Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 12 januari 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:408Zaaknummer NL25.42474

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
12 januari 2026
Publicatiedatum
12 januari 2026
Zaaknummer
NL25.42474
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Vereenvoudigde behandeling
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

bnt, asiel, n-o.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van

A.S. van der Veen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Inleiding
  2. Beoordeling door de rechtbank
  3. Conclusie en gevolgen
  4. Beslissing
  5. Bent u het niet eens met deze uitspraak?

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.42474

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiseres,

V-nummer: [nummer],

(gemachtigde: mr. F. Boone),

en

de minister van Asiel en Migratie.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het beroep van 3 september 2025 dat eiseres heeft ingediend omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvraag van 30 oktober 2023.

1.1

De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en heeft

gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Partijen hebben daarna niet om een zitting gevraagd. De rechtbank heeft het beroep daarom niet op zitting behandeld en sluit hierbij het onderzoek.[_87ab9880-f9d9-45d0-bd90-dea1c3eb16ac]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank dient ambtshalve te beoordelen of eiser procesbelang heeft bij een beoordeling van dit beroep. Naar het oordeel van de rechtbank ontbreekt dit procesbelang.

3. Eiseres heeft op 14 juli 2025 beroep ingesteld wegens het niet tijdig beslissen op haar aanvraag (NL25.31290). Vervolgens heeft zij op 3 september 2025 onderhavig beroep ingesteld. Deze rechtbank heeft op 8 januari 2026 uitspraak gedaan op het eerste beroep en dat gegrond verklaard. Voor zover hier van belang, is de minister opgedragen om binnen vier weken na de dag van het bekendmaken van die uitspraak alsnog een besluit op de aanvraag bekend te maken.

4. Aangezien de rechtbank niet twee keer kan beslissen op een beroep gericht tegen hetzelfde niet tijdig nemen van een besluit dat hetzelfde doel dient, namelijk het verzoek tot het opleggen van een beslistermijn aan de minister, heeft eiseres geen belang bij het onderhavige beroep.

Conclusie en gevolgen

5. Gelet op het voorgaande is het onderhavige beroep van eiseres tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van

A.S. van der Veen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.