Uitspraak · Personen- en familierecht

Rechtbank Den Haag, 17 september 2026

ECLI:NL:RBDHA:2026:30582Zaaknummer C/09/708220 / FA RK 26-6679

Instantie
Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak
17 september 2026
Publicatiedatum
22 oktober 2026
Zaaknummer
C/09/708220 / FA RK 26-6679
Rechtsgebied
Civiel recht, Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig, Beschikking
Zittingsplaats
Den Haag
Soort
Uitspraak

Inhoudsindicatie

wijziging van de zorgregeling en wijziging kinderalimentatie afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing

Beslissing

De rechtbank – met wijziging van de beschikking van 11 november 2020 van deze rechtbank –:

bepaalt dat de minderjarige:

- [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2013 te [geboorteplaats];

- [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2018 te [geboorteplaats],

bij de vader zullen zijn elke vrijdag vanaf 18.00 uur tot en met maandag 20:00 uur;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. de Klerk, rechter, bijgestaan door mr. R. Warmerdam als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 17 september 2026.

Volledige tekst

Inhoud van de uitspraak
  1. Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en kinderalimentatie
  2. Procedure
  3. Feiten
  4. ‘bepaalt dat de minderjarigen:
  5. Verzoek en verweer
  6. Beoordeling
  7. Beslissing

Rechtbank DEN HAAG

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 26-6679

Zaaknummer: C/09/708220

Datum beschikking: 17 september 2026

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en kinderalimentatie

Beschikking op het op 30 juni 2026 ingekomen verzoek van:

[de vader],

de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. L. Rijsdam te Leiden.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder],

de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

advocaat: mr. A.L. Weterings te Oegstgeest.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:

  • het verzoekschrift met bijlagen;
  • het verweerschrift tevens verzoekschrift met bijlagen;
  • het bericht van de vader op 18 augustus 20026 met bijlagen;

De minderjarige [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] hebben in raadkamer hun mening gegeven over het verzoek.

Op 20 augustus 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader in het bijzijn van zijn advocaat, de moeder in het bijzijn van haar advocaat en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

Feiten

- De vader en de moeder hebben een relatie met elkaar gehad.

- Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:

- [de minderjarige 1] geboren op [geboortedatum 1] 2013 te [geboorteplaats];

- [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2018 te [geboorteplaats].

- De ouders zijn bij beschikking van [geboortedatum 2] 2019 van deze rechtbank met het gezamenlijk gezag over [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] belast.

- [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] hebben de hoofdverblijfplaats bij de moeder.

- Bij beschikking van 11 november 2020 is door deze rechtbank een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vastgelegd. In het dictum staat:

‘bepaalt dat de minderjarigen:

- - [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2013 te [geboorteplaats];

- - [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2018 te [geboorteplaats],

bij de vader zullen zijn conform het aangehechte verzoek van de vader (…)’;

Verzoek en verweer

De vader verzoekt de rechtbank, met wijziging van de beschikking van 11 november 2020 van deze rechtbank, te bepalen dat:

  • er sprake zal zijn van een verdeling van de zorg en opvoeding over de kinderen inhoudende dat de kinderen bij de vader zullen zijn gedurende:
  • de ene week van vrijdag uit school tot maandagavond 20.00 uur;
  • de andere week van vrijdag uit school tot en met dinsdag naar school.

De moeder voert verweer dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Daarnaast heeft de moeder zelfstandig verzocht, kosten rechtens:

primair

- de vader te veroordelen tot betaling van de destijds overeengekomen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige ter hoogte van € 150,00,- per maand, vermeerderd met de wettelijke indexering vanaf de dag dat deze overeenkomst van kracht werd, met als gevolg dat de moeder de inmiddels ontstane achterstand, ad. € 3.104,11,- op hem kan verhalen;

subsidiair

  • de vader te veroordelen tot betaling aan de moeder van een eenmalige bijdrage ter hoogte van de ontstane achterstand ad € 3.104,11,-;
  • de door de vader aan de moeder te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen vast te stellen op € 197,41,- per kind per maand (inclusief indexatie vanaf 2019), met ingang van de daaropvolgende maand;

meer subsidiair

- de vader te veroordelen tot nakoming van het ouderschapsplan, zoals aangehecht aan de beschikking van uw rechtbank d.d. 16 juli 2019;

uiterst subsidiair

  • de door de vader aan de moeder te betalen bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen opnieuw vast te stellen naar draagkracht, waarbij de behoefte gelijk wordt gesteld aan de som van de behoefte van de kinderen in het gezin van de vader en de moeder gedeeld door twee, waarbij rekening wordt gehouden met een zorgkorting van 25%, althans een zodanig bedrag en met ingang van een zodanige datum als de rechtbank in goede justitie juist acht;
  • althans zodanige beslissingen te nemen als de rechtbank zal vermenen te behoren.

Beoordeling

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

Juridisch kader

De rechtbank kan op verzoek van de gezaghebbende ouders of van één van hen op grond van artikel 1:253a BW samen met artikel 1:377e BW een beslissing over een zorgregeling wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.

Ontvankelijkheid

Volgens de vader is er sprake van een wijziging van omstandigheden, omdat er al een geruime tijd uitvoering wordt gegeven aan een ruimere zorgregeling dan die is vastgelegd in de beschikking van 11 november 2020.

De moeder stelt zich op het standpunt dat de vader niet-ontvankelijk dient te worden verklaard omdat hij verzoekt de zorgregeling uit de beschikking van 11 november 2020 te wijzigen terwijl die zorgregeling alleen betrekking had op [de minderjarige 2] en niet op [de minderjarige 1]. Voor [de minderjarige 1] geldt nog steeds de zorgregeling zoals neergelegd in de beschikking van [geboortedatum 2] 2019 maar van die beschikking wordt geen wijziging gevraagd.

De rechtbank volgt de moeder niet in het verweer. In het dictum van de beschikking van 11 november 2020 van deze rechtbank wordt zowel ten aanzien van [de minderjarige 1] als van [de minderjarige 2] een zorgregeling vastgelegd. In ieder geval in formele zin geldt dus voor beide kinderen de zorgregeling als vastgelegd in de beschikking van 11 november 2020. Als de vader de zorgregeling ten aanzien van beide kinderen wil aanpassen dient dus die zorgregeling te worden gewijzigd. Daarnaast heeft de moeder op de zitting aangegeven dat ook zij vooral behoefte heeft aan duidelijkheid over de zorgregeling ten aanzien van beide kinderen, dus ook voor [de minderjarige 1]. De rechtbank acht het ook in het belang van zowel [de minderjarige 2] als [de minderjarige 1] dat er duidelijkheid komt omtrent de zorgregeling. Daarnaast is gebleken dat de ouders uitvoering geven aan een ruimere zorgregeling dan die in de beschikking van 11 november 2020 door deze rechtbank is vastgelegd. Elke maandagavond is [de minderjarige 1] bij de vader en vaak ook nog vanuit school. [de minderjarige 2] komt ook af en toe op de maandag naar de vader. Er is daarom sprake van een wijziging van omstandigheden waardoor de vader ontvankelijk is in zijn verzoek.

Inhoudelijke beoordeling

De vader verzoekt de zorgregeling waar de ouders in de praktijk al uitvoering aan geven vast te leggen. Daarnaast wil de vader graag meer tijd met [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] doorbrengen en verzoekt hij daarom uitbreiding van de regeling in die zin dat de kinderen om de week tot en met dinsdagochtend bij de vader zijn. De vader heeft zorgen over de opvoedsituatie van de kinderen bij de moeder thuis zodat ook om die reden het belangrijk is dat de kinderen meer bij hun vader zijn. De vader stelt dat hij de feitelijke zorg voor [de minderjarige 1] al op de maandagavond draagt in verband met het sporten. De vader wil dat [de minderjarige 1] uit school naar hem komt zodat ze samen kunnen eten voor het sporten. Volgens de vader heeft [de minderjarige 2] aangegeven dat zij ook op maandagavond mee wil sporten en zodoende verzoekt de vader dat ook [de minderjarige 2] op maandag uit school naar de vader komt zodat zij met zijn drieën als gezin kunnen eten voor het sporten. Voor de vrijdag geeft de vader aan dat de kinderen feitelijk elke week vanuit school al naar de vader toekomen en dat wil de vader vastgelegd hebben. De moeder stelt dat zij en de kinderen erg gehecht zijn aan de zorgregeling zoals deze nu geldt en wenst geen uitbreiding, zodat de kinderen hun structuur blijven houden.

Tijdens het gesprek met de kinderrechter hebben [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] aangegeven dat het ze eigenlijk niet zoveel uitmaakt bij welke ouder zij verblijven op welke dagen. Zij vinden het niet nodig dat er veel verandert. Wel vinden zij het moeilijk dat zij in de praktijk soms in vier verschillende huizen wonen, namelijk bij de moeder, bij de vader, bij de oma en bij de nieuwe partner van vader. Ook de rechtbank acht het belangrijk, en dus ook het meest in het belang van de kinderen dat er voor hen niet veel verandert, zij zijn gewend aan de zorgregeling zoals de ouders daar uitvoering aan geven. Aangezien de kinderen feitelijk al op de maandagmiddag en -avond bij de vader verblijven, zal de rechtbank de zorgregeling dienovereenkomstig wijzigen. Volgens de huidige zorgregeling zijn de kinderen op vrijdag vanaf 18 uur bij de vader. De rechtbank ziet geen aanleiding om daar een wijziging in aan te brengen. De vader verzoekt ook te bepalen dat de kinderen om de week tot dinsdagochtend bij hem verblijven. De vader heeft echter onvoldoende onderbouwd waarom dat in het belang van de kinderen is. De kinderen gaan nu op maandagavond terug naar hun moeder. De kinderen zijn al geruime tijd gewend aan hun verblijf bij de vader tot de maandagavond. Deze regeling geeft de kinderen momenteel de meeste duidelijkheid en structuur waardoor de rechtbank geen aanleiding ziet om de zorgregeling te wijzigen in die zin dat zij om de week tot en met dinsdagochtend bij de vader verblijven. Dat zorgt alleen maar voor onduidelijkheid en daar is niemand mee geholpen.

Achterstallige kinderalimentatie

De moeder verzoekt te bepalen dat de vader een aanzienlijk bedrag aan achterstallige kinderalimentatie aan haar voldoet. Volgens de moeder betaalt de vader al jaren te weinig kinderalimentatie aan haar. Bovendien, zo stelt de moeder, is de kinderalimentatie nooit geïndexeerd. De vader stelt dat er geen achterstand is en dat hij aan de gemeente in het kader van verhaalsbijstand zijn betalingsverplichtingen voldoet.

Uit de door de vader overgelegde stukken leidt de rechtbank af dat de vader tot juni 2025 in het kader van verhaalbijstand aan de gemeente de door de gemeente berekende alimentatie inclusief bijbehorende indexering heeft betaald. In mei 2025 heeft de laatste betaling plaatsgevonden. Sindsdien betaalt de vader het door de gemeente berekende bedrag aan de vrouw. Dat de man een achterstand heeft doen ontstaan in de bedragen die hij aan de kinderalimentatie dient te voldoen is niet gebleken. Het verzoek van de moeder zal de rechtbank daarom afwijzen.

Wijziging kinderalimentatie

Om de kinderalimentatie te kunnen wijzigen vereist artikel 1:401 lid 1 BW een wijziging van de omstandigheden. De moeder heeft niet onderbouwd waarom sprake is van een wijziging van omstandigheden aan de hand waarvan de kinderalimentatie dient te worden gewijzigd. Daarnaast heeft de moeder geen stukken overlegd waarmee de rechtbank een berekening kan maken.

De rechtbank wijst daarom het verzoek van de moeder af.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging van de beschikking van 11 november 2020 van deze rechtbank –:

bepaalt dat de minderjarige:

- [de minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2013 te [geboorteplaats];

- [de minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2018 te [geboorteplaats],

bij de vader zullen zijn elke vrijdag vanaf 18.00 uur tot en met maandag 20:00 uur;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.P. de Klerk, rechter, bijgestaan door mr. R. Warmerdam als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 17 september 2026.

Wetsartikelen in deze uitspraak

Gepseudonimiseerd gepubliceerd door de Rechtspraak (open data, publiek domein). Bron: uitspraken.rechtspraak.nl. Dit is geen juridisch advies.