Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Den Haag, 19 februari 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:6149Zaaknummer C/09/699615 / FA RK 26-1504
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 19 februari 2026
- Publicatiedatum
- 2 april 2026
- Zaaknummer
- C/09/699615 / FA RK 26-1504
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Wvggz. VCM toegewezen voor twee weken. Verplichte zorg voor noodmedicatie en 'holding' bij oplopende spanning.
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 2005 te [geboorteplaats],
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 5 maart 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.
| Deze beschikking is gegeven door mr. H.J.M. Bellekom, rechter, bijgestaan door K.S. Versteegen als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 19 februari 2026. |
| De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 5 maart 2026. |
| Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open. |
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/699615 / FA RK 26-1504
Datum beschikking: 19 februari 2026
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Beschikking naar aanleiding van het op 16 februari 2026 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 2005 te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats],
thans verblijvende in de accommodatie [accommodatie], te [plaats],
advocaat: mr. R. Shahbazi te Den Haag.
Procesverloop
Bij verzoekschrift heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 13 februari 2026 genomen crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Leidschendam-Voorburg tot het nemen van de crisismaatregel;
- een op 13 februari 2026 ondertekende medische verklaring van [naam 1], psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een brief van de officier van justitie van 16 februari 2026, waaruit blijkt dat er ten aanzien van betrokkene geen recente politiemutaties zijn en betrokkene geen justitiële documentatie heeft.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 19 februari 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- de arts, mevrouw [naam 2];
- de moeder van betrokkene, mevrouw [naam 3].
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.
Standpunten ter zitting
Betrokkene heeft ter zitting naar voren gebracht dat het niet goed gaat met haar. Zij wil dan ook langer opgenomen blijven. Daarbij begrijpt zij dat er een crisismaatregel is aangevraagd voor het toedienen van de medicatie. De advocaat heeft daarom namens betrokkene verzocht om afwijzing van alle vormen van verplichte zorg, op het toedienen van medicatie en het verrichten van medische controles na.
De arts heeft ter zitting verklaard dat voortzetting van de crisismaatregel noodzakelijk is, maar slechts voor de duur van de klinische behandeling. De spanning kan bij betrokkene zo oplopen dat zij uit contact raakt. Verplicht ingrijpen middel intramusculaire noodmedicatie en ‘holding’ is dan nodig om de spanning te verminderen. Deze zorg valt onder het toedienen van medicatie en het beperken van de bewegingsvrijheid. Een langdurige opname is echter niet helpend. Het is wel belangrijk dat betrokkene goede nazorg krijgt, zodat zij thuis niet terugvalt. De verwachting is dat deze nazorg via het wijkteam en IBT binnen twee weken goed is geregeld, waarna betrokkene met ontslag naar huis kan.
De moeder van betrokkene heeft ter zitting aangegeven dat zij is geschrokken van de mededeling dat het ontslag over twee weken staat gepland. Dit zijn andere afspraken dan wat er eerder is besproken met hen. De ervaring is dat betrokkene na ontslag op lange wachtlijsten komt te staan voor hulp en vervolgens overbruggingszorg krijgt, waarna ze weer achteruit gaat. Het komt over op de moeder alsof zij dit na ontslag zelf moeten gaan oplossen.
Beoordeling
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel.
Betrokkene is bekend met automutilatie en suïcidaliteit. Ook bonkt zij excessief met haar hoofd. Het lukt haar niet grip te houden op oplopende spanning, wat resulteert in hoofdbonken.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit psychische stoornissen, te weten een depressieve stoornis, een persoonlijkheidsstoornis en trauma. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De rechtbank is van oordeel dat, anders dan de in de crisismaatregel genoemde zorg, de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden, te weten:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid.
Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Hoewel betrokkene in beginsel meewerkt aan de behandeling en de opname op vrijwillige basis accepteert, toont zij bij oplopende spanning veel verbaal en fysiek verzet tegen de aangeboden hulp. Hierdoor is het verplicht toedienen van noodmedicatie en het fysiek vasthouden, ook wel ‘holding’ genoemd, noodzakelijk. Nu niet is gebleken dat betrokkene zich heeft verzet tegen andere vormen van zorg, zit de rechtbank geen aanleiding de overige verzochte vormen van verplichte zorg toe te wijzen.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend. De geldigheidsduur van de machtiging zal daarbij worden beperkt tot twee weken, vanwege het voorgenomen ontslag van betrokkene binnen deze periode.
De rechtbank merkt ten overvloede op dat de zorgen van moeder begrijpelijk zijn, gelet op de grote zorgen over betrokkene en haar uitgebreide behandelvoorgeschiedenis. Daarbij gaat de rechtbank er vanuit dat, zoals in de medische verklaring staat beschreven, de komende twee weken zullen worden gebruikt om een zorgvuldig autonomie bevorderend beleid af te stemmen met betrokkene en haar moeder, met het oog op herstel op lange termijn. Goede en heldere afspraken blijken daarbij belangrijk, alleen al om zo veel mogelijk te voorkomen dat de spanningen bij betrokkene weer oplopen en het ernstig nadeel zich weer voordoet.
Beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 2005 te [geboorteplaats],
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 5 maart 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.
| Deze beschikking is gegeven door mr. H.J.M. Bellekom, rechter, bijgestaan door K.S. Versteegen als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 19 februari 2026. |
| De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 5 maart 2026. |
| Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open. |
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.