Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 21 september 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:31023Zaaknummer C/09/712797 / FA RK 26-9522

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
21 september 2026
Publicatiedatum
28 oktober 2026
Zaaknummer
C/09/712797 / FA RK 26-9522
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

De rechtbank:

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van:

[betrokkene],

geboren op [geboortedatum] 1955 te [geboorteplaats], [geboorteland],

inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:

- toedienen van vocht;

- toedienen van voeding;

- toedienen van medicatie;

- verrichten medische controles;

- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;

- beperken van de bewegingsvrijheid;

- insluiten;

- uitoefenen van toezicht op betrokkene;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

- opnemen in een accommodatie;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 12 oktober 2026;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. M. de Kleine, rechter, bijgestaan door S.N. Maas als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 21 september 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 8 oktober 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
  2. Procesverloop
  3. Standpunten ter zitting
  4. Beoordeling
  5. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaak-/rekestnr.: C/09/712797 / FA RK 26-9522

Datum beschikking: 21 september 2026

Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

Beschikking naar aanleiding van het op 18 september 2026 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene],

hierna te noemen: betrokkene,

geboren op [geboortedatum] 1955 te [geboorteplaats], [geboorteland],

wonende te [woonplaats],

thans verblijvende in de accommodatie [zorginstelling], te [plaats],

advocaat: mr. M.B.H. Breitschaft te Den Haag.

Procesverloop

Bij verzoekschrift heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 17 september 2026 genomen crisismaatregel.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente [plaats] tot het nemen van de crisismaatregel;
  • een op 17 september 2026 ondertekende medische verklaring van [naam 1], psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;

- een uittreksel uit de justitiële documentatie;

- een afschrift van de politiemutaties.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 21 september 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:

- betrokkene, bijgestaan door mr. M.F. Laning, waarnemend voor haar advocaat, en een (telefonische) tolk in de taal Hakka.

- de psychiater, [naam 2].

Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Door betrokkene is ter zitting naar voren gebracht dat zij niet ziek is. Zij begrijpt niet waarom zij is opgenomen. Betrokkene stelt dat zij geen psychische problemen heeft en weer naar buiten wil.

Betrokkene is tijdens de mondelinge behandeling erg onrustig. Nadat zij haar standpunt kenbaar heeft gemaakt, is in overleg met de psychiater en advocaat besloten om de mondelinge behandeling in een andere ruimte voort te zetten.

De advocaat refereert zich aan het oordeel van de rechtbank. De eerste keer dat de advocaat betrokkene bezocht, was er middels een tolkapparaat nog met haar te praten, maar het gesprek was onsamenhangend. Betrokkene gaf wel aan dat zij naar de dokter zal gaan als zij weer thuis is.

De psychiater heeft ter zitting naar voren gebracht dat het waarschijnlijk al vele jaren niet goed gaat met betrokkene. Zij hoort al jarenlang stemmen en is in 2008 ook opgenomen geweest wegens een psychose. Betrokkene had toen haar man gestoken met een mes. Vermoedelijk is er sprake van een chronisch psychotisch beeld. De echtgenoot van betrokkene heeft al die tijd voor haar gezorgd waardoor ze heeft kunnen functioneren. Haar echtgenoot is echter onlangs overleden en betrokkene heeft gedurende een periode van ongeveer twee weken met het dode lichaam van haar echtgenoot in hun huis verbleven, zonder melding te maken van de dood van haar echtgenoot. Het lichaam van haar echtgenoot was al in vergevorderde staat van ontbinding, toen de ouderenconsulent de woning betrad en betrokkene in bed vond naast haar echtgenoot. Tot op heden blijft betrokkene ontkennen dat haar echtgenoot is overleden. Betrokkene is niet adequaat, praat in zichzelf en eet en drinkt weinig. Betrokkene krijgt medicatie, eten en drinken aangeboden, maar dit weigert zij meestal.

Beoordeling

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in:

- ernstige psychische schade;

-maatschappelijke teloorgang.

Recent is de echtgenoot van betrokkene overleden waardoor de enige steunfiguur in haar leven is weggevallen. Zij ontkent dat hij is overleden. Betrokkene is niet in staat om haar eigen maatschappelijke belangen te behartigen of om zelfstandig te functioneren. Zij houdt alle hulp af. Betrokkene is in beeld gekomen nadat de ouderenconsulent van haar man langs kwam en betrokkene en haar overleden man in het huis aantrof. Vermoedelijk lag hij hier al langer. Betrokkene heeft hallucinaties. Ook praat zij in zichzelf en heeft zij een omgedraaid dag- en nachtritme.

Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten een psychotische stoornis. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.

De rechtbank is van oordeel dat, anders dan de in de crisismaatregel genoemde zorg, de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden, te weten:

- toedienen van vocht;

- toedienen van voeding;

- toedienen van medicatie;

- verrichten medische controles;

- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;

- beperken van de bewegingsvrijheid;

- insluiten;

- uitoefenen van toezicht op betrokkene;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

- opnemen in een accommodatie.

Van de overige in de crisismaatregel genoemde vormen van zorg is – door de toelichting van de psychiater – ter zitting gebleken dat de toepassing niet voorzienbaar en noodzakelijk is. De rechtbank volgt de toelichting van de psychiater en zal het verzoek in zoverre dan ook afwijzen.

Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Zij ontkent dat er iets aan de hand is en vindt dat zij daarom geen hulp nodig heeft.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

Beslissing

De rechtbank:

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van:

[betrokkene],

geboren op [geboortedatum] 1955 te [geboorteplaats], [geboorteland],

inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:

- toedienen van vocht;

- toedienen van voeding;

- toedienen van medicatie;

- verrichten medische controles;

- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;

- beperken van de bewegingsvrijheid;

- insluiten;

- uitoefenen van toezicht op betrokkene;

- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;

- opnemen in een accommodatie;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 12 oktober 2026;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. M. de Kleine, rechter, bijgestaan door S.N. Maas als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 21 september 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 8 oktober 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.