voorlopige zorgregeling;
waarbij de kinderen zullen tijdens vakanties met de andere ouder bellen op maandagavond, woensdagavond en vrijdagavond terwijl wanneer de kinderen langer dan een week bij een ouder zijn, er een extra (video)belmoment is met de andere ouder;
en waarbij de vakanties lopen van zondag 18.00 uur tot zondag 18.00 uur, waarbij de ouder bij wie de kinderen verbleven de kinderen brengt naar de ouder bij wie de kinderen gaan verblijven mits de andere ouder in [plaats] woont;
*
bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van vandaag voorlopig een kinderalimentatie ten behoeve van de kinderen(bij co-ouderschap eventueel: medeverzorgt en opvoedt) van € 121,- per maand, per kind zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen tot hij over een eigen woning beschikt;
*
bepaalt dat de man aan de vrouw, met ingang van de datum waarop hij over een eigen woning beschikt en de nieuwe zorgregeling ingaat voorlopig een kinderalimentatie ten behoeve van de kinderen van € 67,- per maand, per kind zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
*
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
| Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Olland, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. N.C. Gantenbein als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 maart 2026. |
Periode I
Periode II
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.