Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 21 oktober 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:31511Zaaknummer NL25.13240
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 21 oktober 2026
- Publicatiedatum
- 28 oktober 2026
- Zaaknummer
- NL25.13240
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Zwolle
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Beroep tegen afwijzing asielaanvraag. De minister heeft de problemen van eiser vanwege zijn politieke activiteiten terecht ongeloofwaardig bevonden. Ook heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij een gegronde vrees voor vervolging heeft of een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM. Beroep ongegrond.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.M. Weeda, rechter, in aanwezigheid van mr.M.L. Tijssen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.13240
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer], eiser
(gemachtigde: mr. T. der Bedrosian),
en
de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. P.M.W. Jans).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vw[_e4b755c9-5f18-4e4f-b3c5-80340d64c938]. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. De minister heeft de problemen van eiser vanwege zijn politieke activiteiten namelijk terecht ongeloofwaardig bevonden. Ook heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij een gegronde vrees voor vervolging heeft of een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eiser heeft een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Hij stelt van Jordaanse nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1992. De minister heeft met het bestreden besluit van 24 februari 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 3 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, F. Kanaan als tolk en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de rechtbank
Wat is het asielrelaas van eiser?
3. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser is tegen het huidige regime en de koning van Jordanië. Sinds 2011 heeft hij actief deelgenomen aan demonstraties en is hij enkele keren opgepakt, vastgezet en mishandeld. In 2018 heeft hij zich verdiept in politieke partijen die bij zijn denkbeeld aansluiten, waarna hij te maken heeft gehad met bedreigingen. Eiser is daarop naar Nederland vertrokken en heeft in 2018 asiel aangevraagd, maar na een maand heeft hij deze aanvraag ingetrokken omdat zijn moeder aangaf dat het veilig zou zijn in Jordanië. Bij terugkeer is eiser opnieuw opgepakt en mishandeld door de inlichtingendienst. Door middel van een studiebeurs heeft eiser vervolgens Jordanië verlaten en heeft hij twee jaar lang een master in Hongarije gevolgd. Daarna heeft eiser in Nederland asiel aangevraagd.
Wat is het standpunt van de minister in het bestreden besluit?
4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
- de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser;
- de problemen vanwege de politieke activiteiten.
De minister stelt zich hierover op het standpunt dat de identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig zijn. De problemen vanwege de politieke activiteiten vindt de minister ongeloofwaardig. De minister stelt zich daarover – kort samengevat – op het standpunt dat de verklaringen van eiser geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Eiser verklaart namelijk tegenstrijdig en summier over de politieke partijen. De verklaringen over de zoektocht naar politieke partijen is daarnaast ongerijmd en eiser heeft geen duidelijke tijdlijn van de gebeurtenissen kunnen schetsen. Verder heeft eiser summier verklaard over zijn detenties. Ook wordt eiser tegengeworpen dat hij ruim twee jaar heeft gestudeerd voordat hij asiel heeft aangevraagd. De minister concludeert daarom dat de asielaanvraag wordt afgewezen als ongegrond.
Zijn de problemen van eiser vanwege de politieke activiteiten geloofwaardig?
Wat is het betoog van eiser?
5. Eiser voert aan dat de minister onterecht blijft vasthouden aan de vergissing die eiser maakte tijdens het gehoor. Hij noemde namelijk per ongeluk ‘HASHD[_ced3120b-a750-4d55-b9f7-e35f91e87af1]’ in plaats van ‘JSDP[_863d19cb-5044-4a86-956e-c12568097dd7]’, maar corrigeerde dit direct na de pauze. Eiser verklaarde wel inhoudelijk en consistent over de visie en doelen van de JSDP. De minister heeft daarnaast de politieke betrokkenheid van eiser onjuist geïnterpreteerd als oppervlakkig. Eiser heeft namelijk verklaard dat hij deelnam aan demonstraties sinds 2011 en dat hij herhaaldelijk werd opgepakt en mishandeld. Verder heeft eiser verklaard dat hij bewust geen formeel lid is geworden van een partij uit angst voor surveillance. Ook heeft eiser in detail zijn angst voor de inlichtingendienst beschreven. Als gevolg van zijn ervaringen met de inlichtingendienst lijdt eiser aantoonbaar aan paniekaanvallen, slapeloosheid en nachtmerries. Deze verklaringen zijn niet kenbaar betrokken door de minister. Ook heeft de minister de tijdlijncorrecties onvoldoende betrokken. Eiser voert daarnaast aan dat hij in de zienswijze heeft gewezen op documenten waaruit blijkt dat hij wordt gezocht in Jordanië. De minister heeft deze documenten niet betrokken bij de belangenafweging.Wat is het oordeel van de rechtbank?
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich terecht op het standpunt gesteld dat de problemen van eiser vanwege de politieke activiteiten ongeloofwaardig zijn. De verklaringen van eiser vormen namelijk geen samenhangend en aannemelijk geheel. Eiser heeft met zijn verklaringen niet aannemelijk gemaakt dat hij daadwerkelijk interesse heeft gehad in politieke partijen. Eiser weet bijvoorbeeld niet de oprichter of de huidige voorzitter van de JSDP te benoemen. De stelling van eiser dat hij wel inhoudelijk en consistent heeft verklaard over de visie en doelen van de JSDP, maakt het oordeel niet anders. Tijdens het aanvullende gehoor heeft eiser verklaard dat de visie van de partij inhoudt dat jongeren verantwoordelijkheid moeten krijgen. Daarnaast verklaart eiser dat de partij niet alleen om jongeren gaat, maar open is voor iedereen.[_1bebd0d4-0b69-4700-af07-7f2789174a91] De rechtbank vindt deze verklaringen summier, vooral omdat eiser heeft verklaard onderzoek te hebben gedaan naar verschillende partijen. Van eiser mag dan ook worden verwacht dat hij uitgebreider kan verklaren over de doelstellingen van de partij die aansluiten bij zijn denkbeeld. De rechtbank is ook van oordeel dat de verklaringen van eiser over zijn zoektocht naar politieke partijen ongerijmd zijn. Daarvoor vindt de rechtbank van belang dat eiser zich verdiept in politieke partijen om politiek actief te kunnen zijn, maar niet in verkiezingen gelooft en vreest door de inlichtingendienst met de politieke partij in verband te worden gebracht als hij zich in zou schrijven voor die partij.[_b1f252d3-833c-4b21-93e1-ac213ebfe59c] Daar komt bij dat eiser tijdens de zitting heeft verklaard dat hij de partij JSDP niet meer volgt en daar geen reden voor kan geven. Het standpunt van eiser dat de minister zich blijft vasthouden aan de vergissing in de partijnaam, kan ook niet worden gevolgd. In het bestreden besluit is namelijk gemotiveerd dat deze vergissing niet langer aan eiser wordt tegengeworpen.
De minister heeft zich verder terecht op het standpunt gesteld dat de verklaringen van eiser over zijn masteropleiding in Hongarije afbreuk doen aan zijn geloofwaardigheid. Volgens eiser was de enige manier om het land te verlaten onder een dekmantel van een studiebeurs.[_93fa8b9d-a7e0-465c-ba74-29549ff13c17] De rechtbank volgt de minister in het standpunt dat het onlogisch is dat de studiebeurs daadwerkelijk als dekmantel fungeerde om Jordanië veilig te verlaten. Tijdens de zitting heeft de minister daarbij nog toegelicht dat het opvallend is dat eiser kon uitreizen terwijl de autoriteiten hem wel in het vizier hadden. Daarnaast is het onlogisch dat eiser in de twee jaar dat hij in Hongarije was geen asiel heeft aangevraagd, terwijl eiser wel stelt daadwerkelijk internationale bescherming nodig te hebben. Volgens eiser kon hij in Hongarije geen asiel aanvragen, omdat er geen asielstelsel bestaat.[_a0452f35-35ed-40b3-80fb-4f648b70cec0] Dit heeft eiser echter niet onderbouwd. Daarbij komt dat eiser tijdens de zitting iets anders heeft verklaard dan tijdens de gehoren. Eiser heeft namelijk verklaard dat hij na zijn studie wilde terugkeren naar Jordanië en erachter kwam dat zijn problemen nog niet waren opgelost. Hij zag Nederland daarom als enige optie om asiel aan te vragen.
De minister stelt zich daarnaast terecht op het standpunt dat de overgelegde documenten voldoende zijn betrokken en het asielrelaas niet onderbouwen. De minister heeft in het bestreden besluit namelijk gemotiveerd dat uit de nieuwsartikelen geen individueel risico blijkt, omdat eiser hierin niet wordt genoemd. Daarnaast is het e-mailbericht geen origineel document en is de oorsprong daarvan niet te herleiden. De rechtbank overweegt daarbij dat de overgelegde documenten geen begin van een onderbouwing van het asielrelaas geven. Tijdens de zitting heeft eiser verklaard dat er een systeem is waarop kan worden ingelogd om te kijken of je wordt gezocht. Eiser stelt dat hij sinds drie maanden niet meer kan inloggen omdat de autoriteiten zijn nummer hebben geblokkeerd. Ook is het vanuit Nederland niet mogelijk om in te loggen op het systeem. Volgens eiser zou zijn verloofde vanuit Jordanië nog wel met zijn nummer in kunnen loggen, maar kan zij dat nu ook niet meer. Eiser heeft echter niet onderbouwd dat dit systeem bestaat, dat hij vanuit Nederland niet kan inloggen en dat zijn verloofde vanuit Jordanië niet voor hem kan inloggen omdat zijn nummer is geblokkeerd. Daar komt bij dat eiser geen pogingen heeft gedaan om in te loggen op het systeem voordat zijn nummer werd geblokkeerd.
Gelet op wat hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat de problemen van eiser vanwege zijn politieke activiteiten ongeloofwaardig zijn. Deze beroepsgrond slaagt niet.Heeft eiser aannemelijk gemaakt dat hij een gegronde vrees voor vervolging heeft of een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 van het EVRM?Wat is het betoog van eiser?
6. Eiser voert aan dat hij een gegronde vrees voor vervolging heeft, dan wel een reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer naar Jordanië omdat hij politiek sympathisant en demonstrant is. Uit internationale bronnen[_a1fcf073-13b4-4827-ae1a-b13a0c26d535] blijkt namelijk dat activisten en oppositieleden worden beperkt in de vrijheid van meningsuiting en vreedzame vergadering. Ook bestaan er risico’s op willekeurige arrestatie en marteling. Verder blijkt uit het ambtsbericht[_8ae70857-c11d-43a3-ba85-24263ff9fd3f] dat Palestijnen in Jordanië structureel worden achtergesteld en beperkt toegang hebben tot werk, diensten en bescherming tegen willekeur.Wat is het oordeel van de rechtbank?
De rechtbank is van oordeel dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij een gegronde vrees heeft voor vervolging of een reëel risico loopt op ernstige schade. De problemen van eiser vanwege zijn politieke activiteiten zijn namelijk terecht ongeloofwaardig bevonden. Verder heeft eiser wat betreft zijn geloofwaardig bevonden identiteit geen individuele omstandigheden naar voren gebracht op grond waarvan een gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade kan worden aangenomen. De verwijzing naar het ambtsbericht over discriminatie van Palestijnen maakt het oordeel niet anders. Eiser heeft namelijk geen persoonlijke omstandigheden naar voren gebracht waaruit blijkt dat hij zelf beperkt toegang heeft gehad tot werk, diensten of bescherming tegen willekeur. Sterker nog, eiser heeft verklaard dat hij als dierenarts heeft gewerkt[_cf8aeeb5-f9bd-492d-bbb9-40ccf47ebbdd] en toegang heeft gehad tot medische zorg[_e01ab0b8-61cc-4fb4-acd7-2b6ec28941f2]. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie en gevolgen
7. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als ongegrond.
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T.M. Weeda, rechter, in aanwezigheid van mr.M.L. Tijssen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Voetnoten
- Vreemdelingenwet 2000.
- Volksdemocratische Partij.
- Sociale Democratische Partij.
- Zie pagina 4 van het verslag van het aanvullend gehoor.
- Zie pagina 4 van het verslag van het aanvullend gehoor.
- Zie pagina 19 van het verslag van het nader gehoor.
- Zie pagina 10 van het verslag van het nader gehoor.
- Zoals Amnesty International (Annual Report 2022/23) en Human Rights Watch (World Report 2022).
- Algemeen Ambtsbericht Jordanië (2023).
- Zie pagina 15 van het verslag van het aanvullend gehoor.
- Zie pagina 14 van het verslag van het aanvullend gehoor.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.