Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 17 februari 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:3241Zaaknummer NL25.45624
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 17 februari 2026
- Publicatiedatum
- 19 februari 2026
- Zaaknummer
- NL25.45624
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
griffierecht is niet betaald – artikel 8:41 van de Awb – beroep niet-ontvankelijk.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.45624
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. R.C. van den Berg),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 2 september 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder eisers bezwaar tegen de afwijzing van zijn aanvraag tot afgifte van een verblijfsdocument EU/EER ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) buiten zitting uitspraak.
Overwegingen
1. Van de indiener van het beroepschrift wordt door de griffier een griffierecht geheven op grond van artikel 8:41, eerste lid, van de Awb.
2. Op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Awb wordt het beroep door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard indien het verschuldigde bedrag niet of niet tijdig is bijgeschreven of gestort, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
3. Eiser heeft bij de indiening van zijn beroepschrift verzocht om vrijstelling van het griffierecht. Bij bericht van 22 september 2025 heeft de griffier eiser verzocht om gegevens over te leggen waaruit de betalingsonmacht blijkt. Eiser heeft op dit verzoek niet gereageerd. Bij bericht van 20 oktober 2025 heeft de rechtbank daarom het beroep op betalingsonmacht afgewezen.
4. De griffier heeft bij aangetekend verzonden brief van 20 november 2025 eiser in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na de dagtekening van die brief en daarbij vermeld dat, indien het verschuldigde bedrag niet of niet tijdig wordt overgemaakt, hij het risico loopt dat zijn beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard.
5. Het griffierecht is niet binnen de gestelde termijn bijgeschreven of gestort. Verder is niet gebleken dat het verzuim verschoonbaar is. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
6. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 17 februari 2026 door mr. M.J. Schouw, rechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl..
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.