Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 17 september 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:30595Zaaknummer C/09/710343 / FA RK 26-7989

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
17 september 2026
Publicatiedatum
22 oktober 2026
Zaaknummer
C/09/710343 / FA RK 26-7989
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Voorlopige voorziening, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

Voorlopige voorzieningen

De rechtbank:

*bepaalt dat [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2013 te [geboorteplaats] aan de vrouw wordt toevertrouwd en dat [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2016 te [geboorteplaats], aan de man wordt toevertrouwd;

*stelt een voorlopige zorgregeling vast, inhoudende dat:

  • [de minderjarige 1] in de even weken één weekenddag van 10.00 uur tot 19.00 uur bij de man verblijft, waarbij partijen en [de minderjarige 1] (telkens) in onderling overleg moeten bepalen of het contactmoment op zaterdag of zondag plaatsvindt;
  • [de minderjarige 2] van maandag in de even weken tot maandag in de oneven weken bij de man verblijft;

*

bepaalt dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan het adres [adres] en beveelt mitsdien dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;

*

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

*bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

*wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. de Klerk, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. A. Hoek als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 september 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Voorlopige voorzieningen
  2. Procedure
  3. Feiten
  4. Verzoek en verweer
  5. Beoordeling
  6. Beslissing

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 26-7989

Zaaknummer: C/09/710343

Datum beschikking: 17 september 2026

Voorlopige voorzieningen

Beschikking op het op 3 augustus 2026 ingekomen verzoek van:

[de vrouw],

de vrouw,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. H. Devkinandan te Zoetermeer.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man],

de man,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. S. Sabir te Den Haag.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

  • het verzoekschrift;
  • het F9-formulier met bijlagen van 2 september 2026, van de vrouw;
  • het verweerschrift van 3 september 2026, van de man.

Op 3 september 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:

  • de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
  • de man, bijgestaan door zijn advocaat;
  • [naam], namens de Raad voor de Kinderbescherming.

Namens de vrouw zijn pleitnotities voorgedragen en overgelegd.

Feiten

- Partijen zijn gehuwd op [datum] 2011 te [plaats].

- Zij zijn de ouders van de volgende nu nog minderjarige kinderen:

- [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2013 te [geboorteplaats];

- [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2016 te [geboorteplaats].

- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.

Verzoek en verweer

Het verzoek van de vrouw zoals dat thans luidt strekt ertoe dat:

- de vrouw gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan het adres [adres];

- de kinderen aan de vrouw worden toevertrouwd;

- een voorlopige regeling inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken ten aanzien van de kinderen wordt vastgesteld, inhoudende dat:

- [de minderjarige 1] bij de man is: een weekend om de veertien dagen van vrijdag 09:00 uur (dan wel uit school, zodra de vakantie voorbij is) tot zondag 19:00 uur in de even weken;

- [de minderjarige 2], op grond van een 50/50 regeling bij de man is, zijnde van maandag in de even weken tot maandag in de oneven weken;

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.

De man heeft verweer gevoerd, dat hierna voor zover nodig zal worden besproken. Bovendien heeft de man zelfstandig verzocht:

  • te bepalen dat de man bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan het adres [adres], met bevel dat de vrouw die woning dient te verlaten en deze verder niet mag betreden;
  • te bepalen dat de kinderen aan de man worden toevertrouwd;
  • ten aanzien van het vaststellen van een zorgregeling:

o primair: een zorgregeling tussen de vrouw en de kinderen vast te stellen, inhoudende dat de kinderen bij de vrouw verblijven, althans een regeling die de rechtbank juist acht;

o subsidiair: voor het geval de kinderen aan de vrouw worden toevertrouwd: een zorgregeling tussen de man en de kinderen vast te stellen conform het voorstel van de man, althans een regeling die de rechtbank juist acht,

een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.

Beoordeling

Toevertrouwing minderjarigen De rechtbank is van oordeel dat beide partijen er belang bij hebben dat één van de kinderen aan ieder van hen wordt toevertrouwd, nu dit het meest recht doet aan de gelijkwaardige rol die de ouders in het verleden hebben vervuld en ook in de toekomst zullen blijven vervullen. Partijen hebben aangegeven ermee te kunnen instemmen dat [de minderjarige 1] aan de vrouw wordt toevertrouwd en [de minderjarige 2] aan de man.

Voorlopige zorgregeling

Partijen zijn het erover eens dat voor [de minderjarige 2] een 50/50 regeling moet worden vastgesteld. De rechtbank zal zodoende een regeling vaststellen waarbij [de minderjarige 2] voorlopig van maandag in de even weken tot maandag in de oneven weken bij de man verblijft.

Ten aanzien van [de minderjarige 1] is de situatie anders. De relatie tussen [de minderjarige 1] en haar vader is al geruime tijd moeizaam. De ouders onderschrijven beiden dat het van belang is dat er contact is tussen [de minderjarige 1] en haar vader. Ook vinden zij allebei dat het verstandig is om een en ander vast te leggen en niet het initiatief tot contact met haar vader volledig aan [de minderjarige 1] over te laten. Wanneer de regie voor het contact volledig bij [de minderjarige 1] ligt bestaat het risico dat het contact zeer beperkt zal zijn, dan wel geheel uitblijft. Ook is de rechtbank van oordeel dat het voor [de minderjarige 1] belangrijk is dat zij duidelijkheid ervaart over het contact met haar vader. Gelet op de stukken en het verhandelde ter zitting ziet de rechtbank aanleiding om een voorlopige zorgregeling vast te stellen waarbij [de minderjarige 1] in de even weken – wanneer [de minderjarige 2] ook bij de man verblijft – één weekenddag van 10.00 uur tot 19.00 uur bij haar vader verblijft. Het is aan partijen en [de minderjarige 1] om (telkens) in onderling overleg te bepalen of het contactmoment op zaterdag of zondag plaatsvindt. De rechtbank neemt bij de vaststelling van voornoemde regeling in aanmerking dat [de minderjarige 1] kenbaar heeft gemaakt dat zij wel contact wil met haar vader, maar niet bij hem wil blijven slapen. De rechtbank benadrukt dat het van belang is dat [de minderjarige 1] emotionele toestemming ervaart en blijft ervaren van beide ouders om ook bij haar vader te zijn. Verder verwacht de rechtbank van de vrouw dat zij [de minderjarige 1] blijft stimuleren om naar haar vader toe te gaan.

Uitsluitend gebruik echtelijke woning De rechtbank stelt voorop dat het in het belang van partijen, maar bovenal in het belang van de kinderen, is dat er rust komt in de op dit moment onhoudbare en spanningsvolle thuissituatie. Die rust kan naar het oordeel van de rechtbank alleen ontstaan als één van partijen (al dan niet tijdelijk) elders gaat verblijven.De rechtbank is van oordeel dat het in het belang van de kinderen is dat zij (het grootste gedeelte van de tijd) in de echtelijke woning kunnen blijven wonen, omdat dit hun vertrouwde omgeving is en de woning in de buurt ligt van school en hun sociale activiteiten. Gelet op de hiervoor vastgestelde voorlopige zorgregeling, waarbij de vrouw het grootste aandeel in de verzorging en de opvoeding van de kinderen – in het bijzonder ten aanzien van [de minderjarige 1] - heeft, ziet de rechtbank aanleiding om het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan de vrouw toe te kennen. De rechtbank neemt daarbij ook in aanmerking dat de vrouw financieel beter in staat moet worden geacht om de aan de woning verbonden lasten te voldoen. Gelet op het voorgaande zal de rechtbank, onder afwijzing van het verzoek van de man, het verzoek van de vrouw tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning toewijzen.

Proceskosten Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:

*bepaalt dat [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2013 te [geboorteplaats] aan de vrouw wordt toevertrouwd en dat [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2016 te [geboorteplaats], aan de man wordt toevertrouwd;

*stelt een voorlopige zorgregeling vast, inhoudende dat:

  • [de minderjarige 1] in de even weken één weekenddag van 10.00 uur tot 19.00 uur bij de man verblijft, waarbij partijen en [de minderjarige 1] (telkens) in onderling overleg moeten bepalen of het contactmoment op zaterdag of zondag plaatsvindt;
  • [de minderjarige 2] van maandag in de even weken tot maandag in de oneven weken bij de man verblijft;

*

bepaalt dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning aan het adres [adres] en beveelt mitsdien dat de man die woning dient te verlaten en verder niet mag betreden;

*

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

*bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

*wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. de Klerk, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. A. Hoek als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 september 2026.

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.