Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 2 oktober 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:30883Zaaknummer VK 26/1987
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 2 oktober 2026
- Publicatiedatum
- 21 oktober 2026
- Zaaknummer
- VK 26/1987
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
ROV-3 maatregel, schending meldplicht, beroep ongegrond.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Hollebrandse, rechter, in aanwezigheid van mr. V. Bouman, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 2 oktober 2026.
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 26/1987
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 oktober 2026 in de zaak tussen
[eiser] , v-nummer: [x] , eiser
en
het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers
(gemachtigde: mr. M. Talsma)
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het besluit van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) van 7 januari 2026 waarin aan eiser een maatregel is opgelegd op grond van het Reglement onthouding verstrekkingen (ROV).
De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.[_51de18d3-9f54-4697-ad66-fcaa725f5f0d]
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank beoordeelt het beroep tegen de aan eiser opgelegde ROV-3 maatregel. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
Het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Het bestreden besluit
3. Eiser verbleef op een opvanglocatie in [plaats]. Het COa heeft op 7 januari 2026 aan eiser een ROV-3 maatregel opgelegd. Met deze ROV-3 maatregel werd per 7 januari 2026 gedurende vier weken €14,87 per week ingehouden. De aanleiding voor het opleggen van de maatregel was dat eiser zich op 6 januari 2026 in strijd met zijn meldplicht niet had gemeld, terwijl hij het half jaar daarvoor ook al meerdere keren niet had voldaan aan de meldplicht. Eiser heeft als gevolg van het eerdere meldverzuim al een waarschuwing, een ROV-1 maatregel en een ROV-2 maatregel ontvangen.
Toetsingskader
4. Op grond van de artikelen 10 en 19 van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 (Rva 2005) kan de wekelijkse financiële toelage van asielzoekers worden ingetrokken als de huisregels niet worden nageleefd. Een van die huisregels is het voldoen aan de meldplicht. Als de betrokkene een goede reden heeft om niet aan de meldplicht te voldoen, dan moet dat volgens de huisregels vooraf worden gemeld en dient een ontheffing van de meldplicht te worden aangevraagd.
De werkwijze van het COa bij het opleggen van maatregelen is neergelegd in het Maatregelenbeleid COa. Hieruit volgt dat een viertal categorieën van maatregelen kunnen worden opgelegd, waaronder maatregelen waarbij verstrekkingen ingehouden kunnen worden. Dit zijn de zogeheten ROV-maatregelen. Uit paragraaf 4.3.5 van het Maatregelenbeleid volgt dat een bewoner die zich bij herhaling periodiek wel en niet meldt, een maatregel opgelegd krijgt. Wanneer een bewoner zich binnen een tijdsperiode van zes maanden na een eerste meldverzuim opnieuw niet meldt, dan wordt maatregel 1 opgelegd. Hiervoor wordt geen maatregelgesprek gevoerd. Bij herhaaldelijk verzuim van de meldplicht binnen deze zes maanden kan een zwaardere maatregel worden opgelegd. Bij een zwaardere maatregel wordt wel een maatregelgesprek gevoerd.
Heeft het COa aan eiser een ROV-3 maatregel mogen opleggen?
5. Eiser betoogt dat het COa hem ten onrechte een ROV-3 maatregel heeft opgelegd. Hij heeft zich op 6 januari 2026 namelijk niet kunnen melden vanwege overmacht. Hij kwam die dag terug van een reis, maar vanwege hevige sneeuwval en weercode rood, arriveerde hij pas in de middag. Bovendien had eiser al eerder een adreswijziging willen doorgeven waarmee hij in aanmerking zou komen voor een vrijstelling van de meldplicht. Hij moest hier echter vanwege de vakantie van een COa-medewerker drie weken op wachten. Ook de vier eerdere meldverzuimen waren geen nalatigheid of disrespect. Eiser had namelijk familiaire en persoonlijke redenen om zich niet te melden. Bovendien heeft hij zich voor ieder meldmoment waar hij verhinderd was contact opgenomen met het COa. Het COa bood echter geen oplossing. Tot slot betoogt eiser dat het onevenredig is dat het COa de telling van zijn meldverzuimen start vanaf augustus 2025. Hij is namelijk ongeveer 40 maanden onder toezicht van het COa geweest en heeft zich in die periode ongeveer 170 keer gemeld. Slechts vijf keer was sprake van een overtreding, wat 3% van het totaal is.
De rechtbank merkt allereerst op dat uit het dossier volgt – en tussen partijen ook niet in geschil is – dat aan eiser in de periode voorafgaand aan het bestreden besluit een waarschuwing en een ROV-1 en ROV-2 maatregel zijn opgelegd, omdat eiser zich eerder meermalen niet aan de meldplicht heeft gehouden. Als eiser het niet eens was met de oplegging van die maatregelen, had eiser tegen die maatregelen beroep kunnen instellen. Voor zover bekend, heeft eiser dat niet gedaan. Deze besluiten staan dus in rechte vast. Dat betekent dat wat eiser aanvoert over zijn eerdere meldverzuimen, daarom op zichzelf niet kan worden betrokken in deze procedure. De rechtbank kan in deze zaak alleen beoordelen of het COa op 7 januari 2026 terecht een ROV-3 maatregel heeft opgelegd.
De rechtbank is van oordeel dat het COa aan eiser een ROV-3 maatregel heeft kunnen opleggen. Tussen partijen is niet in geschil dat eiser zich op 6 januari 2026 niet heeft gemeld. In hetgeen eiser heeft aangevoerd, ziet de rechtbank geen verschoonbare reden voor het niet melden, Op 6 januari 2026 gold er, in tegenstelling tot wat eiser betoogt, geen code rood. Het COa wijst er in het verweerschrift terecht op dat uit informatie van het KNMI blijkt dat er op 6 januari 2026 in het hele land code geel was afgegeven. Verder vindt de rechtbank van belang dat eiser – gelet op de eerdere waarschuwing en de opgelegde ROV-maatregelen – een gewaarschuwd mens was. Het komt dan ook voor zijn rekening en risico dat eiser – zonder tijdig en op de juiste wijze ontheffing van de meldplicht te hebben gevraagd – is gaan reizen. Wat betreft het betoog van eiser over het niet kunnen doorgeven van een adreswijziging vanwege de vakantie van een COa-medewerker, begrijpt de rechtbank eisers betoog zo dat hij bedoelt dat hij eerder gebruik had willen maken van de logeerregeling waarvan hij blijkens het dossier vanaf eind januari 2026 gebruik heeft gemaakt. Ook dit vindt de rechtbank geen verschoonbare reden. Eiser heeft namelijk niet aannemelijk gemaakt dat geen enkele COa-medewerker van zijn opvanglocatie hem hier bij heeft kunnen helpen. Ook heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat het voor hem niet mogelijk was om tijdig om ontheffing van de meldplicht te verzoeken.
Tot slot ziet de rechtbank in wat eiser heeft aangevoerd ook geen omstandigheden die maken dat de opgelegde maatregel disproportioneel is. Zolang eiser bij het COa verblijft, gelden namelijk de huisregels. Dat eiser zich eerder wel langere tijd aan zijn meldplicht heeft gehouden, betekent niet dat hij daar nu niet meer toe verplicht is. Bovendien heeft eiser in het half jaar voorafgaand aan het opleggen van de ROV- 3 maatregel al eerder een waarschuwing gehad en een ROV-1 maatregel en ROV-2 maatregel opgelegd gekregen. Eiser was er dus van op de hoogte dat zijn (aanhoudende) meldverzuim gevolgen kon hebben. Eiser heeft ook niet onderbouwd dat hij door de ROV-3 maatregel in de financiële problemen is gekomen of anderszins dat de opgelegde maatregel als disproportioneel moet worden beschouwd.
Gelet op het voorgaande heeft het COa voldoende gemotiveerd dat eiser op grond van het schenden van de meldplicht op 6 januari 2026 in combinatie met het al eerder viermaal niet voldoen aan de meldplicht een ROV-3 maatregel is opgelegd. De beroepsgrond slaagt daarom niet.
Conclusie en gevolgen
6. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Hollebrandse, rechter, in aanwezigheid van mr. V. Bouman, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 2 oktober 2026.
| griffier | rechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Voetnoten
- Artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.