Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 18 september 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:30684Zaaknummer C/09/700100 / FA RK 26-1820

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
18 september 2026
Publicatiedatum
23 oktober 2026
Zaaknummer
C/09/700100 / FA RK 26-1820
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Wijziging geslacht naar 'X'. Voornaamswijziging.

De rechtbank:

gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand om aan de geboorteakte van [verzoeker] een latere vermelding toe te voegen van de wijziging van het geslacht in die zin dat het geslacht zal zijn: “X”;

gelast de wijziging van de voornaam van verzoeker geboren op [geboortedatum] 1993 te [geboorteplaats], in die zin dat de voornaam zal luiden: “[voornaam]”;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, rechter, bijgestaan door mr. S.B. Boekema als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 18 september 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Wijziging vermelding geslacht in de geboorteakte en voornaamswijziging
  2. Procedure
  3. Verzoek
  4. Feiten
  5. Beoordeling
  6. Beslissing

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 26-1820

Zaaknummer: C/09/700100

Datum beschikking: 18 september 2026

Wijziging vermelding geslacht in de geboorteakte en voornaamswijziging

Beschikking op het op 20 februari 2026 ingekomen verzoekschrift van:

[verzoeker],

verzoeker, hierna ook te noemen: [verzoeker],

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. E.P.J. Appelman te Alkmaar.

Als belanghebbende wordt ten aanzien van de wijziging vermelding geslacht in de geboorteakte wordt aangemerkt:

de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Goeree-Overflakkee,

de ambtenaar.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

- het verzoekschrift, met bijlagen;

- het F9-bericht van verzoeker van 27 maart 2026;

- de brief van de ambtenaar van 23 april 2026.

Op 20 augustus 2026 is de zaak op een zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: [verzoeker], bijgestaan door diens advocaat en vergezeld van diens partner.

Na de zitting heeft de rechtbank ontvangen:

- het F9-bericht van verzoeker van 31 augustus 2026, met bijlage;

- het F9-bericht van verzoeker van 1 september 2026, met als bijlage een deskundigenverklaring;

- het F9-bericht van verzoeker van 2 september 2026, met bijlage.

Verzoek

Het verzoekschrift strekt ertoe dat de rechtbank:

primair:

- de ambtenaar van de burgerlijke stand gelast om aan de geboorteakte een latere vermelding toe te voegen van wijziging in het geslacht, in die zin dat het geslacht zal zijn: X;

- de ambtenaar van de burgerlijke stand last geeft tot wijziging van de voornaam van [verzoeker];

subsidiair:

- in goede justitie een beslissing te nemen die recht doet aan het belang van verzoeker om een genderneutrale registratie van het geslacht in de geboorteakte te voeren.

Feiten

- Blijkens een afschrift van akte van geboorte met aktenummer [nummer] van het jaar 1993 van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente], opgemaakt op 26-03-2026 is op [geboortedatum]1993 geboren: [verzoeker].

- [verzoeker] heeft de Nederlandse nationaliteit.

Beoordeling

Relatieve bevoegdheid

Gelet op het rechtsgebied waarin de akte is ingeschreven, is op grond van artikel 263 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) ten aanzien van het verzoek tot wijziging van het geslacht in de geboorteakte in beginsel de rechtbank Zeeland-West-Brabant relatief bevoegd.

Echter, ingeval van procedures waarin mede een aanpassing van een ingeschreven akte moet plaatsvinden is geen sprake van een verzoek dat uitsluitend ziet op wijziging of aanvulling van een register van de burgerlijke stand, zoals beschreven in artikel 263 Rv, zodat in dergelijke gevallen de hoofdregel van artikel 262 Rv van toepassing is.

Aangezien in dit geval naast de wijziging van het geslacht ook wordt verzocht om wijziging van de voornaam, is sprake van een situatie zoals hiervoor beschreven. Daarmee is de rechtbank Den Haag bevoegd om van de verzoeken kennis te nemen, omdat [verzoeker] diens woonplaats heeft binnen het arrondissement van deze rechtbank.

Wijziging geslacht in de geboorteakte

Ter onderbouwing van het verzoek wordt aangevoerd dat [verzoeker] de overtuiging heeft noch tot het vrouwelijke noch tot het mannelijke geslacht te behoren en dat die zich identificeert als non-binair. Al van jongs af aan voelt [verzoeker] zich anders, tot het moment waarop die de term ‘non-binair’ leerde kennen. [verzoeker] heeft de wens om diens geslachtsaanduiding hiermee in overeenstemming te brengen en die heeft de uitdrukkelijke wens om een genderneutrale geslachtsregistratie te krijgen.

De ambtenaar heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de wijziging van het geslacht in ‘X’.

De rechtbank overweegt dat de wet op dit moment geen mogelijkheid biedt om het onderhavige verzoek toe te wijzen, aangezien er geen wettelijke bepaling bestaat die het voor non-binaire personen mogelijk maakt zich als genderneutraal te registreren.

Zoals in de uitspraak van deze rechtbank van 16 december 2025 (ECLI:NL:RBDHA:2025:24053) is toegelicht, levert het ontbreken van deze mogelijkheid een ongeoorloofd onderscheid op tussen transgender en genderneutrale personen en aldus een onderscheid naar geslacht zoals bedoeld in artikel 26 van het Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR) en artikel 1 lid 2 van het Protocol nummer 12 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). De rechtbank is van oordeel dat het individuele belang van [verzoeker] bij de mogelijkheid tot verbetering van de geboorteakte onder deze omstandigheden zwaarder weegt dan het algemene belang van strikte handhaving van de huidige wettelijke regeling.

De rechtbank zal artikel 1:28 BW daarom analoog toepassen op het verzoek van [verzoeker].

Deskundigenverklaring

[verzoeker] heeft na de zitting een deskundigenverklaring, als bedoeld in artikel 1:28a BW overgelegd, daterend van 31 augustus 2026 en afkomstig van drs. [naam], psycholoog-deskundige transgenders, waaruit blijkt dat bij [verzoeker] sprake is van een duurzame overtuiging zich niet met één gender te identificeren. De rechtbank is van oordeel dat [verzoeker] voldoende heeft aangetoond dat van een non-binaire beleving van diens gender sprake is. In de deskundigenverklaring leest de rechtbank dat [verzoeker] een weloverwogen keuze heeft gemaakt om de vermelding van het geslacht in de geboorteakte te laten wijzigen.

De rechtbank zal de ambtenaar daarom gelasten aan de geboorteakte een latere vermelding toe te voegen van de wijziging van het geslacht in die zin dat het geslacht zal zijn: “X”.

Voornaamswijziging

De rechtbank stelt voorop dat een voornaamswijziging – indien toegewezen – eerst tot stand komt doordat van de beschikking waarbij de voornaamswijziging is gelast een latere vermelding aan de geboorteakte wordt toegevoegd.

[verzoeker] heeft ter onderbouwing van diens verzoek naar voren gebracht dat die al lange tijd de voornaam ‘[voornaam]’ gebruikt in het dagelijks leven. Diens huidige voornaam sluit niet aan bij [verzoeker]’ genderidentiteit en leidt steeds tot een confrontatie met een identiteit waarin die zich niet herkent. Dat leidt tot psychische belasting.

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende gebleken van een zwaarwichtig belang bij toewijzing van het verzoek tot voornaamswijziging. De gevraagde voornaam is geoorloofd naar de maatstaven van artikel 1:4, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW). De rechtbank zal het verzoek daarom toewijzen.

Beslissing

De rechtbank:

gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand om aan de geboorteakte van [verzoeker] een latere vermelding toe te voegen van de wijziging van het geslacht in die zin dat het geslacht zal zijn: “X”;

gelast de wijziging van de voornaam van verzoeker geboren op [geboortedatum] 1993 te [geboorteplaats], in die zin dat de voornaam zal luiden: “[voornaam]”;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, rechter, bijgestaan door mr. S.B. Boekema als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 18 september 2026.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Deze uitspraak verwijst naar

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.