Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 28 oktober 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:31697Zaaknummer NL26.59682
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 28 oktober 2026
- Publicatiedatum
- 28 oktober 2026
- Zaaknummer
- NL26.59682
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Groningen
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 56 van de Vw. Gegrond.
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- beveelt de opheffing van de vrijheidsbeperkende maatregel met ingang van
28 oktober 2026;
- veroordeelt de minister tot het betalen van een schadevergoeding aan eiseres tot een bedrag van € 550,-
- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.868,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.J. van der Veen, rechter, in aanwezigheid van
mr. S. Strating, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open..
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.59682
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiseres
V-nummer: [v-nummer:],
(gemachtigde: mr. A.K.E. van den Heuvel),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister,
(gemachtigde: mr. L. Ploeger).
Inleiding
1. De minister heeft op 5 oktober 2026 aan eiseres een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd, zoals bedoeld in artikel 56, eerste lid van de Vw[_c293f329-4048-4324-9963-dfcdfd0aaa14] (de maatregel).
Eiseres heeft tegen de maatregel beroep ingesteld en heeft gronden ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 23 oktober 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, een tolk en de gemachtigde van de minister. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten.
Beoordeling door de rechtbank
Besluitvorming
2. De minister heeft eiseres op grond van artikel 56 van de Vw verplicht om met ingang van 7 oktober 2026 te verblijven in de gemeente Tytsjerksteradiel, waar zij zich op de vbl[_5ae1e8a4-d23a-4513-9168-f8d4f215a956] in (gezinslocatie) Burgum dient op te houden. De minister heeft overwogen dat de openbare orde de maatregel vordert. Daarbij heeft hij van belang geacht dat eiseres niet heeft voldaan aan haar plicht om Nederland uit eigen beweging te verlaten. Ook heeft de minister van belang geacht dat de asielaanvraag van eiseres niet-ontvankelijk is verklaard, omdat zij internationale bescherming geniet in Spanje. Verder beschikt eiseres niet over een vaste woon- of verblijfsplaats en heeft zij onvoldoende middelen van bestaan. Aanvullend heeft de minister overwogen dat eiseres volgens de wet geen recht meer heeft op opvang en dat zij alleen opvang kan krijgen in een vrijheidsbeperkende locatie/gezinslocatie.
3. Op grond van artikel 56, eerste lid van de Vw kan, als het belang van de openbare orde of de nationale veiligheid dit vordert, de minister de bewegingsvrijheid beperken van de vreemdeling die geen rechtmatig verblijf heeft of rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8, met uitzondering van de onderdelen b, d en e.
4. Op grond van artikel 56, tweede lid, van de Vw blijft toepassing van het eerste lid achterwege wanneer, dan wel wordt de toepassing beëindigd zodra de vreemdeling te kennen geeft Nederland te willen verlaten en hiertoe voor hem ook gelegenheid bestaat.
5. In paragraaf A5.1. van de Vc[_41e8f31a-c513-4853-aaa3-13bce851befc] staat vermeld dat, anders dan bij de oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel zoals neergelegd in de Vw, een vrijheidsbeperkende maatregel in de regel niet disproportioneel zal zijn indien deze nodig is voor de voorbereiding van het vertrek van de vreemdeling. Wel moet worden nagegaan of in de gegeven omstandigheden, de door de vreemdeling gestelde belangen zwaarder moeten wegen dan het belang van de overheid bij het beschikbaar houden van de vreemdeling voor het vertrekproces.
Wat vindt eiseres?
6. Eiseres voert aan dat de maatregel overbodig is en onvoldoende en onjuist is gemotiveerd. Zij wijst erop dat de overplaatsing en de maatregel ook haar 16-jarige dochter, die een verblijfsvergunning asiel heeft, en haar baby raken. Hoewel de asielaanvraag van de baby is afgewezen, heeft de baby rechtmatig verblijf en recht op opvang, omdat tijdig beroep is ingesteld en de uitkomst daarvan in Nederland mag worden afgewacht. Verder is van belang dat de vader van de baby, wonend in Bergen op Zoom, de Nederlandse nationaliteit heeft en dat de baby inmiddels een Nederlands paspoort heeft. Volgens eiseres is er geen risico op onderduiken, omdat zij haar kinderen niet zal verlaten. De minister heeft daarnaast ten onrechte overwogen dat zij geen bijzondere omstandigheden heeft aangevoerd, terwijl hij van de feiten op de hoogte was. Tot slot stelt eiseres dat het gezin zonder beperkende maatregelen in Farmsum had kunnen blijven en dat een meldplicht aldaar, zoals de afgelopen jaren gold, volstaat.
Beoordeling door de rechtbank
7. De rechtbank is van oordeel dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het op dit moment noodzakelijk is om aan eiseres een vrijheidsbeperkende maatregel op te leggen. De minister heeft gesteld dat de maatregel is opgelegd omdat de asielaanvraag van eiseres is afgewezen, zij daardoor geen recht meer heeft op opvang en zij alleen nog opvang kan krijgen in een vrijheidsbeperkende locatie/gezinslocatie. Volgens de minister is de maatregel proportioneel, omdat daar een aanbod van onderdak tegenover staat en van eiseres mag worden verwacht dat zij werkt aan haar vertrek naar Spanje. Met deze onderbouwing heeft de minister naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende gemotiveerd of en waarom de maatregel in dit geval en op dit moment noodzakelijk en proportioneel is. De rechtbank betrekt hierbij de specifieke omstandigheden van eiseres. Zij heeft een zoontje van nog geen jaar oud dat in Nederland is geboren, door zijn vader is erkend en over een Nederlands paspoort beschikt. Eiseres geeft hem nog borstvoeding. Door de maatregel kan eiseres de vader niet met de baby bezoeken. Daarnaast draagt eiseres zorg voor haar minderjarige dochter, aan wie een Nederlandse verblijfsvergunning asiel is verleend. Beide kinderen van eiseres verblijven dus rechtmatig in Nederland. Gelet op deze omstandigheden mocht van de minister worden verwacht dat hij uitlegt waarom in dit geval en op dit moment de noodzaak bestaat om eiseres aan een verzwaard toezicht te onderwerpen, waarbij eiseres, en automatisch ook haar kinderen, verplicht zijn om te verblijven in de vrijheidsbeperkende locatie. Dit terwijl haar kinderen in Nederland rechtmatig verblijf hebben. De minister heeft ook niet uitgelegd waarom het gezin niet gezamenlijk kan worden opgevangen zonder vrijheidsbeperkende maatregel voor eiseres. Het aanbod van onderdak is daarom geen voldoende reden om de maatregel noodzakelijk en proportioneel te achten.
Het bestreden besluit is onvoldoende gemotiveerd en voldoet niet aan de vereisten van subsidiariteit en proportionaliteit. Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit.
Conclusie en gevolgen
8. Het beroep is gegrond. De rechtbank beveelt de vrijheidsbeperkende maatregel met ingang van vandaag op te heffen.
9. De rechtbank gaat er verder vanuit dat sprake is van een beperking in de bewegingsvrijheid die immateriële schade tot gevolg heeft. Die schade is geringer dan bij een vrijheidsontnemende maatregel. Hiervan uitgaande acht de rechtbank aannemelijk dat eiseres immateriële schade heeft geleden van € 550,- (€ 25,- per dag) nu zij ten onrechte gedurende tweeëntwintig dagen, namelijk van 7 oktober 2026 tot en met 28 oktober 2026 (heden), in haar bewegingsvrijheid is beperkt. De minister moet dit bedrag aan eiseres vergoeden.
10. De rechtbank veroordeelt de minister verder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb[_5c375c87-4805-44d8-b106-3505264de146] voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.868,-.[_7c80c8be-a611-4968-9ae8-88f61a9fcad1]
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- beveelt de opheffing van de vrijheidsbeperkende maatregel met ingang van
28 oktober 2026;
- veroordeelt de minister tot het betalen van een schadevergoeding aan eiseres tot een bedrag van € 550,-
- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.868,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.J. van der Veen, rechter, in aanwezigheid van
mr. S. Strating, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open..
Voetnoten
- Vreemdelingenwet 2000.
- Vrijheidsbeperkende locatie.
- Vreemdelingencirculaire.
- Besluit proceskosten bestuursrecht.
- 1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 934,-- en een wegingsfactor 1.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.