Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 17 september 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:30643Zaaknummer C/09/712496 / FA RK 26-9349

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
17 september 2026
Publicatiedatum
22 oktober 2026
Zaaknummer
C/09/712496 / FA RK 26-9349
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Toewijzing machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

De rechtbank:

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van:

[betrokkene],

geboren op [geboortedatum] 1978 te [geboorteplaats],

inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:

- toedienen van medicatie;

- verrichten medische controles;

- beperken van de bewegingsvrijheid;

- insluiten;

- uitoefenen van toezicht op betrokkene;

- opnemen in een accommodatie;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 8 oktober 2026;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. N.B. Haverhoek, rechter, bijgestaan door mr. E.C. de Jong als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 17 september 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 29 september 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel
  2. Procesverloop
  3. Standpunten ter zitting
  4. Beoordeling
  5. Beslissing

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaak-/rekestnr.: C/09/712496 / FA RK 26-9349

Datum beschikking: 17 september 2026

Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

Beschikking naar aanleiding van het op 14 september 2026 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene],

hierna te noemen: betrokkene,

geboren op [geboortedatum] 1978 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats],

thans verblijvende in de accommodatie [accommodatie], te [plaats],

advocaat: mr. J.J. van Kuijk te Den Haag.

Procesverloop

Bij verzoekschrift heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 12 september 2026 genomen crisismaatregel.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

  • een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Den Haag tot het nemen van de crisismaatregel;
  • een op 12 september 2026 ondertekende medische verklaring van [psychiater], psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;

- een afschrift van de politiemutaties;

- een brief van de officier van justitie van 14 september 2026, waaruit blijkt dat betrokkene geen justitiële documentatie heeft.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 17 september 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:

- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;

- de arts, [arts].

Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Betrokkene heeft ter zitting verklaard dat het op dit moment goed met hem gaat. Wel heeft hij aangegeven dat het voorafgaand aan de opname niet goed met hem ging. Hij was toen gespannen, sliep slecht en voelde zich thuis niet veilig. Ook had hij veel stress en was hij onrustig. Naar zijn idee waren er meerdere levens in gevaar, maar hij weet niet precies waarom. Hij heeft verder toegelicht dat hij vier weken met zijn zeilboot heeft gevaren, waarbij het niet altijd goed ging. Betrokkene heeft daarnaast verklaard dat hij geen medicatie weigert en ook niet heeft gezegd dat hij niet ziek is. Volgens hem is hij lang geleden gediagnosticeerd met schizofrenie, maar is die diagnose destijds gesteld omdat er eigenlijk geen passend hokje voor hem was. Tot slot heeft betrokkene aangegeven dat hij graag op vrijwillige basis in de accommodatie wil blijven en wil meewerken aan de behandeling, maar wel meer vrijheden zou willen.

De advocaat heeft toegelicht dat betrokkene erkent dat het niet goed met hem ging, maar dat hij inmiddels de weg naar boven weer heeft ingezet. Hij wil vrijwillig in de accommodatie blijven, werkt goed mee aan de behandeling en neemt zijn medicatie in. Hij wil snel beter worden. Dat hij een keer heeft gezegd zijn medicatie niet te willen innemen, is volgens de advocaat onvoldoende om te concluderen dat gedwongen zorg nodig is. Ook vraagt de advocaat zich af of de achterdocht van betrokkene iets zegt over zijn ambivalentie ten aanzien van de zorg. Daarnaast heeft de advocaat aangevoerd dat betrokkene het gedwongen karakter van de maatregel als beklemmend ervaart. Volgens de advocaat verloopt de samenwerking beter en fijner als de zorg in een vrijwillig kader wordt verleend. De advocaat verzoekt daarom primair om afwijzing van het verzoek. Subsidiair verzoekt de advocaat de vorm van verplichte zorg ‘insluiten’ af te wijzen. Hoewel betrokkene recentelijk in de EBK heeft verbleven, vraagt de advocaat zich af hoe voorzienbaar insluiten op dit moment nog is. Betrokkene is immers opgeknapt.

De arts heeft ter zitting verklaard dat bij betrokkene sprake is van schizofrenie, met op dit moment een psychotische decompensatie na meerdere recente life events. Betrokkene is aanvankelijk vrijwillig opgenomen, maar vanwege de aanhoudende achterdocht en ambivalentie ten aanzien van de zorg is een crisismaatregel aangevraagd. Betrokkene vertrouwt medepatiënten en medewerkers niet en denkt bijvoorbeeld dat er iets in het water zit. Ook wil hij geen medicatie innemen, omdat hij van mening is dat hij niet ziek is. Dit staat volgens de arts ook beschreven in de rapportage van eergisteren, toen betrokkene al op de afdeling verbleef. Daarnaast is betrokkene een periode ingesloten geweest in de EBK.

Volgens de arts is voortzetting van de crisismaatregel nodig vanwege de psychotische decompensatie, de aanhoudende achterdocht en de ambivalentie ten aanzien van de zorg. De maatregel is nodig als stok achter de deur voor het geval het niet goed gaat. Betrokkene is wisselend ten aanzien van medicatie. De arts acht de vormen van verplichte zorg ‘toedienen van medicatie’, ‘verrichten medische controles’, ‘beperken van de bewegingsvrijheid’, ‘insluiten’, ‘uitoefenen van toezicht’ en ‘opnemen in een accommodatie’ noodzakelijk. Met betrekking tot het insluiten heeft de arts toegelicht dat zij niet kan inschatten hoe voorzienbaar dit is, maar dat insluiten recentelijk nog nodig is geweest en dat zij deze vorm van zorg daarom graag in de voortzetting van de crisismaatregel opgenomen wil zien, voor het geval opnieuw achteruitgang optreedt.

Beoordeling

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in:

- ernstige psychische schade;

- maatschappelijke teloorgang;

- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;

- de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.

Betrokkene is psychotisch, achterdochtig, zeer angstig en onrustig. Hij houdt alles in de gaten, rent achter medewerkers aan als deze zijn bezoek uitlaten, maakt indringend oogcontact en is oninvoelbaar in contact. Op de afdeling worden medepatiënten onrustig van zijn gedrag. Vanuit zijn achterdocht heeft hij ook dreigend gedrag vertoond. Tijdens de opname is insluiting in de EBK noodzakelijk geweest, omdat samenwerking met betrokkene op dat moment niet meer mogelijk was. Zonder behandeling zal de psychotische decompensatie leiden tot vermindering van zijn functioneren.

Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten schizofrenie. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.

De rechtbank is van oordeel dat, anders dan de in de crisismaatregel genoemde zorg, de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden, te weten:

- toedienen van medicatie;

- verrichten medische controles;

- beperken van de bewegingsvrijheid;

- insluiten;

- uitoefenen van toezicht op betrokkene;

- opnemen in een accommodatie.

Hoewel namens betrokkene is verzocht de vorm van verplichte zorg ‘insluiten’ af te wijzen, is de rechtbank van oordeel dat – gelet op het feit dat insluiten kort geleden nog nodig is geweest – deze vorm van zorg noodzakelijk en voorzienbaar is.

Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Hoewel betrokkene heeft aangegeven vrijwillig te willen meewerken, blijkt uit de toelichting van de arts dat betrokkene ambivalent is ten opzichte van de zorg en dat sprake is van achterdocht, ook richting de zorgmedewerkers. De rechtbank heeft daarom onvoldoende vertrouwen dat de noodzakelijke zorg in een vrijwillig kader kan worden verleend.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.

Van de overige in de crisismaatregel genoemde en door de rechtbank niet toegewezen vormen van zorg is ter zitting gebleken dat de toepassing niet voorzienbaar en noodzakelijk is. De rechtbank zal het verzoek in zoverre dan ook afwijzen.

Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

Beslissing

De rechtbank:

verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van:

[betrokkene],

geboren op [geboortedatum] 1978 te [geboorteplaats],

inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:

- toedienen van medicatie;

- verrichten medische controles;

- beperken van de bewegingsvrijheid;

- insluiten;

- uitoefenen van toezicht op betrokkene;

- opnemen in een accommodatie;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 8 oktober 2026;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. N.B. Haverhoek, rechter, bijgestaan door mr. E.C. de Jong als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 17 september 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 29 september 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.