Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Den Haag, 17 september 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:30618Zaaknummer C/09/712171 / FA RK 26-9154
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 17 september 2026
- Publicatiedatum
- 22 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/09/712171 / FA RK 26-9154
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Voorlopige voorziening, Beschikking
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
Voorlopige voorziening; uitsluitend gebruik echtelijke woning
De rechtbank:
*
bepaalt dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan het adres [adres] en beveelt mitsdien dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;
*
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.L. Strop, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. F.M. Wijvekate als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 17 september 2026.
Volledige tekst
Inhoud van de uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 26-9154
Zaaknummer: C/09/712171
Datum beschikking: 17 september 2026
Voorlopige voorziening
Beschikking op het op 4 september 2026 ingekomen verzoek van:
[de vrouw],
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. G. Alkilic te Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man],
de man,
in de Basisregistratie Personen ingeschreven als geëmigreerd (RNI).
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het verzoekschrift.
Op 14 september 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld, gecombineerd met de zaak in de echtscheidingsprocedure (C/09/700746 / FA RK 26-91542175 (scheiding) en C/09/705254 / FA RK 26-4878 (verdeling)). In die procedure zal bij afzonderlijke beschikking worden beslist. Hierbij zijn verschenen:
- de vrouw, bijgaan door mr. J. Celen als waarnemer van mr. G. Alkilic en vergezeld door een tolk A. Kütük;
- de man;
- [naam], namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
Feiten
- Partijen zijn gehuwd op [dag] 2017 te [plaats 1] (Turkije).
- Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind:
- [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2019 te [geboorteland].
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over [minderjarige] uit.
- De vrouw, de man en [minderjarige] hebben (in ieder geval) de Bulgaarse nationaliteit.
- De vrouw heeft op 4 maart 2026 een verzoek tot echtscheiding bij de rechtbank ingediend, dat onder zaak- en rekestnummer C/09/700746 / FA RK 26-2175 in behandeling is.
Verzoek en verweer
Het verzoek van de vrouw strekt ertoe dat de vrouw gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan het adres
[adres] met het bevel dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden.
De man voert verweer.
Beoordeling
Rechtsmacht en toepasselijk recht
De Nederlandse rechter komt rechtsmacht toe om het verzoek van de vrouw te beoordelen.
De rechtbank past in deze voorlopige voorzieningenprocedure Nederlands recht toe.
Inhoudelijke beoordeling
De vrouw verzoekt het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan haar toe te kennen en voert daartoe het volgende aan. De man heeft de echtelijke woning in april 2026 verlaten en is naar Turkije vertrokken. Vervolgens is hij vlak vóór de zitting naar de echtelijke woning teruggekeerd. Partijen zijn niet in staat om de echtelijke woning te delen, omdat er veel spanning tussen hen bestaat. Ook [minderjarige] heeft hier last van. Het is daarom van belang dat een van beide partijen de echtelijke woning verlaat. Volgens de vrouw heeft de man er geen belang bij om in de woning te verblijven. Hij heeft geen werk in Nederland en heeft de vrouw te kennen gegeven dat hij voornemens is om in Turkije te gaan wonen is nadat de echtscheiding rond is. Het is voor [minderjarige] van belang dat hij voorlopig in de woning kan blijven wonen en de vrouw is zijn hoofdverzorger. Het is daarom belangrijk dat zij het uitsluitend gebruik van de woning krijgt. Met het treffen van een voorlopige voorziening kan bovendien worden voorkomen dat de man zijn medewerking aan de inschrijving van de echtscheiding weigert en daardoor nog drie maanden in de woning kan verblijven.
De man heeft op de zitting verweer gevoerd. De man stelt dat de vrouw hem de echtelijke woning heeft uitgegooid en dat hij daarom naar Turkije is vertrokken. Met gebruikmaking van zijn DigiD heeft de vrouw hem ook uitgeschreven van het adres van de echtelijke woning. Hij is niet van plan om terug te keren naar Turkije. De man wil – zo begrijpt de rechtbank – ook in de echtelijke woning blijven.
De rechtbank overweegt als volgt. Beide partijen willen gebruik blijven maken van de echtelijke woning tijdens de echtscheidingsprocedure en ook daarna. Het is de rechtbank echter duidelijk geworden dat de onderlinge verhouding tussen partijen dusdanig slecht is dat zij niet meer gezamenlijk in de echtelijke woning kunnen verblijven. De vrouw had hieromtrent al een standpunt ingenomen in het verzoekschrift, maar ook tijdens de zitting is duidelijk geworden dat er veel spanning tussen partijen is. Eén van hen zal de echtelijke woning daarom moeten verlaten en elders moeten gaan verblijven. Op de zitting hebben beide partijen aangegeven geen alternatieve woonruimte te hebben om naartoe te gaan. Wel heeft de man – zo begrijpt de rechtbank – vrienden in (de omgeving van) [plaats 2]. Daarnaast heeft de man niet betwist dat hij de afgelopen maanden in Turkije heeft verbleven, waardoor de vrouw de verzorging en opvoeding van [minderjarige] alleen op zich heeft genomen. De rechtbank acht het voor [minderjarige] van belang dat er continuïteit bestaat in die situatie en dat [minderjarige] zo min mogelijk meekrijgt van de spanning tussen partijen. Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank aanleiding om het verzoek van de vrouw toe te wijzen.
Beslissing
De rechtbank:
*
bepaalt dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan het adres [adres] en beveelt mitsdien dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;
*
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.L. Strop, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. F.M. Wijvekate als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 17 september 2026.
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.