Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 17 september 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:30644Zaaknummer C/09/710993 / JE RK 26-1463

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
17 september 2026
Publicatiedatum
22 oktober 2026
Zaaknummer
C/09/710993 / JE RK 26-1463
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

een verlenging ondertoezichtstelling

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot 29 november 2026;

6.2.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 september 2026 door mr. M.J.L. van der Waals, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. Veiga als griffier, en op schrift gesteld op 9 oktober 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. 1 Het (verdere) verloop van de procedure
  2. 2 De feiten
  3. 3 Het verzoek
  4. 4 Het standpunt van de moeder
  5. 5 De beoordeling
  6. 6 De beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Familie- en Jeugdrecht

Zaaknummer: C/09/710993 / JE RK 26-1463

Datum uitspraak: 17 september 2026

Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

Stichting Jeugdbescherming West Gouda, gevestigd te Gouda,

hierna te noemen de gecertificeerde instelling,

over

[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2015 in [geboorteplaats],

hierna te noemen [de minderjarige].

De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[de moeder],

hierna te noemen de moeder,

wonende in [woonplaats],

[de vader],

hierna te noemen de vader,

wonende in [woonplaats].

1 Het (verdere) verloop van de procedure

1.1.

De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 25 augustus 2026 de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] verlengd tot 19 september 2026. De behandeling van het verzoek is voor het overige aangehouden tot deze zitting.

1.2.

De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

  • het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 14 augustus 2026;
  • de beschikking van 25 augustus 2026;
  • het e-mailbericht van de moeder, ontvangen op 13 september 2026.
1.3.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 september 2026. Daarbij waren aanwezig:

- de moeder;

- [naam] namens de gecertificeerde instelling.

De vader is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de vader op de juiste wijze is opgeroepen.

1.4.

De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [de minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige] heeft verteld.

2 De feiten

2.1.

Voor een overzicht van de feiten verwijst de kinderrechter naar de beschikking van 25 augustus 2026.

3 Het verzoek

3.1.

De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen voor de duur van drie maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4 Het standpunt van de moeder

4.1.

De moeder stemt in met het verzoek. De moeder is geschrokken van haar terugval. Zij heeft direct hulp gezocht en zet zich er hard voor in om ervoor te zorgen dat dit een eenmalige terugval is geweest. Zij heeft zich opnieuw aangemeld bij de Brijder en heeft een intakegesprek gehad. Daarnaast ontvangt zij behandeling bij At Home Verslavingscoach. Ook heeft zij meteen iedereen ingeschakeld, haar vader en haar familie.

5 De beoordeling

5.1.

De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan.[_cb1fbbe2-be61-459d-98be-e95b47c862f4] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.

5.2.

Het afgelopen jaar zijn positieve stappen gezet. Zo is zorgvuldig en stapsgewijs toegewerkt naar een opbouw van het contact tussen [de minderjarige] en de moeder. Het contact is uitgebreid naar contactmomenten bij de moeder thuis. Ook is het contact tussen de ouders verbeterd waarbij het de ouders lukt om op neutrale wijze met elkaar te communiceren in het belang van [de minderjarige]. Ook was er al samen met de ouders een borgingsplan opgesteld. Met de positieve ontwikkelingen leek sprake te zijn van een bestendige en stabiele situatie en de gecertificeerde instelling wilde de ondertoezichtstelling gaan afsluiten. Helaas heeft de moeder een terugval gehad in alcoholgebruik tijdens een omgangsmoment met [de minderjarige]. Dit heeft geleid tot spanning, verdriet en zorgen bij [de minderjarige]. Ook heeft het voor een vertrouwensbreuk tussen de vader en de moeder gezorgd. De kinderrechter vindt het daarom belangrijk dat de jeugdbeschermer nu nog betrokken blijft om te helpen bij het herstellen van het vertrouwen en ervoor te zorgen dat [de minderjarige] weer een voorspelbare en veilige vorm van contact met zijn moeder krijgt. Ook kan de jeugdbeschermer [de minderjarige] helpen om de gebeurtenissen uit het verleden te verwerken met individuele hulp. De jeugdbeschermer kan vervolgens kijken of het gezin alsnog over kan gaan naar het vrijwillig kader. De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] verlengen voor de duur van drie maanden.[_575158a4-9250-411e-9ddf-819183e5fa2f]

5.3.

De beslissing wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.[_f57cde78-f923-4293-93d1-878a8f533a54]

5.4.

De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6 De beslissing

De kinderrechter:

6.1.

verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot 29 november 2026;

6.2.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 september 2026 door mr. M.J.L. van der Waals, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M. Veiga als griffier, en op schrift gesteld op 9 oktober 2026.

Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:

  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

  1. Artikel 1:260 BW.
  2. Artikel 1:260, eerste lid, BW
  3. Artikel 2 Besluit gezagsregisters.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.