Uitspraak · Strafrecht

Rechtbank Den Haag, 19 oktober 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:30782Zaaknummer 09/004324-26

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
19 oktober 2026
Publicatiedatum
23 oktober 2026
Zaaknummer
09/004324-26
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Aanrijding van drie voetgangers met een voertuig. Vrijspraak voor de primair ten laste gelegde feiten (poging doodslag). Veroordeling voor de subsidiair ten laste gelegde zware mishandelingen (feit 1 en 2) en poging tot zware mishandeling (feit 3). Veroordeling tot een gevangenisstraf van 30 maanden en ontzegging van de rijbevoegdheid van drie jaren, waarvan één jaar voorwaardelijk. Verbeurdverklaring van de auto van de verdachte.

De rechtbank:

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder feit 1 primair, feit 2 primair en feit 3 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de onder feit 1 subsidiair, feit 2 subsidiair en feit 3 subsidiair ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven onder 3.6 bewezen is verklaard;

verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1, subsidiair:

zware mishandeling;

ten aanzien van feit 2, subsidiair:

zware mishandeling;

ten aanzien van feit 3, subsidiair:

poging tot zware mishandeling;

verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot:

- een gevangenisstraf voor de duur van 30 (DERTIG) MAANDEN;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

veroordeelt verdachte ter zake van de bewezenverklaarde feiten voorts tot:

- ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor 3 (DRIE) JAREN;

bepaalt, dat de tijd, dat het rijbewijs vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak reeds ingevorderd of ingehouden is geweest bij de uitvoering van de hem onvoorwaardelijk opgelegde ontzegging geheel in mindering zal worden gebracht;

bepaalt dat een gedeelte van deze bijkomende straf, groot 1 (ÉÉN) JAAR niet zal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

de inbeslaggenomen goederen;

verklaart verbeurd het op de beslaglijst onder 1 genoemde voorwerp, te weten: 1 STK Personenauto [kenteken].

Dit vonnis is gewezen door

mr. G. Kuijper, voorzitter,

mr. D. Gruijters, rechter,

mr. C. Hofman, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. V.J.J. van Mierlo, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 19 oktober 2026.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

1

hij op of omstreeks 1 januari 2026 te Zoetermeer, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ander, te weten [aangever 1], van het leven te beroven,

- met de door zijn, verdachte, bestuurde personenauto (met slippende banden) cirkels (zogenaamde donuts) heeft gedraaid en/of

- tegen die [aangever 1] heeft gezegd: “Wil je zien dat ik je doodrijd”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking en/of (vervolgens) met een door zijn, verdachte, bestuurde personenauto (met een hoge snelheid) in de richting van die [aangever 1] is gereden en/of blijven rijden en/of

- zijn snelheid is blijven verhogen, althans niet heeft geremd en/of geen snelheid heeft geminderd en/of tegen die [aangever 1] is gereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 1 januari 2026 te Zoetermeer aan een ander, te weten [aangever 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten krachtverlies in de hand/arm (waarvoor medisch ingrijpen noodzakelijk is geweest), heeft toegebracht, door

- met de door zijn, verdachte, bestuurde personenauto (met slippende banden) cirkels (zogenaamde donuts) te draaien en/of

- tegen die [aangever 1] te zeggen: “Wil je zien dat ik je doodrijd”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking en/of (vervolgens) met een door zijn, verdachte, bestuurde personenauto (met een hoge snelheid) in de richting van die [aangever 1] te rijden en/of te blijven rijden en/of

- zijn snelheid te blijven verhogen, althans niet te remmen en/of geen snelheid te minderen en/of tegen die [aangever 1] te rijden;

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 1 januari 2026 te Zoetermeer, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een ander, te weten [aangever 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen

- met de door zijn, verdachte, bestuurde personenauto (met slippende banden) cirkels (zogenaamde donuts) heeft gedraaid en/of

- tegen die [aangever 1] heeft gezegd: “Wil je zien dat ik je doodrijd”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking en/of (vervolgens) met een door zijn, verdachte, bestuurde personenauto (met een hoge snelheid) in de richting van die [aangever 1] is gereden en/of blijven rijden en/of

- zijn snelheid is blijven verhogen, althans niet heeft geremd en/of geen snelheid heeft geminderd en/of tegen die [aangever 1] is gereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meest subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 1 januari 2026 te Zoetermeer, althans in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede rijdende over de weg, de [straatnaam] zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, als volgt te handelen: hij, verdachte aldaar,

- met de door zijn, verdachte, bestuurde personenauto (met slippende banden) cirkels (zogenaamde donuts) heeft gedraaid en/of

- tegen die [aangever 1] heeft gezegd: “Wil je zien dat ik je doodrijd”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking en/of (vervolgens) met een door zijn, verdachte, bestuurde personenauto (met een hoge snelheid) in de richting van die [aangever 1] is gereden en/of blijven rijden en/of

- zijn snelheid is blijven verhogen, althans niet heeft geremd en/of geen snelheid heeft geminderd en/of tegen die [aangever 1] is gereden en/of achteruit heeft gereden, waardoor een ander (genaamd [aangever 1]) zwaar lichamelijk letsel, te weten krachtverlies in de hand/arm (waarvoor medisch ingrijpen noodzakelijk is geweest), of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

2

hij op of omstreeks 1 januari 2026 te Zoetermeer, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ander, te weten [aangeefster], van het leven te beroven,

- met de door zijn, verdachte, bestuurde personenauto (met slippende banden) cirkels (zogenaamde donuts) heeft gedraaid en/of

- tegen die [aangever 1] heeft gezegd: “Wil je zien dat ik je doodrijd”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking en/of (vervolgens) met een door zijn, verdachte, bestuurde personenauto (met een hoge snelheid) in de richting van die [aangeefster] is gereden en/of blijven rijden en/of

- zijn snelheid is blijven verhogen, althans niet heeft geremd en/of geen snelheid heeft geminderd en/of tegen die [aangeefster] is gereden en/of achteruit heeft gereden en/of (daarbij) over de voet van die [aangeefster] is gereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op of omstreeks 1 januari 2026 te Zoetermeer aan een ander, te weten [aangeefster], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een gecompliceerde botbreuk van de enkel en/of een hoofdwond met een ontsierend litteken op het voorhoofd (waarvoor medisch ingrijpen noodzakelijk is geweest), heeft toegebracht, door

- met de door zijn, verdachte, bestuurde personenauto (met slippende banden) cirkels (zogenaamde donuts) te draaien en/of

- tegen die [aangever 1] te zeggen: “Wil je zien dat ik je doodrijd”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking en/of (vervolgens) met een door zijn, verdachte, bestuurde personenauto (met een hoge snelheid) in de richting van die [aangeefster] te rijden en/of te blijven rijden en/of

- zijn snelheid te blijven verhogen, althans niet te remmen en/of geen snelheid te minderen en/of tegen die [aangeefster] te rijden en/of achteruit te rijden en/of (daarbij) over de voet van die [aangeefster] te rijden;

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 1 januari 2026 te Zoetermeer, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een ander, te weten [aangeefster], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen

- met de door zijn, verdachte, bestuurde personenauto (met slippende banden) cirkels (zogenaamde donuts) heeft gedraaid en/of

- tegen die [aangever 1] heeft gezegd: “Wil je zien dat ik je doodrijd”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking en/of (vervolgens) met een door zijn, verdachte, bestuurde personenauto (met een hoge snelheid) in de richting van die [aangeefster] is gereden en/of blijven rijden en/of

- zijn snelheid is blijven verhogen, althans niet heeft geremd en/of geen snelheid heeft geminderd en/of tegen die [aangeefster] is gereden en/of achteruit heeft gereden en/of (daarbij) over de voet van die [aangeefster] is gereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meest subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 1 januari 2026 te Zoetermeer, althans in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede rijdende over de weg, de [straatnaam] zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, als volgt te handelen:

hij, verdachte aldaar,

- met de door zijn, verdachte, bestuurde personenauto (met slippende banden) cirkels (zogenaamde donuts) heeft gedraaid en/of

- tegen die [aangever 1] heeft gezegd: “Wil je zien dat ik je doodrijd”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking en/of (vervolgens) met een door zijn, verdachte, bestuurde personenauto (met een hoge snelheid) in de richting van die [aangeefster] is gereden en/of blijven rijden en/of

- zijn snelheid is blijven verhogen, althans niet heeft geremd en/of geen snelheid heeft geminderd en/of tegen die [aangeefster] is gereden en/of achteruit heeft gereden en/of (daarbij) over de voet van die [aangeefster] is gereden, waardoor een ander (genaamd [aangeefster]) zwaar lichamelijk letsel, te weten een gecompliceerde botbreuk van de enkel en/of een hoofdwond met een ontsierend litteken op het voorhoofd (waarvoor medisch ingrijpen noodzakelijk is geweest), of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

3

hij op of omstreeks 1 januari 2026 te Zoetermeer, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ander, te weten [aangever 2], van het leven te beroven,

- met de door zijn, verdachte, bestuurde personenauto (met slippende banden) cirkels (zogenaamde donuts) heeft gedraaid en/of

- tegen die [aangever 1] heeft gezegd: “Wil je zien dat ik je doodrijd”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking en/of (vervolgens) met een door zijn, verdachte, bestuurde personenauto (met een hoge snelheid) in de richting van die [aangever 2] is gereden en/of blijven rijden en/of

- zijn snelheid is blijven verhogen, althans niet heeft geremd en/of geen snelheid heeft geminderd en/of tegen die [aangever 2] is gereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het onderzoek ter terechtzitting
  2. 2 De tenlastelegging
  3. 3 De bewijsbeslissing
  4. 4 De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
  5. 5 De strafbaarheid van de verdachte
  6. 6 De strafoplegging
  7. 7 De voorlopige hechtenis
  8. 8 De inbeslaggenomen voorwerpen
  9. 9 De toepasselijke wetsartikelen
  10. 10 De beslissing

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer: 09/004324-26

Datum uitspraak: 19 oktober 2026

Tegenspraak

De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 2002 te [geboorteplaats],

op dit moment gedetineerd in de penitentiaire inrichting [plaats].

1 Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzittingen van 20 april 2026, 14 juli 2026 (beide pro forma) en 5 oktober 2026 (inhoudelijke behandeling).

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. L. de Graaf en van wat door de verdachte en zijn raadsman mr. M. de Boorder naar voren is gebracht.

2 De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd wat is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 De bewijsbeslissing

3.1.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder feit 1 primair, 2 primair en 3 primair ten laste gelegde.

3.2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft namens de verdachte vrijspraak van het onder feit 1 en feit 2 primair, subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde bepleit. De raadsman heeft zich ten aanzien van het onder feit 1 en feit 2 meest subsidiair ten laste gelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van feit 3, primair en subsidiair heeft de raadsman namens de verdachte vrijspraak bepleit.

3.3.

Vrijspraak ten aanzien van de primair ten laste gelegde feiten onder 1, 2 en 3 (poging tot doodslag)

Om tot een bewezenverklaring van de primair ten laste gelegde feiten (poging tot doodslag) te komen, moet bewezen kunnen worden dat de verdachte opzet, al dan niet in voorwaardelijke zin, had op de dood van de aangevers.

Hierna, onder 3.5, zal blijken dat de rechtbank van oordeel is dat de verdachte met vol opzet op de aangevers is ingereden. Er is echter onvoldoende bewijs dat hij daarbij ook opzet op de dood van deze personen had.

Een aanwijzing dat hij wél dat opzet had, kan worden ontleend aan de verklaringen van aangevers [aangever 1] en [aangeefster] tegenover de politie. Zij hebben verklaard dat de verdachte [aangever 1] vlak voor de aanrijding had bedreigd met de woorden: “Wil je zien dat ik je doodrij?” Daaruit kan vol opzet worden afgeleid.

Nu de verdachte de uitlating stellig ontkent, deze verder geen bevestiging in het dossier vindt en nu [aangeefster] zich, daarnaar gevraagd in haar verhoor bij de rechter-commissaris, de uitlating niet herinnert, acht de rechtbank niet bewezen dat de verdachte deze woorden heeft gezegd. Ook anderszins is er onvoldoende bewijs voor vol opzet op de dood.

Aan de orde is dan de vraag of de verdachte voorwaardelijk opzet had op de dood van de aangevers. Er is sprake van voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg indien de verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het gevolg – in dit geval: de dood van de aangevers – zal intreden.

De beantwoording van de vraag of een gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht. Het moet gaan om een kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten, dat wil zeggen: een in de gegeven omstandigheden reële, niet onwaarschijnlijke mogelijkheid.

De rechtbank stelt vast dat op basis van de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting niet is komen vast te staan dat door het handelen van de verdachte een aanmerkelijke kans op de dood van de aangevers in het leven is geroepen. De rechtbank overweegt in dit verband dat, naar algemene ervaringsregels, de te verwachten gevolgen van een aanrijding van een voetganger door een auto in belangrijke mate worden bepaald door de snelheid van de auto. In het dossier ontbreekt technisch onderzoek op grond waarvan de snelheid van de auto die door de verdachte werd bestuurd kan worden vastgesteld. Wat getuigen over de gereden snelheid hebben verklaard, is onvoldoende om de gereden snelheid te kunnen vaststellen. Er is ook geen andere informatie die zou kunnen leiden tot de conclusie dat er een aanmerkelijke kans op dodelijk letsel bestond (zoals informatie over de kans dat de verdachte over een van de aangevers heen had kunnen rijden en hen daarbij dodelijk had kunnen verwonden).

Nu de snelheid waarmee de door de verdachte bestuurde auto de aangever heeft geraakt van belang is voor het antwoord op de vraag of er een aanmerkelijke kans is op de dood van de aangever, en die snelheid niet is vastgesteld, is de rechtbank van oordeel dat de verdachte moet worden vrijgesproken van de driemaal primair tenlastegelegde poging tot doodslag.

3.4.

Gebruikte bewijsmiddelen

De rechtbank heeft in de bijlage opgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.

3.5.

Bewijsoverwegingen ten aanzien van de subsidiair ten laste gelegde feiten onder 1, 2 en 3 (zware mishandeling)

De rechtbank zal eerst de feitelijke toedracht van de aanrijding op 1 januari 2026 vaststellen. Daarna zal de rechtbank ingaan op de vraag of er door het handelen van de verdachte opzettelijk zwaar lichamelijk letsel is toegebracht bij aangevers [aangever 1] en [aangeefster] en of de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging daartoe bij [aangever 2].

Feiten en omstandigheden

Uit het procesdossier volgt dat, rondom de jaarwisseling op 1 januari 2026 verschillende buurtbewoners op straat aanwezig waren om vuurwerk af te steken en het nieuwe jaar met elkaar in te gaan. Ook de verdachte was op dat moment op straat aanwezig. Hij reed in zijn auto door de wijk. Eerder op de avond had hij al geprobeerd om een ‘donut’ te maken (een rijmanoeuvre waarbij een bestuurder een auto in een krappe cirkel laat ronddraaien, waarbij de banden geheel of gedeeltelijk hun grip verliezen). In de vroege ochtend, kort voor het incident, maakte de verdachte een ‘burn-out’ (een rijmanoeuvre waarbij de aangedreven wielen van een voertuig tijdens stilstand of bij een geringe voorwaartse beweging doorspinnen). Hij werd op zijn rijgedrag aangesproken door de aangevers, die na een woordenwisseling wegliepen. Daarop maakt de verdachte weer een burn-out. Toen hij vanuit die burnout wegreed, maakte de verdachte met zijn auto een bocht naar links en reed, ongeveer 12 tot 15 meter verderop, tegen de aangevers aan.

Opzet op toebrengen zwaar lichamelijk letsel

De verdachte heeft verklaard dat de aanrijding een ongeluk was, en dat hij de aangevers niet expres heeft aangereden. De verdachte stelt dat hij de controle over de auto is verloren. Toen hij weg wilde rijden maakte hij weer een burn-out, om stoer te doen. Daarbij is de achterkant van de auto naar rechts uitgeweken en de neus van de auto naar links. Dit uitwijken is volgens de verdachte het gevolg van de constructie van de auto. De auto heeft een sperdifferentieel, wat maakt dat de kracht op de wielen soms niet gelijk is verdeeld. Wanneer de kracht naar één van de wielen gaat of ongelijk is verdeeld, gaat de auto een andere kant op. Hierdoor raakte de auto uit koers en is de verdachte tegen de aangevers aangereden. Vanwege het ontbreken van opzet heeft de raadsman vrijspraak bepleit.

De rechtbank verwerpt dit verweer.

Volgens het PV Forensisch voertuigonderzoek werkt een sperdifferentieel als volgt. Een sperdifferentieel beperkt het verschil in toerental tussen de aangedreven wielen (de achterwielen). Hierdoor kan, wanneer één van de aangedreven wielen dreigt door te slippen, meer aandrijfkoppel worden benut door het aangedreven wiel dat meer grip heeft. Tijdens een drift (de rechtbank begrijpt dat een donut daar ook onder valt) kan het aandrijfkoppel beter en meer gecontroleerd op beide aangedreven wielen worden overgebracht.

Uit het rapport volgt dus niet dat het sperdifferentieel het gedrag van de auto kan hebben beïnvloed op de manier zoals de verdachte heeft verklaard. Integendeel, op basis van de bevinding dat de aandrijving beter en meer gecontroleerd op de wielen wordt overgebracht, begrijpt de rechtbank dat het risico om uit koers te raken juist kleiner is bij een sperdifferentieel dan bij een traditioneel differentieel.

Daarnaast blijkt uit de rijproef die bij het forensisch onderzoek aan de auto is gedaan dat deze geen afwijkingen naar links of rechts vertoont bij het door laten slippen van de achterwielen. Ook is op basis van de aangetroffen en afgetekende bandensporen op de plaats delict vastgesteld dat beide achterwielen tijdens de drift belast waren, wat niet past bij het scenario van de verdachte dat de auto zou zijn uitgeweken door een aanzienlijk verschil in grip tussen links en rechts.

Nu het uit koers raken van de auto van de verdachte niet kan worden verklaard door de constructie van de auto, is de conclusie dat de verdachte willens en wetens, dus met vol opzet, naar links heeft gestuurd, kennelijk bij het opnieuw uitvoeren van een ‘donut’, waardoor hij de aangevers heeft aangereden.

Zwaar lichamelijk letsel

Vervolgens dient de rechtbank te beoordelen of er daadwerkelijk sprake is van zwaar lichamelijk letsel bij aangever [aangever 1] en aangeefster [aangeefster]. Artikel 82 van het Wetboek van Strafrecht geeft geen definitie van wat onder zwaar lichamelijk letsel moet worden begrepen. Ook buiten de gevallen die in dit artikel worden genoemd, kan lichamelijk letsel als zwaar worden beschouwd als dat voldoende belangrijk is om naar normaal spraakgebruik als zodanig te worden aangeduid. Als algemene gezichtspunten voor de beantwoording van de vraag of van zwaar lichamelijk letsel sprake is, kunnen in elk geval worden aangemerkt de aard van het letsel, de eventuele noodzaak en aard van medisch ingrijpen en het uitzicht op (volledig) herstel. De beoordeling kan ook op een combinatie van deze gezichtspunten worden gebaseerd. Bij een veelvoud van verwondingen kan in voorkomende gevallen de beoordeling worden betrokken op de verwondingen in hun totaliteit. De vaststelling aan de hand van deze gezichtspunten of sprake is van zwaar lichamelijk letsel, zal vaak worden gegrond op gegevens van medische aard. In evidente gevallen kan bij die vaststelling ook in aanmerking worden genomen wat algemene ervaringsregels over die gezichtspunten leren.

Voor aangever [aangever 1] geldt dat hij door de aanrijding onder andere krachtverlies in zijn hand en arm heeft opgelopen. Uit de aangifte, de verklaring van de aangever bij de rechter-commissaris en uit het letselrapport blijkt dat dit krachtverlies voortvloeit uit een functionele neurologische stoornis die door de aanrijding is ontstaan. Het is niet duidelijk hoe het herstel hiervan verloopt, en de aangever is hiervoor in behandeling bij een fysiotherapeut. Naar het oordeel van de rechtbank is hier sprake van zwaar lichamelijk letsel.

Uit de aangifte en het letselrapport van [aangeefster] blijkt dat zij door de aanrijding een gecompliceerde enkelbreuk heeft opgelopen waaraan zij ook is geopereerd. In haar aangifte omschrijft zij hoe dit voor haar is geweest. Daarnaast heeft zij flinke verwondingen aan haar hoofd opgelopen, waar ook foto’s van in het dossier zitten. De verwondingen hebben geleid tot een ontsierend litteken op haar voorhoofd. Ook hier is naar het oordeel van de rechtbank sprake van zwaar lichamelijk letsel bij de aangeefster.

Voor feit 1 en 2 kan dus worden vastgesteld dat sprake is van opzettelijk handelen en van het veroorzaken van zwaar lichamelijk letsel bij aangevers, zodat de feiten zoals die subsidiair ten laste zijn gelegd bewezen kunnen worden

Feit 3 subsidiair: poging tot toebrengen zwaar lichamelijk letsel

Tenslotte moet de rechtbank beoordelen of sprake is van een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel bij aangever [aangever 2], zoals ten laste gelegd onder feit 3.

De verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij zich niet kan herinneren dat hij aangever [aangever 2] ook heeft aangereden. De rechtbank stelt echter op basis van alle drie de aangiftes vast dat ook aangever [aangever 2] is geraakt door de auto van de verdachte. De verdachte handelde met hetzelfde opzet als hiervoor besproken. Het is geenszins aan de verdachte te danken dat [aangever 2] desondanks niet zwaar gewond is geraakt en dat het bij een poging is gebleven.

3.6.

De bewezenverklaring

De rechtbank is met betrekking tot de onder 1 subsidiar, 2 subsidiair en 3 subsidiair ten laste gelegde feiten van oordeel dat deze feiten wettig en overtuigend zijn bewezen.

De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:

1

subsidiair

hij op 1 januari 2026 te Zoetermeer aan een ander, te weten [aangever 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten krachtverlies in de hand/arm waarvoor medisch ingrijpen noodzakelijk is geweest, heeft toegebracht, door

- met de door hem, verdachte, bestuurde personenauto met slippende banden een cirkel, (zogenaamde donut) te draaien en

- met een door hem, verdachte, bestuurde personenauto in de richting van die [aangever 1] te rijden en te blijven rijden en

- geen snelheid te minderen en tegen die [aangever 1] te rijden;

2

subsidiair

hij op 1 januari 2026 te Zoetermeer aan een ander, te weten [aangeefster], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een gecompliceerde botbreuk van de enkel en een hoofdwond met een ontsierend litteken op het voorhoofd waarvoor medisch ingrijpen noodzakelijk is geweest, heeft toegebracht, door

- met de door hem, verdachte, bestuurde personenauto met slippende banden een cirkel (zogenaamde donut) te draaien en

- met een door hem, verdachte, bestuurde personenauto in de richting van die [aangeefster] te rijden en te blijven rijden en

- geen snelheid te minderen en tegen die [aangeefster] te rijden;

3

subsidiair

hij op 1 januari 2026 te Zoetermeer, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een ander, te weten [aangever 2], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen

- met de door hem, verdachte, bestuurde personenauto met slippende banden een cirkel (zogenaamde donut) heeft gedraaid en

- met een door hem, verdachte, bestuurde personenauto in de richting van die [aangever 2] is gereden en blijven rijden en geen snelheid heeft geminderd en tegen die [aangever 2] is gereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd en gecursiveerd weergegeven, zonder dat de verdachte daardoor in de verdediging is geschaad.

4 De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De strafoplegging

6.1.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte – voor een drievoudige poging tot doodslag – wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 54 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd om aan de verdachte een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van vijf jaar op te leggen.

6.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht de verdachte zo snel mogelijk in vrijheid te stellen.

6.3.

Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straffen zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Ernst van het feit

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan twee zware mishandelingen en een poging tot zware mishandeling, door met een auto in te rijden op de slachtoffers, die buiten voor hun woning het nieuwe jaar stonden in te luiden. Eerder had hij asociaal en gevaarlijk rijgedrag vertoond, door in een woonwijk, met mensen op straat, donuts en burnouts te maken. Nadat hij hierop was aangesproken door de aangevers, is hij niet gekalmeerd en tot inkeer gekomen. Integendeel: hij is onmiddellijk opnieuw een burnout gaan maken en heeft vervolgens zonder te remmen de slachtoffers aangereden. Een slachtoffer belandde op de motorkap, een ander werd overreden. Vervolgens heeft de verdachte de plaats van het ongeval verlaten.

De slachtoffers hebben verschillende letsels opgelopen en slachtoffer [aangeefster] is geopereerd aan haar verwondingen. Uit haar slachtofferverklaring blijkt dat zij nog steeds de gevolgen van de aanrijding moet ondervinden. Ook slachtoffer [aangever 1] is nog steeds bezig met therapie, en heeft een functionele neurologische stoornis aan de aanrijding overgehouden waardoor hij onder andere krachtverlies heeft in zijn arm en hand. Slachtoffer [aangever 2] heeft ook de nodige verwondingen opgelopen.

De verdachte heeft zijn auto als wapen gebruikt en daarmee een ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke en lichamelijke integriteit van de slachtoffers. Daarnaast brengt een dergelijk feit in het algemeen gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving teweeg, zeker op een avond als oudejaarsavond, waar families samenkomen om het nieuwe jaar te vieren.

Strafblad

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 6 maart 2026. Het strafblad is niet van invloed op de op te leggen straf.

Persoon van de verdachte

De rechtbank heeft kennisgenomen van een reclasseringsadvies over de verdachte van 2 oktober 2026, waaruit volgt dat verdachte over praktische en psychische stabiliteit beschikt. Hij heeft vaste huisvesting, een gestructureerde dagbesteding en toereikende financiën zonder schuldenproblematiek. Rondom het sociale netwerk en middelengebruik worden evenmin risico's gezien. Delictgerelateerd is het psychosociale functioneren en de houding. De verdachte haalt al vijf jaar riskante manoeuvres en stunts met zijn auto uit. Hierbij zoekt hij steeds verder de risico’s en grenzen op, waarbij hij het gevaar van zijn handelen nooit in heeft gezien. De reclassering heeft vastgesteld dat er een laag tot gemiddeld recidiverisico is en adviseert bij veroordeling van de verdachte een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen.

Strafmaat

De rechtbank heeft bij de bepaling van de strafmodaliteit en strafmaat aansluiting gezocht bij de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting. De rechtbank heeft geen specifieke oriëntatiepunten voor het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel met een voertuig, maar wel met een wapen (niet zijnde een vuurwapen). De rechtbank gebruikt dit oriëntatiepunt als uitgangspunt in deze zaak, omdat de rechtbank van oordeel is dat de verdachte zijn voertuig in dit geval als wapen heeft gebruikt. Het oriëntatiepunt voor het opzettelijk toebrengen van zwaar lichamelijk letsel met behulp van een wapen, niet zijnde een vuurwapen, is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zeven maanden. In dit geval acht de rechtbank de omstandigheden van het geval, zoals reeds benoemd strafverhogend: het was oudejaarsavond in een woonwijk, en verdachte vertoonde op meerdere momenten opzettelijk gevaarlijk rijgedrag. Hij is op zijn gedrag aangesproken maar heeft zijn rijgedrag hier niet op aangepast. Vlak hierna heeft hij namelijk de slachtoffers aangereden.

Gelet op wat hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een lichtere of andere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming van na te melden duur met zich brengt.

De rechtbank acht, alles afwegende en gelet op de LOVS-oriëntatiepunten, enkel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 30 maanden met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht passend en geboden. Voor oplegging van een voorwaardelijk strafdeel ziet de rechtbank geen aanleiding. Deze straf is lager dan de eis, omdat de rechtbank tot een geringere bewezenverklaring komt dan de officier van justitie en omdat de LOVS-oriëntatiepunten kennelijk een andere strafmaat indiceren dan de richtlijnen die het OM hanteert.

Naast de gevangenisstraf zal de rechtbank de verdachte een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van drie jaren, waarvan een jaar voorwaardelijk, opleggen. De verdachte heeft herhaaldelijk zeer gevaarlijk gedrag vertoond met zijn auto en heeft deze als wapen gebruikt. Daarom is een langdurige ontzegging op haar plaats. Het voorwaardelijk deel is bedoeld om de verdachte in de toekomst van strafbare feiten te weerhouden.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.

7 De voorlopige hechtenis

Nu de rechtbank de verdachte zal veroordelen voor de subsidiair ten laste gelegde feiten, kan worden vastgesteld dat de ernstige bezwaren onverkort aanwezig zijn. Tevens doet het ongeremde en agressieve verkeersgedrag dat de verdachte heeft vertoond ernstig vrezen voor herhaling, waardoor de recidivegrond ook thans nog aanwezig is. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de voorlopige hechtenis moet voortduren. De twaalfjaarsgrond zal komen te vervallen, gelet op de vrijspraak voor de primair ten laste gelegde feiten.

8 De inbeslaggenomen voorwerpen

8.1.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat het op de beslaglijst onder 1 genoemde voorwerp (de auto van de verdachte) zal worden verbeurdverklaard.

8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich ten aanzien van het beslag gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal het op de beslaglijst onder 1 genoemde voorwerp verbeurdverklaren. Dit voorwerp is voor verbeurdverklaring vatbaar, aangezien dit voorwerp aan verdachte toebehoort en met betrekking tot dit voorwerp de onder feit 1, 2 en 3 subsidiair bewezenverklaarde feiten is begaan. Daarbij heeft de rechtbank acht geslagen op de draagkracht van de verdachte en de waarde van de auto, geschat op EUR 7.000.

9 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen:

14a, 14b, 14c, 33, 33a, 45, 57, 302 van het Wetboek van Strafrecht;

179a van de Wegenverkeerswet 1994.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

10 De beslissing

De rechtbank:

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder feit 1 primair, feit 2 primair en feit 3 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de onder feit 1 subsidiair, feit 2 subsidiair en feit 3 subsidiair ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven onder 3.6 bewezen is verklaard;

verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1, subsidiair:

zware mishandeling;

ten aanzien van feit 2, subsidiair:

zware mishandeling;

ten aanzien van feit 3, subsidiair:

poging tot zware mishandeling;

verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot:

- een gevangenisstraf voor de duur van 30 (DERTIG) MAANDEN;

bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

veroordeelt verdachte ter zake van de bewezenverklaarde feiten voorts tot:

- ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor 3 (DRIE) JAREN;

bepaalt, dat de tijd, dat het rijbewijs vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak reeds ingevorderd of ingehouden is geweest bij de uitvoering van de hem onvoorwaardelijk opgelegde ontzegging geheel in mindering zal worden gebracht;

bepaalt dat een gedeelte van deze bijkomende straf, groot 1 (ÉÉN) JAAR niet zal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

de inbeslaggenomen goederen;

verklaart verbeurd het op de beslaglijst onder 1 genoemde voorwerp, te weten: 1 STK Personenauto [kenteken].

Dit vonnis is gewezen door

mr. G. Kuijper, voorzitter,

mr. D. Gruijters, rechter,

mr. C. Hofman, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. V.J.J. van Mierlo, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 19 oktober 2026.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

1

hij op of omstreeks 1 januari 2026 te Zoetermeer, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ander, te weten [aangever 1], van het leven te beroven,

- met de door zijn, verdachte, bestuurde personenauto (met slippende banden) cirkels (zogenaamde donuts) heeft gedraaid en/of

- tegen die [aangever 1] heeft gezegd: “Wil je zien dat ik je doodrijd”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking en/of (vervolgens) met een door zijn, verdachte, bestuurde personenauto (met een hoge snelheid) in de richting van die [aangever 1] is gereden en/of blijven rijden en/of

- zijn snelheid is blijven verhogen, althans niet heeft geremd en/of geen snelheid heeft geminderd en/of tegen die [aangever 1] is gereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 1 januari 2026 te Zoetermeer aan een ander, te weten [aangever 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten krachtverlies in de hand/arm (waarvoor medisch ingrijpen noodzakelijk is geweest), heeft toegebracht, door

- met de door zijn, verdachte, bestuurde personenauto (met slippende banden) cirkels (zogenaamde donuts) te draaien en/of

- tegen die [aangever 1] te zeggen: “Wil je zien dat ik je doodrijd”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking en/of (vervolgens) met een door zijn, verdachte, bestuurde personenauto (met een hoge snelheid) in de richting van die [aangever 1] te rijden en/of te blijven rijden en/of

- zijn snelheid te blijven verhogen, althans niet te remmen en/of geen snelheid te minderen en/of tegen die [aangever 1] te rijden;

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 1 januari 2026 te Zoetermeer, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een ander, te weten [aangever 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen

- met de door zijn, verdachte, bestuurde personenauto (met slippende banden) cirkels (zogenaamde donuts) heeft gedraaid en/of

- tegen die [aangever 1] heeft gezegd: “Wil je zien dat ik je doodrijd”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking en/of (vervolgens) met een door zijn, verdachte, bestuurde personenauto (met een hoge snelheid) in de richting van die [aangever 1] is gereden en/of blijven rijden en/of

- zijn snelheid is blijven verhogen, althans niet heeft geremd en/of geen snelheid heeft geminderd en/of tegen die [aangever 1] is gereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meest subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 1 januari 2026 te Zoetermeer, althans in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede rijdende over de weg, de [straatnaam] zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, als volgt te handelen: hij, verdachte aldaar,

- met de door zijn, verdachte, bestuurde personenauto (met slippende banden) cirkels (zogenaamde donuts) heeft gedraaid en/of

- tegen die [aangever 1] heeft gezegd: “Wil je zien dat ik je doodrijd”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking en/of (vervolgens) met een door zijn, verdachte, bestuurde personenauto (met een hoge snelheid) in de richting van die [aangever 1] is gereden en/of blijven rijden en/of

- zijn snelheid is blijven verhogen, althans niet heeft geremd en/of geen snelheid heeft geminderd en/of tegen die [aangever 1] is gereden en/of achteruit heeft gereden, waardoor een ander (genaamd [aangever 1]) zwaar lichamelijk letsel, te weten krachtverlies in de hand/arm (waarvoor medisch ingrijpen noodzakelijk is geweest), of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

2

hij op of omstreeks 1 januari 2026 te Zoetermeer, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ander, te weten [aangeefster], van het leven te beroven,

- met de door zijn, verdachte, bestuurde personenauto (met slippende banden) cirkels (zogenaamde donuts) heeft gedraaid en/of

- tegen die [aangever 1] heeft gezegd: “Wil je zien dat ik je doodrijd”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking en/of (vervolgens) met een door zijn, verdachte, bestuurde personenauto (met een hoge snelheid) in de richting van die [aangeefster] is gereden en/of blijven rijden en/of

- zijn snelheid is blijven verhogen, althans niet heeft geremd en/of geen snelheid heeft geminderd en/of tegen die [aangeefster] is gereden en/of achteruit heeft gereden en/of (daarbij) over de voet van die [aangeefster] is gereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op of omstreeks 1 januari 2026 te Zoetermeer aan een ander, te weten [aangeefster], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een gecompliceerde botbreuk van de enkel en/of een hoofdwond met een ontsierend litteken op het voorhoofd (waarvoor medisch ingrijpen noodzakelijk is geweest), heeft toegebracht, door

- met de door zijn, verdachte, bestuurde personenauto (met slippende banden) cirkels (zogenaamde donuts) te draaien en/of

- tegen die [aangever 1] te zeggen: “Wil je zien dat ik je doodrijd”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking en/of (vervolgens) met een door zijn, verdachte, bestuurde personenauto (met een hoge snelheid) in de richting van die [aangeefster] te rijden en/of te blijven rijden en/of

- zijn snelheid te blijven verhogen, althans niet te remmen en/of geen snelheid te minderen en/of tegen die [aangeefster] te rijden en/of achteruit te rijden en/of (daarbij) over de voet van die [aangeefster] te rijden;

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 1 januari 2026 te Zoetermeer, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een ander, te weten [aangeefster], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen

- met de door zijn, verdachte, bestuurde personenauto (met slippende banden) cirkels (zogenaamde donuts) heeft gedraaid en/of

- tegen die [aangever 1] heeft gezegd: “Wil je zien dat ik je doodrijd”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking en/of (vervolgens) met een door zijn, verdachte, bestuurde personenauto (met een hoge snelheid) in de richting van die [aangeefster] is gereden en/of blijven rijden en/of

- zijn snelheid is blijven verhogen, althans niet heeft geremd en/of geen snelheid heeft geminderd en/of tegen die [aangeefster] is gereden en/of achteruit heeft gereden en/of (daarbij) over de voet van die [aangeefster] is gereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meest subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 1 januari 2026 te Zoetermeer, althans in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede rijdende over de weg, de [straatnaam] zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, als volgt te handelen:

hij, verdachte aldaar,

- met de door zijn, verdachte, bestuurde personenauto (met slippende banden) cirkels (zogenaamde donuts) heeft gedraaid en/of

- tegen die [aangever 1] heeft gezegd: “Wil je zien dat ik je doodrijd”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking en/of (vervolgens) met een door zijn, verdachte, bestuurde personenauto (met een hoge snelheid) in de richting van die [aangeefster] is gereden en/of blijven rijden en/of

- zijn snelheid is blijven verhogen, althans niet heeft geremd en/of geen snelheid heeft geminderd en/of tegen die [aangeefster] is gereden en/of achteruit heeft gereden en/of (daarbij) over de voet van die [aangeefster] is gereden, waardoor een ander (genaamd [aangeefster]) zwaar lichamelijk letsel, te weten een gecompliceerde botbreuk van de enkel en/of een hoofdwond met een ontsierend litteken op het voorhoofd (waarvoor medisch ingrijpen noodzakelijk is geweest), of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

3

hij op of omstreeks 1 januari 2026 te Zoetermeer, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ander, te weten [aangever 2], van het leven te beroven,

- met de door zijn, verdachte, bestuurde personenauto (met slippende banden) cirkels (zogenaamde donuts) heeft gedraaid en/of

- tegen die [aangever 1] heeft gezegd: “Wil je zien dat ik je doodrijd”, althans woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking en/of (vervolgens) met een door zijn, verdachte, bestuurde personenauto (met een hoge snelheid) in de richting van die [aangever 2] is gereden en/of blijven rijden en/of

- zijn snelheid is blijven verhogen, althans niet heeft geremd en/of geen snelheid heeft geminderd en/of tegen die [aangever 2] is gereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.