Uitspraak · Burgerlijk procesrecht
Rechtbank Den Haag, 10 september 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:30810Zaaknummer C/09/702577 / HA RK 26-212
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 10 september 2026
- Publicatiedatum
- 23 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/09/702577 / HA RK 26-212
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Burgerlijk procesrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Verzoek voorlopig deskundigenbericht. Iedere beslissing is aangehouden om partijen de mogelijkheid te bieden om binnen twee weken na dagtekening van de beschikking schriftelijk te reageren op de aangepaste vraagstelling.
De rechtbank
geeft partijen de mogelijkheid om binnen twee weken na dagtekening van deze beschikking schriftelijk te reageren op de aangepaste vraagstelling zoals opgenomen in randnummer 4.12;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. D.R. Glass en in het openbaar uitgesproken op 10 september 2026.
3384
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK Den Haag
Team handel
zaaknummer / rekestnummer: C/09/702577 / HA RK 26-212
Beschikking van 10 september 2026
in de zaak van
1 [verzoekers sub 1], te [woonplaats],2. [verzoekers sub 2], te [woonplaats],
verzoekers,
advocaat: mr. W.A.G. Hermans,
tegen
[verweerster 1] B.V., te [vestigingsplaats 1],
verweerster,
advocaat: mr. H.W. Gierman,
en
[verweerster 2] B.V., te [vestigingsplaats 2],
verweerster,
advocaat: mr. R. Bravenboer.
Partijen worden hierna respectievelijk “[verzoekers sub 1]”, “[verzoekers sub 2]”, “[verweerster 1]” en “[verweerster 2]” genoemd. [verzoekers sub 1] en [verzoekers sub 2] worden gezamenlijk ook aangeduid als “verzoekers”.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met 25 producties, ingekomen op 1 april 2026;
- het aangepaste verzoekschrift met 25 producties, ingekomen op 2 april 2026;
- de akte overleggen producties van [verweerster 1] met zes producties, ingekomen op 19 juni 2026;
- de aanvullende producties 26 tot en met 30 van verzoekers, ingekomen op 29 juni 2026;
- het verweerschrift van [verweerster 1], ingekomen op 30 juni 2026;
- het verweerschrift van [verweerster 2] met één productie, ingekomen op 6 juli 2026.
Op 8 juli 2026 is de zaak besproken tijdens een mondelinge behandeling. Hierbij waren aanwezig:
- verzoekers, bijgestaan door mr. Hermans voornoemd;
- namens [verweerster 1]: de heer [naam 1], manager kwaliteit bij [verweerster 1], bijgestaan door mr. Gierman voornoemd;
- namens [verweerster 2]: de heer [naam 2], eigenaar van [verweerster 2], bijgestaan door mr. Bravenboer voornoemd.
Op 29 juli 2026 heeft de rechtbank een e-mail met één bijlage ontvangen van mr. Bravenboer. In dit bericht heeft mr. Bravenboer namens [verweerster 2] aangegeven dat [verweerster 2] haar standpunten ten aanzien van de rechtsverwerking aan de zijde van verzoekers en het ontbreken van zwaarwegende bezwaren tegen het rapport van TechnoConsult niet langer wenst te handhaven.
2 De feiten
Verzoekers zijn eigenaar van een perceel grond, plaatselijk bekend [adres], kadastraal bekend [kadastraal kenmerk].
[verweerster 1] houdt zich bezig met het uitoefenen van een aannemings- en bouwbedrijf.
Verzoekers en [verweerster 1] hebben op 1 januari 2020 een aannemingsovereenkomst gesloten onder de Woningborg Garantie- en Waarborgregeling Nieuwbouw 2020 voor de bouw van een cascowoning op het perceel van verzoekers voor een bedrag van € 250.823,-. De woning is in april 2022 opgeleverd.
[verweerster 2] houdt zich bezig met het verkopen en leggen van gietvloeren.
[verweerster 2] heeft in mei 2022 in opdracht van verzoekers een kunstharsgebonden gietvloer gelegd in de woning van verzoekers.
Nadat in de gietvloer adervorming, bobbels en scheurvorming zijn ontstaan, hebben verzoekers [verweerster 2] bij brief van 16 januari 2024 in gebreke gesteld. Per e-mail van 30 januari 2024 heeft [verweerster 2] op de ingebrekestelling gereageerd.
Op verzoek van verzoekers heeft TechnoConsult op 12 september 2024 een onderzoek uitgevoerd in het bijzijn van verzoekers en [verweerster 2]. In het rapport van TechnoConsult van 15 oktober 2024 staat onder meer:
“De opbolling, aders en scheurvorming in de kunstharsgebonden gietvloer worden veroorzaakt door het scheuren van de onder de gietvloer aanwezige cementgebonden dekvloer. De scheuren in de cementgebonden dekvloer kunnen veroorzaakt zijn door meerdere factoren waaronder:
- Materiaalkrimp. Cement is een hydraulisch bindmiddel dat met water reageert tot cementsteen (bindmiddel). Tijdens deze reactie treedt er altijd materiaalkrimp op, dit betreft een materiaaleigenschap van cement. Hierbij geldt hoe dikker de vloer des te groter de spanningen. In dit geval wordt een dikte van de cementgebonden dekvloer van 90 mm. vastgesteld. Deze dikte wordt aangemerkt als fors en een niet direct te verwachtte dikte. De dikte van de huidige vloer zal dan ook hier hebben geleid tot extra hoog oplopende spanningen.
- Bij het opwarmen en afkoelen van de dekvloer door thermische effecten en de aanwezige vloerverwarming zal deze uitzetten en krimpen. Deze beweging moet door hechting met de ondergrond worden verhinderd. Dit levert een thermische spanning op in het hechtvlak en zodra de hechtkracht met de ondergrond wordt overschreden zal er onthechting plaatsvinden. Door de aanwezige bindnetten met daarop aangebracht de vloerverwarmingsleidingen, en mogelijk (onbekend) zijn er nog meer leidingen (water, elektra, data) in de dekvloer opgenomen, is er al sprake van een moeilijk te maken hechting tussen dekvloer en draagvloer. Naar alle waarschijnlijkheid en mede gelet op het beeld dat is verkregen bij het afkloppen van de vloer is de cementgebonden dekvloer over een groot oppervlak onthecht van de betonnen constructievloer.
- De doorbuiging van de constructievloer zal hier een bijdrage hebben geleverd.”
Op 27 november 2024 hebben verzoekers bij [verweerster 1] melding gemaakt van het onderzoek van TechnoConsult. [verweerster 1] heeft de aansprakelijkheid afgewezen.
3 Het verzoek en het verweer
Het verzoek strekt, zakelijk weergegeven, tot het bevelen van een deskundigenonderzoek ter beantwoording van de in het verzoekschrift geformuleerde vragen.
Verzoekers leggen aan het verzoek ten grondslag dat zij voornemens zijn een procedure aanhangig te maken tegen [verweerster 1], dan wel [verweerster 2] in verband met de schade aan de gietvloer en het herstel daarvan. Volgens verzoekers bestaat zonder nader gerechtelijk deskundigenonderzoek het risico dat de bodemrechter niet tot een voldoende onderbouwd oordeel kan komen, ondanks dat het onderzoek van TechnoConsult volgens verzoekers voldoende aanknopingspunten biedt. Om de technische kern van het geschil te objectiveren, de procespositie van partijen te verduidelijken en zo mogelijk een bodemprocedure te voorkomen, verzoeken verzoekers een voorlopig deskundigenonderzoek.
[verweerster 1] en [verweerster 2] hebben geen verweer gevoerd tegen het bevelen van een voorlopig deskundigenonderzoek, maar zij hebben wel bezwaren geuit tegen de voorgestelde vraagstelling en de persoon van de deskundige.
Hierna wordt, voor zover van belang, nader op de standpunten van partijen ingegaan.
4 De beoordeling
Het beoordelingskader
Een voorlopig deskundigenbericht dient ertoe bewijs te verzamelen en veilig te stellen. Het biedt een partij de mogelijkheid om zekerheid te verkrijgen over de voor de beslissing van het geschil relevante feiten en omstandigheden. Een dergelijk verzoek wordt toegewezen als het ter zake dienend en voldoende concreet is en het gaat om feiten en omstandigheden die met het deskundigenonderzoek bewezen kunnen worden.
[verweerster 1] en [verweerster 2] hebben geen verweer gevoerd
Hoewel [verweerster 2] in beginsel had aangegeven verweer te willen voeren tegen het verzoek om een voorlopig deskundigenbericht te bevelen, heeft zij per e-mail van 29 juli 2026 naar voren gebracht dat zij haar standpunten niet langer wil handhaven en daarmee heeft zij haar verweer ingetrokken. Aangezien [verweerster 1] ook geen verweer heeft gevoerd tegen het bevelen van een voorlopig deskundigenonderzoek en de rechtbank geen gronden zijn gebleken die zich tegen de toewijzing verzetten, zal de rechtbank het verzoek toewijzen en een deskundige benoemen. Hierna zal nader worden ingegaan op de vraagstelling, de kosten van het deskundigenonderzoek en de persoon van de deskundige.
De vraagstelling
Verzoekers hebben in hun verzoekschrift de onderstaande vragen voor de deskundige opgenomen:
Vaststelling vloeropbouw
A. Wat is, voor zover thans nog vast te stellen, de feitelijke opbouw van de vloerconstructie, in het bijzonder:
- de dikte van de cementgebonden dekvloer;
- de samenstelling en dichtheid van het toegepaste materiaal;
- de wijze van hechting aan de onderliggende betonnen constructievloer;
- de aanwezigheid, ligging en uitvoering van vloerverwarming en eventuele wapening?
Gebruikelijkheid en normstelling (dekvloer – [verweerster 1])
B. Is een cementgebonden dekvloer met een dikte van circa 90 mm technisch gebruikelijk en te verwachten in de Nederlandse woningbouw, mede gelet op de aanwezigheid van vloerverwarming?
C. Indien deze dikte als afwijkend of fors moet worden aangemerkt, welke bouwfysische gevolgen zijn daarvan in het algemeen te verwachten?
D. Acht u, alles overziend, de aangebrachte cementgebonden dekvloer in overeenstemming
met hetgeen bij goed en deugdelijk werk mag worden verwacht, met inachtneming van relevante NEN-normen, ISSO-publicaties en overige in de branche geldende richtlijnen?
Krimp, spanningen en onthechting
E. In welke mate leidt een grotere dikte van een cementgebonden dekvloer tot verhoogde krimp-, trek- en schuifspanningen?
F. Is de dikte en uitvoering van de cementgebonden dekvloer van invloed op de geschiktheid
voor het aanbrengen van een kunstharsgebonden gietvloer?
i. Zo ja, is het gebruikelijk dat een aannemer bij het aanbrengen van een dekvloer rekening houdt met of informeert naar de beoogde afwerking (toplaag)?
G. Kan worden vastgesteld of sprake is van onthechting van de cementgebonden dekvloer ten opzichte van de constructievloer en/of de gietvloer, en zo ja:
- n welke omvang;
- met welke gevolgen voor het functioneren van de vloer;
- wat naar uw oordeel de oorzaak daarvan is?
Normaal versus overmatig
H. Is de vastgestelde scheurvorming in de cementgebonden dekvloer naar uw oordeel aan te merken als normaal te verwachten, dan wel als bovenmatig?
- Staat deze scheurvorming in causaal verband met het schadebeeld in de gietvloer?
- Is de mate van onthechting, gelet op aard, omvang en voortschrijdend karakter, normaal te verwachten, dan wel aan te merken als overmatig in vergelijking met hetgeen bij goed en deugdelijk werk mag worden verwacht?
- Acht u het aannemelijk dat de schade aan de gietvloer zou zijn ontstaan indien de cementgebonden dekvloer een andere dikte en/of samenstelling had gehad?
Gietvloer ([verweerster 2])
Geschiktheid en uitvoering
I. Is de door [verweerster 2] aangebrachte kunstharsgebonden gietvloer naar aard, samenstelling en wijze van aanbrengen geschikt voor toepassing op de aanwezige cementgebonden dekvloer?
J. Is de gietvloer aangebracht overeenkomstig de daarvoor geldende normen, verwerkingsvoorschriften en hetgeen van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot mag worden verwacht?
Vooronderzoek en voorbereiding
K. Welke onderzoeken had [verweerster 2] voorafgaand aan het aanbrengen van de gietvloer behoren uit te voeren ten aanzien van de onderliggende cementgebonden dekvloer?
L. Kan op basis van de beschikbare gegevens worden vastgesteld of [verweerster 2] deze onderzoeken daadwerkelijk en afdoende heeft uitgevoerd?
Waarschuwingsplicht
M. Had [verweerster 2], gelet op de toestand en eigenschappen van de cementgebonden dekvloer, de opdrachtgever moeten waarschuwen voor mogelijke risico’s bij het aanbrengen van de gietvloer?
N. Indien vraag M bevestigend wordt beantwoord:
- voor welke concrete risico’s had gewaarschuwd moeten worden;
- op welke wijze en met welke mate van duidelijkheid deze waarschuwing had moeten plaatsvinden?
Opstookprotocol
O. Is het gehanteerde opstookprotocol geschikt en toereikend voor de aanwezige vloeropbouw?
P. Kan worden vastgesteld of het opstookprotocol correct en volledig is uitgevoerd?
Q. Indien het opstookprotocol niet correct is uitgevoerd, kan dit de vastgestelde schade verklaren?
Oorzaak en gevolg (integraal)
R. Wat is naar uw oordeel de meest waarschijnlijke oorzaak van de vastgestelde scheurvorming en onthechting?
S. Is de schade aan de gietvloer naar uw oordeel het gevolg van:
- eigenschappen of gebreken van de gietvloer zelf;
- de wijze van aanbrengen door [verweerster 2];
- een tekortschietend vooronderzoek of voorbereiding;
- dan wel van bewegingen en gebreken in de onderliggende cementgebonden dekvloer;
- of een combinatie van deze factoren?
Schade en herstel
T. Indien van toepassing, welke herstelwerkzaamheden zijn noodzakelijk om de onthechtingsproblematiek en de schade aan de gietvloer duurzaam te verhelpen?
i. Kunt u deze werkzaamheden specificeren?
U. Wat is een raming van de kosten van deze herstelwerkzaamheden? Kunt u daarbij onderscheid maken tussen:
- kosten die zien op het opnieuw aanbrengen van een cementgebonden dekvloer;
- kosten die verband houden met sloop- en bijkomende werkzaamheden;
- iii. kosten die zien op het opnieuw aanbrengen van de gietvloer?
Slotvraag
V. Zijn er overige technische aspecten die naar uw oordeel van belang zijn voor de beoordeling van het ontstaan van de schade en de eventuele aansprakelijkheid van partijen,
die in de voorgaande vragen niet expliciet aan de orde zijn gekomen?
[verweerster 1] heeft bezwaar gemaakt tegen de door verzoekers geformuleerde vragen. [verweerster 1] is van mening dat verzoekers een groot aantal sturende en gesloten vragen hebben opgenomen, waarbij verder wordt gegaan op het onderzoek van TechnoConsult, bij welk onderzoek [verweerster 1] niet betrokken was en met welke bevindingen [verweerster 1] het niet eens is. Door middel van die vraagstelling proberen verzoekers volgens [verweerster 1] het onafhankelijke oordeel en onderzoek van de te benoemen deskundige op oneigenlijke wijze aan te tasten, dan wel te beïnvloeden. Om die reden heeft [verweerster 1] in haar verweerschrift een eigen vraagstelling geformuleerd, waarbij volgens [verweerster 1] de te benoemen deskundige eerst zelf onderzoek moet doen en daarna wordt gevraagd naar aanleiding van zijn eigen constateringen een oordeel te geven. De door [verweerster 1] geformuleerde vragen luiden als volgt:
VRAAG 1: Kunt u door middel van (destructief) onderzoek ter plaatse en mede aan de hand van de beschikbare stukken (al dan niet op uw nader verzoek door een partij alsnog beschikbaar gesteld) een oordeel geven over de vraag of:
- de door [verweerster 1] in de nieuwbouwwoning op de 1e en 2e verdieping aangebrachte zandcement dekvloer volgens u voldoet aan de eisen van goed en deugdelijk werk en is deze aangebracht conform de daaraan te stellen normen en eisen? En zo niet, waarom niet? en
- de door [verweerster 2] in de nieuwbouwwoning op de 1e en 2e verdieping aangebrachte gietvloer volgens u voldoet aan de eisen van goed en deugdelijk werk en is deze aangebracht conform de daaraan te stellen normen en eisen? En zo niet, waarom niet?
Kunt u bij de beantwoording van deze vragen in het bijzonder in gaan op de navolgende vragen.
Vragen in plaats van Vraag A t/m H en R t/m U, volgend op VRAAG 1 (zie hiervoor):
VRAAG 2: Wat is de samenstelling (opbouw) van de door [verweerster 1] op de 1e en 2e verdieping aangebrachte vloeren? Kunt u bij de beantwoording van deze vraag ingaan op de volgende zaken:
- de dikte van de zandcement dekvloer die op de breedplaatvloer is gestort;
- de samenstelling en dichtheid van het toegepaste materiaal van de dekvloer;
- de positie en ligging van vloerverwarming en eventuele wapening;
- de hechting van de zandcement dekvloer op de onderliggende breedplaatvloer;
- de algehele afwerking van de dekvloer.
VRAAG 3: Vertoont de zandcement dekvloer scheurvorming en/of onthechting, en zo ja:
- n welke omvang en op welke plaatsen?
- wat is daarvan volgens u de oorzaak? In hoeverre zijn er volgens u andere oorzaken aanwijsbaar?
- kunt u ook aangeven of deze scheurvorming en/of onthechting normaal te verwachten of bovenmatig is?
- welke gevolgen heeft de scheurvorming en/of onthechting voor het functioneren van de dekvloer?
- in hoeverre is herstel volgens u mogelijk en/of noodzakelijk en zo ja, op welke wijze dient dit volgens u te worden verricht? Kunt u daarbij aangeven welke kosten (naar huidige marktprijzen) gemoeid zijn met het herstel.
- kunt u vaststellen welke scheuren in de dekvloer voorafgaand aan het aanbrengen van de gietvloer door [verweerster 2] zijn gerepareerd? Kunt u daarbij aangeven in hoeverre een reeds herstelde scheur opnieuw scheurt en in hoeverre dit tot (grotere) scheuren c.q. schade leidt in de dekvloer en/of de later door [verweerster 2] aangebrachte gietvloer?
Vragen in plaats van Vraag I t/m Q en R t/m U, volgend op VRAAG 3 (zie hiervoor):
VRAAG 4: Wat is de samenstelling (opbouw) van de door [verweerster 2] op de 1e en 2e verdieping aangebrachte gietvloer? En op welke wijze is deze verwerkt c.q. aangebracht? Kunt u bij de beantwoording van deze vraag ingaan op de volgende zaken:
- de dikte van de gietvloer;
- de samenstelling en dichtheid van de toegepaste materialen van de gietvloer, waaronder ook het exacte type/soort bindmiddel dat is toegepast;
- de hechting van de gietvloer op de onderliggende zandcement dekvloer;
- de algehele afwerking van de gietvloer;
- is de aangebrachte gietvloer naar aard, samenstelling en wijze van aanbrengen geschikt voor toepassing op de aanwezige dekvloer?
- is er voorafgaand aan het aanbrengen van de gietvloer een opstookprotocol gehanteerd, en zo ja welk opstookprotocol is gehanteerd en is dit protocol volgens u op de juiste wijze uitgevoerd en geschikt voor de aanwezige LTV met bodemwarmtepomp?
- is er voorafgaand aan het aanbrengen van de gietvloer voldoende vooronderzoek uitgevoerd door [verweerster 2] naar o.a. het vochtgehalte en scheurvorming in de dekvloer, en waaruit blijkt dat?
- zijn er door [verweerster 2] voldoende en afdoende voorbereidende en/of corrigerende maatregelen getroffen aan de ondergrond gelet op de eigenschappen, de staat e.d. van aanwezige dekvloer? Is de dekvloer na herstel van de scheuren nog geëgaliseerd door [verweerster 2] en zo ja met welke samenstelling en dichtheid van het toegepaste product c.q. materialen?
- in hoeverre had het volgens u op de weg van [verweerster 2] gelegen om eventuele gebreken in de dekvloer voorafgaand aan het aanbrengen van de gietvloer te signaleren en haar opdrachtgever daarvoor te waarschuwen?
VRAAG 5: Vertoont de gietvloer scheur-/blaasvorming, onthechting of andere gebreken en zo ja:
- n welke omvang en op welke plaatsen?
- wat is daarvan volgens u de oorzaak? In hoeverre zijn er volgens u andere oorzaken aanwijsbaar?
- welke gevolgen heeft de scheurvorming en/of onthechting voor het functioneren van de gietvloer?
- in hoeverre is herstel volgens u mogelijk en/of noodzakelijk en zo ja, op welke wijze dient dit volgens u te worden verricht? Kunt u daarbij aangeven welke kosten (naar huidige marktprijzen) gemoeid zijn met het herstel?
Vraag in plaats van Vraag V volgend op VRAAG 5 (zie hiervoor):
VRAAG 6: Zijn er nog andere technische aspecten of punten die u naar voren wilt brengen, die naar uw oordeel van belang zijn voor de beoordeling van deze kwestie en die in de voorgaande vragen niet expliciet aan de orde zijn geweest.
Tijdens de mondelinge behandeling hebben verzoekers gereageerd op de bezwaren van [verweerster 1]. Daarbij hebben verzoekers aangegeven zich in bepaalde bezwaren te kunnen vinden, maar geen noodzaak te zien voor het vervangen van de volledige vraagstelling. Voor het ondervangen van de bezwaren van [verweerster 1] hebben verzoekers voorgesteld de vragen B, E, H en V als volgt te wijzigen:
B. Is een cementgebonden dekvloer met een dikte zoals vastgesteld bij vraag A. onder i. technisch gebruikelijk en te verwachten in de Nederlandse woningbouw, mede gelet op de aanwezigheid van vloerverwarming?
E. Indien van toepassing: In welke mate leidt een grotere dikte van een cementgebonden dekvloer tot verhoogde krimp-, trek- en schuifspanningen?
H. Indien van toepassing: is de vastgestelde scheurvorming in de cementgebonden dekvloer naar uw oordeel aan te merken als normaal te verwachten, dan wel als bovenmatig?
i. Staat deze scheurvorming in causaal verband met het schadebeeld in de gietvloer?
ii. Is de mate van onthechting, gelet op aard, omvang en voortschrijdend karakter, normaal te verwachten, dan wel aan te merken als overmatig in vergelijking met hetgeen bij goed en deugdelijk werk mag worden verwacht?
iii. Acht u het aannemelijk dat de schade aan de gietvloer zou zijn ontstaan indien de cementgebonden dekvloer een andere dikte en/of samenstelling had gehad?
V. Zijn er nog andere technische aspecten of punten die u naar voren wilt brengen, die naar uw oordeel van belang zijn voor de beoordeling van deze kwestie en die in de voorgaande vragen niet expliciet aan de orde zijn geweest.
[verweerster 2] heeft naar voren gebracht het verweerschrift met daarin de vraagstelling van [verweerster 1] niet te hebben ontvangen. Daarbij heeft [verweerster 2] aangegeven onderstaande aanvullende. Zij suggereert aan de vraagstelling van verzoekers toe te voegen:
- Indien u in relatie tot de door [verweerster 2] uitgevoerde werkzaamheden tot andere conclusies komt dan TechnoConsult: waarom en op basis waarvan komt u tot andere conclusies dan TechnoConsult?
- Ter aanvulling op vraag M van [verzoekers]:
had [verweerster 2] gelet op de toestand en eigenschappen van de cementgebonden dekvloer zoals voor [verweerster 2] waarneembaar op het moment dat zij haar werkzaamheden ging uitvoeren, de opdrachtgevers moeten waarschuwen voor mogelijke risico’s bij het aanbrengen van de gietvloer?
3. Vraag S. van [verzoekers] sluit de mogelijkheid van andere oorzaken uit. Is het mogelijk dat de schade is veroorzaakt door andere oorzaken?
4. Voor zover u tot het oordeel zou komen dat de oorzaak van de schade toch (deels) aan [verweerster 2] is toe te schrijven: in hoeverre verhoudt zich dit tot het gegeven dat de gestelde gebreken zich pas maanden later hebben geopenbaard?
Met betrekking tot de vragen van [verweerster 2] hebben verzoekers aangegeven dat zij geen voorstander zijn van de eerste vraag, aangezien het een voorlopig deskundigenonderzoek betreft en geen contra-expertise. Met betrekking tot de tweede vraag menen verzoekers dat deze vraag al voldoende gedekt is door hun vragen. Tegen de derde vraag bestaan aan de zijde van verzoekers geen fundamentele bezwaren.
De rechtbank heeft gelet op de wensen van partijen gewenis gebracht de door partijen geformuleerde vraagstellingen min of meer samengevoegd tot één vraagstelling waarin alle verschillende aspecten aan bod komen. De rechtbank heeft de volgende concept-vraagstelling dan ook aan beoogd deskundige [deskundige] (vgl. 4.11) voorgelegd:
1. Kunt u door middel van (destructief) onderzoek ter plaatse en mede aan de hand van de beschikbare stukken (al dan niet op uw nader verzoek door een partij alsnog beschikbaar gesteld) een oordeel geven over de vraag of:
i. de door [verweerster 1] in de nieuwbouwwoning op de 1e en 2e verdieping aangebrachte zandcement dekvloer volgens u voldoet aan de eisen van goed en deugdelijk werk en is deze aangebracht conform de daaraan te stellen normen en eisen? En zo niet, waarom niet? en
ii. de door [verweerster 2] in de nieuwbouwwoning op de 1e en 2e verdieping aangebrachte gietvloer volgens u voldoet aan de eisen van goed en deugdelijk werk en is deze aangebracht conform de daaraan te stellen normen en eisen? En zo niet, waarom niet?
Kunt u bij de beantwoording van deze vragen in het bijzonder in gaan op de navolgende vragen.
Vragen met betrekking tot de dekvloer:
2. Wat is, voor zover thans nog vast te stellen, de feitelijke opbouw van de vloerconstructie, in het bijzonder:
i. de dikte van de cementgebonden dekvloer;
ii. de samenstelling en dichtheid van het toegepaste materiaal;
iii. de wijze van hechting aan de onderliggende betonnen constructievloer;
iv. de aanwezigheid, ligging en uitvoering van vloerverwarming en eventuele wapening?
v. de algehele afwerking van de dekvloer.
3. Kan worden vastgesteld of de cementgebonden dekvloer scheurvorming en/of onthechting ten opzichte van de constructievloer en/of de gietvloer vertoont, zo ja:
i. in welke omvang en op welke plaatsen;
ii. welke gevolgen heeft dat voor het functioneren van de vloer;
iii. wat is de meest waarschijnlijke oorzaak?
4. Is een cementgebonden dekvloer met een dikte zoals vastgesteld bij vraag 2. onder i. technisch gebruikelijk en te verwachten in de Nederlandse woningbouw, mede gelet op de aanwezigheid van vloerverwarming?
5. Indien deze dikte als afwijkend of fors moet worden aangemerkt, welke bouwfysische gevolgen zijn daarvan in het algemeen te verwachten?
6. Indien van toepassing: In welke mate leidt een grotere dikte van een cementgebonden dekvloer tot verhoogde krimp-, trek- en schuifspanningen?
7. Is de dikte en uitvoering van de cementgebonden dekvloer van invloed op de geschiktheid voor het aanbrengen van een kunstharsgebonden gietvloer?
8. Indien van toepassing: is de vastgestelde scheurvorming in de cementgebonden dekvloer naar uw oordeel aan te merken als normaal te verwachten, dan wel als bovenmatig?
i. Staat deze scheurvorming in causaal verband met het schadebeeld in de gietvloer?
ii. Is de mate van onthechting, gelet op aard, omvang en voortschrijdend karakter, normaal te verwachten, dan wel aan te merken als overmatig in vergelijking met hetgeen bij goed en deugdelijk werk mag worden verwacht?
iii. Acht u het aannemelijk dat de schade aan de gietvloer zou zijn ontstaan indien de cementgebonden dekvloer een andere dikte en/of samenstelling had gehad?
Vragen met betrekking tot de gietvloer
9. Wat is de samenstelling (opbouw) van de door [verweerster 2] op de 1e en 2e verdieping aangebrachte gietvloer? En op welke wijze is deze verwerkt c.q. aangebracht? Kunt u bij de beantwoording van deze vraag ingaan op de volgende zaken:
i. de dikte van de gietvloer;
ii. de samenstelling en dichtheid van de toegepaste materialen van de gietvloer, waaronder ook het exacte type/soort bindmiddel dat is toegepast;
iii. de hechting van de gietvloer op de onderliggende zandcement dekvloer;
iv. de algehele afwerking van de gietvloer.
10. Vertoont de gietvloer scheur-/blaasvorming, onthechting of andere gebreken en zo ja, in welke omvang en op welke plaatsen?
10. Is de door [verweerster 2] aangebrachte kunstharsgebonden gietvloer naar aard, samenstelling en wijze van aanbrengen geschikt voor toepassing op de aanwezige cementgebonden dekvloer?
10. Welke onderzoeken had [verweerster 2] voorafgaand aan het aanbrengen van de gietvloer behoren uit te voeren ten aanzien van de onderliggende cementgebonden dekvloer?
10. Kan op basis van de beschikbare gegevens worden vastgesteld of [verweerster 2] deze onderzoeken daadwerkelijk en afdoende heeft uitgevoerd?
10. Waren er, gelet op de toestand en eigenschappen van de cementgebonden dekvloer zoals waarneembaar op het moment van het uitvoeren van haar werkzaamheden, mogelijke risico’s waarover [verweerster 2] de opdrachtgever had kunnen waarschuwen?
10. Indien vraag 16 bevestigend wordt beantwoord: voor welke concrete risico’s had gewaarschuwd kunnen worden?;
10. Is het opstookprotocol geschikt en toereikend voor de aanwezige vloeropbouw?
10. Kan worden vastgesteld of het opstookprotocol correct en volledig is uitgevoerd?
10. Indien het opstookprotocol niet (correct) is uitgevoerd, kan dit de vastgestelde schade verklaren?
Vragen met betrekking tot de oorzaak/oorzaken van de schade en het herstel:
19. Wat is naar uw oordeel de meest waarschijnlijke oorzaak van de schade aan de gietvloer?
19. Indien u in relatie tot de door [verweerster 2] uitgevoerde werkzaamheden tot andere conclusies komt dan TechnoConsult: waarom en op basis waarvan komt u tot andere conclusies dan TechnoConsult?
19. Voor zover u tot het oordeel zou komen dat de oorzaak van de schade toch (deels) aan [verweerster 2] is toe te schrijven: in hoeverre verhoudt zich dit tot het gegeven dat de gestelde gebreken zich pas maanden later hebben geopenbaard?
19. In hoeverre is herstel volgens u mogelijk en/of noodzakelijk?
19. Indien van toepassing, welke herstelwerkzaamheden zijn noodzakelijk om de schade aan de gietvloer duurzaam te verhelpen? Kunt u deze werkzaamheden specificeren?
19. Wat is een raming van de kosten van deze herstelwerkzaamheden? Kunt u daarbij onderscheid maken tussen:
i. kosten die zien op het opnieuw aanbrengen van een cementgebonden dekvloer;
ii. kosten die verband houden met sloop- en bijkomende werkzaamheden;
iii. kosten die zien op het opnieuw aanbrengen van de gietvloer?
25. Zijn er nog andere technische aspecten of punten die u naar voren wilt brengen, die naar uw oordeel van belang zijn voor de beoordeling van deze kwestie en die in de voorgaande vragen niet expliciet aan de orde zijn geweest.
De rechtbank zal in randnummer 4.12 nader op de vraagstelling ingaan.
De kosten van het deskundigenonderzoek
Het uitgangspunt van de wet is dat het voorschot op de kosten van de deskundige in beginsel door de verzoekende partij moet worden gedeponeerd. Aangezien verzoekers hebben aangegeven dat het voorschot op de kosten van het deskundigenonderzoek ten laste van hen kan worden gebracht, ziet de rechtbank geen aanleiding van het uitgangspunt af te wijken. De rechtbank zal dan ook bepalen dat verzoekers het voorschot op de kosten van de deskundige moeten deponeren.
De persoon van de deskundige
Verzoekers hebben in hun verzoekschrift drie mogelijke deskundigenbureaus aangedragen, waaronder Technisch Bureau Afbouw. [verweerster 1] heeft naar aanleiding daarvan voorgesteld om de heer [deskundige] (hierna: [deskundige]) van Technisch Bureau Afbouw te benoemen. Hiertoe voert zij aan dat [deskundige] is opgenomen in het Landelijk Register Gerechtelijke Deskundigen met als specialisatie onder andere vloeren, dekvloeren en vloerafwerking. Verzoekers hebben geen bezwaar gemaakt tegen de door [verweerster 1] voorgestelde deskundige. Hoewel [verweerster 2] in eerste instantie had aangevoerd dat zij geen, althans onvoldoende informatie had kunnen vinden waaruit blijkt dat de voorgestelde deskundige voldoende deskundig is, heeft zij op de mondelinge behandeling naar voren gebracht dat zij zich met betrekking tot de persoon van de deskundige refereert aan het oordeel van de rechtbank.
Nu er geen concrete bezwaren zijn geuit tegen de benoeming van [deskundige] heeft de rechtbank hem benaderd. [deskundige] heeft de rechtbank kenbaar gemaakt dat hij in staat is het onderzoek te doen en ook vrij staat ten opzichte van partijen, maar dat hij opdracht gelet op de vraagstelling niet wil aanvaarden. Hiertoe voert hij aan dat de vraagstelling die aan hem is voorgelegd zeer breed is, onderzoeksonderdelen bevat die de vloerafwerking en de dekvloer waarschijnlijk ruïneren en er een aanzienlijk risico bestaat op schade aan de verwarmingsleidingen terwijl die vragen hem op voorhand niet relevant lijken. Desgevraagd heeft [deskundige] de rechtbank aangegeven dat hij met een oorzaak-gevolgvraagstelling de opdracht wel zou kunnen aanvaarden. Dit zou een korte vraagstelling zijn, waarin de regie voor het onderzoek meer bij de deskundige komt te liggen. De rechtbank stelt in dat geval de volgende vragen voor:
- Vertoont de kunstharsgebonden gietvloer scheurvorming, adervorming, bobbels en/of andere gebreken en zo ja, in welke omvang en op welke plaatsen?
- Zo ja, wat is de oorzaak, dan wel zijn de oorzaken van de geconstateerde gebreken?
- Is herstel van de gebreken mogelijk en/of noodzakelijk?
a. Zo ja, kunt u de benodigde werkzaamheden voor herstel van de gebreken specificeren?
b. Kunt u de kosten van het herstel begroten?
4. Zijn er nog andere technische aspecten of punten die u naar voren wilt brengen, die naar uw oordeel van belang zijn voor de beoordeling van deze kwestie en die in de voorgaande vragen niet expliciet aan de orde zijn geweest?
[deskundige] heeft de rechtbank aangegeven dat aanvullend onderzoek besproken kan worden als tijdens zijn onderzoek ter plaatse blijkt dat dergelijk onderzoek nodig is voor de beantwoording van de vragen. Partijen krijgen de gelegenheid zich binnen twee weken na dagtekening van deze beschikking uit te laten over het voorstel van [deskundige] tot aanpassing van de vraagstelling. Op het moment dat niet of niet tijdig bezwaar wordt gemaakt, zal de rechtbank de hiervoor genoemde verkorte vraagstelling vaststellen als zijnde de vragen die in de opdracht aan de deskundige worden opgenomen.
Het vervolg van de procedure
Gelet op het feit dat partijen de gelegenheid moeten krijgen te reageren op de door de deskundige beoogde ingrijpende aanpassing van de vraagstelling, zal de rechtbank iedere verdere beslissing aanhouden tot 24 september 2026.
5 De beslissing
De rechtbank
geeft partijen de mogelijkheid om binnen twee weken na dagtekening van deze beschikking schriftelijk te reageren op de aangepaste vraagstelling zoals opgenomen in randnummer 4.12;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. D.R. Glass en in het openbaar uitgesproken op 10 september 2026.
3384
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.