Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Den Haag, 18 september 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:30698Zaaknummer C/09/711773 / KG ZA 26-939
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 18 september 2026
- Publicatiedatum
- 19 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/09/711773 / KG ZA 26-939
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Kort geding
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Vervangende toestemming vakantie
5 De beslissing
De voorzieningenrechter:
verleent aan de moeder vervangende toestemming, die de toestemming van de vader vervangt, om met de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2021 te [geboorteplaats], in de periode van 23 september 2026 tot 7 oktober 2026 naar dat deel van [land] af te reizen waarvoor kleurcode geel geldt;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.J. Hoekstra-van Vliet en in het openbaar uitgesproken op 18 september 2026.
PL
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Rechtbank den haag
Team handel - voorzieningenrechter
zaak- / rolnummer: C/09/711773 / KG ZA 26-939
Vonnis in kort geding van 18 september 2026
in de zaak van
[de moeder], wonende op een geheim adres,
eiseres,
advocaat mr. M.E. Hoogenraad te Maassluis,
tegen:
[de vader], wonende te [woonplaats],
gedaagde,
advocaat mr. A. Neermawatie Nandoe te Leidschendam-Voorburg.
Partijen worden hierna respectievelijk ‘de moeder’ en ‘de vader’ genoemd.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding, met producties;
- de conclusie van antwoord, met productie;
- de op 15 september 2026 gehouden mondelinge behandeling.
Op de zitting zijn verschenen: de moeder, vergezeld van de tolk E. Nsabimbona en bijgestaan door mr. M.E. Hoogenraad, de vader, bijgestaan door mr. A. Neermawatie Nandoe, en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Tijdens de zitting is vonnis bepaald op vandaag.
2 De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
De vader en de moeder zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2017 tot [datum 2] 2025. Het huwelijk is ontbonden door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking van 12 maart 2025 in de daarvoor bestemde registers. De vader en de moeder zijn de ouders van [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2021 te [geboorteplaats] (hierna: [minderjarige]). De vader en de moeder zijn gezamenlijk belast met het gezag over [minderjarige]. [minderjarige] heeft zijn gewone verblijfplaats bij de moeder.
Bij beschikking van deze rechtbank van 28 november 2025 is – voor zover hier van belang – bepaald dat [minderjarige] voorlopig bij de vader zal zijn: iedere zaterdag van 12.00 uur tot 18.00 uur, waarbij de overdracht plaatsvindt op [treinstation].
3 Het geschil
De moeder vordert vervangende toestemming aan haar te verlenen, die de toestemming van de vader vervangt, om met [minderjarige] te mogen reizen naar [land] van 23 september 2026 tot 7 oktober 2026, althans zodanige beslissing te nemen als de voorzieningenrechter juist acht, kosten rechtens.
Daartoe voert de moeder – samengevat – het volgende aan. De moeder heeft in juni 2026 contact gehad met de vader. Zij heeft hem gevraagd of hij toestemming wil verlenen voor een vakantie van [minderjarige] naar [land] samen met de moeder. De vader heeft toen mondeling zijn akkoord gegeven. De moeder heeft vervolgens vliegtickets voor [minderjarige] en haarzelf gekocht. De vader weigerde echter daarna om schriftelijk toestemming te verlenen.
De vader voert verweer. Het voornaamste verweer – zoals op de zitting is gebleken – van de vader is, dat [minderjarige] school zal missen als hij met de moeder naar [land] zal afreizen. Daarnaast voert de vader aan dat er veiligheidsrisico’s verbonden zijn aan de reis, omdat er verschillende kleurcodes gelden voor [land]. Ten slotte voert de vader aan dat hij vindt dat de bestaande zorgregeling tussen hem en [minderjarige] gerespecteerd dient te worden.
4 De beoordeling van het geschil
De voorzieningenrechter zal de vordering van de moeder om haar vervangende toestemming te verlenen om met [minderjarige] naar [land] te mogen reizen toewijzen. De voorzieningenrechter overweegt daartoe als volgt. [minderjarige] is momenteel 4 jaar oud en nog niet leerplichtig. Nu [minderjarige] niet leerplichtig is, vindt de voorzieningenrechter het feit dat [minderjarige] in de periode van 23 september 2026 tot 7 oktober 2026 school zal missen onder de gegeven omstandigheden niet zwaarwegend genoeg om de vordering van de moeder af te wijzen. Daarbij weegt mee dat de school akkoord is gegaan met de afwezigheid en de reis een familiebezoek betreft. Het is van belang dat [minderjarige] zijn familiebanden kan onderhouden. Daarbij komt dat de moeder haar familie gaat bezoeken om haar nieuwe partner te introduceren, van wie ze inmiddels zwanger is. De moeder heeft aangegeven dat zij in [land] naar [plaats] wil afreizen, waar haar familie woont. Die plaats ligt in dat deel van [land] waarvoor momenteel als reisadvies de kleurcode geel geldt. Kleurcode geel houdt in dat daar naartoe gereisd kan worden en er geen negatief reisadvies is. Wel zijn er bijzondere veiligheidsrisico’s waarbij oplettendheid geboden is, maar dat vindt de voorzieningenrechter in het licht van de genoemde belangen evenmin zwaarwegend genoeg om de vordering van de moeder af te wijzen. Dat de zorgregeling twee opeenvolgende zaterdagen niet kan worden uitgevoerd vanwege de reis maakt het oordeel niet anders, omdat de moeder compensatie voor de gemiste dagen heeft aangeboden.
Nu in sommige delen van [land] de kleurcode oranje en rood geldt, ziet de voorzieningenrechter daarin wel aanleiding om nadrukkelijk vast te leggen dat de toestemming enkel geldt voor reizen naar dat deel van [land] waar kleurcode geel geldt.
Op de zitting is besproken dat de vader gecompenseerd zal worden voor de gemiste omgangsdagen, in die zin dat hij [minderjarige] op een vervangend moment bij zich mag hebben. Tevens is afgesproken dat hij met [minderjarige] mag videobellen als [minderjarige] in [land] is. Met de vader en de moeder is besproken dat zij hierover zelf concrete afspraken zullen maken na de zitting. De voorzieningenrechter gaat ervan uit dat de vader en de moeder hier samen uitkomen en hun afspraken zullen nakomen.
In de omstandigheid dat de vader en de moeder gewezen echtelieden zijn, wordt aanleiding gevonden te bepalen dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
5 De beslissing
De voorzieningenrechter:
verleent aan de moeder vervangende toestemming, die de toestemming van de vader vervangt, om met de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2021 te [geboorteplaats], in de periode van 23 september 2026 tot 7 oktober 2026 naar dat deel van [land] af te reizen waarvoor kleurcode geel geldt;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.J. Hoekstra-van Vliet en in het openbaar uitgesproken op 18 september 2026.
PL
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.