Uitspraak · Personen- en familierecht
Rechtbank Den Haag, 17 september 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:30583Zaaknummer C/09/698451 / FA RK 26-797
- Instantie
- Rechtbank Den Haag
- Datum uitspraak
- 17 september 2026
- Publicatiedatum
- 22 oktober 2026
- Zaaknummer
- C/09/698451 / FA RK 26-797
- Rechtsgebied
- Civiel recht, Personen- en familierecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Soort
- Uitspraak
Inhoudsindicatie
BOR traject is wegens taalbarrière niet tot stand gekomen, daarom nu raadsonderzoek gelast. Onbekend waar moeder verblijft met het kind. Moeder wordt verplicht te laten weten aan vader waar zij met het kind verblijft. Tijdelijke zorgregeling voor vader.
De rechtbank:
in de bodemprocedure (C/09/698451 FA RK 26-797)
verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek te verrichten met het hiervoor omschreven doel en daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen;
bepaalt dat de griffier een afschrift van de processtukken aan de Raad voor de Kinderbescherming zal toesturen;
bepaalt dat uiterlijk op 15 februari 2027 de Raad voor de Kinderbescherming zo mogelijk zijn rapport met advies dient te hebben uitgebracht aan de rechtbank met kopie aan beide ouders en hun advocaten;
bepaalt dat, ná ontvangst van het rapport en advies, de behandeling ter terechtzitting, op een nader te bepalen datum en tijdstip, zal worden voortgezet in aanwezigheid van de Raad voor de Kinderbescherming;
beveelt de griffier partijen tegen het tijdstip van de nadere behandeling ter terechtzitting ieder via de eigen advocaat op te roepen;
*
bepaalt dat de moeder aan de vader haar actuele verblijfplaats en die van [minderjarige] kenbaar moet maken;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
houdt iedere beslissing ten aanzien van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en de hoofdverblijfplaats aan tot 15 februari 2027 pro forma;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
in de voorlopige voorzieningenprocedure (C/09/707041 FA RK 26-5930)
bepaalt dat de minderjarige:
- [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2023 in [geboorteplaats],
voorlopig bij de vader zal zijn iedere zaterdag of zondag van 9 uur tot 17 uur waarbij de moeder [minderjarige] naar de vader brengt en de vader [minderjarige] naar de moeder brengt;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. de Klerk, kinderrechter, bijgestaan door mr. R. Warmerdam als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 september 2026.
Volledige tekst
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 26-797 (bodem) en FA RK 26-5930 (voorlopige voorziening)
Zaaknummer: C/09/698451(bodem) en C/09/707041 (voorlopige voorziening)
Datum beschikking: 17 september 2026
Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, kinderalimentatie en voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv
Beschikking op het op 25 januari 2026 ingekomen verzoek van:
[de vader],
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J. ‘t Hart in Haarlem.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder],
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. H.H.M. de Vries-Veringa in Lisse.
Procedure
Bij beschikking van 31 maart 2026 van deze rechtbank is een beslissing over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken aangehouden en zijn de ouders doorverwezen naar een traject voor omgangsbegeleiding via BOR Humanitas (BOR).
De rechtbank heeft wederom kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook in de bodemprocedure:
- het bericht van de vader op 17 augustus 2026 met als bijlage aanvullende verzoeken in de bodemprocedure.
Op 20 augustus 2026 is de behandeling op de zitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen: de vader in het bijzijn van zijn advocaat en een tolk, de advocaat van de moeder met, voor de moeder, een tolk en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad). De moeder is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
Na de zitting heeft de rechtbank ontvangen:
- het bericht van de vader van 20 augustus 2026 met bijlage.
Gewijzigde en aanvullende verzoeken
De vader verzoekt in de bodemprocedure, na wijziging, te bepalen dat:
- de vader en [minderjarige] elkaar zien op maandag en dinsdag en om de week van vrijdag tot zondag;
- [minderjarige] 3 weken in de zomervakantie c.q. zomerperiode van juli/augustus bij de vader is;
- [minderjarige] bij de vader is 1 week in de kerstvakantie, in even jaren de eerste week bij de vader en oneven jaren de tweede week bij de vader, waarbij de andere ouder [minderjarige] kan zien op zijn verjaardag van [dag] voor minstens twee uur;
- de moeder wordt bevolen om binnen 24 uur na betekening van de te wijzen beschikking aan de rechtbank schriftelijk en volledig opgave te doen van:
- haar actuele verblijfplaats;
- de actuele verblijfplaats van [minderjarige];
- de feitelijke verblijfplaats van [minderjarige] vanaf half juni 2026 tot heden;
- de moeder wordt bevolen [minderjarige] niet zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van vader, althans zonder voorafgaande toestemming van de rechtbank, buiten Nederland te brengen en/of buiten Nederland te houden, zolang in de onderhavige procedure geen andersluidende beslissing is genomen;
- [minderjarige] aan de man wordt toevertrouwd;
- de vader toestemming wordt verleend om [minderjarige] op zijn adres in te schrijven en het hoofdverblijf van [minderjarige] voorlopig bij hem te bepalen met bevel tot afgifte van [minderjarige] aan de man;
- de moeder dient terug te verhuizen met [minderjarige] naar haar woning in Nederland dan wel een woning in die regio;
- indien en voor zover de rechtbank aanleiding ziet om aan te nemen dat [minderjarige] zich inmiddels in Polen bevindt, de zaak met inachtneming van de toepasselijke bepalingen van het Haags Kinderontvoeringsverdrag 1980 en Verordening (EU) 2019/1111 voortvarend te behandelen en, voor zover mogelijk, de noodzakelijke internationale samenwerking en informatie- uitwisseling via de bevoegde Centrale Autoriteiten te faciliteren;
- althans een zodanige voorlopige dan wel ordemaatregel te treffen als de rechtbank in de gegeven omstandigheden in het belang van de [minderjarige] noodzakelijk acht;
voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en zo nodig onder oplegging van een dwangsom.
De vader verzoekt bij wijze van voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv te bepalen dat:
- de vader en [minderjarige] elke zaterdag of zondag elkaar zien van 9 uur tot 17 uur waarbij de moeder [minderjarige] naar de vader brengt en de vader [minderjarige] naar de moeder brengt, voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
- een onderzoek wordt gelast in de bodemprocedure met zaaknummer C/09/698451 naar de situatie rondom [minderjarige] en de gewenste zorgregeling tussen de man en [minderjarige].
Beoordeling
De rechtbank handhaaft al hetgeen bij voornoemde beschikking is overwogen en beslist.
Bodemprocedure (C/09/698451 FA RK 26-797)
Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en hoofdverblijfplaats
Bij beschikking van 31 maart 2026 zijn de ouders, om onder begeleiding omgang tussen [minderjarige] en de vader mogelijk te maken, doorverwezen naar BOR. Dit traject is niet van de grond gekomen vanwege een taalbarrière. Nadien is er enkele keren contact geweest tussen [minderjarige] en de vader. Aanvankelijk was de moeder daarbij aanwezig maar al snel bleef [minderjarige] ook overnachten bij de vader zonder dat de moeder daarbij aanwezig was. Om onduidelijk gebleven redenen is het contact tussen [minderjarige] en zijn vader op een moment gestopt door de moeder. Naar aanleiding van meldingen door familieleden is Veilig Thuis betrokken geraakt bij het gezin. Uit onderzoek komt naar voren dat er zorgen zijn over de draagkracht en draaglast van de moeder en over het gedrag dat [minderjarige] vertoont bij het kinderdagverblijf en dat er hulp voor hem nodig is. Ook is gebleken dat er voor de moeder veel is gebeurd op emotioneel gebied waardoor ook [minderjarige] uit evenwicht raakt. Sinds juni 2026 heeft de vader geen enkel contact kunnen krijgen met de moeder en [minderjarige] en bestaat er onduidelijkheid over waar de moeder en [minderjarige] verblijven.
Zoals ook op de zitting besproken is er op dit moment onvoldoende zicht op welke zorgregeling in het belang van [minderjarige] is. Er is onduidelijkheid over waar [minderjarige] en de moeder verblijven en er zijn zorgen met betrekking tot de opvoedsituatie bij de moeder. De rechtbank acht het daarom in het belang van [minderjarige] dat er een raadsonderzoek komt.
Het onderzoek dient antwoord te geven op de volgende vragen:
- Zijn er zorgen over de veiligheid van [minderjarige] bij de vader en/of de moeder?
- Is vaststelling van een zorgregeling met de vader of de moeder in het belang van [minderjarige] ?
- Zo ja, hoe dient de zorgregeling er qua aard, duur en frequentie uit te zien?
- Welke hoofdverblijfplaats zou het meest in het belang van [minderjarige] zijn?
- Is (nadere) hulpverlening voor de ouders en/of [minderjarige] noodzakelijk? Zo ja, welke hulpverlening wordt geadviseerd?
- Zijn er volgens de Raad nog andere zaken van belang bij de beoordeling van de zaak?
De rechtbank zal in afwachting van de resultaten van het raadsonderzoek ieder verdere definitieve beslissing ten aanzien van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en de hoofdverblijfplaats, mede gelet op het feit dat er nog onduidelijkheid bestaat over waar [minderjarige] op dit moment verblijft, aanhouden voor een periode van zes maanden.
Actuele verblijfplaats van de moeder en [minderjarige]
Sinds juni 2026 heeft de vader geen contact meer kunnen krijgen met de moeder en [minderjarige] en is het onduidelijk waar de moeder met [minderjarige] verblijft. In verband met het raadsonderzoek maar ook om het voor de vader mogelijk te maken dat hij uitvoering kan geven aan zijn rol als ouder met gezag, is het van belang dat er duidelijkheid komt over waar [minderjarige] momenteel verblijft. De moeder dient daarom duidelijkheid te verschaffen over de actuele verblijfplaats van [minderjarige]. De rechtbank zal daarom het verzoek van de vader toewijzen op na te melden wijze.
Verzoek tot toestemming voor het buitenland
De vader heeft verzocht de moeder te bevelen dat zij niet zonder schriftelijke toestemming met [minderjarige] naar het buitenland mag vertrekken. Aangezien de ouders met het gezamenlijk gezag over [minderjarige] zijn belast, vloeit daaruit voort dat een ouder niet zonder toestemming met het kind naar het buitenland mag vertrekken. De rechtbank zal daarom het verzoek afwijzen, omdat er geen belang bij het verzoek bestaat.
Toevertrouwing
De vader heeft verzocht om [minderjarige] aan hem toe te vertrouwen. Een dergelijk verzoek leent zicht niet voor behandeling in een bodemprocedure, dus wijst de rechtbank het verzoek af. Voor zover de vader verzoekt om de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] bij hem te bepalen wijst de rechtbank erop dat het raadsonderzoek ook daar betrekking op heeft.
Terug verhuizing
In het aanvullende verzoek van de vader wordt verzocht te bepalen dat de moeder dient terug te verhuizen naar haar woning in Nederland dan wel een woning in die regio. De vader stelt dat hij aanwijzingen heeft dat de moeder met [minderjarige] naar Polen is vertrokken en inmiddels daar verblijft. Die aanwijzingen heeft de rechtbank niet. Het is onduidelijk waar de moeder momenteel verblijft met [minderjarige]. Mogelijk zijn zij in Polen maar een onderbouwing dat zij daadwerkelijk daar verblijven is niet gegeven. Het is dan ook vooralsnog onvoldoende aannemelijk dat de moeder met [minderjarige] in Polen verblijft. Er is daarom naar het oordeel van de rechtbank vooralsnog geen aanleiding om de moeder te bevelen terug te verhuizen naar Nederland. Mocht blijken dat [minderjarige] en de moeder zich in het buitenland bevinden, dan dient de vader zich te melden bij de Centrale Autoriteit om een procedure te starten. De rechtbank wijst daarom het verzoek van de vader af.
Voorlopige voorzieningenprocedure (C/09/707041 FA RK 26-5930)
Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Nu de rechtbank het verzoek omtrent de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken in de bodemprocedure aanhoudt, zal de rechtbank een tijdelijke zorgregeling vastleggen omdat zij het in het belang van [minderjarige] acht om in de tussentijd contact te hebben met zijn vader. De vader verzoekt een voorlopige regeling waarbij hij en [minderjarige] elkaar zien elke zaterdag of zondag van 9 uur tot 17 uur. Aangezien de moeder het tot voor kort kennelijk in het belang van [minderjarige] vond om contact te hebben met zijn vader, zij [minderjarige] ook bij zijn vader liet overnachten en omdat de rechtbank tegen die achtergrond ook geen aanleiding heeft om te veronderstellen dat de vader niet goed voor [minderjarige] kan zorgen, is de rechtbank van oordeel dat het niet langer nodig is dat omgang tussen [minderjarige] en zijn vader begeleid dient plaats te vinden. De rechtbank zal daarom het verzoek om de tijdelijke zorgregeling, toewijzen.
Beslissing
De rechtbank:
in de bodemprocedure (C/09/698451 FA RK 26-797)
verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek te verrichten met het hiervoor omschreven doel en daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen;
bepaalt dat de griffier een afschrift van de processtukken aan de Raad voor de Kinderbescherming zal toesturen;
bepaalt dat uiterlijk op 15 februari 2027 de Raad voor de Kinderbescherming zo mogelijk zijn rapport met advies dient te hebben uitgebracht aan de rechtbank met kopie aan beide ouders en hun advocaten;
bepaalt dat, ná ontvangst van het rapport en advies, de behandeling ter terechtzitting, op een nader te bepalen datum en tijdstip, zal worden voortgezet in aanwezigheid van de Raad voor de Kinderbescherming;
beveelt de griffier partijen tegen het tijdstip van de nadere behandeling ter terechtzitting ieder via de eigen advocaat op te roepen;
*
bepaalt dat de moeder aan de vader haar actuele verblijfplaats en die van [minderjarige] kenbaar moet maken;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
houdt iedere beslissing ten aanzien van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en de hoofdverblijfplaats aan tot 15 februari 2027 pro forma;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
in de voorlopige voorzieningenprocedure (C/09/707041 FA RK 26-5930)
bepaalt dat de minderjarige:
- [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2023 in [geboorteplaats],
voorlopig bij de vader zal zijn iedere zaterdag of zondag van 9 uur tot 17 uur waarbij de moeder [minderjarige] naar de vader brengt en de vader [minderjarige] naar de moeder brengt;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. de Klerk, kinderrechter, bijgestaan door mr. R. Warmerdam als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 september 2026.
Wetsartikelen in deze uitspraak
Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.