Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Den Haag, 21 september 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:31025Zaaknummer C/09/712125 / FA RK 26-9130
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 21 september 2026
- Publicatiedatum
- 28 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/09/712125 / FA RK 26-9130
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg. Stoornis in het gebruik van alcohol.
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1977 te [geboorteplaats],
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 21 maart 2027;
wijst het meer of anders verzochte af.
| Deze beschikking is gegeven door mr. M. de Kleine, rechter, bijgestaan door S.N. Maas als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 21 september 2026. |
| De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 8 oktober 2026. |
| Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open. |
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/712125 / FA RK 26-9130
Datum beschikking: 21 september 2026
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1977 te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats],
thans verblijvende in de accommodatie [zorginstelling], te [plaats],
advocaat: mr. P.J.W. de Water te Leiderdorp.
ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 4 september 2026, heeft de officier van justitie verzocht om een zorgmachtiging.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een op 31 augustus 2026 ondertekende medische verklaring van [naam 1], psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een zorgkaart van 14 augustus 2026;
- een zorgplan van 11 augustus 2026;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 3 september 2026;
- een uittreksel uit de justitiële documentatie;
- een afschrift van de politiemutaties.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 21 september 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- de arts, [naam 2].
Verder was aanwezig:
- begeleider van [zorginstantie], [naam 3].
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.
Standpunten ter zitting
Door betrokkene is ter zitting naar voren gebracht dat het lichamelijk slecht met hem gaat door de ontwenningsklachten. Hij drinkt nu alleen tegen de ontwenningsklachten, de angst en de paniek. Hij vindt alcohol helemaal niet lekker en hij heeft ook geen trek in alcohol. Het is puur zelfmedicatie. Betrokkene geeft aan dat hij zich eenzaam voelt en de medicatie helpt hem om zich rustiger te voelen en beter te focussen.
De advocaat refereert zich aan het oordeel van de rechtbank. Hij stelt vast dat de verslaving van betrokkene het dagelijks leven van betrokkene beïnvloedt, waardoor er is voldaan aan het arrest van de Hoge Raad.[_8d776c8c-b47d-409e-a96e-0636158c90ed]
De arts heeft ter zitting naar voren gebracht dat er bij betrokkene een patroon zichtbaar is waarbij betrokkene veel drinkt, waarna hij uit het niets stopt met drinken. Dit kan gevaarlijk zijn voor het lichaam. Het is voor betrokkene erg lastig om abstinent te blijven en het lukt hem vaak niet om langer dan vier dagen abstinent te blijven. In de thuissituatie kan betrokkene zich niet aan bepaalde voorwaarden houden. In de kliniek lukt het betrokkene wel om abstinent te blijven, maar hij vindt het moeilijk om de opname volledig af te ronden. Ook helpt het niet dat betrokkene van een veilige omgeving naar een situatie gaat waarin hij alles zelf moet doen. Hij kan niet rustig opstarten of wennen. De zorgmachtiging is nodig voor de opname, maar zal na de opname waarschijnlijk niet meer nodig zijn. Het is betrokkene al eens eerder gelukt om, onder een zorgmachtiging, abstinent te worden en te blijven.
Beoordeling
Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene lijdt aan psychische stoornissen, te weten een stoornis in het gebruik van alcohol, een autismespectrumstoornis, ADHD en een persoonlijkheidsstoornis met cluster C trekken.
Onder verwijzing naar jurisprudentie van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2022:1433 en ECLI:NL:HR:2022:559) acht de rechtbank de alcoholverslaving voldoende om een psychische stoornis in de zin van de Wvggz te kunnen aannemen. De Hoge Raad overweegt dat “(…) moet worden aangenomen dat verslaving aan middelen als alcohol en drugs op zichzelf niet tot toepassing van de Wvggz kan leiden. Er moet om tot toepassing van de Wvggz te komen sprake zijn van een psychische stoornis van zodanige ernst dat het denken, voelen, willen, oordelen en doelgericht handelen daardoor zo ingrijpend worden beïnvloed dat de betrokkene het veroorzaakte gevaar niet kan worden toegerekend, omdat de stoornis de gevaarvolle daden van de betrokkene overwegend beheerst.”
De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de inhoud van de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting is besproken, het ernstig nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis. De stoornis in het gebruik van alcohol is van zodanige ernst dat het denken, voelen, willen, oordelen en doelgericht handelen van betrokkene daardoor ingrijpend wordt beïnvloed. Het alcoholgebruik van betrokkene is dusdanig ernstig dat, wanneer hij niet langdurig stopt met drinken, hij hieraan kan overlijden of ernstig lichamelijk en/of cognitief letsel kan oplopen. Daarnaast is er door het alcoholgebruik sprake van slechte zelfzorg en verwaarlozing. Eerdere vrijwillige opnames hebben onvoldoende geholpen om abstinent te blijven. Na de opnames vervalt betrokkene weer in het gebruik waardoor het ernstig nadeel weer optreedt.
Deze stoornissen leiden tot ernstig nadeel, gelegen in:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige financiële schade;
-ernstige verwaarlozing;
-maatschappelijke teloorgang.
Het gebruik van betrokkene is dusdanig ernstig dat, als hij niet langdurig stopt, hij binnen twaalf maanden lichamelijk letsel of cognitieve schade zal oplopen of komt te overlijden. Betrokkene drinkt dagelijks grote hoeveelheden alcohol. Hij eet slecht en verwaarloost zichtzelf. Het lukt betrokkene niet om dit in het ambulante kader te doorbreken. Hij stopt zelf met het drinken van alcohol, maar het lukt hem niet om dit langer dan een paar dagen vol te houden. Als gevolg van het alcoholgebruik kan betrokkene niet naar een dagbesteding en lukt het hem niet andere zinvolle activiteiten ondernemen. Betrokkene trekt zich terug waardoor hij maatschappelijk teloorgaat.
Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat hij zijn autonomie zoveel mogelijk herwint en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Het is niet mogelijk om de behandeling in het vrijwillig kader te verlenen. Betrokkene verzoekt zelf om opname, maar het lukt hem niet om deze opname vol te houden en daardoor gaat hij vervroegd met ontslag. In het vrijwillig kader is het niet mogelijk om abstinent te blijven. Om die reden is verplichte zorg nodig.
De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Gelet op hetgeen ter zitting is besproken ziet de rechtbank geen aanleiding voor het opleggen van verplichte zorg in de vorm van:
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek aan de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen.
Niet gebleken is dat deze vormen van zorg in het verleden noodzakelijk zijn geweest en niet voorzienbaar is dat het opleggen hiervan direct noodzakelijk zal zijn. Daarnaast heeft de arts ter zitting toegelicht dat de onderzoeksvormen ook zijn opgenomen in de huisregels van de instelling en daarom niet nodig zijn om op te nemen in de zorgmachtiging. Het verzoek zal daarom in zoverre worden afgewezen.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend.
Beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1977 te [geboorteplaats],
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 21 maart 2027;
wijst het meer of anders verzochte af.
| Deze beschikking is gegeven door mr. M. de Kleine, rechter, bijgestaan door S.N. Maas als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 21 september 2026. |
| De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 8 oktober 2026. |
| Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open. |
Voetnoten
Wetsartikelen in deze uitspraak
Deze uitspraak verwijst naar
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.