Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 13 maart 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:7265Zaaknummer AWB 24/16295

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
13 maart 2026
Publicatiedatum
31 maart 2026
Zaaknummer
AWB 24/16295
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zittingsplaats
Utrecht
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

8:54, geen beroep, voorlopige voorziening niet connex.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van

mr. N.R. Hoogenberk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

13 maart 2026.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [verzoeker] , V-nummer [V-nummer] , verzoeker
  2. Inleiding
  3. Overwegingen
  4. Conclusie en gevolgen
  5. Beslissing
  6. Rechtsmiddel

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: AWB 24/16295

uitspraak van de voorzieningenrechter van 13 maart 2026 in de zaak van

[verzoeker] , V-nummer [V-nummer] , verzoeker

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Inleiding

1. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen verweerders besluit van 30 september 2024 waarbij zijn aanvraag om een verblijfsvergunning regulier met als doel ‘arbeid als zelfstandige’ niet in behandeling is genomen. Het besluit behelst tevens een terugkeerbesluit.

2. Verzoeker heeft een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingediend omdat het terugkeerbesluit directe en ingrijpende gevolgen voor hem heeft.

3. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening. Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting.[_e632969b-1b58-4db2-bf39-02b08db35535] De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.

Overwegingen

4. Alleen als er een bezwaar- of beroepsprocedure loopt kan een verzoek om een voorlopige voorziening worden toegewezen.

5. Op 19 december 2024 heeft verweerder het bezwaar van verzoeker tegen zijn besluit van 30 september 2024 ongegrond verklaard. Verzoeker heeft daartegen geen beroep ingesteld. Daardoor is er niet langer sprake van de vereiste connexiteit.[_21c2d578-2327-4135-91e1-15930c011368]

Conclusie en gevolgen

6. Het verzoek om voorlopige voorziening is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van

mr. N.R. Hoogenberk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op

13 maart 2026.

griffier voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.