Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Den Haag, 18 september 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:30677Zaaknummer C/09/614290 / FA RK 21-4386
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 18 september 2026
- Publicatiedatum
- 22 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/09/614290 / FA RK 21-4386
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Omgang - vastleggen overeenstemming
De rechtbank:
*
bepaalt dat de minderjarige:
- [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2021 te [geboorteplaats],
vanaf 10 oktober 2026 bij de vader zal zijn op zaterdag om de veertien dagen, telkens in de oneven week, waarbij de vader hem om 09:30 uur ophaalt bij de tante van [minderjarige], zijde van de vrouw, en hem rond 16:00 uur daar terugbrengt;
een mogelijke uitbreiding van de zorgregeling zal kunnen worden afgesproken op telkens de tweede zaterdag waarin de vader omgang met [minderjarige] heeft;
*
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
| Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Boone, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. S.J. te Boekhorst als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 september 2026. |
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 21-4386
Zaaknummer: C/09/614290
Datum beschikking: 18 september 2026
Omgang
Beschikking op het op 28 juni 2021 ingekomen verzoek van:
[de vader],
de man/ de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. H. Beekelaar te Kwadijk.
Als belanghebbenden wordt aangemerkt:
[de moeder],
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. E.M. van Essen te Woerden.
Procedure
Bij beschikking van 26 april 2022 van deze rechtbank is een beslissing ter zake van de vervangende toestemming voor erkenning, het gezag en de omgang aangehouden en de Raad voor de Kinderbescherming verzocht een onderzoek te verrichten, alsmede de rechtbank te rapporteren en te adviseren.
Bij beschikking van 16 mei 2023 van deze rechtbank is aan de vader vervangende toestemming verleend tot erkenning, zijn de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure beëindigd, is het verzoek om gezamenlijk gezag afgewezen en is iedere verdere beslissing ten aanzien van de omgang aangehouden tot 15 november 2023 pro forma, in afwachting van de de individuele hulpverlening en de ouderschapsbemiddeling.
Op verzoek van partijen is deze aanhouding een aantal keer verlengd.
De rechtbank heeft wederom kennis genomen van de stukken, waaronder nu ook:
- Het gewijzigde verzoek van 29 augustus 2026 van de zijde van de vader, met bijlagen;
- De brief van 4 september 2026 van de zijde van de moeder, met een gewijzigde formulering van de verzoeken;
- Het bericht van 8 september 2026 van de zijde van de vader.
Uit voornoemde berichten van partijen van 4 september 2026 en 8 september 2026 volgt dat zij overeenstemming hebben bereikt. De op 9 september 2026 geplande mondelinge behandeling heeft daarom geen doorgang gevonden.
Verzoek en verweer
Blijkens voornoemde berichten van partijen hebben zij overeenstemming bereikt. Partijen verzoeken nu om vastlegging van de gemaakte afspraken in een beschikking. De rechtbank zal de overige verzoeken dan ook afwijzen.
Beoordeling
De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.
Omgang
Uit de berichten van partijen over de door hen bereikte overeenstemming volgt dat zij de volgende afspraken hebben gemaakt:
- De man zal [minderjarige] op zaterdag om de veertien dagen, telkens in de oneven week, om 09:30 uur ophalen bij de tante van [minderjarige], zijde van de vrouw en hem rond 16:00 uur naar de tante van [minderjarige] terugbrengen. Deze regeling gaat in op 10 oktober 2026.
- Een mogelijke uitbreiding van de zorgregeling zal kunnen worden afgesproken op telkens de tweede zaterdag waarin de vader omgang met [minderjarige] heeft.
Uit de begeleidende tekst uit de brief van 4 september 2026 begrijpt de rechtbank dat de omgang om de week op zaterdag zal plaatsvinden en het om de tante van [minderjarige] gaat, zijde van de vrouw.
Nu niet is gebleken dat het belang van [minderjarige] zich tegen deze afspraken verzet, zal de rechtbank de afspraken als op de wet gegrond opnemen.
Beslissing
De rechtbank:
*
bepaalt dat de minderjarige:
- [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2021 te [geboorteplaats],
vanaf 10 oktober 2026 bij de vader zal zijn op zaterdag om de veertien dagen, telkens in de oneven week, waarbij de vader hem om 09:30 uur ophaalt bij de tante van [minderjarige], zijde van de vrouw, en hem rond 16:00 uur daar terugbrengt;
een mogelijke uitbreiding van de zorgregeling zal kunnen worden afgesproken op telkens de tweede zaterdag waarin de vader omgang met [minderjarige] heeft;
*
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
| Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Boone, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. S.J. te Boekhorst als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 september 2026. |
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.