Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 18 september 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:30663Zaaknummer C/09/656135 / FA RK 23-7888

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
18 september 2026
Publicatiedatum
23 oktober 2026
Zaaknummer
C/09/656135 / FA RK 23-7888
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

zorgregeling

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 28 november 2025 – :

bepaalt dat [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2021 in [geboorteplaats], voorlopig bij de vader zal zijn op iedere zaterdag van 12.00 uur tot 18.00 uur, waarbij de overdracht plaatsvindt op [station];

*

bepaalt dat de vader (video)belcontact met [de minderjarige] kan hebben voor de duur van maximaal 30 minuten per dag en dit contact niet na 18:00 uur zal plaatsvinden en op schooldagen pas na schooltijd zal beginnen;

*

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

*

houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van de definitieve zorgregeling aan tot 1 mei 2027 pro forma.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Perniciaro, kinderrechter, bijgestaan door mr. J.R. Hokwerda als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 september 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Zorgregeling
  2. Procedure
  3. Feiten
  4. Beoordeling
  5. Beslissing

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 23-7888

Zaaknummer: C/09/656135

Datum beschikking: 18 september 2026

Zorgregeling

Beschikking op het op 19 oktober 2023 ingekomen verzoek van:

[de moeder],

de moeder,

wonende op een voor de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. M.E. Hoogenraad te Maassluis.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader],

de vader,

wonende op een voor de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. A. Neermawatie Nandoe te Leidschendam-Voorburg.

Procedure

Bij beschikking van deze rechtbank van 12 maart 2025 is over de zorgregeling bepaald dat:

  • een voorlopige zorgregeling voor [de minderjarige] zal gelden tot hij vier jaar wordt en naar school gaat, inhoudende dat [de minderjarige] bij de vader verblijft elk weekend van zaterdag 12:00 uur tot zondag 18:00 uur, waarbij de overdracht plaatsvindt op [station];
  • een voorlopige regeling zal gelden voor feestdagen en bijzondere dagen, inhoudende dat [de minderjarige] vanaf 2025 in de oneven jaren zijn eigen verjaardag en de verjaardag van de vader bij de vader viert, op eerste kerstdag/avond bij de vader verblijft en ook op oudejaarsdag(avond), waarbij, tenzij partijen in onderling overleg anders bepalen, die overdracht zal ook plaatsvinden op [station].

Bij vonnis in kort geding van 7 augustus 2025 van de voorzieningenrechter van deze rechtbank is – voor zover hier relevant – :

  • bepaald dat de voorlopige zorgregeling tussen de vader en [de minderjarige], bepaald bij beschikking van deze rechtbank van 12 maart 2025 voorlopig, totdat in rechte anders beslist, is opgeschort;
  • de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad) verzocht een onderzoek te verrichten zoals omschreven onder overweging 4.2. van dat vonnis en daarvan aan de rechtbank rapport en advies uit te brengen in deze bodemprocedure.

Bij beschikking van deze rechtbank van 28 november 2025 is bepaald dat [de minderjarige] voorlopig bij de vader zal zijn:

  • iedere zaterdag van 12.00 uur tot 18.00 uur, waarbij de overdracht plaatsvindt op [station];
  • op 25 december 2025 van 10.00 uur tot 18.00 uur, waarbij de overdracht plaatsvindt op [station];
  • de moeder aan de vader een dwangsom verbeurt van € 25,- voor iedere keer dat zij deze voorlopige zorgregeling niet nakomt, met een maximum van € 500,-;
  • de vader voorlopig iedere woensdag om 16:00 uur (video)belcontact heeft met [de minderjarige], voor de duur van maximaal 30 minuten.

De rechtbank heeft opnieuw kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:

  • het bericht met bijlage van 5 oktober 2025 van de moeder;
  • het bericht met bijlagen van 13 oktober 2025 van de vader;
  • de brief van 27 maart 2026 van de Raad, met als bijlage het rapport van de Raad van 27 maart 2026 met kenmerk [kenmerk];
  • het bericht van 14 april 2026 van de moeder;
  • het bericht met bijlage van 21 april 2026 van de vader;
  • het bericht van 21 mei 2026 van de moeder;
  • het bericht met bijlagen van 20 augustus 2026 van de moeder.

Op 21 augustus 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat en vergezeld door de tolk E. Nsabimbona;
  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
  • [naam] namens de Raad.

Feiten

  • Partijen zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2017 tot [datum 2] 2025.
  • Zij zijn de ouders van [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2021 te [geboorteplaats].
  • [de minderjarige] verblijft op dit moment bij de vrouw.
  • De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [de minderjarige] uit.
  • De man heeft de Nederlandse nationaliteit, de vrouw heeft de Burgundese nationaliteit en de minderjarige heeft de Nederlandse nationaliteit.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist.

Zorgregeling

Uit het raadsrapport volgt samengevat dat het onduidelijk is in hoeverre de vader in staat is om [de minderjarige] te bieden wat hij nodig heeft. Uit de verkregen informatie van de politie, Veilig Thuis en Parnassia komen namelijk zorgen over de psychische gesteldheid van de vader naar voren. De vader is in de afgelopen jaren meermaals gezien vanwege overlast en verwardheid. Parnassia spreekt van aanwijzingen van mogelijke psychotische episodes. De Raad vindt begeleide omgang onder regie van het Wijkteam noodzakelijk om zicht te krijgen op de opvoedsituatie- en vaardigheden van de vader en de interactie tussen de vader en [de minderjarige]. De Raad adviseert daarom om de zaak voor negen maanden aan te houden in afwachting van de begeleide omgang, voordat een beslissingen wordt genomen over de definitieve zorgregeling.

Standpunten van de ouders

De moeder is akkoord met het advies van de Raad en heeft zich inmiddels aangemeld bij het Wijkteam van haar gemeente. Daarnaast geeft de moeder aan dat zij nog steeds zorgen heeft over de psychische gesteldheid van de vader.

De vader kan zich gedeeltelijk vinden in het advies van de Raad. De vader wil uitbreiding van de huidige omgang naar meerdere (begeleide) omgangsmomenten. Hij verzoekt hiervoor een schema vast te stellen. Indien de zaak negen maanden wordt aangehouden wil de vader dat wordt toegewerkt naar een regeling waarbij [de minderjarige] ook bij de vader blijft overnachten. Volgens de vader zij er geen contra-indicaties dat [de minderjarige] niet langer bij hem kan verblijven. Als het de moeder uitkomt dan kan [de minderjarige] namelijk wel bij de vader overnachten.

Inhoudelijke beoordeling door de rechtbank

Uit het raadsrapport en hetgeen ter zitting is besproken komen zorgen naar voren over de psychische gesteldheid van de vader. Parnassia heeft de Raad in de brief van 18 februari 2026 laten weten zich zorgen te maken over mogelijke psychotische episodes bij de vader. Daarom heeft Parnassia de vader hulp aangeboden, maar deze hulp heeft hij afgewezen. De rechtbank is weliswaar geen deskundige zoals een psychiater wel is, maar deelt gelet op de inhoud van de stukken de zorgen over de psychische gesteldheid van de vader. De rechtbank heeft de vader uitgenodigd om deze zorgen weg te nemen door zich aan te melden bij Parnassia of een andere deskundige instantie. Na afloop van de zitting heeft de Raad ook gegevens van deskundigen/deskundige instanties met de vader gedeeld. Vooralsnog is het de rechtbank niet gebleken dat de vader hulp heeft gezocht. Dit maakt dat de zorgen over de psychische gesteldheid van de vader onveranderd zijn. Het is aan de vader om te laten zien dat die zorgen niet nodig zijn.

Gelet op vorenstaande ziet de rechtbank op dit moment geen mogelijkheid tot uitbreiding van de omgangsmomenten. De rechtbank zal daarom het advies van de Raad volgen en de zaak met negen maanden aanhouden in afwachting van de begeleide omgang onder regie van het Wijkteam.

Videobelregeling

Bij beschikking van 28 november 2025 van deze rechtbank is bepaald dat de vader voorlopig iedere woensdag om 16:00 uur (video)belcontact heeft met [de minderjarige], voor de duur van maximaal 30 minuten. Op de zitting is gebleken dat er niet op één vast moment gebeld wordt. De moeder heeft aangegeven dit geen probleem te vinden, maar zou wel graag zien dat de vader voor 18:00 uur (vanwege de bedtijd van [de minderjarige]) en na schooltijd belt. De rechtbank zal dit in het dictum vastleggen.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 28 november 2025 – :

bepaalt dat [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2021 in [geboorteplaats], voorlopig bij de vader zal zijn op iedere zaterdag van 12.00 uur tot 18.00 uur, waarbij de overdracht plaatsvindt op [station];

*

bepaalt dat de vader (video)belcontact met [de minderjarige] kan hebben voor de duur van maximaal 30 minuten per dag en dit contact niet na 18:00 uur zal plaatsvinden en op schooldagen pas na schooltijd zal beginnen;

*

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

*

houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van de definitieve zorgregeling aan tot 1 mei 2027 pro forma.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Perniciaro, kinderrechter, bijgestaan door mr. J.R. Hokwerda als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 september 2026.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.