Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 2 maart 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:4158Zaaknummer NL26.5908

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
2 maart 2026
Publicatiedatum
2 maart 2026
Zaaknummer
NL26.5908
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Vereenvoudigde behandeling
Zittingsplaats
Groningen
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Pkv verzoek

Beslissing

  • De rechtbank veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 467;
  • draagt de minister op het betaalde griffierecht van € 200,- aan verzoekers te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.J. van der Veen, rechter, in aanwezigheid van

A.W. Landman, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Inleiding
  2. Beoordeling door de rechtbank
  3. Conclusie en gevolgen
  4. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.5908

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam],V-nummer: [nummer],[naam],V-nummer: [nummer],[naam],V-nummer: [nummer],

gezamenlijk: verzoekers,(gemachtigde: mr. S. Cetinkaya-Ahmad),|

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekers om de minister te veroordelen in de vergoeding van de proceskosten.

1.1.

De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.[_1696c8bd-0e0a-41ab-b8b5-bf877783b507]

Beoordeling door de rechtbank

2. Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag. Vervolgens heeft de minister alsnog een besluit genomen. Verzoekers hebben daarop het beroep ingetrokken en daarbij gevraagd om de minister te veroordelen in de vergoeding van de proceskosten.[_f40d2939-f008-4c18-bfdd-30de3730793a]

3. De rechtbank stelt vast dat de minister pas na het indienen van het beroep tegen het niet tijdig beslissen alsnog een besluit heeft genomen. Daarmee is de minister aan verzoekers tegemoetgekomen. De minister dient daarom de proceskosten van verzoekers te betalen.

4. De minister heeft laten weten de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 467,- te willen vergoeden. Ook is de minister bereid om de griffiekosten te vergoeden tot een hoogte van € 200,-.

Conclusie en gevolgen

5. Het verzoek wordt toegewezen. De minister moet de door verzoekers gemaakte proceskosten vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 467,-.[_926301f2-e33b-4046-8614-afcda3c460e5]

Beslissing

  • De rechtbank veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 467;
  • draagt de minister op het betaalde griffierecht van € 200,- aan verzoekers te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. L.J. van der Veen, rechter, in aanwezigheid van

A.W. Landman, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.