Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 5 februari 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:4640Zaaknummer C/09/698689 / FA RK 26-942

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
5 februari 2026
Publicatiedatum
18 maart 2026
Zaaknummer
C/09/698689 / FA RK 26-942
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Wvggz - afwijzing voortzetting van de crisismaatregel. Verzet bij betrokkene is afgenomen.

De rechtbank:

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.F. Baaij, rechter, bijgestaan door P.S.R. Nieman als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 5 februari 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 11 februari 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Afwijzing machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
  2. Procesverloop
  3. Standpunten ter zitting
  4. Beoordeling
  5. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaak-/rekestnr.: C/09/698689 / FA RK 26-942

Datum beschikking: 5 februari 2026

Afwijzing machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

Beschikking naar aanleiding van het op 2 februari 2026 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene],

hierna te noemen: betrokkene,

geboren op [geboortedatum] 2007 te [geboorteplaats], [land],

wonende te [woonplaats],

thans verblijvende in de accommodatie [accommodatie] te [plaats],

advocaat: mr. D.G.M. van den Hoogen te Leiden.

Procesverloop

Bij verzoekschrift heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 31 januari 2026 genomen crisismaatregel.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Den Haag tot het nemen van de crisismaatregel;
  • een op 31 januari 2026 ondertekende medische verklaring van [naam 1], psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;

- een afschrift van de politiemutaties;

- een brief van de officier van justitie van 2 februari 2026, waaruit blijkt dat betrokkene geen justitiële documentatie heeft.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 5 februari 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:

- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat en ondersteund door de tolk Engels, M. van Kaam;

- de arts, [naam 2];

- de moeder van betrokkene.

Standpunten ter zitting

Betrokkene heeft aangegeven dat zij bij opname erg in de war was. Als internationale student moet zij aan hoge eisen voldoen en dit zorgde voor de nodige stress. Sinds de opname gaat het beter met haar. Betrokkene heeft geen nare gedachtes meer. Wanneer zij met ontslag mag, zal zij samen met haar moeder terugkeren naar [land] en kan zij vanaf afstand haar studie hervatten.

De advocaat bepleit afwijzing van het verzoek. Betrokkene verzet zich niet tegen de opname en behandeling. Indien betrokkene verder is gestabiliseerd kan zij bij haar moeder in Delft verblijven.

De arts heeft naar voren gebracht dat het grootste gevaar inmiddels is geweken. Betrokkene dreigde voorafgaand aan de opname suïcide te plegen en vertoonde ontremd gedrag. Inmiddels wordt betrokkene ingesteld op een antipsychoticum. Op dit moment is opname noodzakelijk om terugval te voorkomen. Betrokkene ziet zelf in dat zij behandeling nodig heeft. Voortzetting van de crisismaatregel wordt op dit moment niet noodzakelijk geacht.

Beoordeling

De rechtbank stelt vast dat er niet is voldaan aan de vereisten voor het voorzetten van de crisismaatregel en komt daarom tot een afwijzing van het verzoek.

Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat de situatie van betrokkene is gestabiliseerd. Betrokkene werkt vrijwillig mee aan de behandeling en neemt haar medicatie in. Betrokkene staat goed in contact met haar behandelaren. Gelet op voorgaande is de rechtbank van oordeel dat geen sprake is van verzet bij betrokkene en dat er mogelijkheden zijn voor zorg op basis van vrijwilligheid.

Beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.F. Baaij, rechter, bijgestaan door P.S.R. Nieman als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 5 februari 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 11 februari 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.