Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 26 oktober 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:31611Zaaknummer NL25.11520
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 26 oktober 2026
- Publicatiedatum
- 28 oktober 2026
- Zaaknummer
- NL25.11520
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Gezinshereniging. 8 EVRM. De rechtbank is van oordeel dat er in het geval van eiseres wel sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid die de gebruikelijke emotionele banden overstijgen en dus beschermenswaardig familie- en gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM. Verweerder heeft de bijkomende elementen van afhankelijkheid niet in onderling samenhang beoordeeld en daarbij de emotionele band en vluchtsituatie onvoldoende kenbaar meegewogen.
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt de minister op binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 1.868,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.L. Korlaar, rechter, in aanwezigheid van mr. J.L. van Egmond, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL25.11520
V-nummer: [V-nummer]
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , geboren op [geboortedag] 1959, van Afghaanse nationaliteit, eiseres
(gemachtigde: mr. C. Ullersma),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: mr. N. Rijerkerk).
Samenvatting
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag op 8 juni 2022 om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) met als doel: verblijf als familie- of gezinslid bij [referent], dochter van eiseres (referente).
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep gegrond is. De rechtbank is – vol toetsend[_a96c34ab-e0da-450d-ad18-9f3e67fb371d] - van oordeel dat er in het geval van eiseres wel sprake is van beschermenswaardig familie- en gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM[_75e06955-568f-4dd8-a5ce-f90f7990136f]. Eiseres krijgt dus gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.
Procesverloop
2. De minister heeft met het besluit van 26 februari 2024 (het primaire besluit) de aanvraag afgewezen. Eiseres heeft bezwaar gemaakt op 22 maart 2024. Met het bestreden besluit van 10 februari 2025 is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit op 10 maart 2025 beroep ingesteld. Op 10 september 2026 heeft de minister een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft de zaak op 17 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van eiseres deelgenomen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Ook waren aanwezig referente, [referent] en M. Abdi als tolk in de Farsi taal.
Beoordeling door de rechtbank
Feiten en omstandigheden
3. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden. Eiseres is inmiddels 67 jaar oud. De man van eiseres overleed toen referente nog een baby was. De kinderen van eiseres verlieten één voor één het huis om zelf gezinnen te vormen. Alleen referente bleef bij eiseres wonen en zij vormden, vanaf 2021 een gezin, waarbij referente uiteindelijk verantwoordelijk werd voor de zorg en het levensonderhoud van eiseres. Op 21 augustus 2021 moesten eiseres en referente plotseling vanuit Afghanistan naar Iran vluchten als gevolg van de machtsovername van de Taliban. Vanwege het werk van referente als Officier van Justitie (van mei 2018 tot augustus 2021) in Kabul, vreesden zij hier beiden voor te worden vervolgd. Referente had zichzelf, via een Nederlandse kennis, op de Nederlandse evacuatielijst kunnen zetten. Uiteindelijk is zij op 16 september 2021 vanuit Teheran, Iran door Nederland geëvacueerd. Het was echter niet mogelijk om eiseres mee te nemen. Eiseres bleef alleen achter in Iran, waar ze nog steeds alleen woont. Eiseres is vanwege haar medische klachten vaak afhankelijk van buren en kennissen voor bepaalde dagelijkse handelingen, zoals het doen van boodschappen. Referente is in december 2023 voor een maand naar Iran geweest om eiseres te ondersteunen bij een bezoek aan het ziekenhuis. Een andere dochter [dochter]) is ook naar Iran gevlucht maar zij woont in de stad Qom. Vanwege strikte reisbeperkingen voor Afghaanse vluchtelingen in Iran, het feit dat [dochter] daar illegaal verblijft en de toenemende deportaties van Afghaanse vluchtelingen is het niet mogelijk dat zij naar Teheran reist om eiseres te ondersteunen. Eiseres wordt, voor zover mogelijk, financieel ondersteund door referente. Andere kinderen, zoals haar zoon in Duitsland, springen bij als referente onvoldoende geld heeft kunnen sparen om naar eiseres te sturen. Verder hebben eiseres en referente dagelijks meerdere malen contact.
Het bestreden besluit
4. De minister heeft de aanvraag van eiseres afgewezen. De minister handhaaft het standpunt dat er geen sprake is van beschermenswaardig familie- en gezinsleven,[_ccd177a3-6e3c-42ff-8422-d659c5ef77a5] op basis van het jongvolwassenenbeleid tussen eiseres en referente. Volgens de minister is referente geen jongvolwassene. De minister voert hiervoor aan dat referente op het moment van de indiening van de aanvraag (het peilmoment) 29 jaar oud was en er van haar een bepaalde mate van zelfredzaamheid mag worden verwacht. Verder stelt de minister dat er niet langer in gezinsverband wordt samengewoond. Ten slotte stelt de minister dat referente in haar eigen levensonderhoud en dat van haar moeder voorzag door haar werk bij het openbaar ministerie. Volgens de minister behoorde referente daardoor niet als jongvolwassene tot het gezin van haar moeder.
5. Verder is er volgens de minister ook geen sprake van beschermenswaardig familie- en gezinsleven op grond van bijzondere elementen van afhankelijkheid die de gebruikelijke emotionele banden overstijgen. Daarbij overweegt de minister dat de woonomstandigheden (het samenwonen) van eiseres (en referente) niet maken dat er sprake is van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie. De minister stelt verder dat eiseres niet financieel afhankelijk is van referente. Daarnaast overweegt de minister dat niet aannemelijk is gemaakt dat er sprake is van een medische afhankelijkheid tussen eiseres en referente. Tot slot stelt de minister dat de gevoelens van eiseres en het contact met referente niet de gebruikelijke emotionele banden overstijgen.
Standpunt van eiseres
6. Eiseres betoogt dat er tussen moeder en dochter wel beschermenswaardig familie- en gezinsleven bestaat op grond van artikel 8 EVRM en dat alle omstandigheden moeten worden meegenomen bij een integrale en individuele beoordeling. Die verplichting volgt uit recente uitspraken[_6e6fd718-ac7c-4114-9449-177996b0c090] van de Afdeling[_a585e402-c99b-47b1-b559-4499174a4836]. Eiseres stelt zich op het standpunt dat het jongvolwassenenbeleid wel op haar en referente van toepassing is, omdat de minister niet als vereiste mag stellen dat referente niet in haar eigen onderhoud voorziet. Eiseres betoogt verder dat de minister zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat er geen sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid. In het bestreden besluit heeft volgens eiseres geen integrale en individuele beoordeling plaatsgevonden van alle bijkomende elementen van afhankelijkheid, inclusief de emotionele band. Ten slotte voert eiseres aan dat de vluchtsituatie van eiseres en referente, de veiligheidssituatie in het land van herkomst alsook de huidige situatie in Iran een plek hadden moeten krijgen in die beoordeling. Door de vlucht vanuit Afghanistan naar Iran kwam het gezinsleven van eiseres abrupt ten einde, wat invloed heeft gehad op de mate van afhankelijkheid van eiseres op referente.
Oordeel rechtbank
Jongvolwassenenbeleid
7. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het jongvolwassenenbeleid niet van toepassing is op eiseres en referente. Uit de individuele omstandigheden van eiseres en referente kan afgeleid worden dat referente daadwerkelijk financieel onafhankelijk is. Referente is in feite het gezinshoofd. Alleen al hierom is niet aan de cumulatieve vereisten voor het jongvolwassenbeleid voldaan en behoeven de andere vereisten geen verdere bespreking.
8. De beroepsgrond slaagt niet.
Is er sprake van “more than the normal emotional ties involving further elements of dependency”?
9. Uit vaste rechtspraak van het EHRM[_40e15864-bcc4-4be3-8135-cdb2f18fca09] volgt dat de vraag of er gezinsleven bestaat tussen volwassen familieleden beoordeeld wordt aan de hand van het criterium van meer dan gebruikelijke emotionele banden, waarbij sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid. Dit is een vraag van feitelijke aard.[_978fbd6f-bc4d-443d-947d-e91a8cff0f05] De beantwoording daarvan is afhankelijk van het daadwerkelijk bestaan van hechte persoonlijke banden. Daarbij moet sprake zijn van ‘bijkomende elementen van afhankelijkheid die de gebruikelijke emotionele banden overstijgen.’[_490ce418-32dc-46ca-9c8c-15cdeb79829a] De rechtbank toetst het standpunt van de minister of sprake is van dergelijke banden en dus of er beschermingswaardig familie- of gezinsleven is, vol. De rechtbank verwijst voor een motivering van deze toetsingsmaatstaf naar de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 22 april 2025.[_a9047c0a-fef8-4a50-b8b5-c359b32e72af] Verder is het van belang dat alle feiten en omstandigheden betrokken moeten worden die relevant zijn voor de beoordeling van het familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 van het EVRM. Dat er in het verleden een bepaalde periode geen afhankelijkheid is geweest, mag niet zonder meer doorslaggevend zijn.[_c2b530df-63a2-4a3a-9040-1de98c908a9c]
10. Het recht op gezinseenheid en gezinsleven is een fundamenteel recht dat is vastgelegd in verschillende mensenrechtenverdragen. Het Vluchtelingenverdrag van 1951[_5f856d36-b3be-4a3b-923e-0639bfae659f] noemt gezinsleven en gezinshereniging niet uitdrukkelijk. Echter, de Slotakte van de conferentie waar het verdrag werd aangenomen, noemt de eenheid van het gezin (‘family unity) een essentieel recht van de vluchteling. Ze beveelt landen aan om het gezin te beschermen en te zorgen dat het bij elkaar blijft.[_5ae9b95c-5170-46ec-b7f9-37a7ad4381ca] Hoewel, de Slotakte niet juridisch bindend is, moet het wel als een gezaghebbende bron aangemerkt worden in de uitleg van het doel en de strekking van het Vluchtelingenverdrag.
11. De VN-Vluchtelingenorganisatie (UNHCR) heeft recent richtlijnen uitgebracht over internationale juridische normen voor gezinshereniging van vluchtelingen.[_772d01c6-5aea-4b9f-9301-61d923dbcd41] Hierin pleit UNHCR voor een flexibele interpretatie van het begrip gezin. Een gezin is meer dan het kerngezin. Of er sprake is van een gezin, is een feitelijke vraag. Daarvoor moet worden onderzocht of er daadwerkelijk hechte persoonlijke banden bestaan. Wat als gezin geldt, moet per geval worden beoordeeld. Er geldt een ruimere en flexibele uitleg, waarbij ook afhankelijkheid meespeelt. Iemand is afhankelijk als hij voor zijn bestaan in belangrijke mate van een familielid afhangt. Dat kan om geld gaan, maar ook om zorg, gezondheid en emotionele of sociale steun, en cultuur kan ook een rol spelen. De afhankelijkheid hoeft niet volledig te zijn: ze mag gedeeld of gedeeltelijk zijn. Daardoor kunnen ook volwassen familieleden, zoals ouders op leeftijd, onder het gezin vallen.[_4426a056-2205-4caf-9568-b3366fd1f323]
Samenwonen
12. Anders dan de minister is de rechtbank van oordeel dat samenwoning, volgens de jurisprudentie van het EHRM, wel een bijkomend element van afhankelijkheid is. Aan dit element dient, gezien de individuele omstandigheden, voldoende gewicht te worden toegekend. Niet in geschil is dat eiseres en referente met elkaar hebben samengewoond tot aan het vertrek van referente in september 2021 naar Nederland.[_26b9c12f-e64e-4b46-a162-0010faa9cfd6] Vooral in de laatste tien jaar hebben zij een hechte emotionele band opgebouwd, toen zij met elkaar een gezin vormden. Het standpunt van de minister dat samenwonen niet strikt noodzakelijk is voor eiseres,[_9b6b2e45-959b-4260-971f-d3ce93a7a856] houdt geen rekening met het feit dat eiseres in Afghanistan volledig afhankelijk was voor zorg en levensonderhoud van referente. Hoewel eiseres momenteel alleen woont, is niet meegenomen dat eiseres in Iran nog steeds afhankelijk is van ondersteuning, door derden, bij bepaalde dagelijkse activiteiten. Hieruit kan worden geconcludeerd dat samenwoning voor eiseres wel noodzakelijk is. Eiseres heeft terecht betoogd dat de minister in de besluitvorming geen rekening houdt met het feit dat de verbreking van het samenwonen noodgedwongen was, omdat eiseres en referente moesten vluchten. Dat eiseres en referente nu al lang niet meer samenwonen kan hen in feite niet worden tegengeworpen, nu dit mede het gevolg is van besluitvorming in deze procedure die aanzienlijke tijd in beslag heeft genomen.
Medische en praktische afhankelijkheid
13. De rechtbank is met eiseres van oordeel dat er tussen eiseres en referente een bepaalde mate van medische en praktische afhankelijkheid bestaat. Eiseres heeft verschillende medische aandoeningen (reuma, botontkalking) en heeft hiervoor documenten overlegd. Er is wellicht geen sprake van exclusieve afhankelijkheid, maar dit mag ook niet vereist worden.[_b33392cf-5995-47b0-a068-ed280bbaf47f] Echter lijkt de minister deze te hoge toetsingsmaatstaf wel te hanteren met de overweging dat: “niet duidelijk is waarom uw moeder, vanwege haar medische situatie afhankelijk is van u”[_1bce1b21-bd69-40c6-a7d6-22eb5ea111b3]. Uit documenten en informatie gedeeld bij de aanvraag en het onderzoek ter zitting rijst een ander beeld op. Tijdens de zitting lichtte referente toe dat haar moeder, gezien haar medische situatie, het moeilijk heeft in Teheran. In november 2023 is referente naar Iran afgereisd om eiseres te ondersteunen bij een ziekenhuisbezoek. Verder vertelde referente dat zij haar moeder ook vorig jaar heeft ondersteund bij een bezoek aan het ziekenhuis. Daarnaast wordt eiseres waar mogelijk ondersteund door buren en kennissen bij bepaalde dagelijkse activiteiten zoals het boodschappen doen. Deze incidentele ondersteuning van buren en kennissen is instabiel en kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden gezien als een duurzaam alternatief. Verder is ter zitting duidelijk geworden dat dochter Khadija die in Qom, Iran verblijft geen ondersteuning kan bieden. Vanwege de precaire situatie waarin zowel eiseres als dochter Khadija zich bevinden, als vluchtelingen met illegaal verblijf, zijn zij gehouden aan strikte reisbeperkingen voor vluchtelingen in Iran. Mochten zij zich hier niet aan houden en opgepakt worden, riskeren ze gedeporteerd te worden naar Afghanistan.[_54ffdc92-f43d-45d6-b947-52d144d7e00e]
Financiële afhankelijkheid
14. Anders dan de minister is de rechtbank van oordeel dat er tussen eiseres en referente een bepaalde mate van financiële afhankelijkheid aangenomen moet worden. Referente is haar moeder op afstand financieel blijven ondersteunen. Tijdens de zitting heeft referente toegelicht dat haar moeder, met het spaargeld, ongeveer een jaar van haar onderhoud in Teheran heeft kunnen bekostigen. Verder heeft referente verklaard een groot deel van de dwangsommen, die zij heeft gekregen van de minister voor het niet tijdig beslissen, naar haar moeder te hebben gestuurd. Ook spaart referente ongeveer € 100,- per maand van haar uitkering. Hoewel uit EHRM-jurisprudentie[_03dcce3b-0f90-4468-a47e-81e467f6592f] volgt dat financiële afhankelijkheid op zichzelf niet voldoende is, betekent dit niet dat het in zijn geheel geen rol meer speelt bij de integrale en individuele beoordeling. Verder is de rechtbank het met eiseres eens dat het tijdelijk niet kunnen verlenen van financiële steun niet mag worden tegengeworpen, nu dit het gevolg is geweest van de vluchtsituatie.[_17aa487a-ed00-40f2-9ac2-61a6e9848bda] Ook plaatst de rechtbank een kanttekening bij de overweging van de minister dat de financiële ondersteuning op afstand kan plaatsvinden, nu het sturen van geld naar Iran praktisch lastig is. Vanwege de geldende sancties kan momenteel namelijk geen geld overgemaakt worden via internationale banken, maar alleen via onofficiële geldwisselkantoren (Sarafi). Hierbij ontvangen Iraanse mensen het geld en zij geven het dan aan eiseres.
Emotionele band
15. De rechtbank overweegt dat er sprake is van een sterke emotionele band tussen eiseres en referente. Dit is tussen partijen ook niet in geschil. Anders dan de minister is de rechtbank van oordeel dat deze sterke emotionele band een belangrijke persoonlijke omstandigheid is die integraal bij de beoordeling had moeten worden betrokken. Dit is nu onvoldoende kenbaar meegenomen. Eiseres en referente hebben een lange en intensieve periode samengewoond in Afghanistan waar ze gezamenlijk een gezin vormden. Referente heeft intensief voor haar moeder gezorgd toen ze veel last had van haar reuma. Ze zorgde voor het eten, hielp haar naar de wc en met douchen en masseerde haar gewrichten als dat nodig was. Ook zijn ze gevlucht: een zeer traumatische gebeurtenis die ze samen hebben doorgemaakt. Referente vertelde dat ze zich erg verantwoordelijk voelt voor de situatie waar haar moeder nu in zit, omdat dit mede vanwege haar voormalige werk is. Ze bellen iedere dag meerdere keren en referente zoekt haar moeder op in Iran, als dit financieel mogelijk is, omdat haar moeder haar steun nog steeds nodig heeft. Dat referente inmiddels vijf jaar bezig is om haar moeder naar Nederland te halen geeft ook blijk van een sterke emotionele band en betrokkenheid.
Vluchtsituatie en veiligheidssituatie in land van herkomst
16. De rechtbank is – anders dan de minister betoogt - van oordeel dat de vluchtsituatie en de veiligheidssituatie in het land van herkomst onvoldoende kenbaar heeft betrokken in de beoordeling of er sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid. In de bestreden besluitvorming is niet terug te vinden dat deze omstandigheden integraal zijn meegenomen. De enkele vermelding in het verweerschrift dat het wel is meegewogen is onvoldoende omdat hieruit niet duidelijk volgt in welke mate dit invloed heeft gehad op de beoordeling. Uit oude en nieuwe beleidsdocumenten[_4ef164f6-a59f-479e-a814-4f66fbd5a26d] blijkt overigens dat de vluchtsituatie en de veiligheidssituatie in het land van herkomst wel degelijk een rol van betekenis spelen bij de beoordeling of er sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid. In dit specifieke geval hebben de vluchtsituatie, alsook de veiligheidssituatie invloed op de vraag hoe de bijkomende elementen van afhankelijkheid moeten worden beoordeeld. Het feit dat eiseres en referente moesten vluchten uit Afghanistan naar Iran is geen eigen keuze geweest en heeft direct effect gehad op het samenwonen, de financiële afhankelijkheid, de medische en praktische afhankelijkheid en hun emotionele band.
Integrale en individuele beoordeling van bijkomende elementen van afhankelijkheid
17. Met eiseres is de rechtbank van oordeel dat de minister in haar geval geen individuele en integrale beoordeling heeft gemaakt. In de besluitvorming zijn de elementen los van elkaar beoordeeld en is bij geen enkel van de elementen ook maar een bepaalde mate van afhankelijkheid vastgesteld, omdat de minister een disproportionele toetsingsmaatstaf van extreme en/of exclusieve afhankelijkheid heeft gehanteerd die volgens EHRM-jurisprudentie niet vereist mag worden.[_e67b9b78-261a-45d4-9c49-6200ab5d5b0a] Ook is de rechtbank het met eiseres eens dat de minister andere omstandigheden zoals de emotionele band en vluchtsituatie niet betrokken heeft in de integrale en individuele beoordeling.
Bij de integrale en individuele beoordeling is het belangrijk dat niet elk element apart wordt beoordeeld, maar dat alle elementen en omstandigheden in onderling verband en samenhang worden bekeken. Bij een dergelijke beoordeling is het belangrijk dat ook relevante persoonlijke omstandigheden worden meegenomen, zodat een persoonlijke afweging kan worden gemaakt. Een integrale en individuele beoordeling biedt de minister de mogelijkheid om maatwerk te verrichten.
18. Anders dan de minister is de rechtbank van oordeel dat, gelet op hetgeen hierboven is overwogen en alle feiten en omstandigheden in onderling verband en samenhang afgewogen, er sprake is van bijkomende elementen van afhankelijkheid die de gebruikelijke emotionele banden overstijgen.
19. De beroepsgrond slaagt
Hoorplicht
20. Eiseres betoogt dat van horen niet kon worden afgezien. Van een kennelijk ongegrond bezwaar is volgens haar geen sprake. Zij betoogt dat horen volgens de Afdeling deel van het onderzoek naar gezinsleven kan en dient te zijn.
Uit rechtspraak van de Afdeling[_2aed3bca-d57e-4f91-ad12-71d8115b1b17] en werkinstructie 2022/20[_5ad19bbc-c743-4bea-9ac9-7dc914ada011] blijkt dat horen in bezwaar het uitgangspunt is en dat de minister terughoudend moet omgaan met uitzonderingen op de hoorplicht. Horen ligt in de rede als de beslissing sterk afhankelijk is van de omstandigheden van het geval en als er sprake is van een besluit waarbij een individuele belangenafweging moet worden gemaakt. Daaronder valt de beoordeling of er sprake is van familie- of gezinsleven tussen eiseres en referente.
Gelet op de in de aanvraag en bezwaar overgelegde documenten en verklaringen, aangevuld met hetgeen referente hierover op zitting heeft verklaard, hebben eiseres en referente voldoende inspanningen verricht om de gevraagde informatie aan te leveren. De minister kan dan ook niet worden gevolgd in zijn standpunt dat uit de beoordeling van het bezwaarschrift al volgt dat het bezwaar kennelijk ongegrond is en dat een hoorzitting niet tot een andere uitkomst zou kunnen leiden. Gelet op het feit dat de beoordeling in sterke mate afhankelijk is van de omstandigheden van het geval is de rechtbank van oordeel dat de minister eiseres en referente hadden moeten horen.
De beroepsgrond slaagt.
Belangenafweging
21. Ten overvloede wil de rechtbank de minister enkele handvatten meegeven voor een te maken belangenafweging:
De minister heeft in het eerste besluit een belangenafweging gemaakt die in het nadeel van eiseres uitvalt. De minister stelt daarin dat de belangen van de Nederlandse staat zwaarder wegen dan het uitoefenen van familie- en gezinsleven tussen eiseres en referente in Nederland.
De rechtbank wil meegeven dat in een nieuw te maken belangenafweging aandacht gegeven moet worden aan het bestaan van beschermenswaardig familie- en gezinsleven.
Verder wil de rechtbank wat betreft het economisch belang meegeven dat, eiseres bij referente in Harderwijk kan wonen, waardoor ontbreken van huisvesting als onderdeel van het economisch belang niet kan worden tegengeworpen[_912507c9-e6c2-49b8-8d6e-ef7336f469e4]. Ook kan het potentieel van referente op de arbeidsmarkt worden meegenomen. Referente spreekt inmiddels goed Nederlands en is momenteel bezig met een studie. Met de ambitie en motivatie die zij toont is de verwachting dat zij snel zal intreden op de arbeidsmarkt. Wat betreft eventuele medische kosten kan alvast de nuance meegegeven worden dat eiseres weliswaar enige medische aandoeningen heeft, maar referente altijd de mantelzorg op zich heeft genomen voor haar moeder naast een full-time baan in Kabul.
Conclusie en gevolgen
22. Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit. Eiseres krijgt gelijk. De rechtbank ziet geen aanleiding de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten, een bestuurlijke lus toe te passen of zelf in de zaak te voorzien. De minister zal een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak. Omdat geoordeeld is dat sprake is van beschermenswaardig familie– en gezinsleven zal de minister in het nieuw te nemen besluit een belangenafweging dienen te maken. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van acht weken.
23. De rechtbank veroordeelt de minister in de door eisers gemaakte proceskosten. Deze stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1). Er hoeft geen griffierecht te worden vergoed.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt de minister op binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 1.868,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.L. Korlaar, rechter, in aanwezigheid van mr. J.L. van Egmond, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Voetnoten
- Voor de motivering van de volle toets verwijst de rechtbank naar haar uitspraken van 19 juni 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:9656 en 22 april 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:9087
- Het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM).
- Als bedoeld in artikel 8 van het EVRM.
- Uitspraken van 29 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2145 en ECLI:NL:RVS:2024:2146 en de uitspraak van 27 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1188.
- De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling).
- Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
- Arrest van het EHRM van 17 april 2012, Kopf en Liberda tegen Oostenrijk, ECLI:CE:ECHR:2012:0117JUD000159806.
- Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 27 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1188.
- ECLI:NL:RBDHA:2025:9087, zie de overwegingen 9.7, 9.8 en 9.9.
- Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 20 november 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4630.
- Verdrag betreffende de status van vluchtelingen (Vluchtelingenverdrag)
- UN General Assembly, Final Act of the United Nations Conference of Plenipotentiaries on the Status of Refugees and Stateless Persons, A/CONF.2/108/Rev.1, UN Conference of Plenipotentiaries on the Status of Refugees and Stateless Persons, 25 July 1951, https://www.refworld.org/legal/leghist/cpsrsp/1951/89635.
- UN High Commissioner for Refugees (UNHCR), UNHCR Guidelines on international legal standards relating to family reunification for refugees and other beneficiaries of international protection, December 2024, https://www.refworld.org/policy/legalguidance/unhcr/2024/149243.
- Idem. summary of paragraphs 7-14.
- Zie verweerschrift van de minister, p. 2.
- Zie besluit 26 februari 2024, p. 5.
- EHRM, 4470/21, Martinez Alvarado vs. Nederland, 10 december 2024
- Zie besluit van 26 februari 2024, p. 5.
- UNHCR Dataportal Afghan Situation: 493,300 deportaties van Afghaanse vluchtelingen naar Iran, van 1 januari 2026 - 3 oktober 2026.
- EHRM, 4470/21, Martinez Alvarado vs. Nederland, 10 december 2024
- Eiseres verwijst hier naar XC tegen Duitsland van 1 augustus 2022, C-279/20.
- WI 2026/6 Richtlijnen voor de toepassing van artikel 8 EVRM en IB 2022/80 meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie en 8 EVRM.
- EHRM, 4470/21, Martinez Alvarado vs. Nederland, 10 december 2024
- Zie de uitspraak van 6 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1918
- Horen en mandatering in bezwaar.
- ECLI:NL:RVS:2026:3048
Wetsartikelen in deze uitspraak
Deze uitspraak verwijst naar
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.