Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 20 januari 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:832Zaaknummer NL25.51855

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
20 januari 2026
Publicatiedatum
20 januari 2026
Zaaknummer
NL25.51855
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Vereenvoudigde behandeling
Zittingsplaats
Groningen
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Vervallenverklaring uitspraak

Beslissing

De rechtbank verklaart haar uitspraak van 8 januari 2026 vervallen.

Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen-Telman, rechter, in aanwezigheid van, A.W. Landman, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Inleiding
  2. Overwegingen
  3. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.51855 vervallenverklaring

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,

V-nummer: [nummer]

(gemachtigde: mr. H.M.A. Breuls)

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. Op 23 oktober 2025 is door eiser in beroep ingesteld, omdat de minister

niet tijdig heeft beslist op zijn asielaanvraag van 30 maart 2024. Bij uitspraak van 8 januari 2026 heeft de rechtbank het beroep tegen het niet tijdig nemen van het besluit niet-ontvankelijk verklaard en het beroep voor zover dat is gericht tegen het alsnog genomen besluit ongegrond verklaard.

Overwegingen

2. De rechtbank is van oordeel dat de uitspraak van 8 januari 2025 vervallen moet

worden verklaard. Dat legt zij hierna uit.

3. In de uitspraak van 8 januari stelt de rechtbank dat eiser geen inhoudelijke gronden

heeft ingediend tegen het alsnog genomen besluit en dat het beroep, voor zover dat is gericht tegen dit alsnog genomen besluit, daarom ongegrond wordt verklaard. Dit is evenwel onjuist. Eiser heeft namelijk in het beroep onder zaaknummer NL25.58740 op 23 december 2025 weldegelijk en tijdig inhoudelijke gronden ingediend tegen het alsnog genomen besluit. De rechtbank heeft dit in haar uitspraak van 8 januari 2026 niet onderkend en heeft het beroep voor zover gericht tegen het alsnog genomen besluit op onjuiste gronden ongegrond verklaard.

4. De rechtbank verklaart daarom de uitspraak van 8 januari 2026 vervallen. De zaak

wordt opnieuw door de rechtbank behandeld.

Beslissing

De rechtbank verklaart haar uitspraak van 8 januari 2026 vervallen.

Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen-Telman, rechter, in aanwezigheid van, A.W. Landman, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.