Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Den Haag, 21 september 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:31017Zaaknummer C/09/712398 / FA RK 26-9287
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 21 september 2026
- Publicatiedatum
- 28 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/09/712398 / FA RK 26-9287
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
eerste rechterlijke machtiging
De rechtbank:
verleent een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een accommodatie ten aanzien van:
[de cliënt],
geboren op [geboortedatum] 1944 te [geboorteplaats],
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 21 maart 2027.
| Deze beschikking is gegeven door mr. M.M.C. Limbeek, rechter, bijgestaan door S.A. van Leeuwen als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 21 september 2026. |
| De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 29 september 2026. |
| Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open. |
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/712398 / FA RK 26-9287
Datum beschikking: 21 september 2026
Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf
Beschikking naar aanleiding van het door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) ingediende verzoek tot het verlenen van een machtiging voor de duur van zes maanden als bedoeld in artikel 24 van de Wet zorg en dwang (Wzd), ten aanzien van:
[de cliënt],
hierna te noemen: cliënt,
geboren op [geboortedatum] 1944 te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats],
thans verblijvende in de accommodatie van [zorginstelling] te [plaats],
advocaat: mr. P.J.W. de Water te Leiderdorp.
Procesverloop
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 10 september 2026.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een indicatiebesluit op grond van artikel 3.2.3 van de Wet langdurige zorg van 13 maart 2026;
- een aanvraag voor een rechterlijke machtiging aan het CIZ van 3 september 2026;
- een op 27 augustus 2026 ondertekende medische verklaring van een ter zake kundige arts, [naam 1], die cliënt met het oog op de machtiging kort tevoren heeft onderzocht, maar niet bij haar behandeling betrokken was.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 21 september 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- cliënte, bijgestaan door mr. B.F. van Es, waarnemend haar advocaat;
- de transferverpleegkundige, [naam 2];
- de neuroloog, [naam 3].
Standpunten ter zitting
Door en namens cliënte wordt duidelijk gemaakt dat zij naar huis wil.
De neuroloog geeft aan dat cliënte niet voor zichzelf kan zorgen. Zij is niet langer in staat om terug te keren naar huis, omdat gevaarlijke situaties zullen ontstaan.
Beoordeling
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat cliënt lijdt aan een psychogeriatrische aandoening te weten vasculaire dementie.
Deze psychogeriatrische aandoening leidt tot ernstig nadeel. Dit ernstig nadeel bestaat uit:
– ernstige psychische schade;
– ernstige verwaarlozing;
– maatschappelijke teloorgang;
– de situatie dat cliënt met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.
Cliënte kan niet goed voor zichzelf zorgen, eet en drinkt niet uit zichzelf en neemt ook geen vocht en voeding tot zich als dit haar wordt aangereikt. Zij is al een aantal weken incontinent voor urine, maar weigert incontinentiemateriaal te dragen. Cliënte verblijft momenteel in het ziekenhuis na het doormaken van een hersenbloeding. Hier is zij niet in staat om instructies op te volgen en worden beschermende maatregelen ingezet, omdat het risico bestaat op vallen en dwalen.
De opname en het verblijf in een accommodatie zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden.
Gebleken is dat cliënt zich verzet tegen de opname en het verblijf in een accommodatie. Cliënte geeft herhaaldelijk aan dat zij niet wil worden opgenomen en dat hulpverleners weg moeten gaan.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een accommodatie als bedoeld in de Wzd. De machtiging zal worden verleend voor de duur van zes maanden.
Beslissing
De rechtbank:
verleent een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf in een accommodatie ten aanzien van:
[de cliënt],
geboren op [geboortedatum] 1944 te [geboorteplaats],
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 21 maart 2027.
| Deze beschikking is gegeven door mr. M.M.C. Limbeek, rechter, bijgestaan door S.A. van Leeuwen als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 21 september 2026. |
| De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 29 september 2026. |
| Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open. |
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.