Uitspraak · Vreemdelingenrecht

Rechtbank Den Haag, 28 oktober 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:31651Zaaknummer NL26.6145

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
28 oktober 2026
Publicatiedatum
28 oktober 2026
Zaaknummer
NL26.6145
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Groningen
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Asiel - Somalië - ongegrond - geloofwaardigheid.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van mr. K.E. Mulder, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Samenvatting
  2. Procesverloop
  3. Beoordeling door de rechtbank
  4. Conclusie en gevolgen
  5. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.6145

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,

geboren op [geboortedatum],

van Somalische nationaliteit,

V-nummer: [nummer],

(gemachtigde: mr. E.J.P. Cats),

en

de minister van Asiel en Migratie,

(gemachtigde: mr. D.J. Halbesma).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vw.[_16ca36da-336d-4410-91b6-f1f1441a222c] Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Mede aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

1.1.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 7 januari 2026 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.

2.1.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

2.2.

De rechtbank heeft het beroep op 28 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, een tolk en de gemachtigde van de minister. De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas

3. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser is afkomstig uit Somalië en woonde voor zijn vertrek ongeveer 20 jaar in Mogadishu. Eiser werkte in 2014 als chauffeur voor een verre nicht die werkzaam was voor de Halve Maan. Zij hielp bij het uitdelen van voedsel aan vluchtelingen. Tijdens dit werk werden eiser en zijn nicht slachtoffer van een aanval van Al-Shabaab waarbij eiser ernstig gewond raakte. Sindsdien is eiser deels verlamd en rolstoelafhankelijk. In maart 2024 werden eiser en zijn neef bij het verlaten van de moskee apart genomen door mensen van Al-Shabaab. De mensen van Al-Shabaab zeiden tegen eiser en zijn neef dat zij Al Shabaab moest helpen met informatie verzamelen. Dit weigerden ze beiden. Twee dagen later is eisers neef vermoord. Eiser heeft hierop besloten het land te verlaten. Na twee maanden ondergedoken te hebben gezeten bij zijn oom in Mogadishu, heeft eiser in mei 2024 Somalië verlaten. Eiser vreest bij terugkeer ook te worden vermoord door Al-Shabaab omdat hij weigerde mee te werken aan het vergaren van informatie.

Het bestreden besluit

4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:

  • De identiteit, nationaliteit en herkomst;
  • Benadering door Al-Shabaab in 2024.
4.1.

De minister vindt de identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig. De minister vindt de benadering van eiser door Al-Shabaab in 2024 niet geloofwaardig. De minister werpt eiser tegen dat zijn verklaringen over dit asielmotief geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen en dat eiser daarnaast niet in grote lijnen als geloofwaardig kan worden beschouwd. In dit verband werpt de minister eiser tegen dat uit gegevens van EU-VIS is gebleken dat aan eiser op 16 april 2024 een visum is afgegeven in Nairobi, Kenia en dat hij hier in strijd met de waarheid over heeft verklaard. Dit betreft een visum op basis van biometrische gegevens, wat betekent dat eiser op 16 april 2024 in Nairobi was. Daarnaast verklaart eiser wisselend over de inhoud van het gesprek met de leden van Al-Shabaab. De minister werpt eiser verder tegen dat hij vaag verklaart over de reden waarom hij geen contact heeft gezocht met de politie in Somalië. Het geloofwaardig geachte asielmotief maakt niet dat eiser een gegronde vrees voor vervolging heeft dan wel een reëel risico op ernstige schade loopt. De minister heeft de asielaanvraag afgewezen als ongegrond.

Zienswijze

5. Eiser verzoekt om zijn zienswijze als herhaald en ingelast te beschouwen. Hieruit kan de rechtbank echter niet afleiden waarom eiser van mening is dat het bestreden besluit onjuist is. Bovendien is de minister in het bestreden besluit ingegaan op die zienswijze. De rechtbank ziet in dit verzoek van eiser daarom geen aanleiding om het bestreden besluit te vernietigen.

Heeft de minister het ten onrechte niet geloofwaardig bevonden dat eiser in 2024 door Al-Shabaab is benaderd?

6. De rechtbank is van oordeel dat de minister terecht niet geloofwaardig heeft bevonden dat eiser is benaderd door leden van Al-Shabaab. De rechtbank overweegt dat de minister eiser terecht tegenwerpt dat uit EU-VIS is gebleken dat aan eiser een visum is verleend op basis van biometrische gegevens.[_800393d5-1527-4e88-8b8f-db4f96796e33] De enkele, in beroep gegeven, niet nader onderbouwde stelling van eiser dat de reisagent mogelijk steekpenningen heeft betaald in Kenia om met eisers vingerafdrukken het visum te verkrijgen volgt de rechtbank dan ook niet. De minister heeft verder terecht aan eiser tegengeworpen dat hij wisselend en niet consistent verklaart over het gesprek tussen hem en de leden van Al-Shabaab. Bij de eerste vragen[_16ea2a0f-affc-4e40-8008-47c16e03296b] over het gesprek heeft eiser namelijk niet verklaard dat hij en zijn neef binnen twee dagen een antwoord moesten hebben op de vraag of zij voor Al-Shabaab wilden werken, dit verklaarde eiser pas nadat de hoormedewerker vroeg naar de represailles.[_9b0f4a70-c17b-4adb-b0c9-1e0681d8781c] De rechtbank volgt eiser niet in de stelling dat dit een nadere toelichting op het gesprek is of dat hij dit tijdens het nader gehoor zo heeft bedoeld. Het gesprek met de leden van Al-Shabaab en het overlijden van eisers neef is voor eiser de directe aanleiding geweest het land te verlaten. De minister heeft dan ook van eiser mogen verwachten dat hij hier consistent over verklaart. De stelling van eiser dat de Somalische politie niet in staat is om bescherming te bieden tegen Al-Shabaab en hij zich daarom niet tot hen heeft gewend, leidt de rechtbank ook niet tot een ander oordeel. Uit het nader gehoor blijkt namelijk dat de politie bij eiser langs is geweest na het overlijden van zijn neef.[_cd95ee19-53b1-41b2-ba97-9d93790188d2] Eisers verklaring waarom hij geen contact heeft opgenomen met de politie, heeft de minister dan ook onvoldoende mogen vinden.

Conclusie en gevolgen

7. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen verblijfsvergunning krijgt. Eiser krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, rechter, in aanwezigheid van mr. K.E. Mulder, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

  1. Vreemdelingenwet 2000.
  2. Uit artikel 13, eerste lid van de Visumcode volgt dat de aanvrager in persoon moet verschijnen.
  3. Nader gehoor, p. 13.
  4. Nader gehoor, p. 16.
  5. Nader gehoor, p. 19.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.