Uitspraak · Omgevingsrecht

Rechtbank Den Haag, 9 oktober 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:30658Zaaknummer SGR 25/5773

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
9 oktober 2026
Publicatiedatum
23 oktober 2026
Zaaknummer
SGR 25/5773
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Omgevingsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Omgevingsvergunning herinrichting wijk Adegeest. Bestemming staat speeltuin toe en omgevingsvergunning voorziet niet in speeltoestellen of toegangspad, dus aan inhoudelijke bespreking van locatie speeltuin komt rechtbank niet toe.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.H. van den Ende, rechter, in aanwezigheid van mr. H.B. Brandwijk, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 9 oktober 2026.

Griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

BIJLAGE: WET- EN REGELGEVING

Bestemmingsplan “Landgoederen en sportvelden”

Artikel 8.1

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

A groenvoorzieningen;

b. ondergrondse parkeervoorzieningen;

c. speel- en ontmoetingsvoorzieningen;

d. onder- en/of bovengrondse voorzieningen ten behoeve van het inzamelen van huishoudelijk afval;

e. nutsvoorzieningen;

f. ter plaatse van de 'aanduiding' ontsluiting, tevens maximaal één ontsluitingsweg van ten hoogste 6 m breed;

met daarbij behorende:

g. gebouwen;

h. bouwwerken, geen gebouwen zijnde;

i. paden en voorzieningen voor langzaam verkeer;

j. nutsvoorzieningen;

k. waterpartijen en waterhuishoudkundige voorzieningen.

Bestemmingsplan “West”

Artikel 8.1

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

A groenvoorzieningen;

b. ondergrondse parkeervoorzieningen;

c. speel- en ontmoetingsvoorzieningen;

d. onder- en/of bovengrondse voorzieningen ten behoeve van het inzamelen van huishoudelijk afval;

e. nutsvoorzieningen;

f. ter plaatse van de 'aanduiding' ontsluiting, tevens maximaal één ontsluitingsweg van ten hoogste 6 m breed;

met daarbij behorende:

g. gebouwen;

h. bouwwerken, geen gebouwen zijnde;

i. paden en voorzieningen voor langzaam verkeer;

j. nutsvoorzieningen;

k. waterpartijen en waterhuishoudkundige voorzieningen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. [eisers sub 1] en [eisers sub 2], uit [woonplaats], eisers
  2. Samenvatting
  3. Procesverloop
  4. Beoordeling door de rechtbank
  5. Conclusie en gevolgen
  6. Beslissing
  7. Informatie over hoger beroep

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht

zaaknummer: SGR 25/5773

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 oktober 2026 in de zaak tussen

[eisers sub 1] en [eisers sub 2], uit [woonplaats], eisers

en

het college van burgemeester en wethouders van Voorschoten,

(gemachtigde: mr. M. el Hachmioui).

Als derde-partij neemt aan de zaken deel: gemeente Voorschoten, (vergunninghoudster).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de verlening van een omgevingsvergunning aan

vergunninghoudster voor het herinrichten van de openbare ruimte in de wijk Adegeest. Eisers zijn het niet eens met de verlening van de vergunning. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de verlening van de vergunning.

1.1.

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college de omgevingsvergunning heeft kunnen verlenen. Eisers krijgen dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Vergunninghoudster heeft op 20 februari 2024 een aanvraag ingediend om een omgevingsvergunning voor het herinrichten van de openbare ruimte in de wijk Adegeest in de gemeente Voorschoten, bekend onder de naam ‘project Groot onderhoud Adegeest’ (het project). Het project behelst het vervangen van het riool, waarbij alle straten in de wijk Adegeest op maaiveldniveau opnieuw worden ingericht. Met het oog op de veiligheid wordt een maximale snelheid van 30 km per uur ingesteld. Daarnaast wordt de wijk klimaatadaptief en met meer biodiversiteit ingericht.

2.1.

Bij besluit van 29 augustus 2024 heeft het college de gevraagde vergunning verleend.

2.2.

Bij besluit van 28 juli 2025 heeft het college de bezwaren van eisers ongegrond verklaard.

2.3.

Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van 28 juli 2025.

2.4.

De rechtbank heeft het beroep op 28 augustus 2026, gezamenlijk met de zaak met zaaknummer SGR 25/5877, op zitting behandeld. Eisers zijn verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde en [naam].

Beoordeling door de rechtbank

3. De voor deze uitspraak relevante wet- en regelgeving is vermeld in de bijlage, die deel uitmaakt van deze uitspraak.

Toetsingskader

4. Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet (Ow) in werking getreden. Met de inwerkingtreding van deze wet heeft elke gemeente direct een omgevingsplan van rechtswege dat regels geeft over de fysieke leefomgeving voor het gehele grondgebied van de gemeente. Ter plaatse van het perceel geldt het Omgevingsplan van de gemeente Voorschoten (het Omgevingsplan). Op grond van de artikelen 22.1 en 22.2, eerste lid, van de Ow in samenhang bezien met artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet bestaat vanaf 1 januari 2024 het Omgevingsplan uit een tijdelijk deel (het zogenoemde omgevingsplan van rechtswege). Naast onder meer de in artikel 4.6, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet genoemde besluiten, zoals geldende bestemmingsplannen, bestaat dit tijdelijk deel ook uit de omgevingsplanregels van rechtswege (de zogenoemde bruidsschat).

4.1.

Op de gronden van de herinrichting waren, voor zover relevant, vóór 1 januari 2024 de bestemmingsplannen “West” en “Landgoederen en sportvelden” van kracht. Deze bestemmingsplannen maken daarom nu onderdeel uit van het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente.

Het bestreden besluit

5. Ten behoeve van de herinrichting van de openbare ruimte in de wijk Adegeest zijn, na overleg met belangstellenden, een voorlopig ontwerp en een definitief ontwerp van een herinrichtingsplan gemaakt. Het herinrichtingsplan is goedgekeurd door de gemeenteraad.[_db244ef8-4280-407f-a4cc-0719b09d9c56] Om de herinrichting te kunnen uitvoeren is de omgevingsvergunning verleend die in deze procedure voorligt. De omgevingsvergunning ziet op het hele gebied van de wijk Adegeest en voorziet in verschillende activiteiten zoals bouwen, afwijken van regels van het omgevingsplan, het vellen van een houtopstand, en werk, niet zijnde bouwwerk, of werkzaamheid uitvoeren.[_33780194-1872-4e33-9b0b-bd0348115e4f]

Locatie speeltuin

6. Eisers betogen dat hun woongenot, privacy en uitzicht onevenredig worden aangetast, omdat zij direct zicht hebben op de speeltuin die voor hun woning aan [adres] wordt gerealiseerd. Eisers betogen verder dat het college in strijd met het participatiebeginsel heeft gehandeld, omdat het college niet met hen heeft overlegd over de locatie van de speeltuin.

6.1.

Het college stelt zich op het standpunt dat de situering van de speeltuin in het definitief ontwerp voor de Integrale herinrichting Adegeest, akkoord bevonden in het raadsbesluit van 1 februari 2024[_0ef5733e-992a-46cf-a2f5-4bb1075506b6], ruimtelijk acceptabel en passend is geacht.

6.2.

De rechtbank stelt vast dat de bestemming “Groen”[_62ccbabb-4bc3-4eb6-9a0d-a1348ba19480] voorziet in de mogelijkheid van een speeltuin. Verder voorziet deze omgevingsvergunning niet in een toestemming om speeltoestellen te plaatsen en evenmin in het aanbrengen van een verharding, zoals een toegangspad. Daarom kan in kader van de toetsing van deze omgevingsvergunning niet worden toegekomen aan een beoordeling van de locatiekeuze en evenmin aan de vraag of de belangen van eisers daarbij in voldoende mate zijn meegewogen. Datzelfde geldt voor het betoog van eisers dat het college onvoldoende is ingegaan op hun verzoeken om contact over verplaatsing van de speeltuin. De rechtbank zal deze beroepsgronden daarom niet inhoudelijk bespreken.

6.3.

Ter zitting is besproken dat het wel de bedoeling van het college is geweest om, overeenkomstig het advies van de bezwaarschriftencommissie, met eisers in overleg te treden over de precieze locatie van de speeltuin. Het college heeft toegezegd dat hiertoe contact zal worden opgenomen met eisers.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eisers krijgen daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.H. van den Ende, rechter, in aanwezigheid van mr. H.B. Brandwijk, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 9 oktober 2026.

Griffierrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

BIJLAGE: WET- EN REGELGEVING

Bestemmingsplan “Landgoederen en sportvelden”

Artikel 8.1

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

A groenvoorzieningen;

b. ondergrondse parkeervoorzieningen;

c. speel- en ontmoetingsvoorzieningen;

d. onder- en/of bovengrondse voorzieningen ten behoeve van het inzamelen van huishoudelijk afval;

e. nutsvoorzieningen;

f. ter plaatse van de 'aanduiding' ontsluiting, tevens maximaal één ontsluitingsweg van ten hoogste 6 m breed;

met daarbij behorende:

g. gebouwen;

h. bouwwerken, geen gebouwen zijnde;

i. paden en voorzieningen voor langzaam verkeer;

j. nutsvoorzieningen;

k. waterpartijen en waterhuishoudkundige voorzieningen.

Bestemmingsplan “West”

Artikel 8.1

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

A groenvoorzieningen;

b. ondergrondse parkeervoorzieningen;

c. speel- en ontmoetingsvoorzieningen;

d. onder- en/of bovengrondse voorzieningen ten behoeve van het inzamelen van huishoudelijk afval;

e. nutsvoorzieningen;

f. ter plaatse van de 'aanduiding' ontsluiting, tevens maximaal één ontsluitingsweg van ten hoogste 6 m breed;

met daarbij behorende:

g. gebouwen;

h. bouwwerken, geen gebouwen zijnde;

i. paden en voorzieningen voor langzaam verkeer;

j. nutsvoorzieningen;

k. waterpartijen en waterhuishoudkundige voorzieningen.

Voetnoten

  1. Bij raadsbesluit van 1 februari 2024 is akkoord gegeven op het definitief ontwerp voorde Integrale herinrichting Adegeest (zaaknummer: Z/23/081544/345036).
  2. Artikel 5.1., eerste lid, onder a, van de Omgevingswet.
  3. Bij raadsbesluit van 1 februari 2024 is akkoord gegeven op het definitief ontwerp voorde Integrale herinrichting Adegeest (zaaknummer: Z/23/081544/345036).
  4. Zie artikel 8.1 van de bestemmingsplannen “West” en “Landgoederen en sportvelden”.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.