Uitspraak · Strafrecht
Rechtbank Den Haag, 19 oktober 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:30780Zaaknummer 0900646426
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 19 oktober 2026
- Publicatiedatum
- 23 oktober 2026
- Zaaknummer
- 0900646426
- Rechtsgebied
- Strafrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudig, Op tegenspraak
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Vrijspraak voor belaging (feit 1), poging verkrachting (feit 2) en verkrachting (feit 3) wegens ontbreken overtuigend bewijs. De rechtbank verklaart de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in de vorderingen. Teruggave van de inbeslaggenomen goederen. Opheffing van het geschorste bevel voorlopige hechtenis.
De rechtbank:
verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
ten aanzien van feit 1
de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 1]
bepaalt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding;
proceskosten
veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, begroot op nihil;
ten aanzien van feiten 2 en 3
de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 2]
bepaalt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding;
proceskosten
veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, begroot op nihil;
de inbeslaggenomen goederen;
gelast de teruggave aan de verdachte ( [de verdachte]) van de op de beslaglijst onder 1 en 2 genoemde voorwerpen, te weten:
1. STK Telefoonautomaat
2. 1 STK Telefoonautomaat;
voorlopige hechtenis
heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.
Dit vonnis is gewezen door
mr. G. Kuijper, voorzitter,
mr. W.R. van Hattum, rechter,
mr. C. Hofman, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. V.J.J. van Mierlo, griffier,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 19 oktober 2026.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
1hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode 3 juni 2025 tot en met 19 november 2025 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 1], door- één of meermaals (anoniem) te bellen naar die [slachtoffer 1]- één of meermaals bij het huis van die [slachtoffer 1] langs te gaan- een brief bij het huis van die [slachtoffer 1] langs te brengen- één of meerdere e-mails aan die [slachtoffer 1] te sturen- middels derden in contact probeert te komen met die [slachtoffer 1], te weten door aan de zoon van die [slachtoffer 1] een volgverzoek te doen op tiktok en/of bij het huis van de ex van die [slachtoffer 1] langs te gaan met het oogmerk die [slachtoffer 1], te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;
2primair
hij op of omstreeks 3 juni 2025 te 's-Gravenhage ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met een kind in de leeftijd van zestien tot achttien jaren, te weten [slachtoffer 2] een of meer seksuele handelingen, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam te verrichten en deze poging tot verkrachting te doen voorafgaan door, vergezellen van en/of volgen door dwang, geweld en/of bedreiging- die [slachtoffer 2] bij haar haar polsen vast te pakken en/of houden en/of- die [slachtoffer 2] op haar rug op bed te duwen- zijn, verdachtes, broek en onderbroek naar beneden te brengen- Het ondergoed van die [slachtoffer 2] uit te doen/naar beneden te duwen en/of- tussen/over de benen van die [slachtoffer 2] is gaan zitten en/of- (vervolgens) gepoogd heeft zijn, verdachtes, penis bij de vagina van die [slachtoffer 2] naar binnen te brengen terwijl dit feit werd begaan jegens een kind dat werd verzorgd of opgevoed als behorend tot het gezin van verdachte, een kind waarover verdachte het gezag uitoefende en/of een anderszins aan de zorg, waakzaamheid of opleiding van verdachte toevertrouwd kind en/of een aan verdachte ondergeschikt kindterwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair
hij op of omstreeks 3 juni 2025 te ’s-Gravenhage ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met een persoon, te weten [slachtoffer 2],
een of meer seksuele handelingen, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam te verrichten
en deze poging tot verkrachting te doen voorafgaan door, vergezellen van en/of volgen door dwang, geweld en/of bedreiging door
- die [slachtoffer 2] bij haar polsen vast te pakken en/of houden en/of
- die [slachtoffer 2] op haar rug op bed te duwen
- zijn, verdachtes, broek en onderbroek naar beneden te brengen
- het ondergoed van die [slachtoffer 2] uit te doen/naar beneden te duwen en/of
- tussen/over de benen van die [slachtoffer 2] te gaan zitten en/of
- ( vervolgens) te pogen zijn, verdachtes, penis bij de vagina van die [slachtoffer 2] naar binnen te brengen
terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer 2] daartoe de wil ontbrak;
3primair
hij in of omstreeks de periode 1 mei 2025 tot en met 3 juni 2025 te 's-Gravenhage met een kind in de leeftijd van zestien tot achttien jaren, te weten [slachtoffer 2] een of meer seksuele handelingen, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten- het brengen en/of houden en/of heen en weer bewegen van zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer 2]terwijl dit feit werd begaan jegens verdachtes kind, een kind dat werd verzorgd of opgevoed als behorend tot het gezin van verdachte, een kind waarover verdachte het gezag uitoefende en/of een anderszins aan de zorg, waakzaamheid of opleiding van verdachte toevertrouwd kind en/of een aan verdachte ondergeschikt kinden welke verkrachting werd voorafgaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door- vroeg in de ochtend naar de slaapkamer van die [slachtoffer 2] te gaan terwijl zij daar sliep- bij die [slachtoffer 2] in bed te gaan liggen- die [slachtoffer 2] te zoenen- zijn, verdachtes, broek en onderbroek (in bed) uit te trekken en de broek van die Ramirez Sanchez uit te doen
subsidiair
hij in of omstreeks de periode 1 mei 2025 tot en met 3 juni 2025 te ’s-Gravenhage, met een persoon, te weten [slachtoffer 2], een of meer seksuele handelingen, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten
- het brengen en/of houden en/of heen en weer bewegen van zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer 2],
terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer 2] daartoe de wil ontbrak, en welke werd voorafgaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door
- vroeg in de ochtend naar de slaapkamer van die [slachtoffer 2] te gaan terwijl zij daar sliep
- bij die [slachtoffer 2] in bed te gaan liggen
- die [slachtoffer 2] onverhoeds te zoenen
- zijn, verdachtes, broek en onderbroek (in bed) uit te trekken en de broek van die Ramirez Sanchez uit te doen,
- op die [slachtoffer 2] te gaan liggen en voorbij te gaan aan verbale of non-verbale signalen van weerstand van die [slachtoffer 2],
- en/of vervolgens onverhoeds met zijn penis bij die [slachtoffer 2] binnen te dringen.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Strafrecht
Meervoudige kamer
Parketnummer: 09/006454-26
Datum uitspraak: 19 oktober 2026
Tegenspraak
De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:
[de verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1978 te [geboorteplaats],
BRP-adres: [adres].
1 Het onderzoek ter terechtzitting
Het onderzoek is gehouden op de terechtzittingen van 20 april 2026 (pro forma) en 5 oktober 2026 (inhoudelijke behandeling).
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. L. de Graaf en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. J.S. de Gram naar voren is gebracht.
2 De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, die is gewijzigd op de terechtzitting van 5 oktober 2026. De tekst van de gewijzigde tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
Kort gezegd wordt de verdachte ervan beschuldigd dat hij in de periode van 1 mei 2025 tot en met 3 juni 2025 seksuele handelingen heeft gepleegd met de toen zestienjarige dochter van zijn ex-vriendin, waaronder binnendringen van haar lichaam (feit 3), dat hij dit op 3 juni 2025 wederom heeft geprobeerd (feit 2), en dat hij in de periode van 3 juni 2025 tot en met 19 november 2025 zijn ex-vriendin heeft gestalkt (feit 1).
3 De bewijsbeslissing
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder feit 1, feit 2 subsidiair en feit 3 subsidiair ten laste gelegde. De officier van justitie vordert dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren met aftrek van de tijd dat de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Daarnaast heeft de officier van justitie de rechtbank verzocht om een contactverbod met de aangeefsters in de vorm van een 38v-maatregel op te leggen en deze dadelijk uitvoerbaar te verklaren.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft namens de verdachte vrijspraak van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde bepleit. Volgens de raadsman bevat het procesdossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs om tot een bewezenverklaring te komen.
Vrijspraak
De rechtbank is met betrekking tot de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten van oordeel dat deze feiten niet wettig en overtuigend kunnen worden bewezen. De rechtbank zal eerst ingaan op de seksuele misdrijven die onder 2 en 3 ten laste zijn gelegd, en daarna op de belaging zoals onder 1 ten laste is gelegd.
Ten aanzien van feit 2 en 3
De rechtbank is van oordeel dat het dossier wel voldoende wettig bewijs bevat om te komen tot een bewezenverklaring. Op grond van het dossier, het verhandelde ter terechtzitting en in het bijzonder door hetgeen is aangevoerd door de verdediging, is de rechtbank er echter niet van overtuigd geraakt dat de verdachte de hem verweten misdrijven heeft gepleegd.
In het dossier heeft de rechtbank verschillende inconsistenties aangetroffen. Zij licht de belangrijkste eruit.
Ten eerste zijn er inconsistenties in de verklaringen van aangeefster zelf. Zo heeft zij bij de politie duidelijk en vrij precies verklaard over drie incidenten met de verdachte. Er was een eerste (niet ten laste gelegd) incident dat midden mei 2025 zou hebben plaatsgevonden; toen zou de verdachte naar haar kamer zijn gekomen en haar hebben gezoend, waarop zij hem zou hebben weggeduwd. Het tweede incident was ongeveer een week later; toen zou de verdachte haar hebben gezoend en verkracht (feit 3). En het derde incident was begin juni/rond 3 juni 2025; toen zou de verdachte haar onder andere op bed hebben geduwd en op haar zijn gaan zitten, maar vervolgens kwam haar moeder binnen (feit 2). De raadsman heeft aangeefster bij haar verhoor door de rechter-commissaris voorgehouden dat hij had gelezen dat zij het over drie incidenten met de verdachte had gehad. Aangeefster sloeg daar niet op aan en verklaarde alleen nog maar over twee incidenten, te weten de verkrachting (feit 3), die zij nu echter halverwege juni plaatste, en de daarop volgende poging daartoe (feit 2), waarvan zij nu niet meer wist wanneer die had plaatsgevonden: daarnaar gevraagd verklaarde zij eerst dat zij dacht dat zij al uit school was en dat zij in haar kamer aan het studeren was, maar vlak daarna dat zij niet meer wist of het in het weekend was. De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat sprake is van opvallende inconsistenties die zich niet zonder meer laten verklaren door de periode die is verstreken tussen de politieverhoren en het verhoor door de rechter-commissaris.Daarnaast ziet de rechtbank verschillen tussen de verklaringen van de aangeefster en de moeder van aangeefster over het incident op 3 juni 2025, meer in het bijzonder over de positie van de armen en benen van aangeefster en de verdachte op het moment dat de moeder de slaapkamer binnen zou zijn gekomen. Aangeefster verklaart dat de verdachte bovenop haar zat en aan iedere kant van haar benen een been had. De moeder van aangeefster verklaart echter, op de vraag hoe zij aangeefster en verdachte aantrof, dat aangeefster op bed lag met haar benen gespreid. Een dergelijke positie lijkt niet verenigbaar met de verklaring van aangeefster op dit punt. Ook dit vindt de rechtbank een opvallend gegeven.
Tenslotte heeft de moeder van aangeefster bij de rechter-commissaris verklaard dat zij meteen na dat incident de huisarts om een spoedafspraak heeft gevraagd voor haar dochter. In het dossier is een formulier ‘verzoek medische informatie’ opgenomen, met daarin een verklaring van de huisarts van 24 oktober 2025 (p. 36). Van dit verslag is het grootste gedeelte onleesbaar. Ervan uit gaande dat de verklaring daadwerkelijk betrekking heeft op aangeefster (er is namelijk ook geen naam leesbaar), geldt het volgende. Wel te lezen is de datum 12 juni 2025. Aan de hand van een ander exemplaar van dit standaard-formulier (p. 37) kan worden vastgesteld dat die datum betrekking heeft op het moment waarop aangeefster werd onderzocht. Die datum is negen dagen na het incident, wat niet past bij de verklaring dat er met spoed een afspraak zou zijn gemaakt. Dat er ook onderzoeken naar soa’s hebben plaatsgevonden, zoals de moeder stelt, blijkt ook niet uit het dossier. Deze feiten en omstandigheden roepen bij de rechtbank vragen op over het gebeurde.
Onder meer de hiervoor genoemde inconsistenties, die voortvloeien uit het dossier, hebben ertoe geleid dat de rechtbank eraan twijfelt of de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan de hem verweten seksuele misdrijven. Nu de rechtbank die overtuiging niet heeft gekregen, spreekt zij de verdachte vrij van het onder 2 en 3 ten laste gelegde.
Ten aanzien van feit 1
Bij de beoordeling of sprake is van belaging als bedoeld in artikel 285b lid 1 Sr zijn van belang de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de gedragingen van de verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer.
De rechtbank stelt op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting de volgende feiten en omstandigheden vast. De aangeefster heeft verklaard dat zij op 8 en 17 juni 2025 een waarschuwing naar de verdachte heeft gestuurd dat zij geen contact meer met hem wilde. De verdachte heeft verklaard dat hij inderdaad dergelijke waarschuwingen heeft ontvangen. Toch is hij contact met haar blijven zoeken. Zo is hij op 25 juni 2025 langs haar woning gereden, heeft hij op 1 juli 2025 drie e-mails naar haar gestuurd, heeft hij op 18 juli 2025 een brief bij haar woning achtergelaten en heeft hij op 19 november 2025 een volgverzoek op Tiktok naar de zoon van de aangeefster gestuurd.
Gelet op hetgeen hiervoor is vastgesteld, is de rechtbank van oordeel dat de verdachte tegenover de aangeefster wederrechtelijk heeft gehandeld, dat wil zeggen dat hij niet tot die gedragingen was gerechtigd. Maar, hoewel de rechtbank begrijpt dat de aangeefster de contactmomenten als onprettig heeft ervaren, kan dit handelen niet als belaging worden aangemerkt. Met bovengenoemde handelingen is namelijk geen stelselmatige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de aangeefster. Daarbij hecht de rechtbank vooral belang aan de aard en de relatief geringe intensiteit van de gedragingen.
De rechtbank merkt nog op dat in het procesdossier ook informatie is opgenomen over situaties in de sportschool, bij de Scheveningse strandtent Hart Beach en op Schiphol, maar deze momenten zijn niet opgenomen in de tenlastelegging. De rechtbank kan deze informatie dus niet meewegen bij de beoordeling van de vraag of sprake is van belaging.
Het voorgaande brengt mee dat de ten laste gelegde belaging niet kan worden bewezen en dat de verdachte ook van feit 1 zal worden vrijgesproken.
4 De vordering van de benadeelde partij
Ten aanzien van feit 1
[slachtoffer 1] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 4081,80, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit € 81,80 aan materiële schade en € 4000,- aan immateriële schade.
Ten aanzien van feit 2 en 3
[slachtoffer 2] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vordert een schadevergoeding van € 15.081,80, te vermeerderen met de wettelijke rente. Dit bedrag bestaat uit € 81,80 aan materiële schade en € 15.000,- aan immateriële schade.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen met de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Het standpunt van de verdediging
Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 1] heeft de raadsman primair verzocht om de vordering niet-ontvankelijk te verklaren in verband met de verzochte vrijspraak voor feit 1.
De raadsman heeft ook ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 2] primair verzocht om de vordering niet-ontvankelijk te verklaren in verband met de verzochte vrijspraak voor feiten 2 en 3.
Het oordeel van de rechtbank
Ten aanzien van feit 1
De vordering van benadeelde partij [slachtoffer 1]
De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, aangezien de verdachte van het feit waarop de vordering betrekking heeft, zal worden vrijgesproken.
Proceskostenveroordeling benadeelde partij
Dit brengt mee dat de benadeelde partij moet worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met zijn verdediging tegen die vordering heeft moeten maken. De rechtbank begroot deze kosten op nihil.
Ten aanzien van feit 2 en 3
De vordering van benadeelde partij [slachtoffer 2]
De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, aangezien de verdachte van de feiten waarop de vordering betrekking heeft, zal worden vrijgesproken.
Proceskostenveroordeling benadeelde partij
Dit brengt mee dat de benadeelde partij moet worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met zijn verdediging tegen die vordering heeft moeten maken. De rechtbank begroot deze kosten op nihil.
5 De inbeslaggenomen voorwerpen
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert dat de op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen (beslaglijst) onder 1 en 2 genoemde voorwerpen worden teruggegeven aan de verdachte ( [de verdachte] ), voor zover dat nog niet is gebeurd.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich met betrekking tot het beslag gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Het oordeel van de rechtbank
Nu het belang van strafvordering zich daartegen niet meer verzet, zal de rechtbank de teruggave aan de verdachte ( [de verdachte]) gelasten van de op de beslaglijst onder 1 en 2 genoemde voorwerpen, voor zover dat nog niet is gebeurd.
6 De voorlopige hechtenis
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de schorsing van de voorlopige hechtenis wordt opgeheven.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht de vordering van de officier van justitie af te wijzen.
Het oordeel van de rechtbank
Nu de verdachte van alle feiten wordt vrijgesproken, zal de rechtbank het bevel tot voorlopige hechtenis opheffen.
7 De beslissing
De rechtbank:
verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
ten aanzien van feit 1
de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 1]
bepaalt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding;
proceskosten
veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, begroot op nihil;
ten aanzien van feiten 2 en 3
de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 2]
bepaalt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding;
proceskosten
veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, begroot op nihil;
de inbeslaggenomen goederen;
gelast de teruggave aan de verdachte ( [de verdachte]) van de op de beslaglijst onder 1 en 2 genoemde voorwerpen, te weten:
1. STK Telefoonautomaat
2. 1 STK Telefoonautomaat;
voorlopige hechtenis
heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.
Dit vonnis is gewezen door
mr. G. Kuijper, voorzitter,
mr. W.R. van Hattum, rechter,
mr. C. Hofman, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. V.J.J. van Mierlo, griffier,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 19 oktober 2026.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
1hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode 3 juni 2025 tot en met 19 november 2025 te 's-Gravenhage, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [slachtoffer 1], door- één of meermaals (anoniem) te bellen naar die [slachtoffer 1]- één of meermaals bij het huis van die [slachtoffer 1] langs te gaan- een brief bij het huis van die [slachtoffer 1] langs te brengen- één of meerdere e-mails aan die [slachtoffer 1] te sturen- middels derden in contact probeert te komen met die [slachtoffer 1], te weten door aan de zoon van die [slachtoffer 1] een volgverzoek te doen op tiktok en/of bij het huis van de ex van die [slachtoffer 1] langs te gaan met het oogmerk die [slachtoffer 1], te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen;
2primair
hij op of omstreeks 3 juni 2025 te 's-Gravenhage ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met een kind in de leeftijd van zestien tot achttien jaren, te weten [slachtoffer 2] een of meer seksuele handelingen, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam te verrichten en deze poging tot verkrachting te doen voorafgaan door, vergezellen van en/of volgen door dwang, geweld en/of bedreiging- die [slachtoffer 2] bij haar haar polsen vast te pakken en/of houden en/of- die [slachtoffer 2] op haar rug op bed te duwen- zijn, verdachtes, broek en onderbroek naar beneden te brengen- Het ondergoed van die [slachtoffer 2] uit te doen/naar beneden te duwen en/of- tussen/over de benen van die [slachtoffer 2] is gaan zitten en/of- (vervolgens) gepoogd heeft zijn, verdachtes, penis bij de vagina van die [slachtoffer 2] naar binnen te brengen terwijl dit feit werd begaan jegens een kind dat werd verzorgd of opgevoed als behorend tot het gezin van verdachte, een kind waarover verdachte het gezag uitoefende en/of een anderszins aan de zorg, waakzaamheid of opleiding van verdachte toevertrouwd kind en/of een aan verdachte ondergeschikt kindterwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair
hij op of omstreeks 3 juni 2025 te ’s-Gravenhage ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met een persoon, te weten [slachtoffer 2],
een of meer seksuele handelingen, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam te verrichten
en deze poging tot verkrachting te doen voorafgaan door, vergezellen van en/of volgen door dwang, geweld en/of bedreiging door
- die [slachtoffer 2] bij haar polsen vast te pakken en/of houden en/of
- die [slachtoffer 2] op haar rug op bed te duwen
- zijn, verdachtes, broek en onderbroek naar beneden te brengen
- het ondergoed van die [slachtoffer 2] uit te doen/naar beneden te duwen en/of
- tussen/over de benen van die [slachtoffer 2] te gaan zitten en/of
- ( vervolgens) te pogen zijn, verdachtes, penis bij de vagina van die [slachtoffer 2] naar binnen te brengen
terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer 2] daartoe de wil ontbrak;
3primair
hij in of omstreeks de periode 1 mei 2025 tot en met 3 juni 2025 te 's-Gravenhage met een kind in de leeftijd van zestien tot achttien jaren, te weten [slachtoffer 2] een of meer seksuele handelingen, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten- het brengen en/of houden en/of heen en weer bewegen van zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer 2]terwijl dit feit werd begaan jegens verdachtes kind, een kind dat werd verzorgd of opgevoed als behorend tot het gezin van verdachte, een kind waarover verdachte het gezag uitoefende en/of een anderszins aan de zorg, waakzaamheid of opleiding van verdachte toevertrouwd kind en/of een aan verdachte ondergeschikt kinden welke verkrachting werd voorafgaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door- vroeg in de ochtend naar de slaapkamer van die [slachtoffer 2] te gaan terwijl zij daar sliep- bij die [slachtoffer 2] in bed te gaan liggen- die [slachtoffer 2] te zoenen- zijn, verdachtes, broek en onderbroek (in bed) uit te trekken en de broek van die Ramirez Sanchez uit te doen
subsidiair
hij in of omstreeks de periode 1 mei 2025 tot en met 3 juni 2025 te ’s-Gravenhage, met een persoon, te weten [slachtoffer 2], een of meer seksuele handelingen, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten
- het brengen en/of houden en/of heen en weer bewegen van zijn, verdachtes, penis in de vagina van die [slachtoffer 2],
terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer 2] daartoe de wil ontbrak, en welke werd voorafgaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door
- vroeg in de ochtend naar de slaapkamer van die [slachtoffer 2] te gaan terwijl zij daar sliep
- bij die [slachtoffer 2] in bed te gaan liggen
- die [slachtoffer 2] onverhoeds te zoenen
- zijn, verdachtes, broek en onderbroek (in bed) uit te trekken en de broek van die Ramirez Sanchez uit te doen,
- op die [slachtoffer 2] te gaan liggen en voorbij te gaan aan verbale of non-verbale signalen van weerstand van die [slachtoffer 2],
- en/of vervolgens onverhoeds met zijn penis bij die [slachtoffer 2] binnen te dringen.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.