Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 16 maart 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:7243Zaaknummer NL25.42131

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
16 maart 2026
Publicatiedatum
31 maart 2026
Zaaknummer
NL25.42131
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Rotterdam
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

richtlijn tijdelijke bescherming, artikel 11, geen tijdelijke bescherming in een EU-lidstaat, kennelijk ongegrond

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep kennelijk ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Oonincx, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Duijf, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eiser], V-nummer: [nummer], eiser
  2. Procesverloop
  3. Beoordeling door de rechtbank
  4. Conclusie en gevolgen
  5. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.42131

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [nummer], eiser

(gemachtigde: mr. A. Simicevic),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

1.1.

Eiser heeft verweerder verzocht om vast te stellen dat hij verblijfsrecht (tijdelijke bescherming) op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB)[_e41d31c6-f40a-49ee-a177-a2c8a1faf639] heeft.

1.2.

Verweerder heeft bij besluit van 20 mei 2025 vastgesteld dat eiser niet onder de RTB valt en daarom niet in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming op grond van de RTB. Eiser heeft hiertegen bezwaar ingesteld. Met het bestreden besluit van 28 augustus 2025 op het bezwaar van eiser is verweerder bij het besluit van 20 mei 2025 gebleven.

1.3.

Omdat het beroep kennelijk ongegrond is, doet de rechtbank op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Beoordeling door de rechtbank

2. Eiser stelt zich op het standpunt dat artikel 11 van de RTB buiten toepassing is gesteld in paragraaf 15 van het Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 en dat er daarom geen reden is om hem tijdelijke bescherming te onthouden.

2.1.

Tussen partijen staat vast dat eiser geen tijdelijke bescherming in een EU lidstaat geniet. Om die reden is artikel 11 van de RTB zoals verweerder in het bestreden besluit uiteengezet heeft, niet relevant voor de situatie van eiser.

2.2.

De rechtbank stelt vervolgens vast dat eiser geen inhoudelijke gronden heeft aangevoerd tegen het standpunt van verweerder dat eiser niet voldoet aan de voorwaarden van de RTB om in aanmerking te komen voor tijdelijke bescherming. Verweerder wijst er in het bestreden besluit bovendien terecht op dat de enkele omstandigheid dat eiser bescherming in Nederland heeft aangevraagd en hij geen tijdelijke bescherming geniet in een andere lidstaat, geen reden is om eiser tijdelijke bescherming te verlenen. Dit maakt immers niet dat eiser voldoet aan de voorwaarden voor tijdelijke bescherming.

2.3.

De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

3. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Voor een vergoeding van de proceskosten bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep kennelijk ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Oonincx, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Duijf, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.