Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 20 januari 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:779Zaaknummer NL25.41228

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
20 januari 2026
Publicatiedatum
20 januari 2026
Zaaknummer
NL25.41228
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Vereenvoudigde behandeling
Zittingsplaats
Groningen
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

bnt, asiel, dubbel beroep, n-o.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen-Telman, rechter, in aanwezigheid van

A.S. van der Veen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Inleiding
  2. Beoordeling door de rechtbank
  3. Conclusie en gevolgen
  4. Beslissing
  5. Bent u het niet eens met deze uitspraak?

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.41228

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,

V-nummer: [nummer],

(gemachtigde: mr. J.M.M. Heilbron),

en

de minister van Asiel en Migratie.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het beroep van 28 augustus 2025 dat eiser heeft ingediend, omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvraag van

3 oktober 2023.

1.1.

De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en heeft

gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Partijen hebben daarna niet om een zitting gevraagd. De rechtbank heeft het beroep daarom niet op zitting behandeld en sluit hierbij het onderzoek.[_64a31e31-1c77-45e7-ba50-c7e3657accd6]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank dient ambtshalve te beoordelen of eiser procesbelang heeft bij een beoordeling van dit beroep. Naar het oordeel van de rechtbank ontbreekt dit procesbelang.

3. Eiser heeft op 7 juli 2025 beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag (NL25.30041). Hangende die procedure heeft eiser op 28 augustus 2025 onderhavig beroep ingesteld.

4. Deze rechtbank heeft op 2 oktober 2025 uitspraak gedaan in het eerste beroep

en dat gegrond verklaard. Voor zover hier van belang, is de minister opgedragen om binnen vier weken na de dag van het bekendmaken van die uitspraak alsnog een besluit op de aanvraag bekend te maken.

5. Ten tijde van het instellen van dit beroep liep er dus nog een eerste beroep wegens het niet tijdig beslissen op de aanvraag van 3 oktober 2023. Aangezien de rechtbank niet twee keer kan beslissen op een beroep gericht tegen hetzelfde niet tijdig nemen van een besluit dat hetzelfde doel dient, heeft eiser geen belang met zijn tweede beroep.

Conclusie en gevolgen

6. Gelet op het voorgaande is het onderhavige beroep van eiser tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk.

7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen-Telman, rechter, in aanwezigheid van

A.S. van der Veen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.