Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 21 oktober 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:31473Zaaknummer NL26.31044
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 21 oktober 2026
- Publicatiedatum
- 27 oktober 2026
- Zaaknummer
- NL26.31044
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Mondelinge uitspraak, Proces-verbaal
- Zittingsplaats
- Middelburg
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
asiel – MOB – geen procesbelang.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Overwegingen
1. Eiser stelt de Marokkaanse nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [geboortedag] 2008.
2. Gelet op de meest recente stand van zaken en de ontvangen informatie zal de rechtbank eerst de vraag beantwoorden of eiser procesbelang heeft bij het beroep. Daarbij betrekt de rechtbank de vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat wanneer een vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken zonder verweerder te laten weten waar hij verblijft, er in beginsel vanuit wordt gegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk verzochte bescherming in Nederland. Dit is anders als de vreemdeling contact met zijn gemachtigde onderhoudt.[_199ede25-4e24-4b55-81d1-923066ce8cb9]
3. De gemachtigde heeft de rechtbank bij bericht van 19 oktober 2026 gemeld dat er ondanks pogingen van zijn kant geen contact is te krijgen met eiser en dat eiser ook niet op de hoogte is van de zitting. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat eiser geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Daarbij betrekt de rechtbank ook de informatie van verweerder dat eiser op 2 juni 2026 de opvang in het COa[_c00afd3f-3edd-403d-808e-c3e4a78c42ed] heeft geweigerd en dat de vertrekprocedure door DT&V[_6923675c-bca2-40a5-8889-a41e42c0a047] daarop is beëindigd. Ook dat is een bevestiging dat eiser geen prijs meer stelt op een inhoudelijke behandeling van zijn beroep.
4. Vanwege het ontbreken van het procesbelang komt de rechtbank niet meer toe aan een inhoudelijke behandeling.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 21 oktober 2026 door mr. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. A.M. Verberne, griffier en het proces-verbaal daarvan is geanonimiseerd gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.31044
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 21 oktober 2026 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. Z.M. Alaca),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
(gemachtigde: mr. W.M.A. van Hoof).
Procesverloop
Bij besluit van 3 juni 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als kennelijk ongegrond.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 21 oktober 2026 op zitting behandeld. De gemachtigde van eiser is, met bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Overwegingen
1. Eiser stelt de Marokkaanse nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [geboortedag] 2008.
2. Gelet op de meest recente stand van zaken en de ontvangen informatie zal de rechtbank eerst de vraag beantwoorden of eiser procesbelang heeft bij het beroep. Daarbij betrekt de rechtbank de vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat wanneer een vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken zonder verweerder te laten weten waar hij verblijft, er in beginsel vanuit wordt gegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk verzochte bescherming in Nederland. Dit is anders als de vreemdeling contact met zijn gemachtigde onderhoudt.[_199ede25-4e24-4b55-81d1-923066ce8cb9]
3. De gemachtigde heeft de rechtbank bij bericht van 19 oktober 2026 gemeld dat er ondanks pogingen van zijn kant geen contact is te krijgen met eiser en dat eiser ook niet op de hoogte is van de zitting. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat eiser geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Daarbij betrekt de rechtbank ook de informatie van verweerder dat eiser op 2 juni 2026 de opvang in het COa[_c00afd3f-3edd-403d-808e-c3e4a78c42ed] heeft geweigerd en dat de vertrekprocedure door DT&V[_6923675c-bca2-40a5-8889-a41e42c0a047] daarop is beëindigd. Ook dat is een bevestiging dat eiser geen prijs meer stelt op een inhoudelijke behandeling van zijn beroep.
4. Vanwege het ontbreken van het procesbelang komt de rechtbank niet meer toe aan een inhoudelijke behandeling.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 21 oktober 2026 door mr. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. A.M. Verberne, griffier en het proces-verbaal daarvan is geanonimiseerd gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.
Voetnoten
- Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662.
- Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
- Dienst Terugkeer & Vertrek.
Deze uitspraak verwijst naar
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.