Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 21 september 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:31026Zaaknummer C/09/712730 / FA RK 26-9485

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
21 september 2026
Publicatiedatum
28 oktober 2026
Zaaknummer
C/09/712730 / FA RK 26-9485
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Afwijzing machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

De rechtbank:

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. M. de Kleine, rechter, bijgestaan door S.N. Maas als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 21 september 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 8 oktober 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Afwijzing machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
  2. Procesverloop
  3. Standpunten ter zitting
  4. Beoordeling
  5. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaak-/rekestnr.: C/09/712730 / FA RK 26-9485

Datum beschikking: 21 september 2026

Afwijzing machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

Beschikking naar aanleiding van het op 17 september 2026 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene],

hierna te noemen: betrokkene,

geboren op [geboortedatum] 1981 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats],

thans verblijvende in de accommodatie [zorginstelling], te [plaats],

advocaat: mr. A.A. van Harmelen te Den Haag.

Procesverloop

Bij verzoekschrift heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 16 september 2026 genomen crisismaatregel.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente [plaats] tot het nemen van de crisismaatregel;
  • een op 16 september 2026 ondertekende medische verklaring van [naam 1], psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;

- een brief van de officier van justitie van 17 september 2026, waaruit blijkt dat er ten aanzien van betrokkene geen recente politiemutaties zijn en betrokkene geen justitiële documentatie heeft.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 21 september 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:

- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;

- de afdelingsarts, [naam 2].

Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Door betrokkene is ter zitting naar voren gebracht dat de opname confronterend was. Hij had de opname nooit gewild of verwacht. De opname heeft ervoor gezorgd dat hij tot rust kon komen. Betrokkene wil gaan investeren in zijn herstel en heeft al afspraken staan. Hij is bij IHT in zorg en gaat met hen kijken hoe een nieuwe opname voorkomen kan worden.

De advocaat pleit voor afwijzing van het verzoek. Betrokkene heeft een vangnet. Bij een langere opname ontstaan er ook zorgen over het werk van betrokkene.

De afdelingsarts heeft ter zitting naar voren gebracht dat de crisismaatregel was aangevraagd omdat betrokkene onder invloed van alcohol niet goed kon aangeven of hij instemde met de behandeling. Er waren zorgen om de veiligheid en als betrokkene zo doorgaat, gaat zijn lichaam het begeven. Nu is betrokkene weer nuchter en geeft hij aan dat hij nazorg heeft geregeld. Op dit moment is er voldoende vrijwilligheid om de behandeling thuis voort te zetten. Het verzoek kan worden afgewezen.

Beoordeling

Uit hetgeen ter zitting is besproken blijkt dat er mogelijkheden zijn om de zorg in een vrijwillig kader voort te zetten. Betrokkene heeft ter zitting verklaard dat hij wil investeren in zijn herstel en met het IHT wil kijken hoe een nieuwe terugval voorkomen kan worden. Hij heeft al afspraken gepland. De arts heeft voldoende vertrouwen in de vrijwilligheid van betrokkene. Gelet op voorstaande stelt de rechtbank vast dat er minder ingrijpende alternatieven beschikbaar zijn en zal om deze redenen het verzoek afwijzen.

Beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. M. de Kleine, rechter, bijgestaan door S.N. Maas als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 21 september 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 8 oktober 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.