Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 23 maart 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:6240Zaaknummer NL25.56672
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 23 maart 2026
- Publicatiedatum
- 23 maart 2026
- Zaaknummer
- NL25.56672
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Voorlopige voorziening
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Afwijzing verzoek om een voorlopige voorziening, omdat is beslist op het samenhangende beroep (ECLI:NL:RBDHA:2026:6233). Proceskostenvergoeding wegens gegrond beroep.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 934,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen - Telman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.J. van Bruggen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt en openbaar gemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.56672
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam], verzoeker,
V-nummer: [nummer],
mede namens zijn minderjarige kind:
[naam 2],
V-nummer: [nummer 2]
(gemachtigde: mr. U.H. Hansma),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: mr. I. van Es).
Procesverloop
1. Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend. De minister heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 13 november 2025 niet-ontvankelijk verklaard, op grond van protocol nr. 24 inzake Asiel voor Onderdanen van Lidstaten van de Europese Unie. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld[_ed7ae3d0-fbb3-41ec-8a50-99fef3714d9e] en heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 4 maart 2026 op zitting behandeld, samen met het beroep van verzoeker. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, zijn gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het samenhangende beroep van verzoeker, en dat beroep gegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Omdat het samenhangende beroep gegrond is verklaard, krijgt verzoeker vergoeding van zijn proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 934,- (1 punt voor het verzoekschrift, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1). Voor het verschijnen ter zitting is in de uitspraak op het beroep al een punt toegekend.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 934,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen - Telman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.J. van Bruggen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt en openbaar gemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.