Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Den Haag, 18 september 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:30660Zaaknummer C/09/706052 / FA RK 26-5343
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 18 september 2026
- Publicatiedatum
- 22 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/09/706052 / FA RK 26-5343
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Zorgregeling
Beslissing
De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 22 juni 2022 – :
*
bepaalt dat als reguliere zorgregeling geldt voor:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats 1];
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2015 te [geboorteplaats 2];
dat zij bij de vader zullen zijn eens in de veertien dagen van vrijdag 18.00 uur tot zondagavond 18.00 uur, waarbij de vader de kinderen op het adres van de moeder ophaalt en de kinderen daar ook weer terugbrengt;
*
stelt de vakantieregeling en feestdagenregeling als volgt vast:
- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verblijven tijdens de vakanties volgens het navolgende schema bij de ouders:
| voorjaarsvakantie | vader |
| meivakantie | 1e week: vader 2e week: moeder |
| zomervakantie | de weken 3, 4 en 5 van de reguliere zomervakanties bij de vader; de overige weken bij de moeder |
| herfstvakantie | moeder |
| kerstvakantie | 1e week: moeder 2e week: vader |
- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verblijven tijdens de feestdagen volgens het navolgende schema bij de ouders:
| Koningsdag | vader |
| Bevrijdingsdag (indien nationale feestdag) | moeder |
| Goede vrijdag | vader |
| Pasen | 1e en 2e paasdag: moeder |
| Hemelvaart | vader |
| Pinksteren | 1e en 2e pinksterdag: vader |
| Kerst | 1e en 2e kerstdag: moeder |
| oud en nieuw | moeder |
| Nieuwjaarsdag | vader |
- de ouders bepalen in onderling overleg waar de kinderen verblijven gedurende de Islamitische feestdagen;
waarbij de vader de kinderen op het adres van de moeder ophaalt en daar ook weer naartoe terugbrengt;
*
stelt vast dat de vakantieregeling voor de reguliere regeling gaat en dat de feestdagenregeling voor de vakantieregeling gaat;
*
veroordeelt de vader tot betaling van een dwangsom van € 200,- voor iedere keer dat de vader de in deze beschikking neergelegde zorgregeling niet zal nakomen, waarbij de dwangsom gemaximeerd is tot € 5.000,-;’
*
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Perniciaro, kinderrechter, bijgestaan door mr. J.R. Hokwerda als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 september 2026.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 26-5343
Zaaknummer: C/09/706052
Datum beschikking: 18 september 2026
Zorgregeling
Beschikking op het op 29 mei 2026 ingekomen verzoek van:
[de moeder],
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. N. Bagici-Çiçek te Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader],
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken waaronder:
- het verzoekschrift, ingekomen op 29 mei 2026;
- het F9D formulier van de moeder van 10 juli 2026;
- het F9D formulier van de moeder van 7 augustus 2026.
De minderjarigen [minderjarige 2] en [minderjarige 1] zijn in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over het verzoek, maar hebben hier geen gebruik van gemaakt.
Op 21 augustus 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
- de vader;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Feiten
- Partijen zijn gehuwd geweest van [dag 1] 2009 tot [dag 2] 2022.
- Zij zijn de ouders van de volgende nu nog minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats 1];
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2015 te [geboorteplaats 2].
- Partijen zijn gezamenlijk belast met het gezag over de kinderen.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 18 juni 2021 is – voor zover hier van belang – bepaald:
- dat de kinderen voorlopig aan de moeder worden toevertrouwd;
- een voorlopige zorgregeling,
en zijn partijen doorverwezen naar een traject ouderschapsbemiddeling.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 22 juni 2022 is – voor zover hier van belang – bepaald dat:
- de kinderen de hoofdverblijfplaats bij de moeder hebben;
- de kinderen bij de vader zullen zijn:
- iedere week op woensdag van 17.00 uur tot 20.00 uur;
- eens in de veertien dagen van vrijdag 18.00 uur tot zondagavond 18.00 uur;
- ieder jaar: de helft de meivakantie, de helft van de kerstvakantie en in de zomervakantie de weken 3, 4 en 5 van de reguliere zomervakanties;
- in de oneven jaren gedurende de officiële feestdagen, te weten, op Nieuwjaarsdag, Goede vrijdag, eerste en tweede Paasdag, Koningsdag, Bevrijdingsdag, Hemelvaartsdag, eerste en tweede Pinksterdag, Kerstmis, eerste en tweede Kerstdag;
- gedurende de Islamitische feestdagen in onderling overleg te bepalen;
waarbij de man de kinderen haalt en brengt;
Verzoek en verweer
De moeder heeft verzocht:
- te bepalen dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de vader zullen zijn:
- eens in de veertien dagen van vrijdag 18:00 uur tot zondagavond 18:00 uur;
- ieder jaar: de helft van de meivakantie, de helft van de kerstvakantie en in de zomervakantie in de weken 3,4 en 5 van de reguliere zomervakanties;
- in de oneven jaren gedurende de officiële feestdagen, te weten op Nieuwjaarsdag, Goede vrijdag, eerste en tweede Paasdag, Koningsdag, Bevrijdingsdag, Hemelvaartsdag, eerste en tweede Pinksterdag, kerstmis, eerst en tweede Kerstdag;
- gedurende de Islamitische feestdagen in onderling overleg te bepalen;
waarbij de vader de kinderen haalt en brengt;
- de vader te veroordelen om aan de moeder een dwangsom te betalen van € 250,00 voor iedere keer dat hij zich niet houdt aan de bovengenoemde zorgregeling, tot een maximum van € 25.000,00 is bereikt;
voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
De vader heeft op de zitting verweer gevoerd.
Beoordeling
Zorgregeling
Op grond van artikel 1:253a vierde lid in samenhang met artikel 1:377e van het Burgerlijk Wetboek kan de rechter op verzoek van de ouders of een van hen een beslissing inzake de zorgregeling alsmede een door de ouders onderling getroffen zorgregeling onder meer wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd.
De moeder wil de zorgregeling wijzigen naar een regeling die in de praktijk uitgevoerd wordt. Volgens de moeder houdt de vader zich namelijk niet aan de zorgregeling die bij beschikking van 22 juni 2022 is vastgesteld. Zo vindt er op woensdag geen omgang plaats tussen de vader en de kinderen. Daarnaast haalt en brengt de vader de kinderen op momenten die hem uitkomen, zonder dit vooraf met de moeder te overleggen. Dit zorgt voor onrust en onduidelijkheid.
De vader heeft bevestigd dat er op woensdag geen omgang meer plaatsvindt. Dit komt doordat hij op die dag moet werken. Daarnaast geeft de vader aan dat ook de moeder zich niet altijd aan de gemaakte afspraken houdt. Hij vindt het vervelend dat de moeder hem soms vraagt om de kinderen niet bij haar terug te brengen, maar bijvoorbeeld naar familie te brengen.
De rechtbank overweegt als volgt.
Het is gebleken dat partijen niet met elkaar communiceren en dat de communicatie voornamelijk via de kinderen gaat. Ook is gebleken dat de bij beschikking van deze rechtbank van 22 juni 2022 bepaalde zorgregeling niet volledig wordt nagekomen. Verder acht de rechtbank het van belang dat de kinderen weten waar zij aan toe zijn. Hiervoor is het noodzakelijk, mede gelet op dat de ouders niet met elkaar communiceren, dat er tussen de ouders geen onduidelijkheid over de zorgregeling bestaat. Deze omstandigheden maken dat de huidige zorgregeling niet in stand kan blijven. De rechtbank zal de zorgregeling daarom wijzigen. Daarbij zal de rechtbank een vast schema bepalen voor de verdeling van de vakanties en feestdagen. Bij de verdeling zijn de Christelijke feestdagen opgenomen, omdat die dagen ‘officiële feestdagen’ en dus werkvrije dagen (kunnen) zijn. Tijdens de zitting is voorts besproken dat de rechtbank geen roterende zorgregeling zal vastleggen. Om misverstanden te voorkomen zal de rechtbank een regeling vaststellen die elk jaar hetzelfde zal zijn. De rechtbank zal verder bepalen dat de vader de kinderen bij de moeder thuis moet ophalen en terugbrengen. Dat betekent dat de kinderen dus niet ergens anders dan bij het huis van de moeder zullen worden opgehaald of terug zullen worden gebracht.
Dwangsom
Door de moeder is een dwangsom verzocht van € 250,- voor iedere keer dat de vader zich niet houdt aan de bovengenoemde zorgregeling, met een maximum van € 25.000,-.
De rechtbank ziet aanleiding om een dwangsom op te leggen. Op de zitting heeft de vader bevestigd dat hij de regeling niet altijd nakomt. Gelet op de uitlatingen van de vader op zitting vreest de rechtbank dat dit ook zal gebeuren bij de nieuw vast te stellen zorgregeling. Het is in het belang van de kinderen dat de zorgregeling wordt nagekomen. De rechtbank is daarom van oordeel dat een dwangsom op dit moment passend is als prikkel om de zorgregeling na te komen. De rechtbank ziet wel aanleiding om de verzochte dwangsom te matigen. De rechtbank zal een dwangsom op leggen van € 200,- per keer dat de vader de in deze beschikking neergelegde zorgregeling niet zal nakomen, met een maximum van € 5.000,-.
Beslissing
De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 22 juni 2022 – :
*
bepaalt dat als reguliere zorgregeling geldt voor:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2010 te [geboorteplaats 1];
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2015 te [geboorteplaats 2];
dat zij bij de vader zullen zijn eens in de veertien dagen van vrijdag 18.00 uur tot zondagavond 18.00 uur, waarbij de vader de kinderen op het adres van de moeder ophaalt en de kinderen daar ook weer terugbrengt;
*
stelt de vakantieregeling en feestdagenregeling als volgt vast:
- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verblijven tijdens de vakanties volgens het navolgende schema bij de ouders:
| voorjaarsvakantie | vader |
| meivakantie | 1e week: vader 2e week: moeder |
| zomervakantie | de weken 3, 4 en 5 van de reguliere zomervakanties bij de vader; de overige weken bij de moeder |
| herfstvakantie | moeder |
| kerstvakantie | 1e week: moeder 2e week: vader |
- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verblijven tijdens de feestdagen volgens het navolgende schema bij de ouders:
| Koningsdag | vader |
| Bevrijdingsdag (indien nationale feestdag) | moeder |
| Goede vrijdag | vader |
| Pasen | 1e en 2e paasdag: moeder |
| Hemelvaart | vader |
| Pinksteren | 1e en 2e pinksterdag: vader |
| Kerst | 1e en 2e kerstdag: moeder |
| oud en nieuw | moeder |
| Nieuwjaarsdag | vader |
- de ouders bepalen in onderling overleg waar de kinderen verblijven gedurende de Islamitische feestdagen;
waarbij de vader de kinderen op het adres van de moeder ophaalt en daar ook weer naartoe terugbrengt;
*
stelt vast dat de vakantieregeling voor de reguliere regeling gaat en dat de feestdagenregeling voor de vakantieregeling gaat;
*
veroordeelt de vader tot betaling van een dwangsom van € 200,- voor iedere keer dat de vader de in deze beschikking neergelegde zorgregeling niet zal nakomen, waarbij de dwangsom gemaximeerd is tot € 5.000,-;’
*
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Perniciaro, kinderrechter, bijgestaan door mr. J.R. Hokwerda als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 september 2026.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.