Uitspraak · Vreemdelingenrecht
Rechtbank Den Haag, 2 oktober 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:30837Zaaknummer NL26.50737 en NL26.50738
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 2 oktober 2026
- Publicatiedatum
- 26 oktober 2026
- Zaaknummer
- NL26.50737 en NL26.50738
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht, Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Asiel; Marokkaanse nationaliteit; geen motiverings- of zorgvuldigheidsgebrek; problemen als gevolg van zijn politieke overtuiging en activiteiten deels niet geloofwaardig, omdat verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen; vrees voor discriminatie vanwege eisers etniciteit niet zwaarwegend; artikel 3 EVRM; terecht afgewezen als kennelijk ongegrond; beroep is ongegrond.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Holleman, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. L.W.H. Schippers, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen twee weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummers: NL26.50737 en NL26.50738
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser/verzoeker (hierna: eiser)
(gemachtigde: mr. F. Arslan),
en
de minister van Asiel en Migratie (hierna: de minister)
(gemachtigde: mr. M. Latul).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag en beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening. Eiser heeft op 1 augustus 2026 een asielaanvraag ingediend. De minister heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 28 augustus 2026 afgewezen als kennelijk ongegrond.
De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 24 september 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, J. Lakjaa als tolk en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling door de rechtbank
Waar gaat deze zaak over?
Het asielrelaas
2. Eiser is geboren op [geboortedatum] 2001, heeft de Marokkaanse nationaliteit, zijn etniciteit is Tamazight en hij is afkomstig uit het Rif-gebied. Eiser legt het volgende aan zijn asielaanvraag ten grondslag. Eiser verklaart dat hij in 2016, gedurende een periode van zeven maanden heeft deelgenomen aan tien tot twintig demonstraties in Marokko. Hij verklaart ook dat hij als gevolg van zijn politieke activiteiten op een zwarte lijst staat. In de tijd tussen de demonstraties en zijn komst naar Nederland leidde eiser een ondergedoken bestaan uit angst voor de autoriteiten. Eiser verklaart daarnaast dat hij racisme en discriminatie heeft ervaren in Marokko vanwege zijn etniciteit. Ook had eiser in Marokko, samen met zijn neef en buurjongens, een boot gekocht om illegaal mee naar Europa te reizen. Maar hij veranderde van gedachten en wilde zijn geld terug. Toen eiser dat niet kreeg, besloot hij de boot te verkopen en zo zijn geld terug te krijgen. Vervolgens werd eiser door de andere jongens bedreigd.
Het bestreden besluit
3. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende relevante asielmotieven:
- eisers identiteit, nationaliteit en herkomst;
- eisers problemen als gevolg van zijn politieke overtuiging en activiteiten;
- discriminatie vanwege eisers etniciteit;
- eisers problemen met zijn neef en buurjongen.
De minister vindt eisers identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig. De minister vindt discriminatie vanwege eisers etniciteit ook geloofwaardig. Ook de problemen van eiser met zijn neef en buurjongen vindt de minister geloofwaardig.
Eisers problemen als gevolg van zijn politieke overtuiging en activiteiten vindt de minister deels geloofwaardig. Eiser heeft zijn verklaringen niet onderbouwd met objectieve documenten die het asielmotief volledig onderbouwen. De minister vindt het wel geloofwaardig dat eiser een politieke overtuiging heeft en dat hij in 2016 heeft deelgenomen aan demonstraties. Niet geloofwaardig vindt de minister daarentegen dat eiser sindsdien problemen heeft met de Marokkaanse autoriteiten, dat hij op de zwarte lijst staat en dat hij wordt gezocht. Eisers verklaringen vormen volgens de minister namelijk geen samenhangend en aannemelijk geheel.
Op basis van de geloofwaardige asielmotieven heeft eiser, volgens de minister, geen vrees voor vervolging en loopt hij geen reëel risico op ernstige schade. Dat eiser uit Marokko komt is op zichzelf geen reden om hem als vluchteling te kwalificeren, want Marokko is in het algemeen een veilig land van herkomst. Eisers vrees vanwege zijn politieke overtuiging vindt de minister niet aannemelijk, omdat uit eisers verklaringen geen sterke politieke overtuiging blijkt. Daarbij is het niet aannemelijk dat eiser in de negatieve belangstelling staat van de Marokkaanse autoriteiten. Daarnaast is, volgens de minister, eisers vrees voor discriminatie vanwege zijn etniciteit niet zwaarwegend genoeg. Eisers vrees voor zijn neef en buurjongens wordt ook niet aannemelijk gevonden, omdat van eiser verwacht mag worden dat hij hulp had ingeschakeld van de Marokkaanse overheid, eiser nog twee of drie maanden in Marokko is verbleven na de verkoop van de boot en eiser sinds april 2023 niets meer van zijn neef en buurjongen heeft vernomen. Ook werpt de minister eiser tegen dat eiser niet meteen asiel heeft aangevraagd toen dat mogelijk was.
Tot slot heeft de minister in het asielrelaas van eiser ook geen aanleiding gezien voor het ambtshalve verlenen van een reguliere verblijfsvergunning of uitstel van vertrek om medische redenen. Aan eiser is eerder op 27 maart 2025 een terugkeerbesluit, gericht op vertrek naar Marokko, uitgereikt en deze geldt nog steeds.
Wat vindt eiser in beroep?
4. Eiser is het niet eens met de afwijzing van zijn asielaanvraag en voert in beroep het volgende aan. Eiser heeft feitelijk, waarheidsgetrouw en consequent verklaard en heeft documenten overgelegd ter onderbouwing van zijn asielrelaas. Ook is er sprake van een motiverings- en zorgvuldigheidsgebrek, omdat de minister de huidige politieke situatie in Marokko onvoldoende heeft betrokken en hij onvoldoende rekening heeft gehouden met eisers persoonlijke omstandigheden. Eiser verklaart consistent dat hij heeft deelgenomen aan demonstraties van de Hirak-beweging in Marokko in 2016 en de periode daarna, en hij heeft dit ook onderbouwd. De foto van eiser is nog altijd vindbaar op internet. Door zijn deelname aan de demonstraties stond eiser in de negatieve aandacht van de autoriteiten en hij staat op de zwarte lijst. Hij heeft dit gehoord van familieleden en een vriend die was aangehouden. Daarna heeft hij besloten een teruggetrokken bestaan te leven. De minister kan eiser verder niet tegenwerpen dat hem een paspoort is verleend door de Marokkaanse autoriteiten. Het is namelijk niet uitgesloten dat hem een paspoort is verleend met de bedoeling dat hij kan terugkeren naar Marokko en daar vervolgd kan worden. Daarnaast is eiser in Marokko slachtoffer geworden van racisme en discriminatie vanwege zijn etniciteit. Verder klopt het dat eiser zich niet direct bij de Nederlandse autoriteiten heeft gemeld, dat is omdat hij heeft geprobeerd in Spanje asiel aan te vragen en hij daar niet in is geslaagd. De minister heeft ten onrechte een terugkeerbesluit opgelegd, want eiser kan niet terug naar Marokko omdat hij vreest voor vervolging en hij een reëel risico op ernstige schade loopt. Bij terugkomst zal eiser worden aangehouden, onder druk gezet en in de negatieve aandacht komen en blijven. Eiser vreest voor zijn leven. Tot slot loopt eiser bij terugkeer naar Marokko een risico op onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 3 van het EVRM.[_bc42042a-3fc7-4851-971e-c7101214e7e5]
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. De rechtbank beoordeelt of verweerder de aanvraag van eiser kon afwijzen als kennelijk ongegrond. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser. De rechtbank geeft eiser geen gelijk. Hieronder legt de rechtbank dat uit.
Motiverings- of zorgvuldigheidsgebrek
6. Eiser stelt dat er sprake is van een motiverings- en zorgvuldigheidsgebrek omdat de minister de ‘politieke situatie in Marokko’ niet in zijn beoordeling heeft betrokken. Ter zitting heeft eiser desgevraagd nader toegelicht dat het gaat om de discriminatie tegen hem in het gebied waar hij vandaan komt vanwege zijn Tamazight etniciteit. Ook heeft eiser er op gewezen dat de leider van de Hirak-beweging nog steeds vast zit. Daarentegen heeft eiser dit niet nader onderbouwd, terwijl het aan eiser is om de omstandigheden die aan zijn asielaanvraag ten grondslag liggen aannemelijk te maken. De rechtbank acht hetgeen eiser naar voren heeft gebracht dan ook onvoldoende om te kunnen spreken van een motiverings- of zorgvuldigheidsgebrek.
Gehoor
7. Eerst op zitting stelt eiser zich op het standpunt dat hij niet voldoende gelegenheid heeft gehad om alles te vertellen. De rechtbank gaat hier niet in mee, omdat eiser naast een nader gehoor ook een aanvullend gehoor heeft gehad om zijn asielaanvraag nader toe te lichten. In het aanvullend gehoor is eiser gevraagd of hij nog iets had toe te voegen aan hetgeen er die dag was besproken. Daarop heeft hij ‘nee’ geantwoord. Eiser had bovendien in de correcties en aanvullingen al kenbaar kunnen maken dat hij niet alles heeft kunnen inbrengen, dat heeft hij ook niet gedaan. Daarbij heeft de minister er ter zitting terecht op gewezen dat eiser ook niet heeft uitgelegd wat hij dan nog meer naar voren had willen brengen.
Geloofwaardigheid problemen vanwege politieke overtuiging en activiteiten
8. De rechtbank is van oordeel dat verweerder heeft kunnen concluderen dat de verklaringen van eiser over de problemen als gevolg van zijn politieke activiteiten en politieke overtuiging deels ongeloofwaardig zijn. De minister stelt zich namelijk terecht op het standpunt dat de verklaringen van eiser geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen.
9. De minister heeft eiser mogen tegenwerpen dat hij niet consistent heeft verklaard. In het gehoor van 5 augustus 2026 heeft eiser verklaard dat hij weliswaar enkele keren in aanraking is gekomen met de autoriteiten, hij verklaart namelijk dat hij is opgepakt tijdens demonstraties en dat hij op zijn vijftiende is opgepakt vanwege valse beschuldigingen van een mishandeling en binnen één dag werd vrijgelaten. Eiser verklaart echter ook dat hij geen straf opgelegd heeft gekregen door de rechter of politie en hij ook niet wordt gezocht. Daarentegen verklaart eiser in het aanvullend gehoor van 19 augustus 2026 dat hij op de zwarte lijst staat vanwege zijn deelname aan de demonstraties van de Hirak-beweging en dat hij wel wordt gezocht. De minister stelt zich terecht op het standpunt dat eiser geen goede verklaring heeft waarom hij wisselend heeft verklaard over of hij wordt gezocht. Daarbij stelt de rechtbank vast dat eiser hier niet uitdrukkelijk iets tegen inbrengt.
De minister stelt zich op goede gronden op het standpunt dat eiser niet aannemelijk verklaart over de verrichte inspanning van de autoriteiten. Eiser verklaart dat de autoriteiten naar hem op zoek waren vanwege de demonstraties, maar de minister stelt terecht dat eisers rol bij de demonstraties niet significant was, hij geen lid was van een politieke partij en dat hij zich ook op sociale media niet heeft geuit. Daarom acht de minister het terecht niet aannemelijk dat de autoriteiten van Marokko jarenlang naar eiser op zoek zijn geweest waarvoor eiser zou moeten onderduiken. Daarbij wijst de minister er terecht op dat de autoriteiten volgens eisers verklaringen maar één keer een bezoek hebben gebracht aan zijn moeder om naar eiser te zoeken, en dat zij daarna beiden niets meer van de autoriteiten hebben gehoord. Daarbij stelt de rechtbank vast dat eiser hier ook niet uitdrukkelijk iets tegen inbrengt.
De minister heeft ook terecht tegengeworpen dat eiser in 2023 zonder problemen een nieuw paspoort heeft kunnen aanvragen bij het Marokkaanse consulaat in Spanje en dat hij deze ook heeft gekregen. Daarbij heeft hij ook een verklaring van goed gedrag ontvangen. De rechtbank is het met de minister eens dat dit niet rijmt met zijn verklaring dat hij op de zwarte lijst zou staan en actief zou worden gezocht. De rechtbank volgt eiser niet in zijn standpunt dat niet is uitgesloten dat de Marokkaanse autoriteiten een paspoort hebben verleend zodat hij kan terugkeren naar Marokko om daar vervolgd te worden, omdat eiser dit op geen enkele wijze heeft onderbouwd. Daarbij heeft de minister ook mogen betrekken dat wanneer eiser in het gehoor met deze ongerijmdheid wordt geconfronteerd, eiser verklaart dat hij werd gezocht in de periode dat hij in Marokko was en dat er veel tijd overheen is gegaan. Dit verklaart namelijk niet waarom eiser in 2026 bij terugkeer vreest voor de autoriteiten.
De minister concludeert terecht dat niet valt in te zien waarom eiser gezien de dringende behoefte die hij stelt te hebben aan internationale bescherming en zijn kennis van de asielprocedure, niet eerder een aanvraag heeft ingediend. Eiser verklaart dat hij in april 2023 de Europese Unie is ingereisd. Hij is zes á zeven maanden in Spanje verbleven, voordat hij in oktober 2023 naar Nederland kwam. Eiser heeft op 1 augustus 2026 pas een asielaanvraag ingediend, en pas nadat hij door de politie was aangehouden. Dat eiser zich niet direct gemeld zou hebben omdat hij heeft geprobeerd om asiel aan te vragen in Spanje, is geen verschonende omstandigheid, mede omdat er daartussen al enige tijd was verstreken. Daarbij heeft de minister mogen betrekken dat in het gehoor van 5 augustus 2026 is gevraagd waarom eiser geen asiel in Nederland heeft aangevraagd toen het in Spanje niet lukte, en hij toen heeft verklaard dat “asiel in Nederland hartstikke moeilijk is en Marokkanen niet in aanmerking komen voor asiel”.[_ccce7384-7379-4c9d-ba24-e1f0fb5180a7] Dit is ook geen verschoonbare reden.
Zwaarwegendheid discriminatie vanwege eisers etniciteit
10. De minister heeft eisers discriminatie vanwege zijn etniciteit geloofwaardig bevonden. Eiser stelt in beroep dat niet is uitgesloten dat hij in Marokko nog altijd slachtoffer zal worden van discriminatie. Dit sluit de minister ook niet uit, maar de minister heeft terecht geconcludeerd dat eisers vrees niet zwaarwegend genoeg is om op basis daarvan in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning. Er is namelijk pas sprake van een daad van vervolging als de vreemdeling vanwege de discriminatie zo ernstig wordt beperkt in zijn bestaansmogelijkheden dat hij onmogelijk op maatschappelijk en sociaal gebied kan functioneren. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat dat het geval zou zijn. De minister wijst er terecht op dat eiser heeft verklaard dat hij toegang had tot scholing, werk en medische zorg.[_a43921db-4c6f-495f-aac6-2f3b87c4bbb2] De minister heeft zich ook terecht op het standpunt gesteld dat uit de overige verklaringen ook niet blijkt dat eiser in Marokko in zijn bestaansmogelijkheden is beperkt. Ook heeft de minister hierbij kunnen betrekken dat eiser, op lange wachttijden na, zonder problemen identificerende documenten heeft verkregen en een verklaring van goed gedrag. Verweerder heeft er ook op kunnen wijzen dat er weliswaar mensen van eisers etniciteit in gevangenschap zitten vanwege demonstraties van om en nabij tien jaar geleden, maar dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij, ondanks dat hij tien jaar geleden aan demonstraties heeft meegedaan, problemen heeft ervaren in de tussentijd of dat ook hij alsnog zal worden opgepakt.
Artikel 3 van het EVRM
11. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij een risico loopt op onmenselijke behandeling in de zin van artikel 3 van het EVRM. De minister heeft zich namelijk op goede gronden op het standpunt kunnen stellen dat eiser op basis van de geloofwaardige asielmotieven geen vrees voor vervolging heeft en geen reëel risico op ernstige schade loopt. Verweerder wijst er daarbij terecht op dat Marokko in het algemeen is aangemerkt als veilig land van herkomst, dit blijkt uit artikel 62, eerste lid, van de Procedureverordening en de Verordening (EU) 2026/464, overweging 18.
Kennelijk ongegrond
12. De rechtbank volgt eiser niet in zijn standpunt dat de minister meer had moeten uitleggen waarom zij de asielaanvraag heeft afgedaan als kennelijk ongegrond. Eiser heeft namelijk onvoldoende kenbaar gemaakt wat er volgens hem aan de toelichting van de minister ontbreekt.
Belangenafweging
13. De rechtbank kan eiser niet volgen in zijn stelling dat de minister een onjuiste belangenafweging heeft gemaakt. De minister heeft in het bestreden besluit geen belangenafweging gemaakt, nog moeten maken. Maar voor zover eiser bedoelt dat de vier asielmotieven geloofwaardig zijn geacht en dat eiser daarom een inwilliging van zijn asielaanvraag zou moeten krijgen, miskent hij dat er alsnog een zwaarwegendheidsbeoordeling moet worden gemaakt.
Bewaring
14. Wat betreft het oordeel over de rechtmatigheid van de bewaring, kan eiser zich richten tot de bewaringsrechter. Deze vreemdelingenrechter in de asielprocedure is niet bevoegd om daarover een inhoudelijk oordeel te geven, omdat de asielvreemdelingenrechter niet de rechtmatigheid van een ander besluit kan toetsen dan waartegen het beroep is gericht.[_53063e68-dfa8-4978-a42e-22355ca21f21]
Conclusie en gevolgen
15. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en het bestreden besluit in stand blijft.
16. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.
17. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Holleman, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. L.W.H. Schippers, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen twee weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open.
Voetnoten
- Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
- Gehoor 5 augustus 2026, p. 7.
- Gehoor 7 augustus 2026, p. 17.
- Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 14 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1646, r.o. 2.1.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Deze uitspraak verwijst naar
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.