Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 21 oktober 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:31593Zaaknummer NL25.44251
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 21 oktober 2026
- Publicatiedatum
- 28 oktober 2026
- Zaaknummer
- NL25.44251
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Zwolle
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Beroep tegen afwijzing asielaanvraag. De ontstane problemen na de inval van de autoriteiten in de woning van eiser en de gedwongen rekrutering zijn ongeloofwaardig. Daarnaast heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij een gegronde vrees voor vervolging heeft of een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM. Beroep ongegrond.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.M. Weeda, rechter, in aanwezigheid van mr.M.L. Tijssen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.44251
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser
(gemachtigde: mr. M. Rasul),
en
de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. P.M.W. Jans).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vw[_1fa0ac58-1244-46cf-8cbc-ad8eafe5ca73]. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. De ontstane problemen na de inval van de autoriteiten in de woning van eiser en de gedwongen rekrutering zijn namelijk ongeloofwaardig. Daarnaast heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij een gegronde vrees voor vervolging heeft of een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Hij stelt van Ethiopische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 2005. De minister heeft met het bestreden besluit van 19 augustus 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond. Op 14 april 2026 heeft de minister een aanvullend besluit genomen over de foutief gebruikte geboortedatum.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De minister heeft op 26 en 31 maart 2026 en 25 augustus 2026 op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 3 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, mr. M. Pater als waarnemer van de gemachtigde van eiser, H. Alemayehu als tolk en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de rechtbank
Wat is het asielrelaas van eiser?
3. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser heeft sympathie voor de politieke partij OLF[_40fbac73-fcbb-4912-a073-34d80cd8b601]. De oom van eiser is lid van de OLF en werd gezocht door de autoriteiten. De politie heeft daarom een inval gedaan in de woning van eiser, waar zijn oom ook woonde. Tijdens de inval is eiser geslagen, is zijn vader opgepakt en is een Oromo vlag gevonden in de woning. Een vriend van zijn vader, die tijdens de inval in de woning aanwezig was, is tijdens de inval mishandeld en komen te overlijden. Tijdens de begrafenis van deze vriend heeft eiser ruzie gekregen met de burgemeester en de politie, waarna hij is ondergedoken. Naar aanleiding van deze ruzie wordt eiser gezocht door de burgemeester en de politie. Eiser heeft daarnaast deelgenomen aan een demonstratie die uitbrak na de moord op een bekende Oromo zanger. Tijdens de demonstratie is eiser gefilmd door de autoriteiten. Naar aanleiding van zijn deelname aan deze demonstratie, wordt eiser gezocht door de autoriteiten. Verder is eiser bij een controlepost, toen eiser naar het nabijgelegen [plaats 1] wilde gaan, opgepakt en naar een militair trainingskamp gebracht. Daar is eiser ontsnapt en vervolgens is hij naar [plaats 2] gevlucht. Bij terugkeer vreest eiser in de gevangenis te belanden, gedood te worden of de militaire dienst te moeten vervullen.
Wat is het standpunt van de minister in het bestreden besluit?
4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
- de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser;
- de politieke overtuiging van eiser;
- de ontstane problemen na de inval van de autoriteiten in de woning van eiser;
- de gedwongen rekrutering.
De minister stelt zich hierover op het standpunt dat de nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig zijn, maar de identiteit deels geloofwaardig is. In het aanvullende besluit van 14 april 2026 heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat de identiteit wel geloofwaardig is. Verder is de politieke overtuiging van eiser geloofwaardig bevonden. De ontstane problemen na de inval van de autoriteiten in de woning van eiser en de gedwongen rekrutering vindt de minister ongeloofwaardig. De minister stelt zich daarover – kort samengevat – op het standpunt dat eiser onvoldoende documenten heeft overgelegd en daarvoor geen bevredigende verklaring heeft gegeven. Ook vormen de verklaringen van eiser geen samenhangend en aannemelijk geheel. Zo heeft eiser ongerijmd verklaard over de inval in de woning, rijmen de verklaringen niet met de gemaakte reisbewegingen en zijn de verklaringen over de gemaakte video niet aannemelijk. Verder heeft eiser tegenstrijdig verklaard over de ontsnapping uit het trainingskamp en de militaire dienst en zijn de verklaringen over de invloed van de burgemeester, in de keuze om eiser naar een militair trainingskamp te sturen, ongerijmd. De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag wordt afgewezen als ongegrond.
Is de identiteit van eiser geloofwaardig? Wat is het betoog van eiser?
5. Eiser voert aan dat de identiteit ook geloofwaardig moet worden bevonden. Eiser heeft namelijk een geboorteakte overgelegd waarop zijn geboortedatum is vermeld. Dit document is ook echt bevonden. In Italië is er een foutieve geboortedatum geregistreerd. Het aanvullende besluit, waarin de identiteit wel geloofwaardig wordt gevonden, doet hier niet aan af. In het bestreden besluit vindt de minister de identiteit van eiser namelijk nog wel ongeloofwaardig. Wat is het oordeel van de rechtbank?
De rechtbank is van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het gehele asielmotief, namelijk de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser, geloofwaardig is. De rechtbank vindt daarvoor van belang dat, in tegenstelling tot het standpunt van eiser, uit het bestreden besluit wel blijkt dat de minister heeft bedoeld dat de geboortedatum van eiser 5 augustus 2005 moet zijn. Dit is in het aanvullende besluit bevestigd. Deze beroepsgrond slaagt niet.Zijn de ontstane problemen na de inval van de autoriteiten in de woning geloofwaardig?Wat is het betoog van eiser?
6. Eiser vindt dat de minister zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat het ongerijmd is dat er nog een Oromo vlag in de woning lag, terwijl de vader van eiser op de hoogte was van de inval. De vlag was namelijk niet van zijn vader en hij wist er ook niet van. Als hij wist dat deze vlag in de woning lag, had hij deze verwijderd of verstopt. Het is ook niet duidelijk waarom het gedrag en de handelingen van eisers vader aan hem worden toegerekend. De enkele overweging dat het betrekking heeft op de reden van het vertrek vindt eiser onvoldoende. Dat eiser wordt tegengeworpen dat hij heeft meegedaan aan een demonstratie terwijl hij ondergedoken zat, kan ook niet worden gevolgd. Bijna iedereen ging demonstreren, waardoor eiser niet opviel, en de demonstratie vond ook dicht bij de woning van eiser plaats. Eiser wilde graag meedoen vanwege zijn politieke overtuiging. De minister stelt zich daarnaast onterecht op het standpunt dat het ongerijmd is dat de vader van eiser meerdere keren is opgepakt en weer vrijgelaten, maar dat eiser zich bleef verplaatsen. Eiser bleef zich namelijk verplaatsen, omdat hij op de vlucht was. Verder is de overweging van de minister dat de verklaring van eiser over de video is gebaseerd op vermoedens, onbegrijpelijk. De vader van eiser heeft de video zelf gezien en heeft aan eiser verteld dat de autoriteiten hem hebben gefilmd. Eiser mag op zijn vader vertrouwen. Tot slot voert eiser aan dat hem ten onrechte wordt tegengeworpen dat zijn familie de post van de rechtbank niet naar eiser kan sturen. Zoals eiser tijdens het nader gehoor heeft verklaard, woont zijn familie niet meer in de woning waar de brief zich bevindt omdat de autoriteiten de woning hebben afgepakt. Eiser heeft wel een aanhoudingsbevel overgelegd die een vriend van zijn vader, die werkzaam is bij een overheidsarchief, tijdens zijn werkzaamheden heeft opgemerkt. Het origineel van de brief kan niet worden overgelegd, vanwege de risico’s voor deze vriend. Wat is het oordeel van de rechtbank?
De rechtbank is van oordeel dat de minister terecht heeft tegengeworpen dat het ongerijmd is dat de Oromo vlag niet uit de woning van eiser was gehaald voordat de inval plaatsvond. De rechtbank vindt daarvoor van belang dat eisers oom op de hoogte was gesteld van de inval, dat hij tijdig uit huis was vertrokken en de vlag in het huis achter heeft gelaten, terwijl hij wist of behoorde te weten dat dit gevolgen zou hebben voor het gezin van eiser. De rechtbank volgt de minister verder in zijn standpunt dat hoewel deze handelingen niet direct met eiser te maken hebben, dit wel afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van de verklaringen over de gestelde problemen met de autoriteiten.
De rechtbank volgt de minister daarnaast in het standpunt dat de verklaringen van eiser over zijn problemen met de autoriteiten niet rijmen met zijn reisbewegingen. De rechtbank vindt daarvoor van belang dat het bevreemdend is dat eiser het risico neemt om aan een demonstratie deel te nemen waar de autoriteiten aanwezig zijn, terwijl hij juist al zes maanden voor deze autoriteiten onderduikt. De stelling dat eiser niet zou opvallen omdat er heel veel mensen aan de demonstratie deelnamen, volgt de rechtbank niet. Eiser heeft immers zelf gesteld dat hij is gefilmd door de autoriteiten en daarmee dus toch wel herkenbaar was tussen de mensen. Daar komt bij dat het ongerijmd is dat eiser naar aanleiding van deze video niet wordt aangehouden. Het standpunt van eiser dat hij zich bleef verplaatsen omdat hij op de vlucht was, kan ook niet worden gevolgd. Elke reisbeweging die eiser maakt, is risicovol omdat hij stelt te worden gezocht. Bovendien heeft eiser in die periode gewerkt in de landbouw en kwam hij bij zijn familie thuis. Dit strookt niet met de vrees die eiser voor de autoriteiten stelt te hebben.
De rechtbank is verder van oordeel dat de minister eiser terecht heeft tegengeworpen dat hij geen stukken van de rechtbank in Ethiopië heeft kunnen overleggen. Daarvoor vindt de rechtbank van belang dat niet is gebleken dat eiser moeite heeft gedaan om de stukken alsnog te verkrijgen, bijvoorbeeld door deze bij de rechtbank op te vragen. De stelling van eiser dat het niet mogelijk is om deze stukken bij de rechtbank op te vragen, kan niet worden gevolgd. Eiser heeft deze stelling namelijk niet onderbouwd. Wat betreft het aanhoudingsbevel heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat daaraan geen waarde kan worden gehecht. De authenticiteit kan niet worden vastgesteld en daarnaast heeft eiser niet eerder verklaard over een bevriende collega van zijn vader. Eiser heeft daarbij ook niet aannemelijk gemaakt dat deze bevriende collega bij zijn werkzaamheden op dit document zou kunnen stuiten. Daarbij vindt de rechtbank het opmerkelijk dat inhoudelijk uit het document blijkt dat eiser een jaar in Ethiopië heeft kunnen verblijven zonder dat de autoriteiten hem hebben aangehouden. Uit de vertaling blijkt namelijk dat eiser vanaf 15 juli 2020 kon worden aangehouden. Eiser heeft zelf verklaard dat hij Ethiopië op 15 juli 2021 heeft verlaten. De minister heeft verder terecht overwogen dat op het document twee vervaagde stempels te zien zijn, terwijl de andere opschriften niet zijn vervaagd. Verder vertoont het document diverse kreukels en onregelmatigheden. Dit komt niet overeen met de verklaring dat het document uit een officieel overheidsarchief afkomstig zou zijn. Ook lijkt het op de foto dat het document buiten op de grond is neergelegd. Als de bevriende collega een groot risico neemt door het stuk naar buiten te brengen, is het onlogisch dat hij niet het risico neemt om het document te versturen naar eiser of zijn familie. De stelling van eiser dat het een minder groot risico is als het stuk terug wordt gelegd dan dat het permanent weg wordt gehaald, kan de rechtbank niet volgen. Eiser heeft dit namelijk niet nader onderbouwd.
Dat niet langer wordt tegengeworpen dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt hoe zijn vader op de hoogte is geraakt van de inval en hoe de autoriteiten wisten dat de oom bij hem en zijn familie woonde, maakt het oordeel niet anders. Gelet op de andere ongerijmde verklaringen van eiser blijft er voldoende staan om het asielmotief ongeloofwaardig te vinden.
Gelet op wat hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat de problemen na de inval van de autoriteiten in de woning, ongeloofwaardig is. Deze beroepsgrond slaagt niet.Is de gedwongen rekrutering geloofwaardig?Wat is het betoog van eiser?
7. Eiser voert aan dat de minister zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiser tegenstrijdig heeft verklaard over de mensen die in het kamp op wacht stonden en dat het ongerijmd is dat eiser makkelijk kon ontsnappen. Eiser meent tijdens het gehoor te hebben verklaard dat twee mensen op wacht stonden, maar zij hem niet hebben gezien. Eiser wachtte immers tot de lamp van de wachters niet aan hun kant scheen. Als er niemand op wacht stond, hadden ze daarop niet hoeven wachten. Wat betreft de militaire dienst voert eiser aan dat hij niet tegenstrijdig heeft verklaard. Het gaat namelijk niet om een tegenstrijdigheid, omdat eiser is gevlucht toen hij in het trainingskamp zat. Het trainingskamp gaat vooraf aan de militaire dienst en dit is iets anders dan de militaire dienst zelf. Daar komt bij dat aan het verschil in verklaringen helemaal geen gewicht mag worden toegekend op grond van artikel 3.108 vijfde lid Vb[_cdd16a2b-266b-46de-9124-22b2bea89db5], omdat het een verklaring betreft die tijdens de aanmeldfase is afgelegd. Het argument van de minister dat het ongerijmd is dat de autoriteiten iemand oppakken die al een aanklacht tegen zich heeft lopen en slechts naar een militair trainingskamp wordt gestuurd, kan niet worden gevolgd. Eiser heeft namelijk toegelicht dat de burgemeester met hem heeft gesproken bij het checkpoint en daarbij heeft gezegd dat hij ervoor zou zorgen dat hij naar een militaire training zou worden gestuurd. De minister miskent de persoonlijke vendetta van de burgemeester tegen eiser en de situatie van corruptie en macht in Ethiopië. Wat is het oordeel van de rechtbank?
De rechtbank is van oordeel dat eiser tegenstrijdig heeft verklaard over zijn ontsnapping. Eiser verklaart eerst dat hij kon ontsnappen omdat het donker was en omdat niemand op wacht stond. Vervolgens verklaart eiser dat twee personen de wacht hielden op het moment dat eiser ontsnapte.[_33e65232-e228-4c2e-880e-d1cb38b1ecbc] In zowel de correcties en aanvullingen als in de zienswijze is dit niet gecorrigeerd. Het standpunt van eiser tijdens de zitting dat de huidige gemachtigde hem nog niet bijstond, doet daar niets aan af. Dit is namelijk geen verschoonbare reden.
De rechtbank is verder van oordeel dat eiser ook tegenstrijdig heeft verklaard over de militaire dienst. Eiser heeft tijdens het eerste aanmeldgehoor verklaard dat hij nooit in militaire dienst heeft gezeten en Ethiopië heeft verlaten voordat de autoriteiten hem daartoe konden dwingen[_cf4faca7-aef2-4382-b93a-15b502ba83c1]. Dit is tegenstrijdig met de latere verklaring tijdens het tweede aanmeldgehoor dat eiser is opgepakt en een korte tijd een training heeft gevolgd[_4f2d45d2-7483-4bf9-bbc3-7b8a16846de3]. Het standpunt van eiser dat het verschil in verklaringen hem niet mag worden tegengeworpen, maakt het oordeel niet anders. De minister heeft zich tijdens de zitting namelijk terecht op het standpunt gesteld dat het verschil in verklaringen hem wel mag worden tegengeworpen, omdat de vragen over de dienstplicht standaardvragen zijn die in elk gehoor worden gesteld. Deze vragen zien in algemene zin niet op een asielmotief, zoals bijvoorbeeld ook de vraag naar de opleiding van een vreemdeling. Hierdoor kan geen beroep worden gedaan op artikel 3.108 vijfde lid Vb. De stelling van eiser dat het niet gaat om de militaire dienst, maar om een trainingskamp dat daaraan voorafgaat, maakt het oordeel ook niet anders. Eiser heeft namelijk niet onderbouwd dat een trainingskamp niet als onderdeel van de militaire dienst kan worden beschouwd. Daar komt bij dat eiser zelf de link heeft gelegd tussen de militaire dienstplicht en de training voor militairen.[_b8e5e691-4ed2-497e-a80d-1ddfa54e6cd7] Dit neemt de tegenstrijdigheid in de verklaringen van eiser dan ook niet weg.
Wat betreft de verklaringen van eiser over de invloed van de burgemeester over zijn straf, volgt de rechtbank de minister in het standpunt dat deze verklaringen ongerijmd zijn. De minister heeft daarbij terecht overwogen dat het ongerijmd is dat de autoriteiten iemand oppakken die al een aanklacht voor moord en brandstichting tegen zich heeft lopen en hij enkel naar een militair trainingskamp wordt gestuurd. Dat en waarom eiser door de burgemeester naar een trainingskamp is gestuurd, is slechts gebaseerd op vermoedens. Het standpunt van eiser tijdens de zitting dat hij tijdens het nader gehoor meer over de burgemeester had moeten worden bevraagd, maakt het oordeel niet anders. Dit had eiser in de correcties en aanvullingen dan wel de zienswijze naar voren kunnen brengen, maar dit heeft hij niet gedaan. Dat de huidige gemachtigde hem ten tijde van de zienswijze nog niet bijstond, doet daar niets aan af. Dit is namelijk geen verschoonbare reden. Daar komt bij dat, zoals hiervoor ook is overwogen, eiser zelf de link heeft gelegd tussen de militaire dienstplicht en het trainingskamp. De minister heeft verder terecht overwogen dat eiser tegenstrijdig heeft verklaard over de reden dat de burgemeester ervoor heeft gekozen hem naar een trainingskamp te sturen. Eiser verklaart eerst dat hij hem daarnaartoe stuurde zodat zijn vader niet vrij kon komen, maar eerder heeft eiser verklaard dat zijn vader tijdelijk vrij was gekomen om eiser op te sporen. Zijn vader zou dan vervolgens weer terug de gevangenis in gaan. Hieruit volgt dan ook geen persoonlijke vendetta van de burgemeester tegen eiser. Ook is niet gebleken dat de burgemeester het mogelijke overlijden van eiser in de oorlog als dubbele vergelding zou hebben bedoeld.
Gelet op wat hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat de gedwongen rekrutering ongeloofwaardig is. Deze beroepsgrond slaagt niet. Heeft eiser aannemelijk gemaakt dat hij een gegronde vrees voor vervolging heeft of een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM? Wat is het betoog van eiser?
8. Eiser voert aan dat de minister ten onrechte een relatief lager niveau van willekeurig geweld[_1971ce3a-ddb0-45e0-b47a-80ac5ca066a0] aanneemt in Oromia. Ter onderbouwing daarvan verwijst eiser naar artikelen[_d2bb1103-d73a-43ce-b4c7-41ecc2022379] en een rapport[_5a5fad39-5f6b-47a0-94c3-a27fc3e51685]. Volgens eiser zijn deze bronnen van na de brief over het landenbeleid van Ethiopië en van na het ambtsbericht[_144e6771-d7cc-4ba6-9771-5fe87d6dd8bf], waardoor de minister ondeugdelijk heeft gemotiveerd waarom sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld. Daarnaast heeft de minister onterecht de politieke overtuiging van eiser niet als individuele omstandigheid getoetst. Als sympathisant voor de OLF loopt eiser namelijk wel degelijk extra risico in Oromia. Van eiser mag geen terughoudendheid worden verwacht bij het uitoefenen van zijn politieke overtuiging. Daar komt bij dat sympathisanten van de OLF ook worden gezien als sympathisanten van de gewapende aftakking van de OLF. Ter onderbouwing daarvan verwijst eiser naar een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 23 januari 2026[_478d1376-a152-4391-931e-8e56851cd078]. Daar komt bij dat uit een brief van de Vereniging Hawasa Oromo Nederland blijkt dat eiser zijn politieke overtuiging actief uit en dit in de toekomst ook wil blijven doen. In zijn land van herkomst is dit echter niet mogelijk. Eiser meent dat hij voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij onder de negatieve aandacht staat van de autoriteiten en wel degelijk bij terugkeer te vrezen heeft vanwege zijn politieke overtuiging.Wat is het oordeel van de rechtbank?
De rechtbank is van oordeel dat de minister voldoende heeft gemotiveerd dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in Oromia, zoals bedoeld in artikel 15, onder c, van de Kwalificatieverordening[_c9fcd7af-10ef-40f7-909c-fd7f5520e613]. Tijdens de zitting heeft de minister namelijk gewezen op het nieuwe ambtsbericht[_63a3ea9a-acd0-4b65-95a5-71a2db18a1ef]. Het beeld wat de minister heeft geschetst in de besluitvorming is niet wezenlijk anders dan wat er in het meest recente ambtsbericht is opgenomen. Het is dan aan eiser om aan de hand van zijn individuele situatie en persoonlijke omstandigheden aannemelijk te maken dat juist hij een verhoogd risico loopt het slachtoffer te worden van willekeurig geweld ten opzichte van andere personen in hetzelfde gebied. Deze risico verhogende omstandigheden heeft eiser naar het oordeel van de rechtbank niet aangevoerd, mede gelet op wat hierna over de politieke overtuiging van eiser wordt overwogen.
Verder is de rechtbank van oordeel dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij op grond van zijn politieke overtuiging een gegronde vrees voor vervolging heeft. De minister heeft daarbij terecht overwogen dat uit de verklaringen van eiser niet is gebleken dat hij in het verleden persoonlijk problemen heeft ondervonden vanwege zijn sympathie voor de OLF. Daarnaast is gebleken dat eiser in het verleden geen activiteiten heeft ondernomen om uiting te geven aan zijn sympathie voor de OLF en is niet gebleken dat eiser in Nederland daaraan uiting heeft gegeven. De brief van de Vereniging Hawasa Oromo Nederland, waaruit volgens eiser blijkt dat hij zijn politieke overtuiging actief uit en dit in de toekomst wil blijven doen, maakt het oordeel niet anders. Tijdens de zitting is desgevraagd niet duidelijker geworden op welke manier hij aan zijn sympathie voor de OLF uiting geeft of zou willen geven. De verwijzing naar de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 23 januari 2026 slaagt daarnaast niet. Uit die uitspraak volgt dat de minister in die zaak onvoldoende heeft onderbouwd waarom OLF en OLA wel als afzonderlijke organisaties moeten worden aangemerkt. Dit is in deze procedure niet aan de orde. Daarnaast heeft de vreemdeling in die uitspraak activiteiten verricht voor de Engelse tak van de OLA. De situatie uit de hiervoor genoemde uitspraak is dan ook niet vergelijkbaar met de situatie van eiser.
Gelet op wat hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij een gegronde vrees voor vervolging heeft of een reëel risico loopt op ernstige schade. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie en gevolgen
9. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond.
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.M. Weeda, rechter, in aanwezigheid van mr.M.L. Tijssen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Voetnoten
- Vreemdelingenwet 2000.
- Oromo Liberation Front.
- Vreemdelingenbesluit 2000.
- Zie pagina 36 en 37 van het verslag van het nader gehoor.
- Zie pagina 6 van het verslag van het aanmeldgehoor met schouw.
- Zie pagina 6 en 7 van het verslag van het aanmeldgehoor (zonder schouw).
- Zie pagina 10 en 12 van het verslag van het nader gehoor.
- Zoals bedoeld in artikel 15, onder c, van de Kwalificatieverordening (Verordening (EU) 2024/1347).
- Artikel van The Independent van 2 februari 2026 en een artikel van The Defense Post van 31 juli 2025.
- Human Rights Watch rapport betreffende Ethiopië van 2025.
- Algemeen Ambtsbericht Ethiopië januari 2024.
- Geregistreerd onder zaaknummer NL25.39981.
- Verordening (EU) 2024/1347.
- Algemeen ambtsbericht Ethiopië augustus 2026.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.