Uitspraak · Verbintenissenrecht

Rechtbank Den Haag, 8 april 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:8040Zaaknummer C/09/688298 / HA ZA 25-606

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
8 april 2026
Publicatiedatum
8 april 2026
Zaaknummer
C/09/688298 / HA ZA 25-606
Rechtsgebied
Civiel recht, Burgerlijk procesrecht, Civiel recht, Verbintenissenrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Gedaagde in de hoofdzaak heeft haar voormalige advocaat in vrijwaring opgeroepen. Voor zover de vordering van de eiser in de hoofdzaak wordt toegewezen, wenst eiseres in de vrijwaring haar schade te verhalen op haar voormalige advocaat. Zij legt daaraan ten grondslag dat haar voormalige advocaat is tekortgeschoten in zijn zorgplicht als advocaat, omdat hij haar er niet voor heeft gewaarschuwd dat sprake kon zijn van schending van de waarheidsplicht en misbruik van (proces)bevoegdheid. Gedaagde in vrijwaring heeft verstek laten gaan. De rechtbank wijst de vordering in vrijwaring toe.

De rechtbank

5.1.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van datgene waartoe Loterijverlies in de hoofdzaak (met zaakkenmerk C/09/678094 / HA ZA 25-18) gehouden is te betalen aan Staatsloterij;

5.2.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van Loterijverlies van € 4.032,78 te betalen binnen 14 dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [gedaagde] € 98,00 extra aan nakosten betalen, plus de kosten van betekening, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf 14 dagen na betekening van dit vonnis tot de dag waarop de proceskosten volledig zijn betaald;

5.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. L. Kelkensberg, mr. M. Dam en mr. C.J-A. Seinen en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2026.

Type: 3457

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 De procedure
  2. 2 Achtergrond van de hoofdzaak
  3. 3 Achtergrond van de vrijwaringszaak
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK Den Haag

Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/688298 / HA ZA 25-606

Vonnis van 8 april 2026

in de vrijwaringszaak van

LOTERIJVERLIES.NL B.V. te Guernsey,

eiseres,

advocaat: mr. N.V.C. Haneveld te Amsterdam,

tegen

[gedaagde] te [woonplaats],

gedaagde,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna Loterijverlies en [gedaagde] worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 7 juli 2025, tegen de eerste roldatum van 16 juli 2025, met producties 1 en 2;

- het tegen [gedaagde] verleende verstek;

  • het tussenvonnis van 26 november 2025 waarbij een mondelinge behandeling is bepaald;
  • de mondelinge behandeling van 29 januari 2026.
1.2.

Deze vrijwaringszaak hangt samen met de hoofdzaak met zaaknummer C/09/678094 / HA ZA 25-18 (hierna: de hoofdzaak), waarin op 29 januari 2026 eveneens een mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden.

1.3.

Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.

2 Achtergrond van de hoofdzaak

2.1.

In de hoofdzaak zaak heeft Staatsloterij B.V. (hierna: Staatsloterij) vergoeding van Loterijverlies gevorderd van de werkelijke proceskosten en interne kosten die zij heeft moeten maken in de collectieve schadevergoedingsactie die Loterijverlies tegen haar heeft aangespannen. In die collectieve schadevergoedingsactie hebben deze rechtbank op 13 december 2017 en het hof Den Haag op 8 oktober 2019 geoordeeld dat Loterijverlies de waarheidsplicht heeft geschonden en misbruik heeft gemaakt van haar (proces)bevoegdheid.

2.2.

In de hoofdzaak heeft de rechtbank de vordering van Staatsloterij toegewezen tot een bedrag van € 601.175,- en Loterijverlies veroordeeld in de proceskosten.

3 Achtergrond van de vrijwaringszaak

3.1.

Loterijverlies heeft [gedaagde] in vrijwaring opgeroepen. Voor zover de vordering van Staatsloterij wordt toegewezen, wenst Loterijverlies de schade te verhalen op [gedaagde]. Loterijverlies legt daaraan ten grondslag dat [gedaagde] is tekortgeschoten in zijn zorgplicht als advocaat, omdat hij haar er niet voor heeft gewaarschuwd dat sprake kon zijn van schending van de waarheidsplicht en misbruik van (proces)bevoegdheid.

4 De beoordeling

4.1.

Loterijverlies heeft de vorderingen ingesteld zoals opgenomen in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. Tegen [gedaagde] is verstek verleend. De vorderingen van Loterijverlies zijn daarom toewijsbaar, tenzij deze de rechtbank ongegrond of onrechtmatig voorkomen. Daarbij zal de rechtbank haar beslissing baseren op de bij dagvaarding gestelde feiten, omdat deze niet weersproken zijn. Gelet hierop oordeelt de rechtbank als volgt.

4.2.

Het gevorderde komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor. Daarom zal het gevorderde worden toegewezen zoals uitgewerkt in de beslissing.

4.3.

Gedaagde zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten worden veroordeeld. De proceskosten aan de zijde van eiseres worden begroot op:

- dagvaarding € 120,78

- salaris advocaat € 3.723,00 (1 punt × Tarief VII)

- nakosten € 189,00 (met de in de beslissing genoemde eventuele verhoging)

totaal € 4.032,78

4.4.

De over de proceskosten gevorderde rente zal worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing opgenomen.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van datgene waartoe Loterijverlies in de hoofdzaak (met zaakkenmerk C/09/678094 / HA ZA 25-18) gehouden is te betalen aan Staatsloterij;

5.2.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van Loterijverlies van € 4.032,78 te betalen binnen 14 dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [gedaagde] € 98,00 extra aan nakosten betalen, plus de kosten van betekening, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf 14 dagen na betekening van dit vonnis tot de dag waarop de proceskosten volledig zijn betaald;

5.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. L. Kelkensberg, mr. M. Dam en mr. C.J-A. Seinen en in het openbaar uitgesproken op 8 april 2026.

Type: 3457

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.