Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 18 september 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:30702Zaaknummer C/09/712801 / JE RK 26-1642

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
18 september 2026
Publicatiedatum
23 oktober 2026
Zaaknummer
C/09/712801 / JE RK 26-1642
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing (spoed)

5 De beslissing

De kinderrechter:

5.1.

stelt [de minderjarige] van 18 september tot 1 oktober 2026 voorlopig onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden;

5.2.

machtigt Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een ziekenhuis (categorie overig) en aansluitend in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling en verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad;

5.3.

houdt de behandeling van het verzoek aan tot de zitting van mr. E.E. Schotte op 30 september 2026 om 13:00 uur in het gerechtsgebouw van de rechtbank Den Haag, locatie Den Haag, aan Prins Clauslaan 60 in Den Haag;

5.4.

vraagt de griffier tegen voormelde zitting op te roepen:

  • de Raad;
  • de gecertificeerde instelling;
  • de ouders;
  • een advocaat voor de ouders;
  • [de minderjarige] voor het kindgesprek.
Deze beschikking is gegeven door E.E. Schotte, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 18 september 2026, in aanwezigheid van mr. E.M.C. Mulders als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de machtiging tot uithuisplaatsing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de voorlopige ondertoezichtstelling staat geen hoger beroep open.[_f8e4e0a8-319d-439f-80a3-836944979051]

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 De beoordeling
  5. 5 De beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Familie- en Jeugdrecht

Zaaknummer: C/09/712801 / JE RK 26-1642

Datum uitspraak: 18 september 2026

Beschikking van de kinderrechter over een voorlopige ondertoezichtstelling en een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming,

'sGravenhage,

hierna te noemen: de Raad,

over

[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats], China,

hierna te noemen: [de minderjarige].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder],

hierna te noemen: de moeder,

en

[de vader],

hierna te noemen: de vader,

hierna gezamenlijk te noemen: de ouders,

samenwonende in [plaats].

De kinderrechter merkt als informant aan:

Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden,

hierna te noemen: de gecertificeerde instelling.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter, mr. E.E. Schotte, heeft op 17 september 2026 buiten kantooruren beslist dat [de minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld wordt tot 18 september 2026 om 17:00 uur. Voor diezelfde periode is een trajectmachtiging tot uithuisplaatsing in een ziekenhuis (categorie overig) met aansluitend in machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder afgegeven. Het verzoek is voor het overige aangehouden.

1.2.

De kinderrechter neemt mee in de beoordeling het schriftelijke verzoek van de Raad met bijlagen, ontvangen op 18 september 2026.

2 De feiten

2.1.

De ouders zijn op [datum] 2011 met elkaar getrouwd in China.

2.2.

De vader heeft [de minderjarige] erkend.

2.3.

De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige].

2.4.

[de minderjarige] woont bij haar ouders.

3 Het verzoek

3.1.

De Raad verzoekt [de minderjarige] voorlopig onder toezicht te stellen voor de duur van drie maanden. Ook verzoekt de Raad een trajectmachtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een ziekenhuis (categorie overig) en aansluitend in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De Raad verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.

4 De beoordeling

4.1.

De kinderrechter is van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [de minderjarige]. Daartoe is redengevend dat [de minderjarige] zowel op 31 augustus als op 17 september 2026 een suïcidepoging heeft gedaan, waarna zij met spoed in het ziekenhuis is opgenomen. [de minderjarige] is beoordeeld door de GGZ, en ondanks dat de GGZ niet alleen met [de minderjarige] mocht praten, schatten zij het suïciderisico hoog in. Daarom vinden zij een opname passend. De ouders staan hier echter niet voor open, omdat zij de hulpverlening in Nederland niet goed vinden en naar Brazilië willen. Veilig Thuis heeft geprobeerd hier met de vader over in gesprek te gaan, maar dat is niet mogelijk gebleken. Verder is zeer zorgelijk dat [de minderjarige] na de eerste suïcidepoging van 31 augustus 2026 bij de GGZ heeft aangegeven dat zij door haar ouders wordt geslagen, dat zij haar onder druk zetten om te presteren en dat de ouders met het gezin naar Brazilië willen vertrekken. [de minderjarige] geeft aan niet naar Brazilië te willen. Gelet op het voorgaande vindt de kinderrechter het belangrijk dat een jeugdbeschermer betrokken raakt bij het gezin en dat [de minderjarige] de komende periode op een veilige plek verblijft waar zij tot rust kan komen en de juiste hulpverlening krijgt. Daarom zal de kinderrechter het verzoek toewijzen tot 1 oktober 2026 en aanhouden voor het overige.

5 De beslissing

De kinderrechter:

5.1.

stelt [de minderjarige] van 18 september tot 1 oktober 2026 voorlopig onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden;

5.2.

machtigt Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een ziekenhuis (categorie overig) en aansluitend in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling en verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad;

5.3.

houdt de behandeling van het verzoek aan tot de zitting van mr. E.E. Schotte op 30 september 2026 om 13:00 uur in het gerechtsgebouw van de rechtbank Den Haag, locatie Den Haag, aan Prins Clauslaan 60 in Den Haag;

5.4.

vraagt de griffier tegen voormelde zitting op te roepen:

  • de Raad;
  • de gecertificeerde instelling;
  • de ouders;
  • een advocaat voor de ouders;
  • [de minderjarige] voor het kindgesprek.
Deze beschikking is gegeven door E.E. Schotte, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 18 september 2026, in aanwezigheid van mr. E.M.C. Mulders als griffier.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de machtiging tot uithuisplaatsing is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking over de voorlopige ondertoezichtstelling staat geen hoger beroep open.[_f8e4e0a8-319d-439f-80a3-836944979051]

Voetnoten

  1. Artikel 807 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.