Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Den Haag, 17 september 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:30648Zaaknummer C/09/712491 / FA RK 26-9344
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 17 september 2026
- Publicatiedatum
- 22 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/09/712491 / FA RK 26-9344
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Toewijzing machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel.
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats],
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 8 oktober 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.
| Deze beschikking is gegeven door mr. N.B. Haverhoek, rechter, bijgestaan door E.C. de Jong als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 17 september 2026. |
| De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 29 september 2026. |
| Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open. |
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/712491 / FA RK 26-9344
Datum beschikking: 17 september 2026
Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
Beschikking naar aanleiding van het op 14 september 2026 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats],
thans verblijvende in de accommodatie [zorginstelling], te [plaats 1],
advocaat: mr. J.B. Peters te Zoetermeer.
Procesverloop
Bij verzoekschrift heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 11 september 2026 genomen crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente [gemeente] tot het nemen van de crisismaatregel;
- een op 11 september 2026 ondertekende medische verklaring van [naam 1], psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een uittreksel uit de justitiële documentatie;
- een afschrift van de politiemutaties.
De mondelinge behandeling van het verzoek op 17 september 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- de verpleegkundig specialist, [naam 2];
- de psychiater van het ambulante team, [naam 3];
- de verpleegkundige, [naam 4].
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.
Standpunten ter zitting
Betrokkene heeft ter zitting naar voren gebracht dat het naar omstandigheden goed met haar gaat. Wel ervaart zij veel stress, wat haar op de buik slaat. Met de baby gaat het goed. Volgens haar houdt zij zich tijdens vrijheden netjes aan de afspraken, waardoor haar vrijheden nu worden uitgebreid. Zij mag in principe de hele dag weg, zolang zij laat weten wat zij doet en met wie zij is. Zij denkt niet aan middelengebruik en wil zich richten op de baby. Zij geeft aan dat zij momenteel niet meer geniet van de zwangerschap.
De advocaat heeft aangevoerd dat op 3 september al een zorgplan is opgesteld in het kader van de zorgmachtiging. Volgens de advocaat voorziet dat plan in de komende periode. Betrokkene heeft woensdag nog een afspraak met de zorg, waarna het de bedoeling is dat zij met goede afspraken naar huis gaat. Zij zal dan naar haar schoonmoeder in [plaats 2] gaan. De schoonmoeder zal goed op haar letten. Betrokkene zal vervolgens één of twee keer per week naar de urincontroles komen en dat combineren met het bezoek aan haar jongste dochter. Daarnaast heeft de advocaat aangevoerd dat betrokkene ervan uitging dat de voortzetting van de crisismaatregel zou aflopen en dat geen zorgmachtiging was aangevraagd. Zij dacht daarom dat zij de accommodatie mocht verlaten. Dat zij aan de deur stond om weg te gaan, komt volgens de advocaat dus doordat zij niet beter wist. De advocaat voert daarnaast aan dat de nieuwe crisismaatregel oneigenlijk is gebruikt, omdat een crisismaatregel niet bedoeld is als vangnet als om welke reden dan ook geen zorgmachtiging is aangevraagd. Ook heeft de advocaat aangevoerd dat in de medische verklaring onvoldoende is onderbouwd dat sprake is van een psychische stoornis en dat het verzoek daarom moet worden afgewezen. De informatie van de onafhankelijk psychiater voegt volgens de advocaat niets nieuws toe. Volgens de advocaat wordt het denken, voelen, willen, oordelen en doelgericht handelen van betrokkene niet overheerst door de zucht naar middelen. De urincontroles zijn negatief. Daarnaast heeft zij twee keer per dag vrijheden en gebruikt zij dan geen middelen. Mocht de rechtbank van oordeel zijn dat sprake is van een psychische stoornis, dan is volgens de advocaat het ernstig nadeel inmiddels door het verstrijken van de tijd weggenomen. Betrokkene gebruikt niet meer, ziet in dat zwangerschap en middelengebruik niet samengaan en laat zien dat de zucht is afgenomen. Ook dat is volgens de advocaat een reden om het verzoek af te wijzen. Verder heeft de advocaat gesteld dat voortzetting van de crisismaatregel niet doelmatig is. Betrokkene wil graag naar [plaats 2] om zich goed voor te bereiden op de bevalling. De opname levert haar veel stress op, en juist die stress maakt volgens de advocaat dat voortzetting niet doelmatig is. Daarbij komt dat er een steunsysteem aanwezig is en betrokkene kan toezeggen dat zij wekelijks voor urinecontroles terugkomt en niet opnieuw zal gebruiken. Tot slot heeft de advocaat erop gewezen dat er een alternatief is. Betrokkene kan bij haar schoonmoeder terecht, die betrokken is en er echt voor haar wil zijn. De advocaat verzoekt om afwijzing van het verzoek. Ten aanzien van de door de verpleegkundig specialist noodzakelijk geachte vormen van verplichte zorg heeft de advocaat aangevoerd dat betrokkene niet opgenomen wil zijn en dat opname niet doelmatig en niet proportioneel is. Volgens de advocaat is er een beter alternatief. Hij verzoekt daarom de vorm van verplichte zorg ‘opnemen in een accommodatie’ af te wijzen.
De verpleegkundig specialist heeft ter zitting toegelicht dat het de afgelopen tijd redelijk goed gaat met betrokkene. Zij heeft op de afdeling vrijheden opgebouwd en krijgt één keer per week een urinecontrole. De laatste controle was negatief op cocaïne. Bij opname was de urinecontrole nog onmeetbaar hoog op cocaïne. Daarna is betrokkene nog drie keer positief getest, maar de cocaïnewaarden daalden wel. Betrokkene ontkent cocaïne te hebben gebruikt en ontkent verslaafd te zijn. Volgens de verpleegkundig specialist bestaat het ernstig nadeel uit gevaar voor het ongeboren kind en voor betrokkene zelf, onder meer door het risico op voortijdig loslaten van de placenta, bloedingen en groeiachterstand van het kind. Betrokkene is niet bereid tot een vrijwillige opname. Op dit moment wordt een zorgmachtiging aangevraagd tot aan de geboorte van het kind. Het doel daarvan is om afspraken met betrokkene te kunnen maken, bijvoorbeeld dat zij twee keer per week een urinecontrole moet doen. Met die zorgmachtiging kan betrokkene naar huis. Volgende week heeft betrokkene een afspraak met de jeugdbeschermer en psychiater om het plan voor de nazorg verder uit te werken. De verpleegkundig specialist heeft verder toegelicht dat het voorafgaand aan de opname niet lukte om in het ambulante kader afspraken te maken. Volgens haar wordt het ernstige cocaïnegebruik van betrokkene gezien als een psychische stoornis, waardoor haar denken, voelen, willen, oordelen en doelgericht handelen worden overheerst. De verpleegkundig specialist acht de vormen van verplichte zorg ‘verrichten medische controles’, ‘beperken van de bewegingsvrijheid’, ‘onderzoek aan kleding of lichaam’, ‘onderzoek van de woon-of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen’, ‘controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen’, ‘aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen’ en ‘opnemen in een accommodatie’ noodzakelijk.
De psychiater heeft ter zitting toegelicht dat met betrokkene niet goed over haar verslaving kan worden gesproken, omdat zij zo verslaafd is dat zij ontkent cocaïne te gebruiken en dit gebruik voortzet, ondanks haar zwangerschap. Volgens de psychiater laat juist dat de ernst van de stoornis zien. In de klinische setting gaat het goed. Volgens de psychiater zijn er nog wel enkele stappen nodig voordat betrokkene naar huis kan. Er moeten goede afspraken worden gemaakt en zaken goed worden geregeld, zodat de zorg voldoende is ingebed. Eerder is het in een ambulant kader niet gelukt om goede afspraken te maken en urinecontroles te organiseren. Het is daarbij belangrijk dat de afspraken met alle betrokken partijen worden afgestemd. Dat is ingewikkeld, doordat er veel partijen bij betrokken zijn.
De verpleegkundige heeft ter zitting verklaard dat in het verleden is geprobeerd om vrijwillig urinecontroles bij betrokkene af te nemen, maar dat dat niet is gelukt.
Beoordeling
De rechtbank stelt voorop dat zij dient te beoordelen of is voldaan aan de wettelijke criteria voor voortzetting van de crisismaatregel. De vraag of sprake is van oneigenlijk gebruik van de crisismaatregel, is daarbij niet doorslaggevend.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- maatschappelijke teloorgang.
Het cocaïnegebruik van betrokkene is schadelijk voor het ongeboren kind. Daardoor bestaat risico op vroeggeboorte, zuurstoftekort en problemen met de groei en ontwikkeling van het kind. Het cocaïnegebruik brengt ook risico’s mee voor betrokkene zelf, zoals bloedingen en het voortijdig loslaten van de placenta. Namens betrokkene is aangevoerd dat het ernstig nadeel inmiddels is verdwenen, omdat zij niet meer gebruikt en geen zucht meer naar drugs zou hebben. De rechtbank volgt dat niet. Dat het momenteel goed gaat in de huidige, gestructureerde omgeving met begeleiding en toezicht, en dat betrokkene tijdens haar vrijheden niet heeft gebruikt, is positief. Daarmee is echter nog niet voldoende gebleken dat het risico ook buiten die setting is afgenomen. De periode waarin betrokkene geen drugs meer gebruikt, is daarvoor nog te kort. De rechtbank vindt daarom nog steeds dat sprake van ernstig nadeel.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten een stoornis in het gebruik van cocaïne. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan deze diagnose, gesteld door de onafhankelijk psychiater en ter zitting bevestigd door de psychiater, te twijfelen. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De rechtbank overweegt dat een verslaving aan middelen als cocaïne op zichzelf niet tot toepassing van de Wvggz kan leiden. De Hoge Raad heeft in vaste jurisprudentie overwogen dat er sprake moet zijn van een psychische stoornis van zodanige ernst dat het denken, voelen, willen, oordelen en doelgericht handelen daardoor zo ingrijpend worden beïnvloed dat betrokkene het veroorzaakte gevaar niet kan worden toegerekend, omdat de stoornis de gevaarvolle daden van de betrokkene overwegend beheerst. De rechtbank is van oordeel dat daarvan in dit geval sprake is. De psychiater heeft ter zitting verklaard dat betrokkene zo verslaafd is aan cocaïne dat zij, ondanks haar zwangerschap en de risico’s die cocaïnegebruik voor haar en het ongeboren kind meebrengt, het gebruik blijft voortzetten. Daarnaast ontkent betrokkene het gebruik, terwijl de urinecontrole onmeetbaar hoog was op cocaïne en uit de politiemutaties blijkt dat er sterke aanwijzingen zijn voor cocaïnegebruik. Het enkele feit dat de medische verklaring dit niet zelfstandig onderbouwt, leidt niet tot afwijzing van het verzoek, nu dit ook kan blijken uit hetgeen ter zitting is aangevoerd (HR 8 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:559).
De rechtbank is van oordeel dat, anders dan de in de crisismaatregel genoemde zorg, de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden, te weten:
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Hoewel namens betrokkene is aangevoerd dat de vorm van verplichte zorg ‘opnemen in een accommodatie’ moet worden afgewezen, is de rechtbank – gelet op het feit dat er nog duidelijke afspraken moeten worden gemaakt over de zorg in de thuissituatie en de noodzakelijke zorg nog verder moet worden ingebed – van oordeel dat deze vorm van verplichte zorg noodzakelijk is.
Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Betrokkene wil niet langer opgenomen zijn. Daarnaast is het voorafgaand aan de opname niet gelukt om in een ambulant kader afspraken met betrokkene te maken. De rechtbank heeft op dit moment daarom onvoldoende vertrouwen dat de zorg in een vrijwillig kader kan worden voortgezet.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Van de overige in de crisismaatregel genoemde en door de rechtbank niet toegewezen vormen van zorg is ter zitting gebleken dat de toepassing niet voorzienbaar en noodzakelijk is. De rechtbank zal het verzoek in zoverre dan ook afwijzen.
Voortzetting van de crisismaatregel is op dit moment doelmatig, omdat daarmee het ernstig nadeel wordt afgewend. In de huidige setting kan toezicht worden gehouden en kan de noodzakelijke zorg worden voortgezet. Volgens de psychiater zijn er nog enkele stappen nodig voordat betrokkene naar huis kan. Er moeten eerst goede afspraken worden gemaakt en de zorg moet voldoende zijn ingebed. Dat is eerder in een ambulant kader niet gelukt. Daarom is er op dit moment nog geen alternatief voor voortzetting van de crisismaatregel.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.
Beslissing
De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats],
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 8 oktober 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.
| Deze beschikking is gegeven door mr. N.B. Haverhoek, rechter, bijgestaan door E.C. de Jong als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 17 september 2026. |
| De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 29 september 2026. |
| Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open. |
Wetsartikelen in deze uitspraak
Deze uitspraak verwijst naar
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.