Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Den Haag, 3 maart 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:7712Zaaknummer C/09/679546 / FA RK 25-750
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 3 maart 2026
- Publicatiedatum
- 14 april 2026
- Zaaknummer
- C/09/679546 / FA RK 25-750
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Overeenstemming voorafgaand aan de zitting over wijziging partneralimentatie. vaststellingsovereenkomst.
Beslissing
De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van 10 april 2014 met het echtscheidingsconvenant van 10 januari 2014 – :
neemt op de door partijen getroffen onderlinge regelingen, zoals neergelegd in de (in kopie) aan deze beschikking gehechte vaststellingsovereenkomst;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
| Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Boone, rechter, bijgestaan door mr. S.A.L. Niemantsverdriet als griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 6 maart 2026. |
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-750
Zaaknummer: C/09/679546
Datum beschikking: 6 maart 2026
Alimentatie
Beschikking op het op 31 januari 2025 ingekomen verzoek van:
[de man],
de man,
wonende op een voor de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A.A.G. Balkenende in Katwijk.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vrouw],
de vrouw,
wonende op een voor de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M. Groenhart-Meerzorg in Leiderdorp.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift;
- het F9-formulier van 11 februari 2025, met bijlagen, van de man;
- het verweerschrift;
- het F9-formulier van 10 maart 2025, met bijlagen, van de vrouw;
- het F9-formulier van 17 april 2025, met bijlagen, van de man;
- het F9-formulier van 29 januari 2026, met bijlagen, van de man;
- het F9-formulier van 2 februari 2026, met bijlagen, van de vrouw.
De op 16 februari 2026 geplande behandeling ter zitting heeft niet plaatsgevonden vanwege de tussen partijen bereikte overeenstemming.
Feiten
- Partijen zijn gehuwd geweest van [datum 1] 1991 tot [datum 2] 2014.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 10 april 2014 is – voor zover hier van belang - bepaald dat het aangehechte echtscheidingsconvenant onderdeel uitmaakt van de beschikking. Hierin is vastgelegd dat de man aan de vrouw zal bijdragen in het levensonderhoud van de vrouw met een bedrag van € 210,40 per maand, welk bedrag bij vooruitbetaling maandelijks aan haar zal worden voldaan. Ook is afzonderlijk in deze beschikking bepaald dat de man € 210,40 bruto per maand dient te betalen aan de vrouw als uitkering tot levensonderhoud, met ingang van de dag van inschrijving van de beschikking tot echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen.
Verzoek en verweer
Gelet op de tussen partijen bereikte overeenstemming trekt de man zijn oorspronkelijke
verzoeken in en verzoekt hij thans – met wijziging van de beschikking van 10 april 2014
met het aangehechte echtscheidingsconvenant van 10 januari 2014 – :
- de door de man aan de vrouw te betalen maandelijkse bijdrage in de kosten van levensonderhoud met ingang van 1 januari 2025 op nihil te stellen;
- de man te veroordelen om aan de vrouw te betalen in verband met de nog niet betaalde bijdragen in de kosten van levensonderhoud over de periode tot en met december 2024 een bedrag van €1.000,- ineens;
- de tussen partijen bij overeenkomst van 27 januari 2026 getroffen regeling aan te hechten in de te wijzen beschikking en de inhoud hiervan als in de beschikking opgenomen te beschouwen,
uitvoerbaar bij voorraad.
De vrouw stemt in met de verzoeken van de man en verzoekt zelfstandig om een beschikking te wijzen.
Beoordeling
Partijen zijn in de loop van de procedure tot overeenstemming gekomen en hebben beiden verzocht de door hen getroffen onderlinge regeling, vastgelegd in de door de man overgelegde vaststellingsovereenkomst, in een beschikking op te nemen. De rechtbank zal dit verzoek als op de wet gegrond toewijzen.
De man heeft eveneens afzonderlijk verzocht om de door de man aan de vrouw te betalen partneralimentatie per 1 januari 2025 op nihil te stellen, en om te bepalen dat de man in verband met de tot en met december 2024 verschuldigde onderhoudsbijdragen aan de vrouw een bedrag van € 1.000,- betaalt. Partijen hebben daarover in de vaststellingsovereenkomst een afspraak vastgelegd. Aangezien de rechtbank de vaststellingsovereenkomst zal opnemen in de beschikking, zal zij de afzonderlijke verzoeken wegens gebrek aan belang afwijzen.
Beslissing
De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van 10 april 2014 met het echtscheidingsconvenant van 10 januari 2014 – :
neemt op de door partijen getroffen onderlinge regelingen, zoals neergelegd in de (in kopie) aan deze beschikking gehechte vaststellingsovereenkomst;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
| Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Boone, rechter, bijgestaan door mr. S.A.L. Niemantsverdriet als griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 6 maart 2026. |
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.