Uitspraak · Strafrecht
Rechtbank Den Haag, 16 september 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:30827Zaaknummer 09/115898-25
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 16 september 2026
- Publicatiedatum
- 23 oktober 2026
- Zaaknummer
- 09/115898-25
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Openlijke geweldpleging tegen 2 personen. In strafverzwarende zin wordt meegenomen dat met een vuurwapen is geslagen tegen het achterhoofd. Gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en een taakstraf van 200 uur.
De rechtbank:
verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven onder 3.5 bewezen is verklaard;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:
ten aanzien van feit 1: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen;
ten aanzien van feit 2: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen;
ten aanzien van feit 3:
de eendaadse samenloop van
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III;
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot:
een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) MAANDEN;
bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de eventuele tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;
bepaalt dat een gedeelte van die straf, groot 2 maanden, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
veroordeelt de verdachte voorts tot:
een taakstraf voor de tijd van 200 (tweehonderd) UREN;
beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de tijd van 100 (honderd) DAGEN.
Dit vonnis is gewezen door
mr. M.R. Aaron, voorzitter,
mr. Y.J. Wijnnobel-van Erp, rechter,
mr. T. Ketelaars, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. A.M. van der Wal-de Zoeten en, griffier,
mr. C.B. Pluim
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 16 september 2026.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Strafrecht
Meervoudige kamer
Parketnummer: 09/115898-25
Datum uitspraak: 16 september 2026
Tegenspraak
De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 2002 te [geboorteplaats],
BRP-adres: [adres]
1 Het onderzoek ter terechtzitting
Het onderzoek is gehouden op de terechtzitting van 2 september 2026..
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. N. Stolk en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsvrouw mr. P. Celikkal naar voren is gebracht.
2 De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 15 april 2025 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, op of aan de openbare weg, het Weteringplein, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1], welk geweld bestond uit het
- ( met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in de hand) achter die [slachtoffer 1] aan rennen en/of
- ( nadat die [slachtoffer 1] tegen de grond was gewerkt dan wel op de grond was gevallen) een of meerdere malen met een vuurwapen slaan op het (achter)hoofd, althans het lichaam, van die [slachtoffer 1].
2.
hij op of omstreeks 15 april 2025 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, op of aan de openbare weg, het Weteringplein, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 2], welk geweld bestond uit het
- met kracht) slaan en/of schoppen tegen het lichaam van die [slachtoffer 2] en/of
- ( met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in de hand) achter die [slachtoffer 2] aan rennen en/of
- een of meerdere malen met een vuurwapen slaan op het (achter)hoofd, althans het lichaam, van die [slachtoffer 2].
3.
hij op of omstreeks 15 april 2025 te 's-Gravenhage een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een omgebouwd gaspistool, van het merk Zoraki, type M906, kaliber .380 auto, zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool voorhanden heeft gehad en/of (daarbij) horende munitie, te weten pistoolmunitie, merk CBC, kaliber .380 Auto.
3 De bewijsbeslissing
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft – op de gronden zoals weergegeven in de pleitnotitie – vrijspraak bepleit ten aanzien van de onder 1 en 3 ten laste gelegde feiten en verdachte ten aanzien van feit 2 in ieder geval vrij te spreken van de ten laste gelegde geweldshandelingen met een vuurwapen. Daar waar de wet dit vereist, zal de rechtbank nader ingaan op hetgeen door de raadsvrouw is aangevoerd.
Gebruikte bewijsmiddelen
De rechtbank heeft hierna opgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.
Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2025122496, van de politie eenheid Den Haag, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 278) en de pagina’s van het aanvullend procesdossier, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 69).
Elk bewijsmiddel wordt - ook in zijn onderdelen - gebruikt voor het bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
Feit 1, feit 2 en feit 3
1. Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1], opgemaakt op 15 april 2025, voor zover inhoudende (p. 159):
U wordt ervan verdacht dat u later op diezelfde avond nogmaals terug bent gereden naar de aangever. Dit keer met meer personen. U wordt ervan verdacht dat u toen openlijke geweldpleging heeft gepleegd.
Ik heb geslagen met mijn vuisten.
Met wie zat u in de auto toen u de tweede keer terug kwam? Met de andere drie verdachten.
Dat zijn mijn neven. Ik voelde me onveilig daarom heb ik hun meegevraagd.
Ik was met [slachtoffer 1] aan het vechten.
2. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 15 april 2025, voor zover inhoudende (p. 68):Op 15 april hebben wij de 4 inzittenden van de Seat aangehouden ter zake openlijke geweldpleging.Bestuurder: [verdachte]Bijrijder rechtsvoor: [medeverdachte 1]Passagier linksachter: [medeverdachte 2]Passagier rechtsachter: [medeverdachte 3].
3. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 15 april 2025, voor zover inhoudende (p. 61):
Ik bekeek de auto, omdat ik opzoek was naar mogelijke wapens die gebruikt waren bij de openlijke geweldpleging. Ik liep naar de zitplaats rechts achterin het voertuig. Ik zag hier op de voetenbodem direct in het zicht, twee voorwerpen die de uiterlijke kenmerken hadden van een vuurwapen. Ik zag dat de wapens een zwarte kleur hadden.
Feit 1
4. Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1], opgemaakt op 15 april 2025, voor zover inhoudende (p. 35-37):
Plaats delict: : Weteringplein, 's-GravenhagePleegdatum/tijd: 15 april 2025
Wij hoorden de aangever:
Achternaam: [slachtoffer 1]
Voornamen: [slachtoffer 1]
Plots stopte er een zwarte auto naast ons. Ik herkende deze auto direct als die eerdere Seat van eerder op de avond. Er stapte vier of vijf jongens uit. Ik zag dat die jongen van eerder, dus de bestuurder en een andere jongen, die links achterin in de auto zat, naar mij toegelopen kwamen. Ik zag twee wapens. Beiden jongens droegen allebei één wapen in hun hand.
Ik besloot om weg te rennen. Ik viel op de grond.
Toen voelde ik klappen op mijn achterhoofd. Ik voelde dat dit een hard voorwerp was, ik wist direct dat dit met dat wapen was die hij vast had. Ik keek omhoog en zag die jongen die mij eerder had mishandeld.De andere jongen met het wapenstond vlak achter de jongen die mij eerder had mishandeld. Hij sloeg mij weer op dezelfde manier met dat wapen op mijn achterhoofd. Toen rende die twee jongens terug naar de Seat toe waar ze mee kwamen, zij stapte in.
Nu voel ik veel fysieke pijn. Ik heb hoofdpijn. Mijn shirt is bebloed. Ik bloedde namelijk ook door die klappen.
5. Het proces-verbaal van bevindingen, inclusief bijlagen, opgemaakt op 15 april 2025, voor zover inhoudende: (p. 54);
Ik zag dat [slachtoffer 1] bloed had op zijn achterhoofd. Ik heb foto's van dit letsel gemaakt. Deze foto's zal ik als bijlage toevoegen aan dit proces-verbaal.
6. Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1], opgemaakt op 15 april 2025, voor zover inhoudende (p. 40):
Op 15 april 2025 verhoorde ik, in persoon, de getuige.
Ik bevond mij op het Weteringplein in Den Haag. Ik zag dat er uit het voertuig drie personen stapten. Ik zag dat zij alle drie gelijk in de richting van mijn zwager liepen. Ik zag dat één persoon een vuurwapen in zijn hand had. Ik zag dat hij met de achterkant van het vuurwapen meerdere keren tegen het achterhoofd van mijn zwager sloeg. Ik zag dat de andere twee personen er omheen stonden. Ik zag dat één van deze personen ook een vuurwapen vasthield.
7. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 15 april 2025, voor zover inhoudende (p. 71):
Ik zei tegen [getuige 1] dat ik las in de getuigenverklaring van dat [getuige 1] het over zijn zwager had maar niet wist wie dit was waarop ik [getuige 1] hoorde verklaren dat zijn zwager [slachtoffer 1] is.
Feit 1 en feit 3
8. Het proces-verbaal van het Team Forensische Opsporing, opgemaakt op 15 april 2025, voor zover inhoudende (p. 15 aanvullend procesdossier):
Op dinsdag 15 april 2025 ontving ik een wapen. Op verzoek heb ik een onderzoek ingesteld.
Soort wapen: Omgebouwd gaspistool
Merk: Zoraki
Model: M906
Het vuurwapen is, door mij, ten behoeve van de politieadministratie voorzien van SIN nummer: AAQW7137NL.
9. Het proces-verbaal vooronderzoek lab, opgemaakt op 27 mei 2025, voor zover inhoudende (p. 245-253):
In verband met een onderzoek naar een openlijke geweldpleging tegen personen te ' s-Gravenhage werd een forensisch onderzoek verricht naar biologische en dactyloscopische sporen aan onderstaande sporendragers:
Onderzoek vuurwapen (pistool) met SIN AAQW7137NL
Tijdens het ingestelde onderzoek werd door mij het navolgende bevonden en waargenomen.
SIN: AASQ2655NL
Relatie met SIN: AAQW7137NL
Spoortype: Biologisch
Spooromschrijving: Bloed
Plaats veiligstellen: Afgebroken delen trekkerbeugel pistool.
SIN: AASQ2656NL
Relatie met SIN: AAQW7137NL
Spoortype: Biologisch
Spooromschrijving: Bloed
Plaats veiligstellen: Vlekken onderkant kast pistool (voor trekker).
SIN: AASQ2657NL
Relatie met SIN: AAQW7137NL
Spoortype: Biologisch
Plaats veiligstellen: Ruwe delen en ribbels greep pistool.
SIN: AASQ2658NL
Relatie met SIN: AAQW7137NL
Spoortype: : Biologisch
Plaats veiligstellen: Onderzijde greep pistool en onderzijde magazijn.
SIN: AASQ2659NL
Relatie met SIN: AAQW7137NL
Spoortype: Biologisch
Plaats veiligstellen: Voorzijde loop pistool en voorste deel binnenzijde loop.
10. Een geschrift, te weten het rapport Forensisch DNA-onderzoek van Euroform van 12 juni 2025, voor zover inhoudende (p. 60 - 62 aanvullend procesdossier):
Afgebroken delen trekkerbeugel AASQ2655NL.
DNA-profiel: DNA-mengprofiel afkomstig van minimaal twee donoren, van wie zeker één man. Er is een DNA-hoofdprofiel afgeleid van een man waarvan de frequentie van voorkomen kleiner is dan één op één miljard.
Mogelijke donor van DNA: [slachtoffer 1] (DNA-hoofdprofiel).
Vlekken onderkant kast pistool AASQ2656NL
DNA-profiel: DNA-mengprofiel afkomstig van minimaal twee donoren, van wie zeker één man. Er is een DNA-hoofdprofiel afgeleid van een man waarvan de frequentie van voorkomen kleiner is dan één op één miljard. Mogelijke donor van DNA: [slachtoffer 1] (DNA-hoofdprofiel).
De additionele DNA-kenmerken van de minder prominent aanwezige donoren zijn geschikt voor vergelijkend DNA-onderzoek. Mogelijke donor van DNA: [verdachte] (additionele DNA-kenmerken).
Om een uitspraak te doen over het mogelijk aanwezig zijn van DNA van verdachte [verdachte] WAAQ1450NL in de bemonstering AASQ2656NL is de likelihood-ratio (LR) methode toegepast. Daarbij worden de resultaten bezien in het licht van twee, elkaar uitsluitende hypothesen. Deze hypothesen zijn geformuleerd onder de aanname dat derde [slachtoffer 1] WAIZ9597NL donor is.Hypothese 1: de bemonstering bevat DNA van [slachtoffer 1] en [verdachte] .Hypothese 2: de bemonstering bevat DNA van [slachtoffer 1] en één onbekende persoon.De resultaten van het onderzoek zijn meer dan één miljard keer waarschijnlijker wanneer hypothese 1 juist is dan wanneer hypothese 2 juist.
Ruwe delen en ribbels greep pistool AASQ2657NL. DNA-profiel: DNA-mengprofiel afkomstig van minimaal vier donoren, van wie zeker één man. Het DNA-mengprofiel is geschikt voor vergelijkend DNA-onderzoek. Mogelijke donor van DNA: [verdachte], [medeverdachte 3], [slachtoffer 1].
Onderzijde greep pistool en onderzijde magazijn AASQ2658N. DNA-profiel: DNA-mengprofiel afkomstig van minimaal vier donoren, van wie zeker één man. Het DNA-mengprofiel is geschikt voor vergelijkend DNA-onderzoek. Mogelijke donor van DNA: [verdachte], [medeverdachte 3], [slachtoffer 1].
Voorzijde loop pistool en voorste deel binnenzijde loop AASQ2659NL. DNA-profiel: DNA-mengprofiel afkomstig van minimaal drie donoren, van wie zeker één man. Het DNA-mengprofiel is geschikt voor vergelijkend DNA-onderzoek. Mogelijke donor van DNA: [verdachte].
Feit 2
11. Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2], inclusief de daarbij behorende fotobladen, opgemaakt op 15 april 2025, voor zover inhoudende (p.114-115):
Plaats delict: : Weteringplein, 's-GravenhagePleegdatum/tijd: dinsdag 15 april 2025
Wij hoorden de aangever:
Achternaam: [slachtoffer 2]
Voornamen: [slachtoffer 2]
Op een gegeven moment zagen we een auto aankomen rijden. Ik zag dat er vier of vijf mannen in de auto zaten. Ik zag dat [medeverdachte 1] achter het stuur zat. Iedereen die in de auto zat stapte tegelijkertijd uit de auto. Ze renden allemaal op mij en [slachtoffer 1] af. Ik zag dat door de mannen vuurwapens werden vastgehouden. Ik heb zeker twee vuurwapens gezien. De vuurwapens waren zwart.
Ik en [slachtoffer 1] werden beiden geslagen. Ik voelde dat ik ook met een vuurwapen ben geslagen. Ik ben geslagen op mijn hoofd.
Ik keek achterom en ik zag dat er 3 mannen achter mij aan kwamen gerend.
Ik heb een wond op mijn achterhoofd.
12. Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2], opgemaakt op 15 april 2025, voor zover inhoudende (p. 43-44):
Ik zag dat de Seat komende uit de richting van de Weteringplein aan kwam rijden. Vervolgens zag ik dat er vijf manspersonen uit de Seat stapten. Ik zag dat vier van de personen een vuurwapen in hun handen hadden.
Ik zag dat drie van de mannen naar [slachtoffer 2] liepen. [slachtoffer 2] rende weg. Ik zag dat de drie mannen [slachtoffer 2] vast pakte en hem opzettelijk en met kracht meerdere klappen gaven. Ze sloegen [slachtoffer 2] met het wapen.
13. Het proces-verbaal van het Team Forensische Opsporing, opgemaakt op 15 april 2025, voor zover inhoudende (p. 25-26 aanvullend procesdossier):
Op 15 april 2025 ontving ik van een politiemedewerker een wapen. Op verzoek heb ik een onderzoek ingesteld.
Soort wapen: gasdrukpistool.
Model: Colt Government.
Het vuurwapen is, door mij verbalisant, ten behoeve van de politie administratie voorzien van SIN nummer: AAQW7136NL.
14. Het proces-verbaal vooronderzoek lab, opgemaakt op 27 mei 2025, voor zover inhoudende (p. 245-253):
In verband met een onderzoek naar een openlijke geweldpleging tegen personen te ' s-Gravenhage werd een forensisch onderzoek verricht naar biologische en dactyloscopische sporen aan onderstaande sporendragers:
Onderzoek vuurwapen (alarmpistool) met SIN AAQW7136NL
Tijdens het ingestelde onderzoek werd door mij het navolgende bevonden en waargenomen:
SIN: AASQ2059NL
Relatie met SIN: AAQW7136NL
Spoortype: Biologisch
Spooromschrijving: Epitheel
Plaats veiligstellen: ruwe delen greep pistool.
SIN: AASQ2060NL
Relatie met SIN: AAQW7136NL
Spoortype: Biologisch
Spooromschrijving: Epitheel
Plaats veiligstellen: onderzijde greep pistool en onderzijde magazijn.
SIN: AASQ2061NL
Relatie met SIN: AAQW7136NL
Spoortype: Biologisch
Spooromschrijving: Epitheel
Plaats veiligstellen: voorzijde loop pistool en voorste deel binnenzijde pistool.
15. Een geschrift, te weten het, te weten het rapport Forensisch DNA-onderzoek van Euroform van 12 juni 2025, voor zover inhoudende (p. 61-64 aanvullend procesdossier):
AASQ2060NL betreft drie wattenstaafjes. Het derde wattenstaafje is als aparte bemonstering ingezet AASQ2060NL#02.
Ruwe delen greep pistool AASQ2059NL.
DNA-profiel: DNA-mengprofiel afkomstig van minimaal drie donoren, van wie zeker één man. Er is een DNA-hoofdprofiel afgeleid van een man waarvan de frequentie van voorkomen kleiner is dan één op één miljard.
Mogelijke donor van DNA: [medeverdachte 3] (DNA-hoofdprofiel).
Onderzijde greep pistool en onderzijde magazijn AASQ2060NL#02.
DNA-profiel: DNA-mengprofiel afkomstig van minimaal twee donoren, van wie zeker één man. Er is een DNA-hoofdprofiel afgeleid van een man waarvan de frequentie van voorkomen kleiner is dan één op één miljard. Mogelijke donor van DNA: [medeverdachte 3] (DNA-hoofdprofiel).
Voorzijde loop pistool en voorste deel binnenzijde loop SIN AASQ2061 NL.
Het DNA-mengprofiel is geschikt voor vergelijkend DNA-onderzoek. Mogelijke donor van DNA: [medeverdachte 3]. [slachtoffer 2] ..
Om een uitspraak te doen over het mogelijk aanwezig zijn van DNA van [slachtoffer 2] WAIZ2896NL in de bemonstering AASQ2061 NL is de likelihood-ratio (LR) methode toegepast. Daarbij worden de resultaten bezien in het licht van twee, elkaar uitsluitende hypothesen.
Hypothese 1: de bemonstering bevat DNA van [slachtoffer 2] en twee onbekende personen.
Hypothese 2: de bemonstering bevat DNA van drie onbekende personen.
De resultaten van het onderzoek zijn meer dan één miljard keer waarschijnlijker wanneer hypothese 1 juist is dan wanneer hypothese 2 juist is.
Feit 3
16. Het proces-verbaal van het Team Forensische Opsporing, opgemaakt op 15 april 2025, voor zover inhoudende (p. 15-16 aanvullend procesdossier):
Soort wapen: Omgebouwd gaspistoolMerk: Zoraki Model: M906Kaliber: 380 auto
Het originele wapen betreft een gaspistool, waarvan de loop voorzien is van een sper dan wel een vernauwing.Uit het originele wapen is de loop verwijderd en vervangen door een andere loop. Door het vervangen van de loop is het mogelijk scherpe munitie te verschieten met het vuurwapen. Het originele kaliber van het wapen bedroeg 9 mm knal.
Categorie wapen (indien geschikt) Dit wapen is een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3°, gelet op artikel 2, lid 1, categorie III sub 1 van de Wet wapens en munitie.
Categorie wapen (indien niet geschikt). Dit wapen is een vuurwapen in de zin van artikel 1 onder 3°, gelet op artikel 2, lid 1, categorie III sub 1 van de Wet wapens en munitie.
Bij genoemd vuurwapen werd munitie aangetroffen.Soort: PistoolmunitieMerk CBC Kaliber: 380 Auto
De aangetroffen munitie kan met het in dit proces-verbaal genoemde vuurwapen worden verschoten.Categorie munitie. De aangetroffen patronen is munitie in de zin van artikel 1 onder 4 gelet op artikel 2 lid 2 categorie III van de Wet wapens en munitie.
Bewijsoverwegingen
Feiten 1 en 2 (openlijke geweldpleging)
De rechtbank is van oordeel dat op grond van de hierboven genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan twee openlijke geweldplegingen. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.
Juridisch kader openlijke geweldpleging
Van openlijke geweldpleging is sprake bij geweld gepleegd in vereniging, dat voor derden zichtbaar was of had kunnen zijn. Geweld wordt in vereniging gepleegd als de dader nauw en bewust heeft samengewerkt met één of meer anderen en daarbij zelf een ‘significante of wezenlijke bijdrage’ aan de openlijke geweldpleging heeft geleverd. Deze bijdrage kan onder andere bestaan uit het verrichten van één of meer gewelddadige handelingen.
Rol van de verdachte
Op basis van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat de verdachte samen met [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] op 15 april 2025 in de auto van [medeverdachte 1] naar Den Haag is gereden. Zij zijn uitgestapt en op het Weteringplein heeft er een gewelddadige confrontatie plaatsgevonden met aangever [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1]) en aangever [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2] ). Uit de verklaringen van [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en getuigen [getuige 1] en [getuige 2] is af te leiden dat meerdere van de uit de auto gestapte mannen achter [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zijn aangerend en dat zij beiden met een vuurwapen op het achterhoofd zijn geslagen. [slachtoffer 1] is op zijn achterhoofd geslagen terwijl hij al op de grond lag. Deze verklaringen van de aangevers en de getuigen vinden steun in het letsel dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] op hun achterhoofd hebben opgelopen.
Twee van de in de auto van [medeverdachte 1] aangetroffen wapens lagen zichtbaar achter de bijrijdersstoel. Deze zijn onderworpen aan een DNA-onderzoek. Uit het rapport van Eurofins volgt dat op deze wapens DNA profielen zijn aangetroffen van [slachtoffer 1], [slachtoffer 2], verdachte en [medeverdachte 3].
Gelet op de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen kan dit geweld niet zijn gepleegd door anderen dan de verdachte en de medeverdachten. Dat de bijdrage van de verdachte in dat geweld voldoende significant is geweest, kan worden afgeleid uit het feit dat uit de bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte en de medeverdachten geweldshandelingen hebben gepleegd en uit niets blijkt dat één van hen zich van het geweld heeft gedistantieerd. In dat geval is niet vereist dat daarnaast ook komt vast te staan dat de verdachte zelf elke tenlastegelegde geweldshandeling heeft begaan. Dat betekent dat ook het slaan met de vuurwapens kan worden bewezen en dat de verdachte, als lid van de groep, voor deze handeling mede strafrechtelijk verantwoordelijk kan worden gehouden.
Conclusie
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de verdachte zich op 15 april 2025 schuldig heeft gemaakt aan openlijke geweldpleging tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2].
Feit 3
De rechtbank is van oordeel dat op grond van de hierboven genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het voorhanden hebben van een vuurwapen met daarbij behorende munitie. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.
Gelet op de openlijke en zichtbare plaats in de auto waar het vuurwapen is aangetroffen, de omstandigheid dat de verdachte in diezelfde auto is aangehouden na het plegen van openlijk geweld met meerdere wapens en het aantreffen van DNA-sporen op het vuurwapen die matchen met het DNA van de verdachte, is de rechtbank van oordeel dat de verdachte het vuurwapen bewust aanwezig heeft gehad en dat hij over dat wapen en de daarbij behorende munitie heeft kunnen beschikken. De rechtbank ziet in het dossier onvoldoende aanknopingspunten die wijzen op een andere verklaring voor de aanwezigheid van de betreffende DNA-sporen op het wapen. Daar komt bij dat de verdachte zich voornamelijk op zijn zwijgrecht heeft beroepen en geen verklaring heeft willen afleggen die de rechtbank eventueel tot een andere conclusie zouden moeten leiden.
De bewezenverklaring
De rechtbank is met betrekking tot de laste gelegde feiten van oordeel dat deze feiten wettig en overtuigend zijn bewezen.
De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:
1.
hij op of omstreeks 15 april 2025 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, op of aan de openbare weg, het Weteringplein, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1], welk geweld bestond uit het
- met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in de hand achter die [slachtoffer 1] aan rennen en/of
- nadat die [slachtoffer 1] tegen de grond was gewerkt dan wel op de grond was gevallen een of meerdere malen met een vuurwapen slaan op het (achter)hoofd, althans het lichaam, van die [slachtoffer 1].
2.
hij op of omstreeks 15 april 2025 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, op of aan de openbare weg, het Weteringplein, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 2], welk geweld bestond uit het
- met kracht slaan en/of schoppen tegen het lichaam van die [slachtoffer 2] en/of
- met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp in de hand achter die [slachtoffer 2] aan rennen en/of
- een of meerdere malen met een vuurwapen slaan op het (achter)hoofd, althans het lichaam, van die [slachtoffer 2].
3.
hij op of omstreeks 15 april 2025 te 's-Gravenhage een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een omgebouwd gaspistool, van het merk Zoraki, type M906, kaliber .380 auto, zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool voorhanden heeft gehad en/of (daarbij) horende munitie, te weten pistoolmunitie, merk CBC, kaliber .380 Auto.
4 De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
5 De strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.
6 De strafoplegging
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft aangevoerd dat indien het tot een bewezenverklaring komt een taakstraf, eventueel in combinatie met een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, aan de verdachte op te leggen.
Het oordeel van de rechtbank
Na te melden straffen zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.
Ernst van de feiten
De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan openlijke geweldpleging tegen een tweetal slachtoffers. In beide gevallen werd de gewelddadige confrontatie door de verdachte en de medeverdachten opgezocht. Het toegepaste geweld door de groep tegen [slachtoffer 1] is zo ver gegaan dat hij, terwijl hij op de grond lag, met een vuurwapen op zijn hoofd werd geslagen. Door zijn handelen heeft de verdachte inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de slachtoffers. Daarnaast veroorzaken dit soort feiten gevoelens van onveiligheid bij zowel de slachtoffers als bij omstanders die van het geweld getuige zijn geweest. De gevoelens van angst en onveiligheid in de maatschappij nemen daardoor in het algemeen toe. De rechtbank rekent dit de verdachte zwaar aan. Zij weegt hierbij in strafverzwarende zin mee dat bij het geweld gebruik is gemaakt van pistolen als slagwapens.
Ook heeft de verdachte een met munitie doorgeladen vuurwapen voorhanden gehad. Het voorhanden hebben van dergelijke voorwerpen is verboden, omdat dit een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich meebrengt. Het voorhanden hebben van een wapen vergroot het risico op daadwerkelijk gebruik daarvan aanzienlijk, en dit leidt tot steeds meer geweldsincidenten met vaak een zeer ernstige afloop. Daarom moet streng worden opgetreden tegen het onbevoegd voorhanden hebben van vuurwapens en munitie.
In deze zaak is gebleken dat de verdachte er kennelijk geen moeite mee heeft een geladen vuurwapen voorhanden te hebben in de een openbare ruimte en te gebruiken bij de openlijke geweldpleging tegen de slachtoffers. Dit heeft de gevaarzetting vergroot. Dit rekent de rechtbank de verdachte zeer zwaar aan.
Strafblad
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 4 augustus 2026, waaruit blijkt dat de verdachte niet recentelijk is veroordeeld voor een vergelijkbaar feit.
Persoon van de verdachte
De rechtbank heeft kennisgenomen van een reclasseringsadvies over de verdachte van 18 augustus 2026. Hierin is onder meer vermeld dat er op meerdere gebieden sprake is van instabiliteit. Verdachte beschikt niet over werk, heeft geen structureel inkomen en heeft schulden. Het recidiverisico wordt ingeschat als gemiddeld. De reclassering adviseert bij veroordeling van de verdachte een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen. De verdachte geeft aan geen problemen te zien en geen hulpvraag te hebben. De reclassering ziet daarom geen mogelijkheden voor verdere reclasseringsbemoeienis.
De op te leggen straffen
De rechtbank heeft bij de bepaling van de strafmodaliteit en strafmaat aansluiting gezocht bij de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting.
Daarin is als uitgangspunt vermeld bij ‘openlijke geweldpleging, lichamelijk letsel ten gevolge hebbend’, een taakstraf van 120 uren.
Zoals hierboven vermeld rekent de rechtbank de verdachte het in strafverzwarende zin aan dat bij de feiten gebruik is gemaakt van vuurwapens. Door het slaan met een vuurwapen op het achterhoofd van de slachtoffers is een risico in het leven geroepen op ernstig letsel. Daarnaast gaat het in dit geval om openlijke geweldpleging tegen meerdere personen, die bovendien daaraan verwondingen hebben overgehouden.
Voor het voorhanden hebben van een vuurwapen (uit de categorie III onder 1) in de openbare ruimte is in de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting als uitgangspunt vermeld een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 8 maanden.
In dit geval ziet de rechtbank af om een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, gelet op de relatief jeugdige leeftijd van de verdachte. Daarnaast is de justitiële documentatie van de verdachte, ondanks de zorgen die er blijkens het reclasseringsadvies op dat vlak bestaan, op dit moment nog relatief beperkt te noemen.
De rechtbank acht alles afwegende in dit geval de volgende straffen passend en geboden.
Een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan 2 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Deze deels voorwaardelijke straf dient als waarschuwing om verdachte ervan te weerhouden zich in de toekomst opnieuw in soortgelijke situaties te begeven en hem te stimuleren een delictvrij leven na te streven.
Daarnaast ziet de rechtbank in de ernst van de bewezenverklaarde feiten aanleiding om ook een taakstraf op te leggen van 200 uren, te vervangen door 100 dagen hechtenis indien verdachte de taakstraf niet verricht.
7 De toepasselijke wetsartikelen
De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen:
- 9, 14 a, 14b, 14c, 22c, 22d, 55, 57 en 141 van het Wetboek van Strafrecht;
- 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.
8 De beslissing
De rechtbank:
verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven onder 3.5 bewezen is verklaard;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:
ten aanzien van feit 1: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen;
ten aanzien van feit 2: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen;
ten aanzien van feit 3:
de eendaadse samenloop van
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III;
en
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie;
verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot:
een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) MAANDEN;
bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de eventuele tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;
bepaalt dat een gedeelte van die straf, groot 2 maanden, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
veroordeelt de verdachte voorts tot:
een taakstraf voor de tijd van 200 (tweehonderd) UREN;
beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de tijd van 100 (honderd) DAGEN.
Dit vonnis is gewezen door
mr. M.R. Aaron, voorzitter,
mr. Y.J. Wijnnobel-van Erp, rechter,
mr. T. Ketelaars, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. A.M. van der Wal-de Zoeten en, griffier,
mr. C.B. Pluim
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 16 september 2026.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.