Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 17 september 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:30611Zaaknummer C/09/705011 / FA RK 26-4728

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
17 september 2026
Publicatiedatum
22 oktober 2026
Zaaknummer
C/09/705011 / FA RK 26-4728
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

vervangde toestemming KIES, zorgregeling en kinderalimentatie

De rechtbank:

bepaalt dat de minderjarigen:

  • [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2015 te [geboorteplaats 1],
  • [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2017 te [geboorteplaats 2],

bij de vader zullen zijn:

- iedere maandag uit school tot woensdagochtend naar school;

bepaalt dat ten aanzien van de minderjarigen de volgende vakantie- en feestdagenregeling geldt:

  • zomervakantie: in de oneven jaren de eerste drie weken bij de vader, de laatste drie weken bij de moeder en in de even jaren de eerste drie weken bij de moeder en de laatste drie weken bij de vader, waarbij geldt dat de moeder bereid is om als de vader niet de volledige drie weken vrij kan krijgen de kinderen op te vangen als haar beschikbaarheid dat toelaat, eventueel in combinatie met de BSO;
  • herfstvakantie: in de even jaren bij de vader, in de oneven jaren bij de moeder;
  • kerstvakantie: volgens de reguliere zorgregeling, waarbij geldt dat de kinderen op Kerstavond en Eerste Kerstdag tot 13.00 uur bij de vader zijn, en eerste Kerstdag vanaf 13.00 uur en Tweede Kerstdag bij de moeder, en waarbij geldt dat de kinderen met Oud en Nieuw in de even jaren bij de moeder zijn en de oneven jaren bij de vader, met het wisselmoment op Nieuwjaarsdag na de lunch;
  • voorjaarsvakantie: in de oneven jaren bij de vader, in de even jaren bij de moeder;
  • meivakantie: in de oneven jaren in de week dat [de minderjarige 2] jarig is bij de vader en de andere week bij de moeder, in de even jaren in de week dat [de minderjarige 2] jarig is bij de moeder en de andere week bij de vader;
  • Pasen: ieder één Paasdag;
  • Koningsdag: in de even jaren bij de moeder, in de oneven jaren bij de vader, waarbij de moeder bereid is te faciliteren dat de kinderen aan de vrijmarkt mee kunnen doen als de vader hiertoe niet bereid is;
  • Hemelvaart: om het jaar een lang weekend bij de vader of de moeder;
  • Pinksteren: ieder één Pinksterdag;
  • Sinterklaas: in de even jaren op 5 december bij de moeder, in de oneven jaren op 5 december bij de vader;
  • Verjaardag kinderen: worden gezamenlijk gevierd;
  • Verjaardag ouders: de kinderen zijn bij de jarige ouder vanaf de avond ervoor (na het eten) tot en met het avondeten op de dag van de verjaardag in het geval de verjaardag valt op een andere dag dan waarop zij volgens de regeling bij de ouder zouden verblijven;
  • Vaderdag: bij de vader van zaterdagavond tot zondagmiddag 17.00 uur;
  • Moederdag: bij de moeder van zaterdagavond tot zondag 17.00 uur;

bepaalt dat de vader aan de moeder, met ingang van heden een kinderalimentatie ten behoeve van de minderjarigen € 670,- per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. E. Boot, kinderrechter, bijgestaan door mr. E.M. van Middelkoop als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 17 september 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Procedure
  2. Feiten
  3. Verzoek en verweer
  4. Beoordeling
  5. Beslissing

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 26-4728

Zaaknummer: C/09/705011

Datum beschikking: 17 september 2026

Vervangende toestemming, verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en kinderalimentatie

Beschikking op het op 11 mei 2025 ingekomen verzoek van:

[de moeder],

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. M.M. van Wijk te Delft.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader],

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. Y.M. Bérénos te Leiden.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:

  • het verzoekschrift;
  • het F9-formulier van 20 mei 2026 van de moeder, met bijlage;
  • het F9-formulier van 21 mei 2026 van de moeder, met bijlage;
  • het verweerschrift, tevens houdende zelfstandige verzoeken;
  • het F9-formulier van 17 juli 2026 van de moeder;
  • het F9-formulier van 4 augustus 2026 van de vader;
  • het F9-formulier van 11 augustus 2026 van de vader, met bijlage.

De minderjarigen [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] hebben zich schriftelijk en in raadkamer uitgelaten over het verzoek.

Op 13 augustus 2026 zijn de zaken op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

  • de moeder met haar advocaat;
  • de vader met mr. I. Pieters;
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.

Feiten

  • Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
  • Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:

- [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2015 te [geboorteplaats 1],

- [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2017 te [geboorteplaats 2].

  • De minderjarigen hebben de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
  • Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de minderjarigen uit.
  • Blijkens de Basisregistratie Personen (BRP) heeft de vader de Belgische nationaliteit. De moeder, [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] hebben de Nederlandse nationaliteit.

Verzoek en verweer

De moeder verzoekt, na wijziging:

  • te bepalen dat de kinderen twee weekenden in de maand van vrijdagmiddag tot zondagavond bij de vader verblijven en afhankelijk van het werkrooster van de vader minimaal één keer per week op maandag, dinsdag of donderdag met het avondeten tot 19.15 uur;
  • een vakantieregeling vast te stellen conform randnummer 36 van het verweerschrift op zelfstandige verzoeken;
  • de moeder vervangende toestemming te verlenen over de inschrijving voor en deelname van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] aan de eerstvolgende KIES-training van het Centrum voor Jeugd en Gezin Leiden waarin plaats voor hen is;

voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De vader voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarbij verzoekt hij zelfstandig:

  • primair een zorgregeling vast te stellen met ingang van de datum van de beschikking, waarbij de kinderen in ieder geval op maandag en dinsdag bij de vader verblijven, aangevuld met zes flexibel in te plannen dagen per vier weken, die na bekendwording van het vliegschema van de vader worden bepaald op dagen dat de vader vrij is, waarbij ernaar gestreefd wordt dat de kinderen vijf aaneengesloten dagen bij één ouder verblijven en de kinderen in de oneven weekenden bij de vader en in de even weekenden bij de moeder verblijven, en waarbij de vader de moeder wekelijks op vrijdag informeert over zijn actuele rooster, een maand vooruitkijkend en dat de kinderen bij vroege aanmeldtijd de volgende ochtend uiterlijk vanaf de dag van tevoren om 19:00 uur bij de moeder verblijven en de kinderen op vrije wisseldagen uiterlijk om 10:00 uur bij de andere ouder worden gebracht. De vader stelt zes superjokers ter beschikking aan de moeder;
  • subsidiair een zorgregeling vast te stellen waarbij de kinderen minimaal twaalf en maximaal veertien dagen per vier weken bij de vader verblijven, onder dezelfde nadere voorwaarden zoals onder het primair verzochte;
  • een vakantieregeling vast te stellen waarbij de kinderen de helft van alle schoolvakanties bij iedere ouder verblijven, met de verjaardag van [de minderjarige 1] in oneven jaren bij de man, de kerstvakantie de eerste week elk jaar van 24 december 10:00 tot 25 december 13:00 bij de man en zoals nader uitgewerkt onder de punten 35 tot 39 van het verweerschrift;
  • subsidiair een raadsonderzoek te gelasten naar de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, met uitdrukkelijke bereidheid van de man tot medewerking aan onaangekondigde huisbezoeken bij beide ouders door ingeschakelde hulpverleners;
  • te bepalen dat de vader maandelijks bij vooruitbetaling wegens kinderalimentatie aan de vrouw betaalt een bedrag van € 670,- voor de twee minderjarigen [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2];

voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

Beoordeling

Zorgregeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Nu de gewone verblijfplaats van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek tot vaststelling van de zorgregeling.

Wettelijk kader

Op grond van artikel 1:253a lid 2 sub a van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank op verzoek van de ouders of één van hen een regeling vaststellen inzake de uitoefening van het ouderlijk gezag. Deze regeling kan een toedeling aan ieder van de ouders van de zorg- en opvoedingstaken omvatten.

Inhoudelijke beoordeling

De moeder verzoekt een zorgregeling vast te stellen, waarbij de kinderen twee weekenden per maand bij de vader zijn en minimaal een keer per week op maandag, dinsdag of donderdag uit school tot 19.15 uur. De vader werkt als piloot en heeft daarom onregelmatige werktijden waardoor het de ouders – ook met behulp van een mediator – tot op heden niet gelukt is om een goed passende regeling af te spreken en daar uitvoering aan te geven. Op dit moment verblijven de kinderen bij de vader als hij vrij is, en de overige tijd zijn ze bij de moeder. Dit vraagt veel overleg en flexibiliteit. De moeder vindt dit niet in het belang van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2], die gebaat zijn bij regelmaat en rust. De verstandhouding tussen de ouders is ook niet goed genoeg om continu met elkaar te moeten overleggen. De moeder vindt het daarom beter dat er een duidelijke regeling komt, waarbij het aan de vader is om zich daaraan te houden, en er verder niet continu overleg hoeft te zijn. De moeder verzoekt ook een regeling voor de vakanties en feestdagen, zodat die zo concreet mogelijk vaststaan.

De vader voert verweer tegen de door de moeder verzochte regeling. Het is voor hem niet mogelijk om om de week een weekend vrij te vragen. Hij kan op zijn werk een verzoek indienen voor vrije dagen, maar de weekenden zijn daarbij populair en geven dus weinig garantie op vrij zijn. De vader zou zijn vrije dagen daarom liever inzetten op dagen waarvan de kans groter is dat het verzoek wordt goedgekeurd, te weten de maandag en de dinsdag. De vader verzoekt daarom zelfstandig (primair) te bepalen dat [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] in ieder geval de maandag en dinsdag bij hem zijn, en daarnaast nog zes flexibel in te plannen dagen. De vader zal de moeder dan tijdig op de hoogte stellen over zijn werkrooster. Voor wat betreft de vakanties en feestdagen verzoekt de vader te bepalen dat deze bij helfte gedeeld worden tussen de ouders, met jaarlijks overleg over de precieze verdeling.

De rechtbank bepaalt dat [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] bij de vader zullen zijn iedere maandag uit school tot woensdagochtend naar school. De rechtbank begrijpt dat het voor zowel de ouders als de kinderen fijn is als er zoveel mogelijk duidelijkheid is. De door de ouders verzochte regelingen maken niet dat die duidelijkheid er komt. De rechtbank vindt het verzoek van de moeder niet haalbaar gelet op het werkrooster van de vader. Het verzoek van de vader vereist te veel overleg tussen partijen, dat is op dit moment ook niet haalbaar. Gelet op de huidige relatie van partijen en de gebrekkige communicatie tussen hen, is er geen ruimte voor flexibiliteit en een regeling waarbij er door de ouders samen vooruit gepland moet worden. De rechtbank komt daarom uit op de regeling die op dit moment, voor zover dat kan, de meeste zekerheid lijkt de bieden. De rechtbank zal niet, zoals door de vader verzocht, vastleggen dat er nog flexibel te verdelen dagen zijn. Daarbij wil de rechtbank wel aan de ouders in overweging geven dat de verstandhouding tussen hen na het traject bij het Vondelhuys wellicht wel zo wordt dat zij in onderling overleg in ieder geval één weekend per maand kunnen bepalen waarin de kinderen bij de vader zijn. De rechtbank vindt dat namelijk in het belang van alle betrokkenen. Het is in het belang van de kinderen dat zij in het weekend tijd bij de vader kunnen doorbrengen en ook in het belang van de vader om in het weekend tijd met [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] te hebben. Het is net zo goed in het belang van de moeder dat zij niet alle weekenden de zorg over de kinderen heeft. De rechtbank constateert echter dat een weekendregeling vastleggen op dit moment niet haalbaar is en wederom tot overleg, onrust en onduidelijkheid gaat leiden. Voor [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] is duidelijkheid op dit moment het belangrijkst. Zij hebben zelf in het gesprek met de kinderrechter ook aangegeven dat zij niet zo vaak willen wisselen tussen de ouders.

Ten aanzien van de vakanties en de feestdagen zal de rechtbank het door de moeder voorgestelde schema vastleggen. De ouders zijn het eens over dat de vakanties en feestdagen zo veel mogelijk bij helfte gedeeld worden, en de rechtbank begrijpt de wens van de moeder dat het fijn en praktisch is dat de regeling zo veel mogelijk vast ligt. Daarbij geldt wel dat zowel de vader als de moeder afhankelijk zijn van hun werkgevers voor de vakanties. Het ligt voor de hand dat als de ouders niet conform de regeling vrij kunnen krijgen, zij eerst met elkaar in overleg gaan om de weken te wisselen, zodat de kinderen niet hun vakanties bij de BSO of andere opvang moeten spenderen terwijl de andere ouder vrij is.

KIES-training

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Nu de gewone verblijfplaats van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek.

Wettelijk kader

Op grond van artikel 1:253a eerste lid BW kunnen in geval van gezamenlijke gezagsuitoefening geschillen tussen de ouders op verzoek van beiden of één van hen aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt. Gelet op het vijfde lid van artikel 1:253a BW beproeft de rechtbank een vergelijk tussen de ouders voordat zij een beslissing neemt.

Inhoudelijke beoordeling

Volgens de moeder hebben het uiteengaan van de ouders en de spanningen die er zijn impact gehad op de kinderen. [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] vertonen signalen dat zij ondersteuning nodig hebben bij de verwerking van alles wat er is gebeurd. Er is geadviseerd om de kinderen een KIES-training te laten volgen. De moeder heeft de vader al meermaals om toestemming hiervoor gevraagd, maar de vader weigert de toestemming te geven. De moeder verzoekt daarom vervangende toestemming voor de eerstvolgende training waar plaats is voor [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2].

De vader heeft ter zitting aangegeven dat hij in principe niet tegen hulpverlening voor de kinderen is, maar dat hij het niet het juiste moment vindt voor een KIES-training. [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] hebben beiden een druk leven met activiteiten na school, en hij heeft het idee dat ze gebaat zijn bij wat rust. De ouders gaan binnenkort starten bij het Vondelhuys, waar ook met de kinderen gesproken gaat worden. Mocht er door het Vondelhuys opnieuw geadviseerd worden dat [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] een KIES-training gaan volgen, dan staat de vader daar open voor.

De rechtbank zal het verzoek van de moeder afwijzen en overweegt daartoe als volgt. Samen met de Raad is de rechtbank van mening dat het nu niet het juiste moment is voor [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] om een KIES-training te volgen. Het Vondelhuys zal gaan in gesprek gaan met [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] en zal kijken in hoeverre hulpverlening noodzakelijk is. Daarnaast hoopt de rechtbank dat een beschikking over de zorgregeling en het feit dat de ouders met elkaar het traject bij het Vondelhuys aan gaan ook helpend zal zijn om spanningen bij de kinderen weg te nemen. De rechtbank weegt tot slot mee dat de vader op de zitting heeft bevestigd dat hij open staat voor hulpverlening op het moment dat het Vondelhuys aangeeft dat dit goed is voor de kinderen. De rechtbank gaat ervan uit dat de vader die toezegging zal nakomen.

Kinderalimentatie

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Nu de minderjarige in Nederland woont, komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe ten aanzien van tot vaststelling van kinderalimentatie.

Op het verzoek tot vaststelling van een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen zal de rechtbank op grond van artikel 3 van het Protocol van 23 november 2007 inzake het recht dat van toepassing is op onderhoudsverplichtingen, Nederlands recht toepassen.

Inhoudelijke beoordeling

De vader verzoekt vast te leggen dat hij € 670,- per maand betaalt aan kinderalimentatie. De moeder refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank zal het verzoek van de vader als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen.

Brieven aan de minderjarigen

Tegelijkertijd met de beschikking zal de rechtbank aan [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] een brief sturen waarin de beslissing aan hen wordt uitgelegd. In die brief is het volgende opgenomen:

Tekst brief [de minderjarige 1]

Beste [de minderjarige 1],

Het is alweer een tijde geleden dat we elkaar hebben gesproken. Je was toen net terug uit Indonesië en Parijs. En je zou de avond van ons gesprek naar Spanje vertrekken.

Ik hoop dat je het leuk hebt gehad in Spanje. En dat je het nu naar je zin hebt op school.

Ik heb met je ouders gesproken over wanneer je bij wie bent. Dat was een moeilijk gesprek. Je ouders vinden het namelijk lastig om goed met elkaar te praten. En door het werk van papa is het ingewikkeld om goede afspraken te maken.

Ik heb uiteindelijk besloten dat jij en je zus iedere maandag uit school naar papa gaan. Dan slapen jullie daar tot woensdag. Woensdag uit school gaan jullie weer naar mama. Ik hoop dat dit zorgt voor iets meer rust.

Met vriendelijke groet,

E. Boot

Kinderrechter

Tekst brief [de minderjarige 2]

Beste [de minderjarige 2],

Het is alweer een tijde geleden dat we elkaar hebben gesproken. Je was toen net terug uit Indonesië en Parijs. En je zou de avond van ons gesprek naar Spanje vertrekken.

Ik hoop dat je het leuk hebt gehad in Spanje. En dat je het nu naar je zin hebt op school.

Ik heb met je ouders gesproken over wanneer je bij wie bent. Dat was een moeilijk gesprek. Je ouders vinden het namelijk lastig om goed met elkaar te praten. En door het werk van papa is het ingewikkeld om goede afspraken te maken.

Ik heb uiteindelijk besloten dat jij en je zus iedere maandag uit school naar papa gaan. Dan slapen jullie daar tot woensdag. Woensdag uit school gaan jullie weer naar mama. Ik hoop dat dit zorgt voor iets meer rust.

Met vriendelijke groet,

E. Boot

Kinderrechter

Beslissing

De rechtbank:

bepaalt dat de minderjarigen:

  • [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2015 te [geboorteplaats 1],
  • [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2017 te [geboorteplaats 2],

bij de vader zullen zijn:

- iedere maandag uit school tot woensdagochtend naar school;

bepaalt dat ten aanzien van de minderjarigen de volgende vakantie- en feestdagenregeling geldt:

  • zomervakantie: in de oneven jaren de eerste drie weken bij de vader, de laatste drie weken bij de moeder en in de even jaren de eerste drie weken bij de moeder en de laatste drie weken bij de vader, waarbij geldt dat de moeder bereid is om als de vader niet de volledige drie weken vrij kan krijgen de kinderen op te vangen als haar beschikbaarheid dat toelaat, eventueel in combinatie met de BSO;
  • herfstvakantie: in de even jaren bij de vader, in de oneven jaren bij de moeder;
  • kerstvakantie: volgens de reguliere zorgregeling, waarbij geldt dat de kinderen op Kerstavond en Eerste Kerstdag tot 13.00 uur bij de vader zijn, en eerste Kerstdag vanaf 13.00 uur en Tweede Kerstdag bij de moeder, en waarbij geldt dat de kinderen met Oud en Nieuw in de even jaren bij de moeder zijn en de oneven jaren bij de vader, met het wisselmoment op Nieuwjaarsdag na de lunch;
  • voorjaarsvakantie: in de oneven jaren bij de vader, in de even jaren bij de moeder;
  • meivakantie: in de oneven jaren in de week dat [de minderjarige 2] jarig is bij de vader en de andere week bij de moeder, in de even jaren in de week dat [de minderjarige 2] jarig is bij de moeder en de andere week bij de vader;
  • Pasen: ieder één Paasdag;
  • Koningsdag: in de even jaren bij de moeder, in de oneven jaren bij de vader, waarbij de moeder bereid is te faciliteren dat de kinderen aan de vrijmarkt mee kunnen doen als de vader hiertoe niet bereid is;
  • Hemelvaart: om het jaar een lang weekend bij de vader of de moeder;
  • Pinksteren: ieder één Pinksterdag;
  • Sinterklaas: in de even jaren op 5 december bij de moeder, in de oneven jaren op 5 december bij de vader;
  • Verjaardag kinderen: worden gezamenlijk gevierd;
  • Verjaardag ouders: de kinderen zijn bij de jarige ouder vanaf de avond ervoor (na het eten) tot en met het avondeten op de dag van de verjaardag in het geval de verjaardag valt op een andere dag dan waarop zij volgens de regeling bij de ouder zouden verblijven;
  • Vaderdag: bij de vader van zaterdagavond tot zondagmiddag 17.00 uur;
  • Moederdag: bij de moeder van zaterdagavond tot zondag 17.00 uur;

bepaalt dat de vader aan de moeder, met ingang van heden een kinderalimentatie ten behoeve van de minderjarigen € 670,- per maand zal betalen, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. E. Boot, kinderrechter, bijgestaan door mr. E.M. van Middelkoop als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 17 september 2026.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.